Brief regering : Eindrapportage Houdbaarheidsonderzoek Wmo 2015
29 538 Zorg en maatschappelijke ondersteuning
Nr. 372
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 26 november 2025
Uw Kamer is de afgelopen jaren op verschillende momenten geïnformeerd over het Houdbaarheidsonderzoek
Wmo 2015.1 Met dit onderzoekstraject, onder begeleiding en voorzitterschap van een onafhankelijke
voorzitter, hebben Rijk en gemeenten een gezamenlijk beeld proberen neer te zetten
van hoe de Wmo 2015 zich heeft ontwikkeld en wat nodig is voor een toekomstbestendige
Wmo.
In het kader van dit onderzoekstraject zijn deelonderzoeken en deelproducten telkens
met uw Kamer gedeeld.2 Een laatste deelproduct, te weten «Aanknopingspunten versterking uitvoering Wmo – Bevindingen Wmo dialogen» is als bijlage bij deze brief gevoegd. Bij de aanbieding van eerdere deelproducten
is telkens aangegeven dat op basis van een enkel deelproduct geen vroegtijdige conclusies
kunnen worden getrokken. Op basis van een samenhangende analyse van alle deelproducten
is dat wel mogelijk: In de eindrapportage van het Houdbaarheidsonderzoek Wmo 2015:
«Tijd voor stevige keuzes: De houdbaarheid van de Wmo 2015 in een geïndividualiseerde
en vergrijzende samenleving» is een totale analyse gemaakt van de bevindingen uit de deelonderzoeken en worden
aanbevelingen gedaan ten behoeve van de houdbaarheid van de Wmo 2015. Met deze brief
bied ik uw Kamer het eindrapport aan, tezamen met een visual, een beeldende samenvatting
van de eindrapportage.
In de eindrapportage wordt geconstateerd dat de Wmo 2015 en de houdbaarheid van de
Wmo 2015 buitengewoon sterk beïnvloed worden en onder druk worden gezet door ontwikkelingen
buiten de invloeds- en werkingssfeer van de maatschappelijke ondersteuning zelf waar
gemeenten slechts gedeeltelijk grip op hebben. Ook wordt geconstateerd dat een duidelijke
richting (voor de toekomst) gemist wordt: waar is de Wmo 2015 van en voor wie is de
wet bedoeld?
Wat zou de reikwijdte van de Wmo 2015 moeten zijn? Op onderdelen meer afgebakend?
Of wordt de wet juist ook een nadrukkelijke stelselondersteunende rol toebedacht,
met een breed vangnet waar andere zorgwetten en andere domeinen dan de zorg soms tekortschieten?
De onafhankelijk voorzitter van het Houdbaarheidsonderzoek constateert dat bovenstaande
vragen voorzien zouden moeten worden van een duidelijk antwoord en daaropvolgend inhoudelijke
keuzes gemaakt moeten worden. Als deze keuzes niet worden gemaakt komt de beschikbaarheid
en toegankelijkheid van maatschappelijke ondersteuning steeds meer onder druk te staan
en kunnen gemeenten in de nabije toekomst onvoldoende zorg dragen voor de ondersteuning
van (de meest) kwetsbare mensen in de samenleving. Het is vanzelfsprekend aan de lokale
(gemeentelijke) en landelijke politiek en in deze fase des te meer, aan uw Kamer,
de formerende partijen, als ook de gemeentebesturen, gegeven de gemeenteraadsverkiezingen
in maart 2026, om de keuzes te maken. Het past mij als demissionair Staatssecretaris
daarom niet om deze eindrapportage te voorzien van een uitgebreide beleidsmatige duiding,
maar de boodschap mag niet aan duidelijkheid ontbreken: als we een bijdrage willen
leveren aan de houdbaarheid van maatschappelijke ondersteuning en deze voor de toekomst
beschikbaar en toegankelijk willen houden, dan moet er wel iets gebeuren. De aanbevelingen
uit het rapport laten zich kort als volgt samenvatten:
Bepaal de plek van de Wmo 2015 binnen en buiten het sociale en zorgstelsel:
• Organiseer meer samenhang in het sociaal- en zorgdomein en voorkom fragmentatie in
de lokale en regionale toegang; maak tegelijk een heldere afbakening tussen zorgwetten
en wetten in het sociaal domein, die voor mensen transparant maakt waar, hoe en welke
ondersteuning zij kunnen krijgen.
• Geef rekenschap aan de langjarige ondersteuningsbehoefte van mensen met een levenslange
en levensbrede beperking.
Zelf- en samenredzaamheid wordt in belangrijke mate bepaald buiten de zorg:
• Zorg voor een afdoende aanbod aan geschikte huisvesting voor ouderen, mensen met een
beperking en dakloze mensen die ook een prettige fysieke en sociale context biedt.
• Bewaak de bestaanszekerheid van alle inwoners en prioriteer de ondersteuning op verschillende
leefdomeinen waar de impact op bestaanszekerheid het grootst is. Dit kan voor verschillende
doelgroepen anders zijn.
Verminder voor gemeenten de druk op maatwerkvoorzieningen en versterk tegelijkertijd
de sociale basis en collectieve ondersteuning:
• Geef ruimte aan gemeenten om prioriteit te geven aan de mensen die de ondersteuning
het hardste nodig hebben, maar richt de ondersteuning ook in op een maximale (herwonnen)
zelfredzaamheid en communiceer dat mensen zichzelf kunnen en moeten voorbereiden op
de beperkingen van «de oude dag».
• Stimuleer maximaal het aanbod van mantelzorg, verleid actieve AOW-ers tot het verlenen
van (informele) zorg, en ondersteun in de uitvoering een gezonde en fijne werkplek
voor zorgverleners.
• Financiële redzaamheid is ook onderdeel van zelfredzaamheid. Inkomens- en vermogensafhankelijke
eigen bijdragen passen daarbij. Minimaliseer de diversiteit van de hoogte en vormgeving
van eigen bijdragen in de verschillende zorgdomeinen (laat deze logisch op elkaar
aansluiten).
• Zorg voor een duidelijke beleidsagenda en voldoende middelen voor een gezonde sociale
basis (met ook aandacht voor effectiviteit). Leer als professionals en overheid actief
en meer van de burger en van elkaar wat werkt in de praktijk.
• Probeer waar mogelijk de ondersteuning collectief aan te bieden in plaats van individueel.
Zet hierbij in op een verdere professionalisering van het sociaal werk, dat een ankerpunt
vormt in het collectiviseren en wijkgericht- en opbouwwerk.
In het eindrapport van het Houdbaarheidsonderzoek Wmo 2015 wordt geconstateerd dat
een aantal randvoorwaarden niet op orde is. Om de Wmo 2015 beter te laten functioneren,
de interbestuurlijke verhoudingen te verstevigen en in gezamenlijkheid te kunnen sturen
op de houdbaarheid is een aantal aanpassingen noodzakelijk. Daarvoor is in ieder geval
het volgende nodig:
• Organiseer voor enkele onderdelen van de individuele ondersteuning – in gezamenlijkheid
– landelijke kaders en standaarden. Dit vermindert de kans op disfunctionele of onbegrepen
diversiteit die het maatschappelijk draagvlak ondergraaft; maak daarmee de uitvoering
op onderdelen eenduidiger.
• Versterk de datakwaliteit in de volle breedte van de ondersteuning. Zorg hier voor
een expliciete wettelijke verankering. Gemeenten en Rijk moeten in een nieuwe, verstevigde,
verhouding met elkaar gaan samenwerken op basis van betrouwbare data, naast elkaar
in plaats van tegenover elkaar. Rijk en gemeenten moeten ook hun verantwoordelijkheidsverdeling
op onderdelen herijken.
• Besteed in het hele zorgstelsel meer aandacht aan het functioneren van de markt van
het zorgaanbod en de rol die zorgaanbieders spelen.
Het Houdbaarheidsonderzoek Wmo 2015 levert belangrijke informatie op, die mijns inziens,
ook gewogen zou moeten worden in de gesprekken van de formerende partijen. Daarbij
is het belangrijk aan te geven dat de eindrapportage géén wensenlijstje van het Rijk
of gemeenten bevat. Het gaat juist om de samenhang van politieke keuzes en maatregelen,
het verbeteren van de balans in taken, verantwoordelijkheden, sturingsmogelijkheden
en middelen en daarmee tevens de samenhang met een passend bestuurlijk en financieel
arrangement. Ik hoop dat uw Kamer en de formerende partijen hun voordeel doen met
de bevindingen uit dit Houdbaarheidsonderzoek Wmo 2015.
Mocht uw Kamer behoefte hebben aan een meer uitgebreide en technische toelichting
op deze rapportage, dan zijn de onafhankelijk voorzitter en het ambtelijke secretariaat
van harte bereid hierin te voorzien bij een technische briefing.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
N.J.F. Pouw-Verweij
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
N.J.F. Pouw-Verweij, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport