Brief regering : Voortgangsrapportage NPLV 2024 tot en met de zomer 2025
30 995 Aanpak Wijken
Nr. 107
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING EN RUIMTELIJKE ORDENING
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 27 november 2025
Veel mensen in Nederland wonen in een fijne buurt. Ze voelen zich veilig, hebben toegang
tot voorzieningen en doen mee aan de samenleving – via school, werk of vrijwilligersactiviteiten.
Zij leven in een goede gezondheid en hebben perspectief op een mooie toekomst. Dit
geldt echter niet voor iedereen. Zo leven 1,2 miljoen mensen in stedelijke focusgebieden
waar de leefbaarheid en veiligheid structureel onder druk staan. Problemen stapelen
zich op. Bewoners wonen vaak in slecht onderhouden huizen. Zij leven gemiddeld zeven
jaar korter en brengen vijftien jaar langer door in minder goede gezondheid. In deze
wijken leven twee keer zoveel mensen onder de armoedegrens. De kans om slachtoffer
te worden van ernstige misdrijven zoals inbraak en straatroof is anderhalf tot twee
keer hoger, en bewoners voelen zich vaker onveilig. Kinderen groeien hier eerder op
met onderwijsachterstanden en hebben later minder perspectief op werk.
Om de negatieve spiraal te doorbreken, is het kabinet in 2022 met het Nationaal Programma
Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV) gestart. In twintig stedelijke gebieden werken we
de komende 15 tot 20 jaar aan stelselmatige verbeteringen die elkaar versterken: betere
woningen en wijken, veiligere buurten en meer bewoners mee laten doen in de samenleving.
Dit vraagt om structurele investeringen, intensieve samenwerking en additionele inzet
op het bestaande beleid om zo het toekomstperspectief van bewoners in deze gebieden
blijvend te verbeteren.
Zoals aan uw Kamer is toegezegd breng ik u met deze brief en bijgevoegde voortgangsrapportage
op de hoogte van de inzet en de voortgang van het NPLV in de periode van 2024 tot
de zomer 2025. Dit doe ik mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid, de Minister
van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
de Staatssecretaris Participatie en Integratie, de Staatssecretaris van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschap en de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport.
De belangrijkste inzet en ontwikkelingen
Het NPLV kenmerkt zich door een gebiedsgerichte, langetermijnaanpak en bestuurlijke
vernieuwing. In de twintig gebieden werken publiek-private allianties, onder leiding
van de burgemeester. Het afgelopen jaar hebben de lokale allianties veel werk verricht.
Er is gewerkt aan de gebieds- en uitvoeringsplannen, waarbij ze de thema’s in samenhang
oppakken. Deze plannen vormen de basis voor concrete interventies die direct bijdragen
aan oplossingen voor de bewoners. Ik complimenteer de programmabureaus en alle partners
in de lokale allianties met hun harde werk dat ervoor zorgt we al een aantal eerste
resultaten zien.
Vanuit het Rijk zetten we actief in op verschillende randvoorwaarden voor de lokale
uitvoering. We doen dit door het beschikbaar stellen en bundelen van middelen, gezamenlijk
te leren van de aanpak, kennisdeling te ondersteunen, en een brug te slaan tussen
het nationale beleid en de lokale praktijk. Hiervoor neemt in elk gebied ook een hooggeplaatste
ambtenaar van een ministerie deel aan de lokale alliantie.
Hoewel het tijd kost om de langetermijneffecten te zien, is er veel opgestart en zien
we voorzichtig de eerste ontwikkelingen in de cijfers. De bijgevoegde voortgangsrapportage
gaat hier uitgebreid op in. De belangrijkste inzet en ontwikkelingen op de drie hoofddoelen
– het verbeteren van woningen en wijken, meer bewoners mee laten doen in de samenleving
en het vergroten van de veiligheid – licht ik hieronder uit.
Uit de Leefbaarometer blijkt dat de leefbaarheid in de NPLV-gebieden tussen 2018 en
2024 iets is verbeterd.1 Het aandeel woningen in de gebieden met een «zwakke» of lagere leefbaarheid is afgenomen
van 60% naar 55%. Wel blijft de leefbaarheid nog steeds achter bij het landelijke
gemiddelde. Overlast en onveiligheid hebben hierop de grootste invloed, gevolgd door
de woningvoorraad. Om de onveiligheid terug te dringen, zetten we onder andere in
op een brede preventieaanpak van jeugdcriminaliteit, samenwerking met de gemeenschap
en het veiliger maken van de gebouwde omgeving. Om de woningvoorraad te verbeteren
is het van belang om zowel nieuwe woningen te bouwen als bestaande huizen te verbeteren
en maatschappelijke voorzieningen te versterken. Dit biedt daarbij ook meer mogelijkheden
voor mensen die een wooncarrière willen maken om in hun buurt te kunnen blijven wonen.
De NPLV-gebieden zetten in op het bouwen van betaalbare huur- en koopwoningen. Er
is al gestart met de bouw van circa 2.500 woningen van de bijna 33.000 woningen waarvoor
een bijdrage is toegekend uit de Woningbouwimpuls en Startbouwimpuls.
Afgelopen zomer heb ik met de NPLV-gebieden bestuurlijke afspraken gemaakt om de voortgang
verder te bespoedigen. Tussen 2025 en 2029 worden in de NPLV-gebieden 50.000 woningen
en een verbetering van de openbare ruimte en collectief maatschappelijke voorzieningen
gerealiseerd. We pakken de fysieke problemen aan en combineren dat met sociale verbetering
van de gebieden.
In totaal gaat het om een investering van maximaal € 600 miljoen, zoals afgesproken
bij de Woontop. Gemeenten krijgen een vaste bijdrage van € 7.000 per woning uit de
Realisatiestimulans (2025–2029) voor iedere gestarte, betaalbare woning, zo ook in
de NPLV-gebieden.2 Aanvullend zijn binnen de Realisatiestimulans opslagen voorzien, specifiek voor NPLV-gebieden.
Zo is € 180 miljoen bestemd voor de openbare ruimte en collectief maatschappelijke
voorzieningen. Ook helpen we de gebieden met capaciteitsondersteuning om de projecten
te realiseren. Hiervoor is € 50 miljoen gereserveerd binnen de Realisatiestimulans.
De allianties zijn nu aan de slag om de afspraken uit te voeren. Ook werken zij aan
het verbeteren van bestaande woningen van particulieren, bijvoorbeeld door het aanpakken
van achterstallig onderhoud. In 2024 ontvingen de NPLV-gebieden samen € 129,1 miljoen
van het Volkshuisvestingsfonds waarmee nu ruim 7.500 woningen worden verbeterd. Daarnaast
is er ook meer te winnen met een adequate inzet van het bestaande juridisch instrumentarium
op het gebied van wonen en leefbaarheid. Daarom start later dit jaar een team dat
de gebieden daarmee helpt.
In vergelijking met voorgaande jaren doen meer bewoners in de NPLV-gebieden mee in
de samenleving. Het aandeel werkenden is in de afgelopen jaren gestegen van 60% naar
64%. Wel blijft het gemiddelde ongeveer 7% lager dan landelijk. De NPLV-gebieden zetten
verschillende interventies in om mensen naar werk te begeleiden en obstakels voor
maatschappelijke deelname te verkleinen. Begeleiding varieert van hulp bij taal en
schulden tot activerende kinderopvang. Ook zijn initiatieven gestart voor loopbaanoriëntatie-
en begeleiding voor jongeren, met in verschillende gebieden als sluitstuk een baangarantie
in een kansrijke sector. Daarnaast zijn in het inkomen verschuivingen zichtbaar. De
verhouding lage-, midden- en hoge inkomens verandert in de NPLV-gebieden: bewoners
verdienen in toenemende mate meer. Ook is de armoede in de NPLV-gebieden gedaald:
ongeveer 18% van de huishoudens leefde in armoede in 2018, tegenover 8% in 2023. Deze
daling is in lijn met de landelijke trend. Deze daling is in lijn met de landelijk
trend. Via financiële educatie en de inzet van informele netwerken en sleutelpersonen
zetten de NPLV-gebieden verder in op het voorkomen van armoede en schulden.
Het risico op onderwijsachterstanden in zowel het basis- als het voortgezet onderwijs
neemt iets af in de NPLV-gebieden, maar blijft hoger dan gemiddeld in Nederland. Met
onder andere het programma Ontwikkeling van het Jonge kind is de ambitie om onderwijsachterstanden
vanaf jonge leeftijd tegen te gaan met interventies en activiteiten die de voor- en
vroegschoolse periode van kinderen versterken. Bijvoorbeeld door meer kinderen deel
te laten nemen aan voorschoolse educatie. Het afgelopen jaar nam 76% van de kinderen
met een indicatie in de gebieden deel aan voorschoolse educatie. Ook nemen veel scholen
in de NPLV-gebieden deel aan School & Omgeving, een zeer waardevol programma voor
kinderen en jongeren in deze gebieden dat inzet op de brede ontwikkeling van kinderen.
Er zijn activiteiten gerealiseerd voor 53.000 kinderen in de gebieden. Naast dat leerlingen
hun talenten ontwikkelen, heeft het ook effect op het verkleinen van de onderwijsachterstanden3, houden de activiteiten de kinderen en jongeren van de straat en geeft het hun positieve
rolmodellen. Daarnaast stimuleert het ouderbetrokkenheid en het verbinden van bijvoorbeeld
verenigingen aan de school, zodat de sociale cohesie in de wijk wordt versterkt. Ook
zien we dat het welzijn van leerlingen wordt vergroot, waardoor ze het uiteindelijk
beter gaan doen in de klas.4
De ervaren gezondheid van bewoners in de NPLV gebieden is sterker achteruitgegaan
dan gemiddeld in Nederland. Het aandeel mensen dat de eigen gezondheid als (zeer)
goed ervaart ligt in de NPLV-gebieden structureel 5 tot 10 procentpunten lager dan
gemiddeld in Nederland. Om deze achterstanden te verkleinen, zijn er extra middelen
ingezet via de Regeling Kansrijke Wijk 2023–2025 om de NPLV-gebieden te ondersteunen
bij realiseren van een gezonde (en beweegvriendelijke) leefomgeving. Vanuit het Aanvullend
Zorg- en Welzijnsakkoord wordt extra ingezet op het aanpakken van multi-problematiek
in NPLV-gebieden. Hiervoor is voor de periode 2027–2029 ongeveer 60 miljoen euro extra
beschikbaar gesteld door VWS. Deze aanpak wordt het komende jaar verder uitgewerkt.
De wisselwerking met het belang van betaald werk en breder het sociaal domein is belangrijk
om dit integraal aan te kunnen pakken.
De ervaren overlast en onveiligheid in de NPLV-gebieden blijft hoger dan in de rest
van Nederland. Het aantal jongeren met een verdenking is in de NPLV-gebieden dubbel
zo hoog als gemiddeld in Nederland. Afgelopen vier jaar hebben de twintig gebieden
gewerkt aan de preventieve aanpak van jeugdcriminaliteit, met het Programma Preventie
met Gezag van het Ministerie van Justitie en Veiligheid5. Het aantal geregistreerde verdachte jongeren van 12 tot en met 22 jaar is de afgelopen
jaren licht gedaald. Om deze aanpak te continueren hebben de NPLV-gebieden in 2025
een tweede tranche van Preventie met Gezag kunnen aanvragen.
Voortzetting van de daadkrachtige aanpak
De eerste ontwikkelingen stemmen voorzichtig positief. Echter, één zwaluw maakt nog
geen zomer; de problemen in de gebieden vragen om langjarige inzet en stabiele investeringen
om zo de negatieve spiraal te doorbreken en het toekomstperspectief van de bewoners
in de twintig NPLV-gebieden blijvend te verbeteren.
Voor de periode 2026–2028 is € 400 miljoen beschikbaar gesteld via de Regeling Kansrijke
Wijk (tweede tranche). Deze regeling bundelt middelen van de Ministeries van OCW,
SZW en VRO om de inzet in de NPLV-gebieden te versterken op de thema’s school en omgeving,
ontwikkeling van het jonge kind, re-integratie en preventie geldzorgen, maatschappelijke
samenhang (voorheen veerkracht en weerbaarheid) en financiële educatie. Er is ook
geld beschikbaar gesteld om het uitvoeringsprogramma te organiseren. Hiermee geef
ik invulling aan motie Dijk c.s.6 om tot tenminste 2028 NPLV-gebieden in staat te stellen om hun inzet te continueren.
Met oog op het vereenvoudigen van de uitvoering en voor een effectieve gebiedsgerichte
aanpak is het essentieel dat deze middelen gebundeld gecontinueerd worden.
Ook in het fysieke domein blijft de opgave groot. De gebieden zijn goed op weg met
het bouwen en renoveren van woningen en openbare voorzieningen. De financiële regelingen
vanuit het Rijk maken grootschalige en meerjarige investeringen mogelijk. Tegelijkertijd
lopen de huidige financiële regelingen, zoals de Realisatiestimulans, af in 2030.
Langjarige financiële stabiliteit en zekerheid zijn cruciaal om effectief het hoofd
te bieden aan de gestelde opgaven. Met name het opknappen van kwetsbare particuliere
woningen blijft een heikel punt. De eigenaren van deze huizen beschikken veelal zelf
niet over reserves voor onderhoud. Mede hierom is eerder geld beschikbaar gesteld
via de afspraken van de Woontop en het Volkshuisvestingsfonds om een aanzienlijk deel
aan te pakken. Met deze middelen kunnen 28.800 kwetsbare particuliere woningen verbeterd
worden. Maar daarmee blijft een deel van de opgave nog over.
Om verschil te maken, moeten we knellende wet- en regelgeving doorbreken en samen
nieuwe werkwijze ontwikkelen. Binnen het NPLV werkt het rijk praktijkgericht samen
met de gebieden om, binnen de kaders, te experimenteren met vernieuwende aanpakken
en waar nodig regels bij te stellen. We doen dit bijvoorbeeld nu bij de ontwikkeling
van de aanpak om gezinnen in een kwetsbare positie te ondersteunen. Deze wordt mede
in een aantal gebieden vormgegeven.
Sterke netwerken zijn daarbij cruciaal. Niet alleen tussen professionals in de gebieden
maar ook tussen de lokale partijen en het rijk. Zo ondersteunt Rotterdam-Zuid, samen
met de Ministeries van OCW en SZW, driekwart van de NPLV-gebieden bij het (door)ontwikkelen
van initiatieven voor loopbaanoriëntatie en baangarantie. Gezien de brede steun voor
dit initiatief, verken ik of we hierover landelijk afspraken kunnen maken met brancheorganisaties.
Deze samenwerking laat ook zien dat we de gezamenlijke doelen sneller kunnen realiseren
door kennis te delen. Dit doen we niet alleen met de twintig NPLV-gebieden, maar ook
daarbuiten. Bijvoorbeeld bij de aanpak van leefbaarheidsproblemen. Gemeenten kunnen
hierbij gebruik maken van de producten en diensten die vanuit het NPLV zijn ontwikkeld
en via het kennis- en leernetwerk beschikbaar komen.
Tot slot
Uw Kamer is net geïnstalleerd en er zijn veel nieuwe Kamerleden begonnen. Ik hoop
dat u deze voortgangsrapportage kunt gebruiken als introductie in het Nationaal Programma
Leefbaarheid en Veiligheid, een belangrijk meerjarig programma voor negentien gemeenten,
en vooral ook voor de bewoners in de NPLV-gebieden. Als ik u daarbij een suggestie
mag meegeven: een bezoek aan de programmabureaus in de NPLV-gebieden laat het best
zien waar zij aan werken en wat zij, samen met alle partners en bewoners, betekenen
voor de buurten en wijken.
De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,
M.C.G. Keijzer
Indieners
-
Indiener
M.C.G. Keijzer, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening