Brief regering : Geannoteerde agenda Landbouw- en Visserijraad 11 en 12 december 2025
21 501-32 Landbouw- en Visserijraad
Nr. 1736 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID
EN NATUUR
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 1 december 2025
Op 11 en 12 december a.s. vindt de Landbouw- en Visserijraad (hierna: Raad) plaats
in Brussel. Met deze brief informeren we de Kamer over de agenda en de Nederlandse
inbreng. Wij zijn voornemens om deze vergadering bij te wonen. Ook informeren wij
met deze brief de Kamer over de onderhandelingen tussen de Europese Unie (EU) en Marokko
over visserij en de lopende onderhandelingen over het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid
(GLB) voor de periode 2028–2034.
I. Geannoteerde agenda Landbouw- en Visserijraad 11–12 december 2025
Verordening vangstmogelijkheden 2026 voor de Atlantische Oceaan en de Noordzee
Het Deens voorzitterschap wil tijdens de Raad een politiek akkoord bereiken over de
twee verordeningen inzake de vaststelling van de vangstmogelijkheden voor 2026, namelijk
voor de Atlantische Oceaan en de Noordzee, en de Middellandse Zee en de Zwarte Zee.
Voorafgaand aan de Raad zal het voorzitterschap de eerste compromisvoorstellen voorleggen.
Op het moment van schrijven zijn deze nog niet bekend.
Het voorstel voor de vangstmogelijkheden voor de Atlantische Oceaan en de Noordzee
zal nader worden vormgegeven op basis van de uitkomsten van de onderhandelingen met
derde landen, het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen en de (overige) kuststaten, en in
de Regionale Visserijbeheer Organisaties, zoals NEAFC (North East Atlantic Fisheries
Committee). De vangstmogelijkheden voor veel van de voor Nederland belangrijke bestanden
staan nog op «pro memorie», omdat deze in de onderhandelingen met derde landen worden
vastgesteld die op dit moment nog niet afgerond zijn.
Zoals eerder met de Kamer gedeeld (o.a. Kamerstuk 21 501-32, nr. 1730 en Kamerstuk 21 501-32, nr. 1733) is de Nederlandse inzet in de onderhandelingen gebaseerd op de doelstellingen uit
het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB). Zo zet de Staatssecretaris zich er onder
andere voor in dat bestanden op het niveau van maximale duurzame opbrengst (MSY) kunnen
worden bevist en dat er aandacht is voor de mogelijke sociaaleconomische gevolgen.
De verschillende pijlers van het GVB, te weten de ecologische en sociale pijlers en
economische duurzaamheid, dienen in evenwicht te zijn. Langs deze lijn zal de Staatssecretaris
interveniëren tijdens de Raad.
De dalende trend van met name de Noordoost Atlantische pelagische visbestanden zet
de onderhandelingen tussen de Atlantische kuststaten, die de afgelopen jaren toch
al stroef verliepen, verder onder druk. Zo is het bijvoorbeeld op dit moment nog niet
gelukt om een vangsthoogte vast te stellen voor makreel die door alle partijen gedragen
wordt. De verwachting is dat dit onderwerp en de uitwerking daarvan een belangrijk
onderdeel zal zijn van de gesprekken tijdens de Raad. Mede gezien de bijzonder sterke
daling van het vangstadvies voor makreel zal de Staatssecretaris aangeven de toepassing
van de Haagse Preferenties onwenselijk te vinden. De Haagse Preferenties zijn bedoeld
om een sociaaleconomisch minimumquotum voor Ierse kustgemeenschappen te garanderen
voor bepaalde visbestanden. Andere lidstaten staan hierbij naar verhouding een deel
van hun quota af van bestanden waarvoor Ierland de preferenties inroept wanneer deze
bestanden voor Ierland onder een zekere vangsthoeveelheid komen. De Staatssecretaris
zal oproepen tot een transparant proces met betrekking tot de berekeningen van de
quota-afdracht van de andere lidstaten aan Ierland in dat verband, om zo de ernst
van de gevolgen voor Nederland te kunnen beoordelen. Deze insteek bouwt voort op de
zorgen die de Staatssecretaris tijdens de Raad van september jl. al heeft uitgesproken
op dit punt (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1729). Op 3 november jl. heeft de Internationale Raad voor Onderzoek naar de Zee (hierna:
ICES) het wetenschappelijk advies voor de Europese aal gepubliceerd. ICES heeft evenals
voorgaande jaren een nul-vangstadvies afgegeven. De Europese Commissie (hierna: Commissie)
stelt voor de maatregelen over aal niet te wijzigen. Dit lijkt op steun van de lidstaten
te kunnen rekenen. Indien toch voorstellen worden gedaan voor wijziging van het artikel,
zullen we deze beoordelen vanuit de Nederlandse belangen, waarbij geldt dat Nederland
altijd benoemt dat maatregelen ten behoeve van de aal genomen dienen te worden via
de Aalverordening.
Verordening vangstmogelijkheden 2026 voor de Middellandse Zee en de Zwarte Zee
Zoals de Staatssecretaris eerder heeft gedeeld met de Kamer (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1733), heeft de Nederlandse visserijsector geen vangstmogelijkheden in de Middellandse
Zee en de Zwarte Zee. Nederland hecht er echter wel aan dat het beheer van visbestanden
in alle Europese wateren op uniforme duurzame wijze geschiedt, met oog voor de sociaaleconomische
impact en het verdienmodel van de vissers. Dit houdt onder meer in dat het voorstel
in lijn is met de wetenschappelijke adviezen en conform de relevante meerjarenplannen
en dat waar mogelijk flexibiliteit gezocht wordt binnen de juridische kaders en wetenschappelijke
adviezen. Nederland zal het voorstel dan ook hierop beoordelen.
Diversenpunt: stand van zaken lopende onderhandelingen voorstel voor de visserij-
en aquacultuursector en het «Oceaan Pact» als onderdeel van het Meerjarig Financieel
Kader 2028–2034
Het Deens voorzitterschap zal naar verwachting tijdens de Raad een overzicht geven
van de stand van zaken over de lopende onderhandelingen tussen de lidstaten en de
Commissie over het voorstel voor de visserij- en aquacultuursector en het «Oceaan
Pact» als onderdeel van het Meerjarig Financieel Kader 2028–2034. Deze stand van zaken
zal de Staatssecretaris beoordelen vanuit het Nederlandse belang en daarbij zal hij
wijzen op de voor Nederland belangrijke thema’s binnen de visserij, de aquacultuur,
het Oceaan Pact en het maritiem beleid voor de komende fondsenperiode. Voor het nieuwe
Meerjarig Financieel Kader, waar dit voorstel onderdeel van uit maakt, geldt een parlementair
studievoorbehoud, wat maakt dat Nederland nog geen standpunt kan innemen.
Diversenpunt: maximumhoeveelheid toegevoegde vitaminen en mineralen in voedingssupplementen
Tijdens de Raad zal Duitsland aan de Commissie vragen om haar werkzaamheden aangaande
het vaststellen van maximumhoeveelheden voor het toevoegen van vitamines en mineralen
aan voedingssupplementen en levensmiddelen in 2026 met prioriteit op te pakken en
te finaliseren. In EU-verband geldt wet- en regelgeving voor het toevoegen van vitamines
en mineralen (Verordening (EG) Nr. 1925/2006)- en het op de markt brengen van voedingssupplementen
(Richtlijn 2002/46/EG). Tot nog toe zijn er in EU-verband nog geen maximumhoeveelheden
voor toevoeging van vitamines en mineralen aan voedingssupplementen en levensmiddelen
vastgesteld. De Commissie is al enige jaren geleden een traject gestart om deze maximumhoeveelheden
vast te kunnen stellen. Dit proces heeft al meermaals vertraging opgelopen en ligt
sinds begin 2025 (wederom) stil. Vanuit verschillende lidstaten (waaronder ook Nederland)
is in de daartoe geëigende gremia (waaronder de Standing Committee on Plants, Animals, Food and Feed) een oproep richting de Commissie gedaan om dit traject verder te brengen. Omdat dit
nog niet tot resultaat heeft geleid, heeft Duitsland dit geagendeerd tijdens de aankomende
Raad. Nederland zal de oproep van Duitsland steunen.
Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid na 2027 – Innovatie en vereenvoudiging
Tijdens de Raad zal een beleidsdiscussie plaatsvinden over de nieuwe voorstellen voor
het GLB na 2027. Deze zal specifiek gaan over innovatie en vereenvoudiging. De Commissie
wil middels het nieuwe GLB innovatie versnellen en ziet vereenvoudiging als een grote
prioriteit.
Nederland is voorstander van innovatie en daarom zal de Minister tijdens de Raad pleiten
voor een sterke inzet op innovatie en kennis binnen het nieuwe Nationale en Regionale
Partnerschapsplan (NRPP)/GLB (o.a. via het European Innovation Partnership en Agricultural
Knowledge and Innovation System). Ook is het kabinet voorstander van vereenvoudiging
van het GLB. De Minister zal daarom tijdens de Raad pleiten voor minder complexiteit
en administratieve lasten binnen het nieuwe GLB. De uitwerking van het GLB zal bepalend
zijn voor in hoeverre Nederland vereenvoudiging, met name op het gebied van complexiteit
en administratieve lasten, daadwerkelijk kan realiseren.
Diversenpunt: Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid na 2027 – Stand van zaken
Tijdens de Raad zal het Deens voorzitterschap de stand van zaken van de GLB-onderhandelingen
toelichten en terugblikken op het Deens voorzitterschap. Wij zullen dit aanhoren en
blijk geven van waardering voor het Deens voorzitterschap van het afgelopen halfjaar.
Diversenpunt: Directeurenconferentie GLB-NSP
Tijdens de Raad zal het Deens voorzitterschap verslag doen van de directeurenconferentie
GLB-NSP die van 1 tot en met 3 oktober in Kopenhagen is gehouden. Nederland was hierbij
aanwezig en zal dit punt aanhoren.
Diversenpunt: 58e directeurenconferentie van EU-betaalorganen
Tijdens de Raad zal het Deens voorzitterschap verslag doen van de 58e directeurenconferentie van EU-betaalorganen. Deze vond plaats van 19 tot en met 21 november
in Kopenhagen. Nederland was hierbij aanwezig en zal dit punt aanhoren.
II. Maandelijkse voortgangsrapportage over voortgang onderhandelingen Gemeenschappelijk
Landbouwbeleid 2028–2034
Op 17 november jl. heeft in de Raad een beleidsdiscussie plaatsgevonden over voedselzekerheid
en over de gerichte inzet van steun in het GLB na 2027. De inzet van de Minister bij
deze gedachtewisseling is met de Kamer gedeeld in het verslag van deze Raad van 17 november
jl. (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1735).
De voorzitter van de Commissie heeft voorgesteld om enkele wijzigingen door te voeren
ten aanzien van de voorgestelde Nationaal en Regionaal Plan-verordening 2025/565.
Dit voorstel is gedaan in reactie op de brief over de Nationale en Regionale Partnerschapsplannen
die diverse groepen in het Europees Parlement op 30 oktober jl. hebben verstuurd.
Deze groepen in het Europees Parlement hebben de volgende elementen aangekaart: (1) afwijzing
van het voorgestelde NRPP-systeem, (2) ontkoppeling van beleidsdomeinen (o.a. landbouw en cohesie), (3) het versterken en beter vastleggen
van de rol van regionale en lokale overheden met betrekking tot cohesiebeleid, (4) behoud
van een gelijk speelveld voor het GLB, (5) versterking van de bevoegdheden van het
Europees Parlement bij de goedkeuring en wijzigingen van de plannen van de lidstaten,
en versterking van de rol van het Europees Parlement in de besluitvorming binnen het
«politieke sturingsmechanisme», (6) de conditionaliteitsverordening en de naleving
van EU-waarden, en (7) het inherent democratisch tekort in het «cash-for-reforms»-model.
Op dit moment is nog niet duidelijk of en hoe de voorgestelde wijzigingen een vervolg
krijgen en wat deze precies betekenen voor het GLB-voorstel en de behandeling daarvan
in de Raad.
III. Onderhandelingen Marokko
De Commissie heeft een nieuw voorstel voor een onderhandelingsmandaat met Marokko
over visserij gedaan. Het visserijprotocol tussen de EU en Marokko is sinds juli 2023
verlopen en door onduidelijkheid over de soevereiniteit van Marokko over het gebied
van de Westelijke Sahara en de daaraan grenzende zeeën, zijn er nog geen gesprekken
geweest over een nieuw protocol. In het recentste protocol met Marokko waren vangstmogelijkheden
bepaald voor vaartuigen uit 11 landen, waaronder Nederland, voor de visserij op kleine
pelagische soorten en op demersale soorten.
Op 4 oktober 2024 heeft het Hof van Justitie het Besluit (EU) 2019/441 van de Raad
van 4 maart 2019 over de sluiting van een nieuwe partnerschapsovereenkomst over duurzame
visserij (PODV) tussen de EU en Marokko en het bijbehorende uitvoeringsprotocol nietig
verklaard. Op basis van de beginselen van het zelfbeschikkingsrecht stelt het Hof
vast dat voor de uitvoering van een internationale overeenkomst tussen de EU en Marokko
op het grondgebied van de Westelijke Sahara de instemming van het «volk» van de Westelijke
Sahara verkregen moet worden.
Het Hof geeft aan dat het volk van de Westelijke Sahara impliciet mag instemmen met
een overeenkomst die uitgevoerd zal worden op het grondgebied waarvoor het zelfbeschikkingsrecht
van de derde geldt, mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan.
De Commissie stelt voor om met Marokko te onderhandelen over een nieuwe PODV en een
uitvoeringsprotocol die tegemoetkomen aan de behoeften van de EU-vloot en overeenstemmen
met het GVB. Hierdoor kan aan de EU-vloot die op kleine pelagische soorten en op demersale
soorten vist, toegang worden verleend tot de visserijzone die grenst aan het grondgebied
van Marokko en de zone die grenst aan het grondgebied van de Westelijke Sahara.
Deze nieuwe PODV zal ook de voortzetting van de nauwe economische en sociale samenwerking
tussen de EU en Marokko mogelijk maken om een duurzame visserij tot stand te brengen
en te versterken en bij te dragen aan een beter oceaanbeleid.
Nederland is er voorstander van dat de onderhandelingen met Marokko weer kunnen beginnen
en waardeert de inzet van de Commissie om ook instemming van het volk van de Westelijke
Sahara te verkrijgen. Nederland zal bij deze onderhandelingen benoemen dat een gelijkwaardig
speelveld voor alle buitenlandse vissersschepen in de Marokkaanse wateren van belang
is.
Daarnaast zal Nederland ook aandacht vragen voor een goede benutting van de vangstmogelijkheden
en een redelijke financiële afspraak over de toegang van EU-schepen tot de Marokkaanse
wateren.
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, F.M. Wiersma
De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J.F. Rummenie
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
F.M. Wiersma, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur -
Mede ondertekenaar
J.F. Rummenie, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.