Brief regering : Voortgang werkagenda SUWI
26 448 Structuur van de uitvoering werk en inkomen (SUWI)
Nr. 859 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 3 december 2025
Om te werken aan een menselijke, betrouwbare overheid en te zorgen voor meer bestaanszekerheid,
werken we onder de noemer Werkagenda SUWI aan de modernisering van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (hierna: Wet SUWI) en onderliggende regelgeving.
Daarmee willen we de positie van burgers in het stelsel van de sociale zekerheid versterken
en het verwezenlijken van publieke waarden in beleid en uitvoering wettelijk verankeren.
De Werkagenda SUWI kent inhoudelijk vier actielijnen:
1. Sturen op en verantwoorden over publieke waarden
2. Meer proactieve dienstverlening (bestaanszekerheid)
3. Zorgvuldige gegevensuitwisseling (privacy by design)
4. Inkadering onderzoeksbevoegdheden (rechtmatigheid en privacy)
We geven hieraan vorm door te werken aan een aantal wijzigingen van de Wet SUWI en
onderliggende regelgeving. Eerder hebben onze voorgangers u hierover geïnformeerd
bij brieven van 23 december 2022, 20 december 2023 en 19 december 20241. Met deze brief informeren wij u graag over de voortgang van de Werkagenda SUWI in
het afgelopen jaar.
De onderwerpen uit de vier inhoudelijke actielijnen worden zoveel mogelijk gebundeld
in wetsvoorstellen en wijzigingen van de onderliggende regelgeving. Wanneer delen
afgerond zijn, worden deze ingediend. In de bijlage kunt u in het overzicht zien wat
op dit moment de planning is van de verschillende voorstellen.
We informeren u in deze brief over de twee wetsvoorstellen waar we in het kader van
de Werkagenda aan werken om de Wet SUWI te wijzigen. We verwachten in 2026 ook te
starten met de voorbereiding van een derde wetsvoorstel. In dit derde wetsvoorstel
richten we ons op de vraag hoe we komen tot een toekomstbestendig stelsel van gegevensuitwisseling
(actielijn 3) dat de dienstverlening aan de burger goed blijft ondersteunen. Daarnaast
informeren we u over de wijzigingen die we in onderliggende regelgeving aan willen
gaan brengen of hebben gebracht.
I Wetsvoorstel proactieve dienstverlening SZW
Op 3 september 2025 is het wetsvoorstel proactieve dienstverlening SZW ingediend.
Het wetsvoorstel wil mogelijk maken dat UWV, de SVB en gemeenten actief mogen wijzen
op een mogelijk recht op financiële ondersteuning. Ook wordt actief hulp aangeboden
bij het aanvragen van (sociale) voorzieningen en het oplossen van problematische schulden.
UWV, de SVB en gemeenten mogen daarvoor meer persoonsgegevens verder gaan verwerken
en uitwisselen. Het wetsvoorstel biedt hier een solide basis voor, met goed afgebakende
regels voor het verwerken van persoonsgegevens.
Nu is het vaak zo dat mensen zelf moeten nagaan of ze ergens recht op hebben en een
aanvraag moeten indienen. Dit is een van de redenen waarom veel mensen geen gebruik
maken van de voorzieningen waar zij recht op hebben. Het gaat bijvoorbeeld om de algemene
bijstand en de AIO (aanvullende inkomensvoorziening ouderen). Zij komen mogelijk onder
het sociaal minimum terecht en lopen een groter risico op geldzorgen, armoede en schulden.
Naast deze uitwerking van de actielijn om meer proactieve dienstverlening mogelijk
te maken, geeft dit wetsvoorstel ook invulling aan het sturen op en verantwoorden
over publieke waarden (actielijn 1). Daarnaast stellen we voor om de bepalingen over
SyRI te schrappen (actielijn 4).
II Wetsvoorstel vereenvoudiging en versterking gegevensbescherming in de sociale zekerheid
Dit tweede wetsvoorstel zal bestaan uit verschillende elementen die grotendeels voortvloeien
uit de actielijnen over zorgvuldige gegevensuitwisseling en het inkaderen van onderzoeksbevoegdheden
(actielijn 3 en 4).
Het wetsvoorstel zal de bepalingen over de verwerking van persoonsgegevens in de Wet
SUWI en de Participatiewet specifieker maken en een inzichtelijke en eenduidige opbouw
geven. Deze doelen komen naar voren in de nieuwe werktitel van het wetsvoorstel Wetsvoorstel
vereenvoudiging en versterking gegevensbescherming in de sociale zekerheid (voorheen:
Wetsvoorstel modernisering grondslagen in de sociale zekerheid). De rechtszekerheid
voor de burger en de uitvoering vergroten we doordat in de wet en onderliggende regelgeving
concreter zal worden beschreven welke persoonsgegevens de partijen in het domein van
werk en inkomen verwerken voor welke taken. We verkennen of we daarbij ook in wet-
en regelgeving kunnen vastleggen welke soort gegevens gebruikt mogen worden met behulp
van automatische selectietechnieken en voor welk doel.
Juist in de sociale zekerheid bevinden mensen zich in een kwetsbare positie, vaak
ook met een beperkt doenvermogen: mensen zijn afhankelijk van de overheid voor hun
bestaanszekerheid. Mensen vertrouwen er daarom op dat «het wel goed zit» en hebben
niet de ruimte zich over hun gegevens druk te maken. Een inkomen aan het eind van
de maand is voor hen veelal belangrijker dan hoe we in de sociale zekerheid omgaan
met hun persoonsgegevens.2
Dat maakt het extra belangrijk dat we de gegevensbescherming in de sociale zekerheid
op alle niveaus goed geborgd hebben: niet alleen in de uitvoeringsprocessen en de
IT maar dus ook in kwalitatief goede, democratische gelegitimeerde wet- en regelgeving
die vooraf regelt wat wel en niet mag. De Autoriteit Persoonsgegevens heeft ons er
ook op gewezen dat de huidige grondslagen niet voldoen omdat ze te algemeen zijn.3
Voor de uitvoering wordt duidelijker wat zij wel en niet mogen. Zo staan straks de
bepalingen niet meer verspreid – met verschillende formuleringen – over verschillende
niveaus van regelgeving en zullen er minder onderlinge verwijzingen in de artikelen
zitten. Doordat de bepalingen geordend worden in een nieuwe eenduidige structuur is
makkelijker terug te vinden welke partij welke gegevens mag ontvangen en verwerken
voor welke taken. Dat zorgt voor minder juridische discussies en maakt het uiteindelijk
ook makkelijker om nieuwe beleidswensen in te passen. Dit wetsvoorstel brengt daarmee
de basis voor de gegevensverwerking op orde.
Verder hebben we verkend of het mogelijk is om de bijzondere geheimhoudingsplicht
in de Wet SUWI te laten vervallen en over te stappen op de algemene geheimhoudingsplicht
in de Algemene wet bestuursrecht. Uit de verkenning blijkt dat dit ongewenste gevolgen
heeft, omdat de bescherming van de gegevens van mensen in de sociale zekerheid af
zou kunnen nemen. We werken daarom nu aan een voorstel waarbij de geheimhouding in
de Wet SUWI blijft bestaan, maar met een duidelijkere formulering die meer in lijn
is met de AVG en daardoor meer rechtszekerheid oplevert bij de uitvoering. Dat voorstel
maakt het eenvoudiger en duidelijker en daarmee makkelijker uitvoerbaar.
De voorbereiding van dit voorstel blijkt complexer en omvangrijker dan we eerder voor
ogen hadden. We hebben meer tijd nodig om tot een conceptwetsvoorstel te komen dan
de oorspronkelijke planning om in de loop van 2025 de internetconsultatie te starten.
We streven er nu naar om het wetsvoorstel vereenvoudiging en versterking gegevensbescherming in de sociale zekerheid in het voorjaar van 2026 informeel te bespreken met de publieke dienstverleners in
het domein van werk en inkomen en rond de zomer van 2026 in internetconsultatie te
brengen, uitvoeringstoetsen uit te vragen en in kaart te brengen wat de budgettaire
consequenties zijn.
Wijzigingen in onderliggende regelgeving
Uitwerking van beide wetsvoorstellen bij AMvB
Voor het wetsvoorstel proactieve dienstverlening bereiden we een algemene maatregel
van bestuur voor, waarin is uitgewerkt welke soorten gegevens UWV, de SVB en gemeenten
mogen ontvangen om niet-gebruik van regelingen tegen te gaan en hoe zij samenwerken
bij proactieve dienstverlening. Dat besluit is in internetconsultatie geweest en we
hebben reeds uitvoeringstoetsen en een advies van de Autoriteit Persoonsgegevens ontvangen.
We streven ernaar dat besluit ter advies aan te bieden aan de Afdeling advisering
van de Raad van State zodra het wetsvoorstel aanhangig is bij de Eerste Kamer.
We verwachten dat ook voor het wetsvoorstel vereenvoudiging en versterking gegevensbescherming
sociale zekerheid uitwerking nodig zal zijn in een algemene maatregel van bestuur.
Daarbij zullen we ook bezien of het nodig is om aandacht te besteden aan de gegevensverwerking
binnen het Landelijk Samenwerkingsverband Naleving Sociaal Stelsel en Arbeidswetten
(LSN). We verwachten met de voorbereiding daarvan in de loop van 2026 te kunnen starten.
Update stelselontwerp
Het stelselontwerp zoals beschreven in Bijlage I bij de Regeling SUWI beschrijft de
Gezamenlijke elektronische voorzieningen SUWI (GeVS) die gegevensdeling tussen UWV,
de SVB, gemeenten en andere partijen ondersteunt. De update van dit stelselontwerp
ligt voor advisering bij de Autoriteit Persoonsgegevens.
Planning & Control-cyclus (hierna: P&C-cyclus)
In 2024 hebben we een pilot gedaan met UWV en de SVB om de P&C-cyclus op een nieuwe
manier te doorlopen. Doel van de pilot was het verminderen van de verantwoordingslast
voor de publieke dienstverleners. Na gezamenlijke evaluatie van de pilot hebben we
de Regeling SUWI per 1 oktober jongstleden gewijzigd. Hierbij is het indienen van
het ontwerpjaarplan geschrapt en de deadline voor het indienen van het jaarplan verschoven
van 1 oktober naar 1 november.
Daarnaast hebben we na afstemming met BKWI en BIDN de bijlagen XI en XX van de Regeling
SUWI geactualiseerd. In deze bijlagen staan de inhoudsvoorschriften opgenomen voor
de P&C-producten van BKWI en BIDN.
We zijn samen met de dienstverleners aan het kijken of het wenselijk is om op andere
punten de Regeling SUWI of de bijlagen daarbij te actualiseren, telkens met als doel
de verantwoordingslast te verlichten en regels te vereenvoudigen.
Publieke waarden
Op dit moment voeren we nog gesprekken met de publieke dienstverleners over de inkleuring
van de publieke waarden, zodat deze in regelgeving uitgewerkt zijn zodra het wetsvoorstel
proactieve dienstverlening SZW in werking kan treden.
Door de Wet SUWI en de onderliggende regelgeving te moderniseren geven we invulling
aan de actielijnen van de Werkagenda, met als leidraad publieke waarden als bestaanszekerheid,
privacy en rechtmatigheid. We doen dit zodat het systeem burgers beter kan ondersteunen.
Dat draagt bij aan het vertrouwen in de overheid.
Eind 2026 wordt u opnieuw geïnformeerd over de voortgang van de Werkagenda SUWI en
wij gaan graag met u in gesprek over bovenstaande onderwerpen.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, M.L.J. Paul
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.N.J. Nobel
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
M.L.J. Paul, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid -
Mede ondertekenaar
J.N.J. Nobel, staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid