Brief regering : Reactie op de motie van het lid Bushoff over de financiering van Ge-Bu ook na 2026 continueren (Kamerstuk 29477-957)
29 477 Geneesmiddelenbeleid
Nr. 958
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 27 november 2025
Tijdens het tweeminutendebat Hulp- en geneesmiddelenbeleid van 26 november 2025 heeft
lid Bushoff een motie ingediend die de regering vraagt om bij de Voorjaarsbesluitvorming
te bezien of de financiering voor het Geneesmiddelenbulletin (hierna: Ge-Bu) ook na
2026 gecontinueerd kan worden en hiertoe opties voor te leggen aan de Kamer (Kamerstuk
29 477, nr. 957).
Ik heb deze motie ontraden waarbij ik tijdens het debat een korte toelichting heb
gegeven. Maar aangezien dit niet de eerste keer is dat uw Kamer vraagt de financiering
van het Ge-Bu voort te zetten1, wil ik u nogmaals toelichten hoe mijn voorgangers zijn gekomen tot het besluit om
de financiering van Ge-Bu stop te zetten en waarom ik daar hetzelfde tegenaan kijk.
Om aan het eind van dat proces te beginnen: tegen het besluit van 14 juni 2024 om
de instellingssubsidie van Ge-Bu stop te zetten per 1 januari 2026 heeft Ge-Bu binnen
de daarvoor geldende termijn bezwaar gemaakt. Op 13 februari 2025 heeft Ge-Bu het
bezwaar toegelicht voor de Commissie bezwaarschriften van VWS.
Deze commissie heeft op 6 maart 2025 geoordeeld dat de herijkte visie op het geneesmiddelenlandschap
(die met uw Kamer is gedeeld bij brief van 13 december 20232) het beleid van VWS helder weergeeft. En dat voldoende is gemotiveerd dat de activiteiten
van Ge-Bu daar niet binnen passen. De Commissie heeft de bezwaren van Ge-Bu daarmee
ondubbelzinnig verworpen. Het Ge-Bu heeft geen beroep aangetekend tegen de instandhouding
van het besluit, waardoor dit besluit onherroepelijk is geworden. Voor mij staat hiermee
vast dat het besluit tot stopzetting van de instellingssubsidie van het Ge-Bu op zorgvuldige
wijze tot stand is gekomen en inhoudelijk stand houdt. Het feit dat geen enkele beroepsgroep
van artsen of apothekers mij of mijn voorgangers heeft verzocht dit te heroverwegen,
onderschrijft dit.
Hoewel Ge-Bu niet tegen de instandhouding van het besluit in beroep is gegaan – en
daarmee de juridische route zelf heeft afgesloten – is duidelijk dat het zich er niet
bij neer heeft gelegd. Op 13 mei 2025 heeft zij een petitie aan uw Kamer aangeboden,
waarop mijn voorganger op uw verzoek een reactie heeft gestuurd.3
Wellicht ten overvloede zet ik hieronder de redenen uiteen die tot het besluit hebben
geleid om de instellingssubsidie aan Ge-Bu stop te zetten.
Ge-Bu heeft gedurende geruime tijd geneesmiddeleninformatie ten behoeve van zorgverleners
verstrekt, gesubsidieerd door VWS. De informatie die zij leverde zag met name op de
plaatsbepaling van geneesmiddelen, dus welke plek het desbetreffende geneesmiddel
binnen de behandeling met geneesmiddelen inneemt. In de visie op het geneesmiddeleninformatielandschap4 heeft mijn ambtsvoorganger u geïnformeerd over de herijking van het beleid over geneesmiddelinformatie.
Daarin is aangegeven prioriteit te geven aan geneesmiddeleninformatie die echt noodzakelijk
is om verantwoord te kunnen voorschrijven in de praktijk, en die zonder overheidsfinanciering
niet beschikbaar is. Dat gaat dan bijvoorbeeld over informatie over de behandelingen
van kwetsbare doelgroepen. Zo worden geneesmiddelen doorgaans niet getest onder kinderen,
ouderen en zwangere vrouwen, waardoor cruciale doseerinformatie voor deze groepen
niet beschikbaar is zonder stimulering door de overheid. Daar ligt voor VWS dus een
uitdrukkelijke rol.
In het verlengde van deze visie ligt de prioriteit van VWS minder op het faciliteren
van informatie over de plaatsbepaling van geneesmiddelen. Dat heeft geleid tot de
heroverweging van de instellingssubsidie van het Ge-Bu. Een belangrijke overweging
daarbij is dat de beroepsgroepen zelf, ook via richtlijncommissies, de afgelopen tien
jaar steeds meer aandacht besteden aan de plaatsbepaling van geneesmiddelen. De geneesmiddeleninformatie
vanuit deze gremia is beter geborgd omdat zij ingebed zijn in de praktijk en daardoor
beter en passender dan Ge-Bu hun doelgroep, praktiserende artsen en zorgverleners,
weten te bereiken. Ook het Farmacotherapeutisch Kompas is een belangrijke bron om
praktiserende zorgverleners met goede en afgewogen geneesmiddeleninformatie te ondersteunen.
Dat leidde tot de conclusie dat de relevantie van het Ge-Bu daarmee niet meer in verhouding
was en is tot de jaarlijkse instellingssubsidie die zij ontvingen (in 2024 ging dit
bijvoorbeeld om een bedrag van € 785.112,00) en tot het besluit om de instellingssubsidie
van Ge-Bu stop te zetten per 1 januari 2026.
Ik begrijp goed dat het lastig kan zijn om afscheid te nemen van een medium waaraan
lange tijd met veel overtuiging is gewerkt. Dat de functie die het Ge-Bu eens had,
namelijk het bieden van informatie over plaatsbepaling, nu steeds meer wordt overgenomen
door de beroepsgroep zelf, zie ik dan ook als een bevestiging van de waarde van die
informatie.
Dit neemt echter niet weg dat ik het belangrijk vind dat wij overheidsgelden uitgeven
daar waar zij echt nodig zijn, en daarom blijf ik bij het besluit om de subsidieverlening
te beëindigen.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
J.A. Bruijn
Indieners
-
Indiener
J.A. Bruijn, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport