Brief regering : Inzet SZW in Caribisch Nederland
36 800 IV Vaststelling van de begrotingsstaten van Koninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H) voor het jaar 2026
Nr. 25
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 21 november 2025
Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) werkt aan een sterke arbeidsmarkt,
moderne sociale voorzieningen en een betrouwbaar sociaal vangnet op Bonaire, Sint
Eustatius en Saba. De afgelopen jaren zijn belangrijke stappen gezet, onder meer met
de verhoging van het minimumloon, de verbetering van de kinderopvang en de Wijzigingswet
SZW-wetten BES 20241, die het socialezekerheidsstelsel en de verlofregelingen moderniseert. Desondanks
is er nog veel werk te verzetten. Dat betekent aandacht voor alle aspecten van bestaanszekerheid:
het armoedevraagstuk, een solide stelsel van sociale zekerheid en het functioneren
van de arbeidsmarkt, waarbij veilig, gezond en eerlijk werk voorop staat. Mijn ideaal
is dat iedereen die werkt een toereikend inkomen verdient om volwaardig te kunnen
participeren in de samenleving. In deze brief richt ik me op de prioritaire onderwerpen
waar de komende periode de aandacht van mijn ministerie naar uitgaat. Een afschrift
van deze brief stuur ik aan de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.
Verbeteren van het wettelijk stelsel
Het wettelijk stelsel in Caribisch Nederland, gericht op het verzekeren van adequate
bescherming in tal van situaties, loopt zichtbaar achter op wat we in Europees Nederland
vanzelfsprekend achten. Het wegwerken van achterstand kan niet in één keer en is in
ontwikkeling. Het inlopen van deze achterstand vereist het maken van keuzes en een
prioritering.
Arbeidsmarkt
Ik constateer dat voor het goed functioneren van de arbeidsmarkt een aantal randvoorwaarden
nog niet goed is ingevuld. Om gezond, veilig en eerlijk werk te bevorderen, werkt
SZW aan modernisering van de wet- en regelgeving, waaronder de Arbeidsomstandighedenwet.
Ook wil ik de rol van de arbeidsinspectie in Caribisch Nederland versterken door de
introductie van bestuurlijke handhavingsinstrumenten. Uit het onlangs aan uw Kamer
aangeboden rapport «Arbeidsrecht Caribisch Nederland» blijkt dat verschillen ten opzichte
van Europees Nederland, gelet op de specifieke lokale context van Caribisch Nederland,
in veel gevallen als acceptabel worden ervaren.2
De arbeidsmarkt van Caribisch Nederland is vanwege haar beperkte omvang deels aangewezen
op werknemers uit het buitenland. Het Ministerie van SZW is verantwoordelijk voor
de afgifte van tewerkstellingsvergunningen, terwijl het Ministerie van Asiel en Migratie
(A&M) de verblijfsvergunningen verleent. Om een duurzame economische ontwikkeling
te stimuleren, is een efficiënter en effectiever toelatingsbeleid noodzakelijk. Ik
werk, zoals ook is geschreven aan uw Kamer3, samen met mijn collega van A&M aan het verbeteren en versnellen van de procedures
voor het verlenen van deze vergunningen.
Een goed functionerende arbeidsmarkt vergt ook een vangnet voor werknemers die tijdelijk
zonder werk komen te zitten. De introductie van een werkloosheidsregeling in Caribisch
Nederland zal bijdragen aan economische stabiliteit, doordat de gevolgen van werkloosheid
worden beperkt en werknemers de tijd en ruimte krijgen om op een duurzame manier nieuw
werk te vinden. Ik verwacht de regeling voor consultatie uit te zetten in het eerste
kwartaal van 2026. Voor deze en toekomstige regelingen werk ik aan een systeem dat
gegevens over inkomens, lonen en dienstverbanden eenduidig en betrouwbaar registreert.
Dit maakt het voor inwoners eenvoudiger om gebruik te maken van regelingen en zorgt
ervoor dat voorzieningen effectiever en rechtmatiger worden verstrekt.
Sociale zekerheid
De sociale zekerheid in Europees Nederland vormt het uitgangspunt voor wat in Caribisch
Nederland wordt geïntroduceerd. Toch vraagt de lokale context soms om een andere invulling.
Zo moeten inwoners voor complexere zorg vaak van het eiland af. Bij zo’n medische
uitzending is begeleiding door een naaste soms wenselijk. Voor deze situaties werk
ik aan een verlofregeling. Ik verwacht ook deze regeling voor consultatie uit te kunnen
zetten in het voorjaar van 2026.
Per 1 januari 2026 treedt de Wet kinderopvang BES in werking. Deze wet draagt bij
aan de ontwikkeling van kinderen, betaalbare kinderopvang en maakt het voor ouders
gemakkelijker om te werken. Met de Wijzigingswet SZW-wetten BES 2024 worden onder
meer de verlofregelingen verruimd, zodat zorg en werk beter te combineren zijn. Een
realistische invoeringsdatum voor het geboorteverlof en de uitkeringsregeling voor
zwangere zelfstandigen wordt nog vastgesteld. Daarnaast zorgt de dubbele kinderbijslag
intensieve zorg (DKIZ) ervoor dat ouders van kinderen met een intensieve zorgbehoefte
extra financiële ondersteuning ontvangen. Vooruitlopend op de inwerkingtreding van
de structurele regeling DKIZ, die is voorzien per 1 juli 2026, geldt deze in 2025
nog als een tijdelijke regeling.
Verkenning inkomensafhankelijke kindregeling
De motie White c.s.4 verzoekt de uitkomst van de verkenning naar een aanvullende kindregeling te delen.
Ik deel de behoefte van de Kamer voor betere en gerichtere ondersteuning van gezinnen
met een laag inkomen en ik zie de verkenning als een belangrijke stap. Een belangrijk
uitzoekpunt is of daarvoor de juiste gegevens voor aanwezig zijn.5 In het kader van de verkenning hebben mijn ambtenaren met alle relevante stakeholders
in Europees en Caribisch Nederland gesproken om een indruk te krijgen van de behoeften
van ouders en kinderen.
Op basis van deze gesprekken zijn verschillende scenario’s beschreven die ieder hun
voor- en nadelen kennen.
Om een inkomensafhankelijke kindregeling in te kunnen voeren, moet eerst een aantal
randvoorwaarden ingevuld te worden. De regeling moet uitvoerbaar zijn voor lokale
ambtenaren en inwoners en aansluiten bij de lokale behoefte om draagvlak te creëren.
Om daar een goed beeld bij te krijgen wordt op dit moment, in nauwe samenwerking met
de RCN SZW-unit en de UVB SZW in beeld gebracht wat de concrete mogelijkheden en restricties
zijn voor de uitvoering. Ik verwacht uw Kamer hier volgend voorjaar verder over te
informeren.
Koopkracht
Het kabinet heeft in de voorjaarsnota van 2025 middelen vrijgemaakt voor maatregelen
die inwoners in 2025 en 2026 gerichter ondersteunen bij de hoge kosten van onder andere
drinkwater, energie en telecom. 6 Over alle maatregelen binnen de aanpak bestaanszekerheid bent u door de Staatssecretaris
van BZK geïnformeerd op 3 juli jl.7
Bij de augustusbesluitvorming zijn, aanvullend op de tijdelijke steun uit de voorjaarsnota,
voor 2026 geen nieuwe maatregelen met budgettaire gevolgen genomen. Hierdoor stijgen
de tarieven voor elektra vanaf 2026 en wordt een stijging van tarieven voor drinkwater
en telecom verwacht vanaf 2027. Dit als gevolg van benodigde investeringen in de voorzieningen,
het aflopen van tijdelijke maatregelen, bezuinigingen op drinkwatersubsidies en bevolkingsgroei
op Bonaire. Besluiten over kostenverlaging na 2026 liggen in eerste aanleg bij een
nieuw kabinet.
In lijn met Europees Nederland is het wenselijk om voortaan op een vast jaarlijks
integraal besluitvormingsmoment koopkrachtafwegingen te maken voor Bonaire, Sint Eustatius
en Saba. Het is helaas niet mogelijk om voor Caribisch Nederland koopkrachtcijfers
door te rekenen ter ondersteuning van deze besluitvorming, omdat ramingen van toekomstige
prijs- en loonontwikkelingen ontbreken. Wel is het mogelijk inkomenseffecten in kaart
te brengen. Hiermee heeft het kabinet inzicht in het effect van voorgenomen beleid
op het besteedbaar inkomen van huishoudens, zonder macro-economische wijzigingen.
Mijn voorganger heeft toegezegd uw Kamer jaarlijks over deze resultaten te informeren.8
In het Belastingplan 2026 zit een maatregel gericht op koopkrachtverbetering van de
lage- en middeninkomens9. De Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane heeft in het Belastingplan
2026 voorgesteld een aanpassing te doen aan de tarieven van de eerste en tweede schijf
in de inkomsten- en loonbelasting. Voorgesteld wordt om per 1 januari 2026 het percentage
van de eerste schijf te verlagen van 30,4% naar 29,4% en het percentage van de tweede
schijf te verhogen van 35,4% naar 38,4%. In bijlage 1 deel ik de inkomenseffecten
van die maatregel in het Belastingplan voor 2026 met u.
Per 1 januari 2026 indexeert SZW het wettelijk minimumloon (Wml) en de uitkeringen
aan de hand van het consumentenprijsindexcijfer van het derde kwartaal van 2025.
Hiermee corrigeren we de minimumlonen en uitkeringen voor de inflatie per eiland.
Deze prijscorrectie is 3,3% op Bonaire, 1,9% op Sint Eustatius en 3,5% op Saba.10 Een keuze voor een verdere beleidsmatige verhoging van het Wml en de uitkeringen
is aan een nieuw kabinet. Wel vind ik het van belang dat bij een volgende stap aandacht
is voor wat werkgevers en de lokale economie aankunnen. Mede daarom heb ik het CBS
de opdracht gegeven om ontwikkelingen op het gebied van lonen, inkomen, inflatie,
koopkracht, economie en arbeid te monitoren. CBS presenteert deze cijfers met een
dashboard, zodat we een beter, duurzaam macro-economisch beeld hebben. Het dashboard
wordt naar verwachting eind dit jaar gepubliceerd.
De beschikbaarheid van betrouwbare en gedetailleerde data is essentieel voor effectief
beleid. Dit geldt niet alleen voor een verdere verhoging van het minimumloon, maar
ook voor andere belangrijke thema’s, zoals armoede en schulden. In beide gevallen
zijn op dit moment nog onvoldoende statistieken beschikbaar. Het CBS onderzoekt momenteel
de haalbaarheid van deze statistieken, met de doorontwikkeling van armoede- en schuldenstatistieken
in Europees Nederland als basis. Ik zal uw Kamer in de tweede helft van 2026 informeren
over de uitkomsten van de haalbaarheidsonderzoeken.
Eilandelijk beleid
Ik werk nauw samen met de openbare lichamen van Sint Eustatius, Saba en Bonaire om
een armoede- en schulden aanpak te ontwikkelen en met hen te zorgen dat mensen met
een afstand tot de arbeidsmarkt adequate ondersteuning krijgen om mee te kunnen doen.
Een integrale benadering van deze vraagstukken is cruciaal voor duurzame resultaten.
Daarom zet mijn ministerie actief in op versterking van de samenwerking met de openbare
lichamen, andere ministeries en betrokken partijen in de uitvoering.
Binnen het eilandelijk beleid gaat mijn speciale aandacht uit naar een aanpak voor
kinderen die in armoede leven. Ieder kind in Caribisch Nederland heeft immers recht
op een kansrijke toekomst. Voor 2025 en 2026 heb ik € 500.000 extra gereserveerd om
de aanpak «Kansrijk Opgroeien» op de eilanden te realiseren. Samen met de openbare
lichamen en de ministeries van VWS, OCW en BZK werken we aan een structurele aanpak
zodat kinderen kansrijk kunnen opgroeien. De aanpak zal zich richten op het verbinden
van bestaande initiatieven, het opvullen van hiaten in de huidige aanpak en het versterken
van het maatschappelijk middenveld in hun rol. Hierbij verkennen we actief hoe we
zowel lokale organisaties, als organisaties vanuit Nederland met relevante kennis
en ervaring kunnen betrekken. Ook zetten we in op preventie en financiële educatie
om geldzorgen en intergenerationele armoede te doorbreken. Aanvullend op de middelen
voor de aanpak kansrijk opgroeien, is eenmalig bedrag van € 1 miljoen beschikbaar
voor het opzetten van een structurele aanpak voor financiële educatie.
Om armoede effectief te bestrijden, zijn ook de minimaregelingen van de openbare lichamen
van groot belang. Met subsidie van mijn ministerie heeft Stimulansz de openbare lichamen
ondersteund met het opstellen van verordeningen voor deze regelingen. Ik zie dit als
een positieve stap in het versterken van de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid voor
inwoners. Het is nu aan de lokale politiek om deze verordeningen vast te stellen.
Werk maakt mensen niet alleen economisch, maar ook maatschappelijk en mentaal sterker.
De openbare lichamen hebben belangrijke stappen gezet om mensen met een afstand tot
de arbeidsmarkt te ondersteunen, elk op een manier die past bij hun eiland. Ik wil
bezien hoe ik dit verder kan versterken. In 2026 laat ik daarom een onderzoek uitvoeren
dat de huidige aanpak evalueert en perspectief biedt voor verdere professionalisering.
Vooruitlopend op de uitkomsten stel ik per 2026 structureel € 4 miljoen beschikbaar,
zodat de ondersteuning die nu wordt aangeboden blijft. Dit biedt rust en duidelijkheid
aan werknemer en werkgever.
Tot slot investeer ik in een sterke infrastructuur voor schuldhulpverlening. In samenwerking
met het Nibud en NVVK zijn onder meer nieuwe producten en werkwijzen ontwikkeld die
preventieve en curatieve hulpverlening ondersteunen. In het eerste halfjaar van 2026
worden deze getest en bestendigd. Dit vormt een belangrijke voorbereiding op toekomstige
wetgeving.
Afsluiting
Zoals deze brief laat zien werk ik aan veel onderwerpen tegelijk. Ik wil daadwerkelijk
verschil maken voor inwoners van Caribisch Nederland en voortgang boeken. Dat is nodig
en daar sta ik achter, maar niet alles kan tegelijk. In de afgelopen jaren zijn enorme
stappen gezet die nog niet ten volle gerealiseerd zijn. De beperkingen van de kleinschaligheid
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba zijn bekend bij uw Kamer. De termen absorptievermogen
en uitvoeringskracht worden hiervoor vaak gebruikt. Soms is snelle implementatie van
wetgeving mogelijk en soms kies ik er bewust voor om de implementatie in fases te
doen. Waar mogelijk stel ik direct wetgeving op. Wanneer dit nog niet haalbaar is,
wordt een tijdelijke regeling ingevoerd als tussenstap. Deze aanpak maakt het mogelijk
om snel ondersteuning te bieden, terwijl ervaring wordt opgedaan en de lokale behoefte
verder in kaart wordt gebracht. Zo wordt de basis gelegd voor een goed onderbouwde,
definitieve wet. Ik doe dit altijd in overleg met de verschillende stakeholders op
Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Zonder hen zouden de grote stappen die we hebben
gezet niet mogelijk zijn geweest.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.N.J. Nobel
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.N.J. Nobel, staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid