Brief regering : Verkenning van één doorstroomtoets
31 293 Primair Onderwijs
Nr. 854
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 2 december 2025
Met deze brief informeer ik uw Kamer over de uitkomst van de verkenning naar een stelsel
met één doorstroomtoets. Hiermee geef ik opvolging aan de motie van het lid Rooderkerk
(D66).1 Voor deze motie verkende het College voor Toetsen en Examens (CvTE), samen met stichting
Cito en het Ministerie van OCW, verschillende scenario’s voor de invoering van één
doorstroomtoets en de (uitwerkings)vraagstukken die daarbij voorliggen. Het resultaat
vindt u in de bijgevoegde rapportage.2 Dit moment wil ik tevens benutten om uw Kamer mee te nemen in de planning van de
activiteiten die bijdragen aan de verdere ontwikkeling van de doorstroomtoets. Uitgangspunt
is dat we hierbij zorgvuldig luisteren naar de wensen van uw Kamer en van het onderwijsveld.
De maatschappelijke discussie over de doorontwikkeling van de doorstroomtoets betreft
aspecten van vorm, functie en inhoud van de doorstroomtoets. Het is belangrijk dat
we deze aspecten in samenhang afwegen. De vorm verwijst naar de verschillende varianten van de toets (bijv. papieren en digitale
afname) en wie deze ontwikkelt en aanbiedt; de functie verwijst naar de doelen waarvoor de resultaten van de toets worden gebruikt (bijv.
als tweede gegeven bij het schooladvies, of om toezicht te houden op de onderwijskwaliteit);
de inhoud verwijst naar de onderdelen die in de doorstroomtoets getoetst worden.3 De verkenning van het CvTE heeft dus betrekking op de vorm van de doorstroomtoets.
Ik sta welwillend tegenover de mogelijke stelselovergang naar één doorstroomtoets.
Tegelijkertijd vind ik het belangrijk dat we hierover een weloverwogen besluit nemen,
waarbij we rekening houden met de behoeften van de scholen, en voorkomen dat we stelselwijziging
op stelselwijziging stapelen. Daarom zal uw Kamer vóór de zomer van 2026 een brief
ontvangen met alle informatie die, naast bijgevoegde verkenning van het CvTE, nodig
is om een eerste politieke debat over de vorm van de doorstroomtoets mogelijk te maken.
Ik licht deze planning hieronder verder toe. In aanvulling daarop bevat deze brief
een doorkijk naar de activiteiten ten aanzien van de functie en inhoud van de toets
die de komende periode plaatsvinden.
Opbrengst verkenning naar invoering één doorstroomtoets
In de verkenning van het CvTE zijn drie scenario’s uitgewerkt:
1) één papieren doorstroomtoets,
2) één digitale doorstroomtoets en
3) één landelijke doorstroomtoets die zowel op papier als digitaal beschikbaar is via
één aanbieder.
Ieder scenario beschrijft vijf thema’s: leerlingperspectief, afnamecondities, vergelijkbaarheid,
uitlegbaarheid en een indicatie van de kosten. Binnen de thema’s worden de voor- en
nadelen van de verschillende scenario’s uitgewerkt.
Zoals het CvTE in de rapportage schrijft, is het voordeel van een stelsel met één
doorstroomtoets dat een minder complexe normering kan worden gebruikt en de totstandkoming
van resultaten van de leerlingen makkelijker uitlegbaar is dan nu het geval is. Omdat
de doorstroomtoets toegankelijk moet zijn voor alle leerlingen, blijven er wel verschillende
varianten en versies van dezelfde toets bestaan. De toets moet bijvoorbeeld ook toegankelijk
zijn voor leerlingen met een ondersteuningsbehoefte. Hoeveel verschillende uitingsvormen
van dezelfde toets beschikbaar komen, is afhankelijk van het gekozen scenario en de
keuzes daarbinnen. Zo kan binnen elk scenario nog worden gekozen voor een lineaire
of (meer) adaptieve toets die zich aanpast aan het niveau van de leerling.
Reflectie op de mogelijke stelselovergang naar één doorstroomtoets
Het huidige pluriforme stelsel, met meerdere aanbieders van de doorstroomtoets, is
er gekomen na een zorgvuldig proces, met een uitgebreide consultatie van het veld
en instemming van beide Kamers. Een stelselovergang naar één doorstroomtoets vraagt
daarom een zorgvuldige onderbouwing.
Allereerst moeten de wensen uit de onderwijspraktijk worden meegenomen in een mogelijke
stelselwijziging. Begin 2026 verschijnt daartoe, als onderdeel van de evaluatie van
de Wet doorstroomtoetsen po, een peiling onder scholen over de diversiteit in het
toetsaanbod. Het resultaat van deze peiling geeft uw Kamer een beeld van de verschillende
functionaliteiten/uitingsvormen die de scholen in één doorstroomtoets waardevol vinden.
Voorts publiceert de Onderwijsraad, op verzoek van uw Kamer, begin 2026 een advies
over toetsing in een vernieuwd curriculum. De raad ziet de curriculumvernieuwing als
kans om het toetssysteem te herzien, knelpunten op te lossen en toetsen beter te benutten
ter bevordering van de onderwijskwaliteit. Ook dit advies vormt een belangrijke bouwsteen
voor besluitvorming over de vorm van de doorstroomtoets.
Om de afweging ten aanzien van de vorm van de doorstroomtoets mogelijk te maken, brengt
mijn ministerie de komende maanden uitwerkingsvraagstukken van een stelselwijziging
verder in beeld. De keuze voor een stelsel met één doorstroomtoets heeft invloed op
de pedagogische inrichtingsvrijheid van scholen en vraagt daarom een goede juridische
onderbouwing. Ook de consequenties voor de keuze van een aanbieder van de toets, het
financiële gevolg en de uitvoerbaarheid worden nader uitgewerkt.
Indien wordt gekozen voor een overgang naar een stelsel met één doorstroomtoets, dan
is het van groot belang dat scholen zich goed kunnen voorbereiden op de afname van
een nieuwe toets en zij de komende jaren niet worden geconfronteerd met verandering
op verandering. De verkenning van het CvTE laat zien dat een minimale periode van
drie jaar nodig is voor beleidsontwikkeling, wetswijziging, toetsontwikkeling (die
aansluit bij het nieuwe curriculum en kerndoelen) en implementatie. Bij besluitvorming
in 2026 ligt invoering in het schooljaar 2029/2030 in de rede.
In de bijlage vindt u de planning die ik voorzie ten behoeve van een zorgvuldige besluitvorming
op de vorm van de doorstroomtoets en een eventueel daaropvolgend implementatietraject
voor een stelselovergang.
Andere ontwikkelingen rondom de doorstroomtoets
Om uw Kamer een compleet beeld te geven van de doorontwikkeling van de doorstroomtoets
ten behoeve van een integrale afweging zijn in de bijlage ook mijlpalen meegenomen
die betrekking hebben op de functie en de inhoud van de toets. Hieronder licht ik dit nader toe.
Dit najaar ontvangt uw Kamer informatie over de herijking van de Onderzoekskaders
van de Inspectie, waarmee de functie van de doorstroomtoets in het toezicht onder
de loep genomen wordt. Ook voert OCW verkennende gesprekken met de PO-Raad en de Inspectie
over een pilot waarmee de rol van de doorstroomtoets in het toezicht onderzocht kan
worden. Wat betreft de schooladviesfunctie van de doorstroomtoets loopt een verkenning
naar bredere schooladvisering.4 Hierin neem ik de uitvoering van de motie Hertzberger en Rooderkerk aangaande het
gebruik van de doorstroomtoets bij schooladvisering mee.5 Eind 2025 ontvangt u een rapport over de aantrekkingskracht van brede scholengemeenschappen,
dat hier onderdeel van uit maakt. Een verdere update over de uitvoering van de motie
Rooderkerk ten aanzien van bredere schooladvisering zal ik vóór de zomer van 2026
naar uw Kamer te sturen. Ook stuur ik u binnenkort het onderzoek naar het enkelvoudig
toetsadvies voor het praktijkonderwijs toe.6
Tevens lopen verschillende onderzoeken die bijdragen aan een inhoudelijke doorontwikkeling
van de doorstroomtoets na de inwerkingtreding van de nieuwe kerndoelen.7 Hierin zullen de verschillende wensen van de Tweede Kamer ten aanzien van de inhoud
van de doorstroomtoets worden meegenomen.8 Het eerder genoemde advies van de Onderwijsraad over toetsing in een nieuw curriculum
wordt hierin ook meegewogen.
Conclusie en afsluiting
Alle leerlingen in Nederland verdienen een passende plek in het voortgezet onderwijs,
zodat zij hun talenten optimaal kunnen ontwikkelen. De doorstroomtoets, die door (bijna)
alle leerlingen van groep 8 wordt gemaakt, speelt een belangrijke rol in het vinden
van passend vervolgonderwijs.
De verkenning van het CvTE geeft een genuanceerd beeld van mogelijke scenario’s voor
een stelselwijziging naar één doorstroomtoets en de afwegingen die daarbij voorliggen.
In de komende maanden verzamelen we de laatste benodigde informatie, om vóór de zomer
van 2026 een afweging en politiek debat ten aanzien van de vorm van de doorstroomtoets
mogelijk te maken.
Intussen blijf ik mij inzetten voor de doorontwikkeling van de doorstroomtoets en
voor gelijke kansen bij de overgang van primair naar voortgezet onderwijs.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
K.M. Becking
Indieners
-
Indiener
K.M. Becking, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap