Brief regering : Kabinetsreactie IOB-evaluatie Makandra-programma 2021-2025
20 361 Suriname
Nr. 235
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 1 december 2025
De Directie Internationaal Onderzoek en Beleidsevaluatie (IOB) van het Ministerie
van Buitenlandse Zaken onderzocht, op verzoek van de verantwoordelijke beleidsdirectie,
het Makandra-programma. Het Makandra-programma was een samenwerking met de Surinaamse
overheid in de periode 2021–2025. De evaluatie is in september 2025 afgerond. Hierbij
ontvangt u de IOB-evaluatie «Bouwen in vertrouwen: Investeren in de hernieuwde relatie
tussen Nederland en Suriname» en de beleidsreactie op dit rapport.
Op 14 februari 2025 werd uw Kamer schriftelijk geïnformeerd over de ontwikkelingen
in Suriname en de inzet van het kabinet. Op 2 juni jl. is dit besproken in het notaoverleg
Suriname, waarbij het Makandra-programma in positieve zin ter sprake kwam.1 De voormalig Minister van Buitenlandse Zaken deed daar de toezegging om «voor het
einde van dit jaar na ontvangst van de IOB-evaluatie van het Makandra-programma een
brief aan de Kamer doen toekomen over de voortzetting van het programma, mits de IOB-evaluatie
positief is en de Surinaamse regering heeft aangegeven behoefte te hebben aan deze
voortzetting».2 Met deze brief voldoet het kabinet aan deze toezegging.
Huidig beleid
Zoals beschreven in de Kamerbrief van 14 februari 2025 hebben het Koninkrijk der Nederlanden
en Suriname een bijzondere relatie vanuit het gedeelde verleden, de gemeenschappelijke
taal en de grote Surinaamse diaspora in Nederland en de Caribische delen van het Koninkrijk.
Sinds 2020 heeft de relatie een hernieuwde vlucht genomen. Het Makandra-programma
fungeerde daarbij als katalysator voor de samenwerking tussen de Nederlandse en Surinaamse
overheden.3 Nederland en Suriname hebben samen geïnvesteerd in de samenwerking op een breed aantal
terreinen. De huidige bilaterale relatie is zakelijk en betrokken op basis van gelijkwaardigheid
en wederzijds respect.
Makandra-programma: samen optrekken
In 2021 startte het Makandra-programma (Surinaams voor «samen optrekken») om invulling
te geven aan de hernieuwde betrekkingen. Het programma ter grootte van EUR 10 miljoen
faciliteerde samenwerking tussen de Nederlandse en de Surinaamse overheid via kennisoverdracht
en technische assistentie.4
Makandra kende een tweeledige doelstelling. Allereerst de diplomatieke doelstelling,
het kabinet wilde met Makandra de onderlinge samenwerking tussen de overheden uit
beide landen intensiveren. Concreet beoogde het programma:
• verbeterde samenwerking in Suriname:
○ meer kennis en begrip van de (overheids)context;
○ vergroot netwerk Nederlandse ambassade in Suriname;
○ invulling van wederzijdse behoeften.
• verbeterde samenwerking tussen Surinaamse en Nederlandse overheidsorganisaties:
○ vergroot netwerk voor Surinaamse en Nederlandse ambtenaren op prioritaire thema’s.
Daarnaast de programmatische doelstelling, het programma beoogde bij te dragen aan
capaciteitsopbouw van de Surinaamse overheid in verschillende beleidssectoren.
Aanvankelijk waren dat er drie:
○ goed bestuur;
○ de rechtsstaat;
○ de economische niet-fysieke infrastructuur.
In 2023 is de samenwerking verbreed met de volgende beleidsterreinen:
○ klimaatadaptatie en -mitigatie;
○ sociaal-publieke dienstverlening (gezondheidszorg, onderwijs en cultuur).
De evaluatie
De hoofdvraag van de evaluatie was in hoeverre het Makandra-programma op een effectieve
wijze bijdroeg aan de twee doelstellingen. Daarbij onderzocht IOB ook welke lessen
uit de evaluatie getrokken kunnen worden.
Om hierop een antwoord te formuleren onderzocht IOB in hoeverre het programma de bilaterale
relatie heeft versterkt, of het programma op basis van zakelijkheid en gelijkwaardigheid
was opgezet, en in hoeverre er capaciteitsversterking plaatsvond bij de betrokkenen
individuen, Surinaamse overheidsorganisaties en binnen de beleidssectoren.
Ook onderzocht IOB de voorwaarden voor effectiviteit: opzet, relevantie en coherentie.
IOB bekeek in welke mate het programma inspeelde op de behoeften van de projectbetrokkenen
van Nederlandse en Surinaamse ministeries en overheidsorganisaties. Tevens ging IOB
na of het programma bekend was bij externe actoren, zoals internationale organisaties
en het bedrijfsleven, en of zij de geselecteerde beleidsthema’s relevant vonden. Daarnaast
bekeek IOB of er op interne en externe coherentie gestuurd werd en of de projecten
aansloten bij bestaande Nederlandse of internationale initiatieven.
De evaluatie is gebaseerd op 84 interviews met 150 geïnterviewden, een survey met
143 respondenten, 12 focusgroepen, een documentanalyse van (beleids)documenten en
openbare bronnen, en een bezoek aan Suriname. De geïnterviewden en respondenten waren
zowel Surinaams als Nederlands: projectbetrokkenen, medewerkers van ministeries of
externen. In aanvulling hierop heeft IOB een tiental projecten geselecteerd en deze
in detail geanalyseerd. Deze dienen ter illustratie voor de bredere bevindingen van
de evaluatie.
Hoofdconclusie
IOB concludeert in het rapport het volgende:
Ten aanzien van de diplomatieke doelstelling:
«Het Makandra-programma heeft met relatief bescheiden middelen een belangrijke bijdrage
geleverd aan de verbetering van de diplomatieke betrekkingen tussen Nederland en Suriname
in de periode 2021–2025. De samenwerking tussen de overheden uit beide landen is zowel
verbreed als verdiept. Er is bovendien meer openheid gekomen en wederzijds begrip
voor de context waarin beide overheden werken. Daarnaast heeft Makandra het netwerk
van de Nederlandse ambassade in Suriname versterkt. Dat kwam ook de informatiepositie
ten goede.»
Ten aanzien van de programmatische doelstelling:
«Tegelijkertijd is de beoogde programmatische bijdrage aan capaciteitsversterking
van Surinaamse overheidsorganisaties slechts beperkt geweest. Door Makandra hebben
Nederlandse overheidsexperts kennis overgedragen aan hun Surinaamse vakgenoten. Maar
organisatorische effecten of verbeterde samenwerking tussen Surinaamse overheidsorganisaties
binnen beleidssectoren zijn slechts incidenteel tot stand gekomen».5
Beleidsreactie
Het kabinet verwelkomt de conclusie dat het programma met bescheiden middelen een
belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de verbetering van de (diplomatieke) betrekkingen.
Het kabinet herkent deze conclusie en ziet dat bevestigd in de constructieve en goede
betrekkingen met Suriname.
Deze positieve ontwikkeling blijkt niet alleen uit de 52 projecten die concreet plaatsvonden,
maar ook uit de toegenomen contacten, aanvullende initiatieven, (beleids)overleggen
en brede samenwerkingsverbanden tussen beide landen die de afgelopen jaren tot stand
zijn gekomen.
Ter illustratie: met Surinaamse ketenpartners is gewerkt aan capaciteitsopbouw op
het gebied van reclassering, politie, rechtspraak en het OM. Het Makandra-programma
heeft daarmee op een positieve manier bijgedragen aan de justitiële samenwerking tussen
beide landen.
Een ander voorbeeld is de stage van medewerkers van de Surinaamse Belastingdienst
en Douane bij hun Nederlandse equivalenten. De uitwisselingen boden een kans om kennis
en ervaring te delen en versterkten tegelijkertijd ook het onderlinge begrip en vertrouwen
tussen beide diensten. Deze gezamenlijke leerervaringen vormen een fundament voor
verdere samenwerking.
Daarnaast werkten de Surinaamse en Nederlandse onderwijsinspecties meerjarig samen
aan een effectievere en toekomstbestendige Surinaamse inspectiedienst via train-the-trainer cursussen, workshops voor aanscherping van toezichtinstrumenten en praktische handvatten
bij de uitvoering van het toezicht. Dit project laat zien hoe de ministeries inzetten
op duurzame samenwerking en verbindingen door intensieve uitwisseling van kennis en
expertise.
Kortom, het Makandra-programma had een aanjagende functie voor projectmatige samenwerking
en legde een basis waarop voortgebouwd kan worden. Daarnaast vergrootte het programma
binnen de betrokken ministeries het interne draagvlak voor samenwerking met Suriname.
Tevens zorgde het programma voor een versterkte positie van de Nederlandse ambassade
in Suriname bij de autoriteiten, hetgeen zich vertaalde in korte lijnen met de Surinaamse
overheid, naamsbekendheid en zichtbaarheid.
Tegelijk concludeert IOB dat de beoogde capaciteitsversterking van Surinaamse overheidsorganisaties
slechts beperkt tot stand is gekomen. Er is weliswaar sprake geweest van aanzienlijke
kennisoverdracht, maar dit kreeg beperkte weerslag in een grotere organisatorische
capaciteit van en samenwerking tussen Surinaamse overheidsorganisaties binnen de diverse
beleidssectoren.
Ook deze conclusie herkent het kabinet. De kracht van het programma was het praktische,
snelle en flexibele karakter. Hierdoor kon de brede samenwerking snel opgetuigd worden,
conform de politieke wens van Suriname en Nederland. De vijf beleidsthema’s maakten
projecten mogelijk op veel onderwerpen, maar zorgden onvermijdelijk ook voor versnippering.
IOB stelt terecht dat daadwerkelijke capaciteitsversterking een omvangrijkere en langdurigere
samenwerking vereist. Het kabinet onderschrijft dit, voor echt duurzaam resultaat
is meer focus en tijd nodig. Een vervolgprogramma kan hierop een antwoord zijn.
Ook stelt IOB dat samenwerking het meest effectief bleek wanneer sprake was van een
gedeeld belang. Het kabinet onderschrijft deze conclusie eveneens: van beide kanten
moeten personeel, tijd en eigenaarschap worden ingebracht. Een sterk gedeeld belang
vormt daarbij de basis. Dat sluit ook aan bij een zakelijke relatie gebaseerd op gelijkwaardigheid.
Tot slot constateert IOB dat enerzijds de strategische sturing tussen onderlinge Makandra-projecten
is verbeterd, maar dat anderzijds coördinatie op of met externe initiatieven van internationale
organisaties ontbrak. Het kabinet is zich er terdege van bewust dat samenhang met,
en voortbouwen op, bestaande initiatieven efficiënt is en een katalyserend effect
heeft. Daarom werd bij de opzet en uitvoering van de projecten actief gezocht naar
aansluiting bij andere organisaties. Echter, in de praktijk bleek de toegang tot deze
initiatieven soms lastig.
Toekomst: een tweede Makandra-programma
Het kabinet verwelkomt de conclusies uit de evaluatie en wil hierop voortbouwen, niet
alleen voor een verdieping en versterking van de bestaande samenwerking met Suriname,
maar ook voor een duurzamer resultaat en blijvende(r) impact.
Het kabinet voelt zich daarom door de evaluatie gesterkt om een tweede Makandra-programma
op te zetten. De Surinaamse regering heeft hier ook interesse in getoond. De volgende
stap is bilaterale besprekingen te voeren over de inhoud en de focus van de samenwerking,
waarbij zowel de Surinaamse als Nederlandse beleidsprioriteiten leidend zullen zijn.
De kern van de evaluatie ligt voor het kabinet namelijk in het werken op basis van
een gedeeld belang.
Aanbevelingen
IOB heeft in het rapport drie aanbevelingen opgesteld voor een mogelijk vervolgprogramma,
om naast de diplomatieke resultaten die zijn behaald, ook de bijdrage aan capaciteitsversterking
te vergroten. Deze aanbevelingen zijn daarom waardevol om mee te nemen bij het opzetten
van een tweede Makandra-programma. Hieronder worden de aanbevelingen kort uiteengezet,
met reactie per aanbeveling.
1. Besteed als BZ meer aandacht aan een resultaatgerichte opzet van een toekomstige
samenwerking op het gebied van capaciteitsversterking.
Het kabinet neemt deze aanbeveling ter harte voor het tweede Makandra-programma. Hierbij
kan gedacht worden aan een uitgebreidere contextanalyse, voortbouwend op de resultaten,
ervaringen, uitdagingen en lessen van de eerdere projecten, alsmede adviezen van Surinaamse
experts, om de programmatische impact te vergroten. Ook een helder, gezamenlijk vastgesteld
resultatenkader, inclusief tussentijdse evaluatie en mogelijkheid tot bijsturen, kan
behulpzaam zijn bij het vergroten van de impact.
2. Selecteer beleidsterreinen die voor beide landen prioritair zijn en verbreed de
beschikbare beleidsinstrumenten
Het kabinet neemt deze aanbeveling mee voor het tweede Makandra-programma. Thema’s
die voor beide landen van belang zijn moeten leidend zijn. Ook dit bevestigt de zakelijke
en gelijkwaardige relatie. Bij een tweede Makandra-programma zal samen met Suriname
vastgesteld worden wat deze prioritaire thema’s en de beschikbare beleidsinstrumenten
zullen zijn, om focus aan te brengen, duurzame impact te bevorderen en daarmee ook
het succes te vergroten.
3. Stuur gerichter op samenhang tussen de verschillende programma’s die Nederland
ondersteunt (intern) en met relevante initiatieven van internationale organisaties
(extern) op het gebied van capaciteitsopbouw in Suriname.
Het kabinet ziet het belang van deze aanbeveling maar erkent ook dat dit in de praktijk
weerbarstig is gebleken en daarom extra aandacht vereist. Het kabinet zal bij het
tweede Makandra-programma streven om, samen met Suriname, hier nadrukkelijker regie
op te voeren. In dit kader kan bijvoorbeeld gedacht worden om met Suriname een coördinatiemechanisme
op te zetten. Ook ziet het kabinet de meerwaarde van aansluiting bij initiatieven
in de Caribische regio, niet alleen om van elkaar te leren, maar ook om het programma
ten gunste van het gehele Koninkrijk in te zetten.
Slotopmerkingen
Kortom, het kabinet verwelkomt deze positieve evaluatie, en beschouwt deze als een
bevestiging van het huidige beleid. Daarnaast biedt de evaluatie concrete handvatten
om de brede samenwerking duurzaam voort te zetten en te verdiepen en vormt daarmee
een solide basis om een tweede Makandra-programma op te zetten voor de periode 2026–2030.
Dit dient het belang van beide landen en komt de bilaterale relatie ten goede.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
D.M. van Weel
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken