Brief regering : Ontwikkelingen en humanitaire situatie in El Fasher na de inname door de RSF (Rapid Support Forces) en de Nederlandse reactie hierop
29 237 Afrika-beleid
36 180
Doen waar Nederland goed in is – Strategie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
32 735
Mensenrechten in het buitenlands beleid
Nr. 236
BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 24 november 2025
Hierbij bieden wij u de Kamerbrief betreft de ontwikkelingen en humanitaire situatie
in El Fasher na de inname door de RSF (Rapid Support Forces) en de Nederlandse reactie
hierop, zoals toegezegd in het antwoord op de door het lid Teunissen (PvdD) schriftelijk
gestelde vraag over de laatste stand van zaken aangaande de Nederlandse inzet op de
humanitaire crisis in Soedan.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
D.M. van Weel
De Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken,
A. de Vries
Inname El Fasher
Op 27 oktober jl. viel de stad El Fasher in het westen van Soedan in de provincie
Noord Darfoer in de handen van de Rapid Support Forces (RSF) nadat de stad gedurende
meer dan 500 dagen was belegerd. Dit was het laatste bastion van de Soedanese Armed
Forces (SAF) in Darfoer die sinds april 2023 in oorlog zijn met de RSF. De inname
van de stad is van grote militaire en symbolische betekenis. Ten tijde van de inname
door de RSF zaten honderdduizenden burgers nog altijd vast in de stad.
Etnisch geweld
Bij de inname van El Fasher zijn waarschijnlijk duizenden mensen het slachtoffer geworden
van etnisch geweld. Analyse van satellietbeelden door het Yale Humanitarian Research
Lab (HRL) laat zien dat RSF mogelijk deur-tot-deur executies uitvoerde.1 Deze vermoedelijke schendingen van het humanitair oorlogsrecht en mensenrechten zijn
onderdeel van een breder patroon van etnisch geweld in Darfoer, dat sinds het uitbreken
van het conflict in 2023 weer is opgelaaid. Zo vermeldde het VN-panel van deskundigen
voor Soedan (opgericht met het wapenembargo dat in 2005 door de VN-Veiligheidsraad
werd ingevoerd) in januari 2024 dat tussen 10.000 en 15.000 mensen in El Geneina (West
Darfoer) vermoord zijn als gevolg van etnisch geweld.2
Om straffeloosheid bij mensenrechtenschendingen en schendingen van het humanitair
oorlogsrecht tegen te gaan, steunt Nederland het verzamelen van bewijsmateriaal. Voorbeelden
hiervan zijn de werkzaamheden van het Internationaal Strafhof en de onafhankelijke
VN Fact Finding Mission in Soedan. Nederland heeft zich in de Mensenrechtenraad ingezet
voor de verlenging van het mandaat van deze missie, zodat het onderzoek kan worden
voortgezet.
Daarnaast heeft Nederland op 14 november in de VN-Mensenrechtenraad het belang van
waarheidsvinding voor genoemde gruwelijkheden benadrukt en tevens opgeroepen tot een
einde aan de mensenrechtenschendingen, naleving van het VN wapenembargo, en het beschikbaar
maken van voldoende humanitaire hulp. Tijdens de bijeenkomst is een nieuwe resolutie
aangenomen die het mandaat van de VN Fact Finding Mission uitbreidt, zodat ook specifiek onderzoek kan worden gedaan naar de recente gebeurtenissen
in El Fasher.
Humanitaire situatie en ontheemding
Het conflict in Soedan heeft sinds april 2023 geleid tot de ontheemding van naar schatting
9,5 miljoen mensen. Daaronder bevinden zich ruim 4,5 miljoen Soedanese burgers die
hun toevlucht hebben gezocht in buurlanden, met name Egypte en Tsjaad, en daarnaast
Oeganda, Zuid-Soedan en Ethiopië.
Als gevolg van de gevechten in en rond El Fasher en de inname van het Zamzam-kamp
aan de rand van de stad door de Rapid Support Forces (RSF) zijn tussen april en september
dit jaar bijna 500.000 mensen gedwongen hun woonplaats te ontvluchten. Daarna is de
stad van de buitenwereld afgesloten en werd het steeds moeilijker om de stad te verlaten.
Voedsel, medicijnen en andere vormen van noodhulp konden en kunnen op moment van schrijven
nog steeds de stad niet bereiken. Volgens de Internationale Organisatie voor Migratie
(International Organization for Migration, IOM) bevonden zich op 11 november nog ongeveer
100.000 mensen in de stad.3
Een groot deel van mensen die El Fasher en omgeving dit jaar ontvlucht zijn, heeft
het meer westelijk gelegen Tawila bereikt. Daar bevinden zich inmiddels naar schatting
650.000 ontheemden, terwijl de hulpvoorzieningen er uiterst beperkt zijn. Ook in de
eveneens in Darfoer gelegen Jebel Marra-regio zoeken ontheemden onder moeilijke omstandigheden
hun toevlucht. Omdat veel mannelijke inwoners van El Fasher zijn gedood of gedetineerd,
bestaat het merendeel van de vluchtelingen uit vrouwen en kinderen, onder wie onbegeleide
minderjarigen. Van de bijna 90.000 mensen (schatting IOM) die sinds de inname van
de stad El Fasher hebben verlaten, is maar een klein deel elders aangekomen. Er zijn
aanwijzingen dat de RSF een aanzienlijk deel van deze mensen vasthoudt in dorpen vlak
buiten de stad.
Sommige ontheemden weten het RSF-gebied te verlaten en worden opgevangen op andere
locaties, onder meer in de noordelijke staat Dabah, ten noordwesten van Khartoem.
Tegelijkertijd intensiveert de strijd in Kordofan, ten oosten van Darfoer, waardoor
ook daar de humanitaire noden toenemen. Deze gevechten brengen ook een risico op nieuwe
grootschalige ontheemding met zich mee.
De voedselsituatie in Soedan is bijzonder zorgwekkend. Volgens een rapport van het
Integrated Food Security Phase Classification-systeem (IPC), het internationale systeem voor voedselzekerheid, wordt aan alle criteria
voldaan om officieel hongersnood vast te stellen in El Fasher en Kaduqli (Zuid-Kordofan).
Dit is de tweede keer in minder dan een jaar dat het IPC een hongersnood vaststelt
in Soedan; eind vorig jaar werden vijf andere gebieden, voornamelijk in Noord-Darfoer,
al officieel getroffen verklaard.
De migratiecijfers tonen de afgelopen maanden een gestage toename van het aantal Soedanese
vluchtelingen – tot dusver circa 13.500 in 2025 – die veelal via Libië Europa bereiken
en daar asiel aanvragen, met name in Griekenland en Frankrijk. De overgrote meerderheid
van de vluchtelingen blijft echter in de buurlanden van Soedan, omdat zij niet over
de middelen beschikken om verder te reizen.
Diplomatieke inzet en vredesproces
Nederland blijft zich, zowel bilateraal als binnen de Europese Unie, inzetten om deze
crisis niet alleen hoog op de internationale agenda te houden, maar ook om tot concrete
actie te komen. Als initiatiefnemer van de EU-Kerngroep voor Soedan vervult Nederland
binnen de EU een aanjagende rol, bijvoorbeeld in voorbereiding van het afkondigen
van sancties en door op te roepen tot versterkte diplomatieke EU-inzet richting in
het conflict relevante regionale actoren. Tijdens de Raad Buitenlandse Zaken in november
zijn sancties aangenomen tegen Abdelrahim Hamdan Dagalo, de tweede man binnen de RSF
en broer van Hemedti, leider van de RSF. Conform de motie-Piri c.s.. (Kamerstuk 21 501-02 Nr. 3278) en motie-Piri (Kamerstuk 21 501-02 Nr. 3279) heeft Nederland tijdens de Raad gepleit voor aanvullende sancties tegen verantwoordelijken
voor de oorlog, zowel binnen als buiten Soedan, en inclusief de strijdende partijen
op het hoogste niveau.
Daarnaast heeft Nederland conform motie-Ceder c.s. (Kamerstuk 21 501-02 Nr. 3276) tijdens de Raad gepleit voor engagement vanuit de EU met externe actoren, inclusief
in de context van EU-GCC relaties. De EU en lidstaten blijven eensgezind over de ernst
van de situatie in Soedan en zullen blijven samenwerken met het samenwerkingsverband
van de VS, Verenigde Arabische Emiraten, Saoedi-Arabië en Egypte (Quad initiatief),
de Afrikaanse Unie, en andere internationale partners om het conflict en het lijden
in Soedan te stoppen.
Nederland bespreekt de situatie ook met relevante bilaterale partners en roept op
tot nauwere samenwerking tussen verschillende vredesinitiatieven. Zo heeft de Minister
van Buitenlandse Zaken op 19 november jl. gesproken met de Minister van Buitenlandse
Zaken van de Verenigde Arabische Emiraten, Sheikh Abdullah bin Zayed Al Nahyan.
Tijdens de EU-AU top op 24 en 25 november 2025 in Luanda zal Nederland zich inzetten
voor nauwere EU-AU samenwerking ten behoeve van de bescherming van burgers in Soedan.
Ten slotte steunt Nederland in Soedan gespecialiseerde bemiddelingsorganisaties die
1) inzetten op het mitigeren van het risico op gewelddadigheden en bijdragen aan (lokale)
vredesonderhandelingen en 2) Nederland kunnen adviseren over de Nederlandse toegevoegde
waarde en kennis die het huidige vredesproces efficiënt kunnen ondersteunen. Dit is
in lijn met de versterkte inzet op conflictbemiddeling, hetgeen op 17 juli jl. is
toegezegd in de Kamerbrief «De Nederlandse rol bij conflictbemiddeling, voortbouwen
op het bestaande profiel en aanpassen aan de nieuwe uitdagingen in de huidige tijd».4
Humanitaire inzet
Nederland blijft, samen met de lidstaten van de Europese Unie en andere partners,
oproepen tot naleving van het humanitair oorlogsrecht in Soedan, waaronder ongehinderde
humanitaire toegang en de veiligheid van burgers en hulpverleners. Conform motie-van
Baarle (Kamerstuk 21 501-02 Nr. 3279) heeft Nederland tijdens de Raad Buitenlandse Zaken gepleit voor het verder verhogen
van de humanitaire hulp vanuit de EU voor Soedan. Ook heeft het kabinet het recente
geweld in en rond El Fasher veroordeeld, onder meer via de gezamenlijke verklaring
«Joint Statement Condemning Atrocities and Violations of IHL in Sudan» van 10 november jl. die door 20 staten en de Europese Commissie is getekend en nog
eens door vele andere staten is gesteund. Deze verklaring veroordeelt de wreedheden
in en rondom El Fasher, roept op tot ongehinderde humanitaire toegang en naleving
van het humanitair oorlogsrecht, en pleit voor een staakt-het-vuren of, indien dat
nog niet haalbaar is, een humanitaire pauze. Tevens spreekt de verklaring steun uit
voor het diplomatieke proces van de zogenaamde Quad (Verenigde Staten, Saoedi-Arabië,
Verenigde Arabische Emiraten en Egypte).
Over de brede humanitaire inzet is uw Kamer geïnformeerd via de Kamerbrief Humanitaire
situatie Soedan en specifiek El Fasher.5 In reactie op de inname van El Fasher heeft het Central Emergency Response Fund (CERF)
van de Verenigde Naties USD 20 miljoen beschikbaar gesteld voor humanitaire hulp aan
de getroffen bevolking en de vluchtelingen. Het Sudan Humanitarian Fund (SHF) heeft in 2025 al USD 48 miljoen toegewezen voor humanitaire hulp in Darfoer
en Kordofan. Deze middelen worden nadrukkelijk ook ingezet voor lokale organisaties
zoals de Emergency Response Rooms die in moeilijk bereikbare gebieden kunnen blijven
opereren. Ook in Tawila worden door dit type organisaties onder meer gaarkeukens opgezet.
Nederland behoort tot de belangrijkste donoren van zowel het CERF als het SHF.
Daarnaast vindt humanitaire hulp plaats in Darfoer en Kordofan via partners, waaronder
het Rode Kruis, de Dutch Relief Alliance en afzonderlijke VN-organisaties zoals UNICEF
en het Wereldvoedselprogramma (World Food Programme, WFP). Deze organisaties ontvangen
vanuit Nederland reguliere, flexibele financiering ter ondersteuning van hun werkzaamheden.
Burgerbescherming en vredesopbouw
Al voor de inname van El Fasher waren de omstandigheden voor burgers en gemeenschappen
onveilig en onvoorspelbaar. Burgers in Soedan, en in El Fasher in het bijzonder, zijn
langdurig blootgesteld aan fysiek geweld, martelingen en psychologische vernedering.
De onafhankelijke VN Fact Finding Mission in Soedan concludeert in het «A war of atrocities» rapport van 5 september jl. dat in Soedan en gedurende de belegering van El Fasher,
misdrijven tegen de menselijkheid zijn begaan door de RSF. VN deskundigen hebben 257
interviews afgenomen, 43 video’s bestudeerd en de locaties van 8 aanvallen geïdentificeerd
in de periode van oktober 2024 tot juli 2025 ter ondersteuning van de bevindingen.6
Uit berichten van verscheidene organisaties blijkt dat seksueel en gender-gerelateerd
en seksueel geweld op systematische wijze in El Fasher is ingezet door de RSF. Op
7 november jl. brachten verscheidene VN deskundigen, waaronder Reem Alsalem, Speciaal
Rapporteur inzake geweld tegen vrouwen en meisjes, en Alice Jill Edwards, de Speciaal
Rapporteur inzake marteling en inhumane behandeling, een verklaring uit hierover.7 De wijdverspreide inzet van seksueel geweld wordt bevestigd door NGO’s die actief
zijn in Soedan en waar Nederland mee samenwerkt.
Voor de val van El Fasher werden jonge mannen steeds vaker doelwit van geweld, arbitraire
detentie en/of executies op basis van onder meer etnische kenmerken, vermeende politieke
affiliatie en/of als gevolg van gedwongen rekrutering. Jonge mannen maken dan ook
een miniem deel uit van de ontheemden die na de val van El Fasher gevlucht zijn naar
Tawila of andere locaties. Ook de Speciaal Adviseur voor de Secretaris-Generaal van
de VN voor de Preventie van Genocide, Chaloka Beyani gaf op 6 november jl. aan zich
zorgen te maken over de situatie in El Fasher.8
Nederland zet zich na het uitbreken van gewapend conflict tussen RSF en SAF in april
2023 vooral in op activiteit gericht op vredesopbouw, burgerbescherming en veiligheid.
In deze aanpak staan de noden en behoeften van lokale gemeenschappen centraal. In
Soedan steunt Nederland partijen die op lokaal niveau beschermingsteams opzetten om
de veiligheid van gemeenschappen, waaronder ontheemden, te waarborgen en om vroegtijdig
te reageren op signalen van spanningen en potentieel geweld. Daarnaast steunt Nederland
organisaties die werken aan lokaal-geleide vredesopbouw initiatieven die het risico
op geweld mitigeren en inclusie bevorderen door bijvoorbeeld de stem van vrouwen in
vredesprocessen te versterken op verscheidene niveaus. Via Nederlandse bijdragen steunt
een van deze NGO’s direct lokale, Soedanese organisaties die met kleine fondsen te
werk gaan. Deze organisaties konden daardoor in het afgelopen jaar flexibeler samenwerken
met Emergency Response Rooms en Localization Coordination Councils in El Fasher, Kadugli en Dilling om daar aan de humanitaire noden te voorzien. Dit
toont het belang van flexibele financiering in Soedan en andere crisis-contexten,
waar lokale organisaties geïntegreerd werken.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
A. de Vries, staatssecretaris van Buitenlandse Zaken