Brief regering : Verslag Raad Buitenlandse Zaken Handel van 24 november 2025
21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken
Nr. 3296
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 1 december 2025
Hierbij bied ik u het verslag aan voor de Raad Buitenlandse Zaken Handel van 24 november
2025.
De Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken,
A. de Vries
VERSLAG RAAD BUITENLANDSE ZAKEN HANDEL VAN 24 NOVEMBER 2025
Introductie
Op maandag 24 november jl. vond de Raad Buitenlandse Zaken (RBZ) Handel plaats in
Brussel onder Deens voorzitterschap. Tijdens de Raad werd achtereenvolgens gesproken
over de stand van zaken met betrekking tot (in onderhandeling zijnde) handelsakkoorden
en de handelsbetrekkingen van de Europese Unie (EU) met respectievelijk China en de
Verenigde Staten (VS). Onder wat verder ter tafel komt («Any Other Business») werd gesproken over de jaarlijkse rapporten over de implementatie en handhaving
van EU-handelsafspraken en simplificatie, implementatie en handhaving van het handelsbeleid
in algemene zin. Ook werd gesproken over een oproep van een aantal lidstaten voor
additionele heffingen op producten uit Rusland en Belarus. Tijdens de lunch werd van
gedachten gewisseld met de Amerikaanse Minister van Economische Zaken (Secretary of Commerce) Lutnick en Handelsvertegenwoordiger (United States Trade Representative) Greer.
Onder overig zal worden ingegaan op twee toezeggingen gedaan tijdens het Commissiedebat
van 21 november jl.; de aanname van de autonome handelsmaatregelen voor de Westelijke
Balkan; de afronding van het Clean Trade & Investment Partnership tussen de EU en Zuid-Afrika; de wijziging van nationale regelingen controles export
halfgeleiderproductieapparatuur; en de uitvoering van de motie Grinwis c.s.1 en de motie De Korte.2
Lopende onderhandelingen met derde landen over handelsakkoorden
De Commissie gaf een update van de verschillende onderhandelingen waarbij met name
werd ingegaan op de onderhandelingen over een handelsakkoord met India. Deze onderhandelingen
naderen hun afronding. De Commissie benadrukte wel dat er nog enkele belangrijke punten
open staan en dat de afspraken op bepaalde onderdelen minder uitgebreid zullen zijn
in vergelijking met andere handelsakkoorden van de EU. Voor Nederland is het van belang
dat dit handelsakkoord van economische meerwaarde is en bruikbaar voor Nederlandse
exporteurs, gezien de kansen die de groeiende Indiase economie te bieden heeft. Ook
het belang van afspraken op het snijvlak van handel en duurzame ontwikkeling werd
door Nederland genoemd.
Over het EU-Mercosur akkoord gaf Nederland aan dat het kabinet voornemens is om in
december in te stemmen met het akkoord, zoals ook in de Kamerbrief aan uw Kamer is
medegedeeld.3 Voorts benadrukte Nederland oog te blijven houden voor de risico’s en potentiële
nadelen van het akkoord voor de landbouwsector en in dat kader aanvullende maatregelen
ter bescherming van de Europese landbouwsector te verwelkomen. Tot slot gaf Nederland
aan te hechten aan de uitvoering van de duurzaamheidsafspraken in het akkoord.
Handelsbetrekkingen met China
De Raad sprak over de handelsbetrekkingen met China. Ondanks dat China een belangrijke
handelspartner blijft voor de EU, bestaan er veel zorgen over de marktverstorende
praktijken van China op het internationale handelstoneel. Hierbij valt te denken aan
de Chinese exportcontrolemaatregelen op zeldzame aardmetalen, de ogenschijnlijk politiek
ingegeven inzet van antidumping- en antisubsidieheffingen, en de reactie van China
op het ingrijpen bij Nexperia. De Europese Commissie en lidstaten deelden tijdens
de Raad de zorgen over deze ontwikkelingen en bespraken mogelijkheden voor het aanscherpen
van de Europese reactie hierop. Lidstaten waren daarbij eensgezind over het belang
van EU-solidariteit en benadrukten onder meer het belang van herbalanceren van de
handels- en investeringenrelatie met China. Nederland vroeg bovendien specifiek aandacht
voor de zorgen omtrent Chinese antidumpingheffingen op varkensvlees afkomstig uit
de EU, en mogelijke antisubsidieheffingen op zuivel, die ook Nederlandse bedrijven
raken, en riep de Commissie op alle mogelijke stappen te blijven zetten om deze zaken
te adresseren. Daarnaast informeerde Nederland de andere leden van de Raad over de
laatste ontwikkelingen rondom Nexperia.
Handelsbetrekkingen met de Verenigde Staten & Lunch met Secretary of Commerce Howard
Lutnick en United States Trade Representative Jamieson Greer
Tijdens de Raad kwamen ook de handelsbetrekkingen tussen de EU en de VS aan bod en
werd gesproken over de gezamenlijke boodschappen richting de VS. Vervolgens vond een
lunchbijeenkomst plaats met de Amerikaanse Minister van Economische Zaken (Secretary of Commerce) Howard Lutnick en Handelsvertegenwoordiger (United States Trade Representative) Jamieson Greer. Zowel de Amerikaanse regeringsvertegenwoordigers als de Europese
Commissie en lidstaten verwelkomden de geboekte voortgang op de implementatie van
de gezamenlijke verklaring inzake handel (het Joint Statement van 21 augustus jl.)4. De Europese Commissie en lidstaten benadrukten het belang van correcte implementatie
van het Joint Statement, waarbij de VS zich houdt aan het basistarief van 15 procent. Nederland benadrukte
daarbij ook net als andere lidstaten dat aan EU-zijde de voorstellen ter uitvoering
van de gemaakte afspraken over tarieven snel afgehandeld moeten worden. De Europese
Commissie benoemde de ook voor Nederland belangrijke zorgen betreffende de uitbreiding
van de Amerikaanse staal- en aluminiumderivatenlijst en het toenemende aantal 232-
en 301-onderzoeken die onzekerheid blijven geven voor bedrijven die zaken willen doen
in de VS. Van VS zijde werd op de zorgen over de lijst met staal- en aluminiumderivaten,
waarop een tarief van 50 procent geldt, gereageerd met een verwijzing naar belemmeringen
die Amerikaanse bedrijven op de Europese markt ervaren, onder andere als gevolg van
Europese digitale en milieuwetgeving. In reactie hierop hebben de Commissie en verschillende
lidstaten benadrukt dat de EU gaat over haar eigen wet- en regelgeving en de toepassing
hiervan binnen de interne markt. Daarbij werd er ook op gewezen dat de EU momenteel
werkt aan een agenda ter simplificatie van EU wet- en regelgeving. Van Amerikaanse
zijde werd nog aangegeven dat er interesse is in het maken van afspraken over wederzijdse
erkenning van standaarden voor o.a. auto’s. De EU inzet op dit terrein is gericht
op het vergemakkelijken van de erkenning van goedkeuringscertificaten zonder dat er
wordt getornd aan EU eisen op het terrein van product- of verkeersveiligheid.
Any Other Business
De jaarlijkse rapporten over de implementatie en handhaving van EU-handelsafspraken
en over de simplificatie, implementatie en handhaving van het EU handelsbeleid in
algemene zin zijn kort toegelicht door de Europese Commissie. Voorts werd aan het
einde van de vergadering een aanvullend punt besproken. Eén lidstaat bracht namens
een bredere groep lidstaten de mogelijkheid op om extra heffingen op te leggen op
een aantal Russische en Belarussische producten die momenteel nog op de EU-markt komen,
naast de extra heffingen die reeds gelden voor sommige producten uit deze landen.
Overig
Toezegging gedaan tijdens het Commissiedebat op 21 november jl. over het Single Entry Point5
Via het Single Entry Point (SEP) kunnen EU lidstaten en in Europa gevestigde bedrijven
en ngo’s klachten indienen over handelsbelemmeringen ingesteld door EU-handelspartners,
naleving door EU-handelspartners van het EU Algemeen Preferentieel Stelsel en schendingen
door EU-handelspartners van duurzaamheidsafspraken onder handelsakkoorden. Het kabinet
hecht veel waarde aan dit mechanisme, omdat het bijdraagt aan effectieve implementatie
van handelsakkoorden. In de operationele richtlijnen6 van het SEP is een indicatieve tijdslijn opgenomen voor het afhandelen van een klacht.
Deze richt zich op de initiële fase van het proces van behandeling van de klacht.
Na de inschatting of er al dan niet sprake is van een schending, zijn er geen richtlijnen
over bijvoorbeeld terugkoppeling. Het zou volgens het kabinet waardevol zijn als de
Commissie zich committeert aan vastgelegde terugkoppelingsmomenten, bijvoorbeeld eens
per kwartaal, aan de indiener van de klacht en tot meer uitgebreide toelichting over
de voortgang in het jaarlijkse rapport over implementatie en handhaving van EU handelsakkoorden.
Het kabinet zal zich hiervoor richting de Europese Commissie gaan inzetten.
Toezegging gedaan tijdens het Commissiedebat op 21 november jl. over de beslisnota
EU-Mercosur7
Sinds 1 juli 2021 verstrekken bewindspersonen bij het verzenden van brieven en andere
stukken aan het parlement ook de ambtelijke adviezen die zij met betrekking tot deze
stukken hebben ontvangen in de vorm van zogeheten beslisnota’s.8 Beslisnota’s zijn in de basis een intern instrument waarmee ambtenaren adviseren
aan een bewindspersoon en dat is afgestemd op diens informatiebehoefte. Het doel is
dat een Kamerbrief de volledige informatievoorziening aan de Tweede Kamer biedt. De
Beleidslijn actieve openbaarmaking nota’s 2022 beschrijft dat soms één beslisnota zal worden meegezonden, maar dat het ook om meerdere
beslisnota’s kan gaan: «Kern is dat met de beslisnota – eventueel met een set van voorafgaande (deelbeslisnota’s)
als bijlagen – compact en samenhangend inzicht wordt geboden in de besluitvorming.»9 Bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken wordt de oorspronkelijke beslisnota aangevuld,
indien noodzakelijk, wanneer deze op verschillende momenten aan de bewindspersoon
wordt voorgelegd. Deze aanvullingen worden verwerkt in de bestaande beslisnota die
vervolgens opnieuw wordt voorgelegd. Op 23 oktober is de oorspronkelijke beslisnota
bij de kabinetsappreciatie van het EU-Mercosur akkoord voor de tweede keer voorgelegd
met de toevoegingen dat de appreciatie was gewijzigd op basis van de opmerkingen gedeeld
op 20 oktober. Op 14 november is de beslisnota voor de derde en laatste keer voorgelegd
na bespreking in de ministerraad en zijn de laatste twee passages aan de aanleiding
toegevoegd. Ook is op 14 november de passage over het krachtenveld gewijzigd naar
aanleiding van de Tweede Kamerverkiezingen. De laatste passage onder aanleiding geeft
daarbij inzicht in de besprekingen binnen het kabinet en is vanwege de eenheid van
het kabinetsbeleid niet inzichtelijk gemaakt voor uw Kamer.
Autonome EU-handelsmaatregelen Westelijke Balkan
Met deze brief informeert het kabinet uw Kamer dat de Raad en het Europees Parlement
zijn overeen gekomen om het Commissievoorstel aangaande het verlengen van twee autonome
handelsmaatregelen voor de Westelijke Balkan ongewijzigd over te nemen.10 Het gaat allereerst om de opschorting van de specifieke rechten voor alle groenten
en fruit die onder het stelsel van invoerrechten vallen. Ten tweede gaat het om de
toegang tot een algemeen tariefcontingent voor wijn dat beschikbaar is zodra de landen
van de Westelijke Balkan het nationale contingent in hun respectievelijke stabilisatie-
en associatieakkoorden (SAO) hebben uitgeput. Over de bestaande autonome maatregelen
ontving uw Kamer eerder een BNC-fiche11 en in het verslag van de Raad Buitenlandse Zaken Ontwikkeling van 26 mei 2025 werd
het voornemen van dit kabinet om in te stemmen met het Commissievoorstel reeds gedeeld.
Afronding CTIP tussen de EU en Zuid-Afrika
De EU en Zuid-Afrika hebben een eerste Clean Trade and Investment Partnership (CTIP) ondertekend op 20 november 2025, tijdens de G20 Top in Johannesburg.12 Het partnerschap, in de vorm van een Memorandum of Understanding (MoU), is een flexibele vorm van samenwerking die gericht is op het versterken van schone
industriële waardeketens en het versnellen van de energietransitie. Met deze CTIP
wordt gepoogd de samenwerking te intensiveren gericht op decarbonisatie, concurrentiekracht
en leveringszekerheid. Voor bedrijven betekent dit een duidelijker en voorspelbaarder
kader voor investeringen in sectoren zoals hernieuwbare energie, schone en duurzame
brandstoffen en kritieke grondstoffen.
Wijziging nationale regelingen controles export halfgeleiderproductieapparatuur
Op 15 november 2025 is een geactualiseerde EU-exportcontrolelijst in werking getreden.
Dit betekent dat de Europese Commissie voor 24 goederen en technologieën EU-brede
controles heeft ingesteld. Het gaat om exportcontroles ten aanzien van goederen die
afkomstig zijn uit de halfgeleider-, kwantum- en additieve productie-industrie. De
Commissie doet dit op verzoek van de Europese lidstaten en had deze stap al aangekondigd
in het witboek exportcontrole van januari 2024.13
Tot voor kort controleerde een aantal EU-lidstaten deze goederen (gedeeltelijk) via
nationale controlelijsten. Ook Nederland controleerde vrijwel al deze goederen al
via de nationale regelingen voor de bovengenoemde technologieën en goederen. De nieuwe
EU-lijst heeft tot gevolg dat alle EU-lidstaten de exportcontrolemaatregelen overnemen.
Dit maakt een deel van de Nederlandse nationale controlemaatregelen overbodig. Daarom
heeft het kabinet op 24 november 2025 de eerdergenoemde regelingen voor deze technologieën
en goederen waar nodig gewijzigd en ingetrokken14: dit draagt bij aan duidelijkheid richting het Nederlandse bedrijfsleven.
Nederland heeft van meet af aan een voortrekkersrol gespeeld in de aanzet tot meer
Europese coördinatie op exportcontrole van producten voor tweeërlei gebruik, onder
meer voor het gelijke speelveld en bescherming van de interne markt. De Europese lidstaten
blijven zelf verantwoordelijk voor de implementatie van en handhaving op exportcontrolemaatregelen.
Uitvoering motie Grinwis c.s.
Middels deze brief wordt ingegaan op de Motie Grinwis c.s.15 over nieuwe partnerschappen op strategische thema’s. Zoals aangegeven in de Beleidsagenda
Buitenlandse Handel16 wordt ingezet op strategische partnerschappen ten behoeve van onze weerbaarheid en
concurrentievermogen. Nederland en Europa kunnen niet alles zelf in huis hebben. We
zullen ook blijvend moeten inzetten op internationale partnerschappen buiten de EU.
Deze partnerschappen richten zich met name op samenwerkingen op het gebied van handel,
investeringen, innovatie & kennis en talent. Enkele voorbeelden zijn: het MoU met Zuid-Korea (samenwerking op talentontwikkeling voor de halfgeleidersector), de
MoU’s met de staat New York en de staat Arizona (samenwerking op het gebied van innovatie
en talent), een talentprogramma met India (betrokkenheid van enkele Technische Universiteiten
en Nederlandse bedrijven), nationale meerjarige publiek-private marktbewerkingsprogramma’s
gericht op onder meer Maleisië (met doorkijk naar Singapore en Vietnam) en meerdere
dialogen (Japan, Zuid-Korea, de VS en Singapore). Ook zet Nederland in op thema’s
waar Nederland goed in is, waaronder watermanagement.
Nederland blijft zich zowel in nationaal als in EU-verband inzetten voor handelsverdragen,
programma’s, activiteiten en afspraken met internationale partners over moderne en
duurzame handelsbetrekkingen, bijvoorbeeld via de activiteiten van Partners voor Water met onze zogenoemde deltalanden. Op het gebied van waterstof werken we, in het kader
van leveringszekerheid en strategische autonomie, samen met een brede groep landen,
zoals eerder toegelicht in de kamerbrief Energiediplomatie. Samenwerkingsverbanden
(waaronder «liga’s») worden niet per definitie door Nederland aangegaan op basis van
de grootte van de economie van een land, maar waar gemeenschappelijke doelstellingen
liggen tussen beide landen. Dit is in lijn met het assertieve handelsbeleid van Nederland.
Een voorbeeld hiervan is de Semicon Coalitie voor Europees technologisch leiderschap.
Daarmee wordt deze motie als afgedaan beschouwd.
Uitvoering motie De Korte17
Middels deze brief wordt ook ingegaan op de uitvoering van motie De Korte over de
inzet op stevige cybersecuritybepalingen bij de implementatie van de digitale handelsovereenkomsten
zoals die met Zuid-Korea. In dit kader kan gemeld worden dat Nederland zich binnen
de Raad heeft uitgesproken voor het belang van samenwerking op cybersecurity met derde
landen in het kader van overeenkomsten inzake digitale handel. Hierbij dient echter
te worden opgemerkt dat cybersecurity niet een onderwerp is dat gewoonlijk in overeenkomsten
inzake digitale handel wordt opgenomen, maar via andere kanalen wordt geadresseerd.
Zo voerden de EU en Zuid-Korea in mei de 7e EU-Koreacyberdialoog. Daarbij werd onder
meer gesproken over cyberveiligheid en weerbaarheid18. Het benadrukken van het belang van dergelijke samenwerkingen en afspraken vormt
onderdeel van doorlopende inzet van Nederland. Daarmee wordt deze motie als afgedaan
beschouwd.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
A. de Vries, staatssecretaris van Buitenlandse Zaken