Brief regering : Voortgang Strategie ter bescherming Noordzee Infrastructuur
33 450 Mariene Strategie voor het Nederlandse deel van de Noordzee
Nr. 136 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 2 december 2025
Het huidige kabinet heeft eerder aangegeven dat gelet op de sterk toenemende strategische
belangen op de Noordzee, de geopolitieke ontwikkelingen en de verslechterde veiligheidssituatie
in de wereld de bescherming van infrastructuur op de Noordzee onze blijvende aandacht
vraagt.1 Het vorige kabinet heeft naar aanleiding hiervan een interdepartementaal Actieplan
opgesteld en voor de jaren 2024 en 2025 incidentele middelen uitgetrokken om de eerste
acties te financieren.2
Met deze brief wordt uw Kamer geïnformeerd, mede namens de Ministers van Justitie
en Veiligheid, Defensie, Economische Zaken en Klimaat en Groene Groei over de voortgang
van het Actieplan (zie bijlage), het rapport over de verantwoordelijkheidsverdeling
en toezicht op de Noordzee (zie bijlage) naar aanleiding van de motie Krul3 en de daaruit volgende aanbeveling voor de oprichting van een Nationaal Maritime
Security Centrum (NMSC). Om uitvoering te kunnen geven aan het Actieplan heeft het
vorige kabinet voor de jaren 2024 en 2025 ca. 44 mln. euro beschikbaar gesteld. Het
is aan het nieuwe kabinet om een besluit te nemen over het vervolg van het Programma
Bescherming Noordzee Infrastructuur en het NMSC.
Voortgang Actieplan Strategie ter bescherming Noordzee Infrastructuur
Het interdepartementale Programma Bescherming Noordzee Infrastructuur (PBNI) is in
2023 naar aanleiding van de hierboven genoemde dreiging en de incidenten bij Nordstream
1 en 2 opgericht. Het PBNI valt onder de coördinerende verantwoordelijkheid van het
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en heeft van kabinet-Rutte IV als opdracht
gekregen om de bescherming van de Noordzee infrastructuur te versterken. Het PBNI
werkt interdepartementaal samen met DEF, JenV, EZ, KGG, IenW, BZ en bijbehorende uitvoeringsorganisaties
zoals de Kustwacht, Douane, Nationale Politie en de Koninklijke Marine. Voor een goede
informatiepositie ten aanzien van mogelijke dreigingen wordt tevens intensief samengewerkt
met de AIVD en MIVD.
Het PBNI richt zich op de verbetering van de bescherming van de infrastructuur op
de Noordzee. In het Actieplan Strategie ter bescherming Noordzee-infrastructuur zijn
diverse actielijnen uitgewerkt en inmiddels ter hand genomen. Hieronder wordt ingegaan
op het rapport over de verantwoordelijkheidsverdeling en toezicht op de Noordzee en
wordt ingegaan op het verbeteren van de detectie op de Noordzee.
PBNI heeft zich daarnaast ook beziggehouden met het versterken van zowel de fysieke
als digitale weerbaarheid van de Noordzee-infrastructuur, onder andere via de wetsvoorstellen
cyberbeveiligingswet en wet weerbaarheid kritieke entiteiten, het verbeteren van de
crisisbeheersing door het uitlopen van verschillende crisislijnen en het vergroten
van de responscapaciteit door middel van varende en vliegende middelen. Verder wordt
er in het programma nauw contact gehouden met buurlanden, de EU, de NAVO en strategische
partners wereldwijd. Op nationaal niveau is gestart met de op- en uitbouw van publiek
private samenwerking.
Verduidelijking Governance
Mede naar aanleiding van de motie Krul is ABDTOPConsult gevraagd om te adviseren over
de inrichting van de governance ten aanzien van maritime security4 op de Noordzee. Dit advies is inmiddels afgerond. In het adviesrapport staan een
aantal aanbevelingen waarvan de belangrijkste is om een Nationaal Maritime Security
Centrum (NMSC) op te richten. Het bundelen van kennis en informatie plus toewijzing
aan het juiste bevoegd gezag in dit centrum leidt tot een completer beeld ten aanzien
van de Noordzee en tot een meer effectieve en proactieve aanpak van dreigingen.
De bescherming van de Noordzee-infrastructuur heeft, zo stelt het adviesrapport, een
autoriteit nodig voor het bijeenbrengen en analyseren van alle informatie van zowel
publieke als private partijen die actief zijn op de Noordzee. Door samenwerking tussen
de Kustwacht, Nationale Politie, Defensie, private partijen, buurlanden, inlichtingen-
en veiligheidsdiensten en andere relevante actoren te structureren, moet een veel
completer en actueler beeld van de situatie op de Noordzee ontstaan.
Een ander belangrijk onderdeel van het NMSC is, volgens het adviesrapport, het duurzaam
inrichten van een eenduidige commandostructuur met duidelijke aansturingslijnen. Het
doel hiervan is om de toedeling aan het juiste bevoegd gezag te borgen, zodat snel
respons kan worden gepleegd zonder onduidelijkheden over verantwoordelijkheden. De
Kustwacht, de Maritieme Politie en de Koninklijke Marine treden hierbij op als uitvoerder,
in opdracht van de verantwoordelijke gezagen. Op deze manier kan het NMSC bijdragen
aan het verbeteren van de operationele slagkracht en aan beter geïnformeerde en strategische
besluitvorming.
Omdat de dreiging voor de bescherming van de infrastructuur op de Noordzee urgent
is, is per 1 juli een kwartiermaker aangesteld om zo snel mogelijk te onderzoeken
hoe een mogelijk NMSC en bijbehorende aansturingslijnen het beste kan worden ingericht
en wat hiervoor nodig is, zodat volgend jaar hierover een afgewogen keuze kan worden
gemaakt.
De huidige projectorganisatie PBNI is ondergebracht bij IenW. Dit departement heeft
de coördinerende rol voor de functionele ketens op de Noordzee. Voor maritime security
dient de coördinerende verantwoordelijkheid nader te worden ingevuld. Het kabinet
gaat de komende maanden verkennen hoe de beleidsverantwoordelijkheid voor maritime
security logisch kan worden ingericht. Een ander aspect is om hierbij te bezien wat
de toenemende civiel-militaire samenwerking betekent voor de positionering en de aansturing.
Het verbeteren van de detectie (Situational Awareness) en duiding (Situational Understanding)
van (potentiële) dreigingen op de Noordzee
Om effectief te kunnen reageren op dreigingen op de Noordzee is een gedegen en actueel
situationeel beeld nodig. Het PBNI heeft het afgelopen jaar onder andere geïnvesteerd
in een extra (tijdelijk) patrouillevaartuig voor Defensie, welke sinds juni dit jaar
operationeel is. Daarnaast is de opdracht gegeven om dekking van het Umbrella netwerk
op zee uit te breiden. Dit netwerk gebruikt de Nationale Politie momenteel ook op
land. Met dit netwerk kunnen vliegende en varende eenheden op zee op een veilige manier
data versturen naar organisaties (bijvoorbeeld de Nationale Politie of de Kustwacht)
op land. Ook is er bijgedragen aan extra satellietcapaciteit voor het Ministerie van
Defensie om verdachte schepen op de Noordzee beter te kunnen monitoren en zijn de
sensoren van de varende eenheden van de Kustwacht verbeterd met infrarood (FLIR) camera’s.
Om nog beter zicht te krijgen op de Noordzee wordt ook gewerkt aan de versterking
van de sensorcapaciteit en -dekking op de Noordzee en wordt onderzocht op welke plekken
deze sensoren strategisch het beste kunnen worden geplaatst.
Een ander belangrijk onderdeel voor het verkrijgen van goed zicht op de Noordzee is
Data Fusie. Hiermee kan sensordata (AIS, radar, camera’s, satellieten, open source intelligence
etc.) van publieke én private partijen, nationaal en internationaal, real time en
24/7 worden gecombineerd tot één beeld, dat waar nodig en mogelijk kan worden gedeeld
met diverse belanghebbende partijen. Hiermee is het mogelijk om afwijkingen van normale
patronen, zoals bijvoorbeeld van scheepvaartbewegingen, tijdig op te merken. Deze
afwijkingen kunnen hiermee ook worden geduid, zodat waarschuwingen sneller worden
afgegeven aan partijen en responsacties sneller worden ingezet. Dit vergroot de kans
dat (hybride) dreigingen in een vroeg stadium worden onderkend en maakt het voor actoren
moeilijker om onopgemerkt te opereren. De drempel voor actoren om (hybride) activiteiten
uit te voeren wordt daarmee verhoogd. Momenteel wordt onderzocht hoe deze datafusie-omgeving
het best kan worden ingericht, waarbij eveneens wordt gekeken naar het onderbrengen
bij een mogelijk NMSC.
Tot slot
Het belang van olie- en gasleidingen, uitbreidingen van het aantal windparken, aanleg
van datakabels, de aanleg van een Noordzee-elektriciteitsnet maar ook concepten t.a.v.
onderwater datacentra en mariene landbouw, maken de Noordzee van strategisch belang
voor ons land. Daarom zet dit kabinet in op uitvoering van de plannen voor de jaren
2024 en 2025 zoals hierboven benoemd. In aanloop naar het besluit door het nieuwe
kabinet worden voor 2026 ook incidentele middelen beschikbaar gesteld om deze periode
financieel te kunnen overbruggen.
Daarnaast gaat het kabinet de komende periode onderzoeken hoe een mogelijk NMSC kan
worden ingericht en welke verdeling van de beleidsverantwoordelijkheid tussen betrokken
departementen (onder andere tussen Defensie, JenV en IenW) logisch is. Met deze informatie
kan een nieuw kabinet vervolgens een besluit nemen over het vervolg van PBNI vanaf
2026 en verder, inclusief bijbehorende financiering.
Ik vertrouw erop u met deze brief een helder beeld te hebben gegeven van de voortgang
en de vervolgstappen.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, R. Tieman
Indieners
-
Indiener
R. Tieman, minister van Infrastructuur en Waterstaat