Brief regering : Reactie op het verzoek van het lid Sneller, gedaan tijdens de Regeling van Werkzaamheden van 25 november 2025, over de nieuwe regels en de maatregelen naar aanleiding van de gewijzigde Penitentiaire Beginselenwet alsmede de stand van zaken met betrekking tot de staking van strafrechtadvocaten die op de EBI en AIT werkzaam zijn
24 587 Justitiële Inrichtingen
Nr. 1073
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 26 november 2025
Op 25 november jl. heeft het lid Sneller (D66) verzocht om een brief waarin duidelijkheid
wordt gegeven over de nieuwe regels en maatregelen die volgen uit de wijziging van
de penitentiaire beginselenwet (Pbw). Ook wordt gevraagd om de stand van zaken met
betrekking tot de staking van de strafrechtadvocaten die gedetineerden bijstaan die
verblijven in de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) en de Afdelingen Intensief Toezicht
(AIT).
Het wetsvoorstel tot wijziging van de Pbw heeft een zorgvuldig parlementair proces
doorlopen en is met grote meerderheid van stemmen aangenomen in beide Kamers.1 Hierop is de gewijzigde Pbw op 1 november 2025 in werking getreden met daarin aanvullende
maatregelen voor het tegengaan van georganiseerde criminaliteit tijdens detentie.
Deze maatregelen zien op minimaal contact en maximaal toezicht. Gelet op de macht
en middelen waarover deze hoogrisicogedetineerden op de EBI en AIT beschikken, dient
er op voorhand vanuit te worden gegaan dat zij iedere mogelijkheid tot contact en
communicatie met de buitenwereld zullen gebruiken om hun criminele praktijken voort
te zetten. Het is daarom noodzakelijk om het contact met de buitenwereld zo veel als
mogelijk te beperken, met uitzondering van het geprivilegieerd contact met de rechtsbijstandverlener.
Het beperken van de contactmogelijkheden van relationele aard, brengt in algemene
zin een risico met zich mee dat contacten met een rechtsbijstandverlener zullen worden
misbruikt ten behoeve van de voorzetting van crimineel handelen. De maatregelen zijn
noodzakelijk om een situatie waarin dwang en druk op rechtsbijstandverleners kan worden
uitgeoefend om als boodschapper voor de gedetineerde te fungeren, zoveel als mogelijk
te voorkomen. De maatregelen zijn dan ook ingegeven door een veiligheidsbelang en
dienen ook ter bescherming van de rechtsbijstandverlener. Eén van de maatregelen ziet
op visueel toezicht op de gesprekken tussen de gedetineerde en hun rechtsbijstandverlener.
Gedurende het parlementaire proces is geoordeeld dat het uitoefenen van visueel toezicht
op gesprekken met een rechtsbijstandverlener, niet in strijd is met hoger recht. Uitvoering
van het visueel toezicht vindt plaats binnen de kaders van de wet. In de Penitentiaire
maatregel, die naar aanleiding van de wijziging van de Pbw is gewijzigd en gelijktijdig
in werking is getreden, zijn aanvullende regels opgenomen omtrent de uitvoering van
het visueel toezicht.2 Hierin is onder andere opgenomen dat de camerabeelden na het gesprek onmiddellijk
zullen worden verwijderd, tenzij er sprake is van ingrijpen in en het beëindigen van
het gesprek. In een dergelijke situatie zullen de camerabeelden worden bewaard voor
de duur van het instellen van eventuele rechtsmiddelen door de gedetineerden. Het
cameratoezicht is niet gericht op het volledige gelaat van de gedetineerde en zijn
rechtsbijstandverlener en niet op het dossier. Ook is het niet mogelijk om middels
het cameratoezicht te kunnen liplezen.
De Dienst Justitiele Inrichtingen (DJI) heeft alles op alles gezet om op tijd klaar
te zijn voor de daadwerkelijk inwerkingtreding en voorafgaand de betrokken ketenpartners
tijdig te informeren over de wijze van implementatie van de maatregelen. Echter, onder
andere door het leveren van verkeerde apparatuur, was de apparatuur voor het visueel
toezicht pas eind oktober beschikbaar.
Sinds augustus 2025 worden er door DJI gesprekken gevoerd met de Nederlandse Orde
van Advocaten (NOvA), als vertegenwoordiger van de beroepsgroep, over de uitvoering
van het visuele toezicht. Tijdens deze gesprekken heeft de NOvA zorgen geuit over
uitvoering van de maatregel. DJI heeft geprobeerd tijdens deze gesprekken tegemoet
te komen aan deze zorgen door toe te lichten op welke wijze waarborgen worden getroffen
om de vertrouwelijkheid in het contact tussen de gedetineerde en zijn rechtsbijstandverlener
te verzekeren. Ook heeft DJI getracht inzichtelijk te maken, onder andere door beschrijvingen
en beeldmateriaal, op welke wijze er uitvoering zou worden gegeven aan het visueel
toezicht. Vanwege de late levering kon pas eind oktober aan de NOvA het feitelijke
beeldmateriaal van de spreekruimtes in de inrichtingen worden getoond. Ook is de NOvA
de gelegenheid geboden om op locatie de werking van het visueel toezicht te komen
bekijken. Op 18 november jl. is in een brief door een aantal individuele strafrechtadvocaten
aangegeven dat, ondanks de gesprekken tussen DJI en de NOvA, omtrent de uitvoering
van deze maatregel onduidelijkheid blijft bestaan en hebben ook zijn hun zorgen geuit.3
Op 24 november jl. heeft wederom een gesprek plaatsgevonden tussen DJI en de NOvA.
Hierin is besproken dat de vragen die leven ten aanzien van de uitvoering van het
visuele toezicht zo spoedig mogelijk door DJI zullen worden beantwoord richting de
NOvA. Daarnaast is besproken dat zodra DJI en de NOvA tot een werkbare uitvoering
van het visueel toezicht zijn gekomen, DJI een (onafhankelijke) partij zal verzoeken
een audit uit te voeren op het visueel toezicht. Ook zal het visueel toezicht onderdeel
zijn van de invoeringstoets die twee jaar na inwerkingtreding van de Pbw plaats zal
vinden. Hierin zal worden bezien wat de werking van de maatregel in de praktijk is
en of er onbedoelde effecten zijn.
Naast het gesprek tussen DJI en de NOvA heb ook ik persoonlijk op 24 november jl.
gesproken met een afvaardiging van de strafrechtadvocaten die de brief op 18 november
jl. hebben gestuurd, in het bijzijn van de NOvA. Ik heb in dit gesprek aangegeven
de zorgen vanuit de beroepsgroep zeer serieus te nemen en benadrukt het van belang
te vinden dat zij erop kunnen vertrouwen dat het visueel toezicht binnen de kaders
van de wet uitgevoerd wordt. De wijze waarop DJI aan de maatregelen uitvoering geeft
moet waarborgen bieden voor het nakomen van deze wettelijke voorwaarden.
De geuite zorgen hebben mijn volle aandacht en ik vertrouw erop dat de gesprekken
met de NOvA voortvarend zullen worden voortgezet. Ik verwacht uw Kamer dan ook zo
snel mogelijk doch uiterlijk begin volgend jaar te informeren over de voortgang van
de gesprekken tussen DJI en de NOvA.
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
A.C.L. Rutte
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
A.C.L. Rutte, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid