Brief regering : Geannoteerde agenda van de Milieuraad van 16 december 2025
21 501-08 Milieuraad
Nr. 1012 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 20 november 2025
Hierbij stuur ik u, mede namens de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, de Staatssecretaris
van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp en de Staatssecretaris van Landbouw,
Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, de geannoteerde agenda van de Milieuraad van
16 december 2025 in Brussel. Het kabinet is voornemens deel te nemen aan deze Milieuraad.
De inhoud van deze geannoteerde agenda geeft de meest recente stand van zaken weer
want er is nog geen definitief vastgestelde agenda.
Daarnaast ontvangt u als bijlage het non-paper Milieuomnibus.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, A.A. Aartsen
Geannoteerde Agenda
De agenda van de Milieuraad is op het moment van schrijven van deze Geannoteerde Agenda
nog niet vastgesteld en het Voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie (hierna:
Voorzitterschap) heeft nog geen achtergrondstukken gedeeld. In lijn met de recente
afspraken over informatievoorziening richting de Kamer ontvangt u daarom deze Geannoteerde
Agenda op hoofdlijnen.
Tijdens de Milieuraad van 16 december 2025 in Brussel staan gedachtewisselingen over
REACH1, de bio-economie strategie en de milieuaspecten van het Meerjarig Financieel Kader
(MFK) op de voorlopige agenda. Daarnaast wil het Voorzitterschap tot een akkoord komen
over de Raadsconclusies over het milieu in Europa in 2025 en de weg vooruit richting
2030 en wordt de jaarlijkse voortgangsrapportage van simplificatie gepresenteerd.
Ten slotte staan zes diverse punten op de agenda: 1) de terugkoppeling over de 6e
Conferentie van de Partijen bij het Verdrag van Minamata inzake kwik (COP 6), 2) de
30e Conferentie van de Partijen (COP 30) bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties
inzake klimaatverandering (UNFCCC), 3) de 8e vergadering van de partijen bij het Verdrag
van Aarhus betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang
tot de rechter inzake milieuaangelegenheden (MOP 8), 4) de 20e vergadering van de
Conferentie van de Partijen bij het Verdrag inzake de internationale handel in bedreigde
in het wild levende dier- en plantensoorten (CITES CoP20), 5) de zevende zitting van
de Milieuvergadering van de Verenigde Naties (UNEA-7) en 6) het werkprogramma van
het aankomend EU-voorzitterschap van Cyprus.
Gedachtenwisseling REACH
Tijdens Milieuraad zal er mogelijk een gedachtewisseling plaatsvinden over de herziening
van de REACH-verordening. REACH is de kaderverordening voor alle chemische stoffen
en mengsels die in Europa op de markt worden gebracht. De eerste herziening van deze
verordening uit 2006 is al diverse keren uitgesteld. De meest recente planning, waarin
de herziening eind 2025 was voorzien, zal vermoedelijk niet worden gehaald. De herziening
van de REACH-verordening zal waarschijnlijk pas in het tweede kwartaal van 2026 verschijnen.
Inzet Nederland
De Nederlandse inzet is in lijn met het non paper REACH dat het kabinet heeft opgesteld.2 Nederland streeft naar meer duidelijkheid over procedures en verantwoordelijkheden,
snellere en voorspelbare procedures en minder administratieve lasten, zonder dat dit
ten koste gaat van de bescherming van gezondheid en milieu. Daarbij pleit Nederland
voor goed op elkaar afgestemde beleidsinstrumenten die innovatie bevorderen, dierproeven
beperken en de vrije handel binnen de EU ondersteunen.
Krachtenveld
Een aantal lidstaten heeft het belang bij de Europese Commissie (hierna: Commissie)
van zowel versimpeling als modernisering van REACH benadrukt, met het oog op bescherming
van mens en milieu. De reden hiervoor is dat de Commissie de REACH-herziening mogelijk
uitstelt en er zorg is dat de nadruk te eenzijdig op versimpeling wordt gelegd.
Gedachtewisseling Bio-economie strategie
De Commissie zal de nieuwe Bio-economie Strategie presenteren. Tijdens de Milieuraad
kunnen lidstaten naar verwachting een eerste reactie geven op de strategie. Deze strategie
verschijnt naar verwachting op 25 november 2025. De Kamer ontvangt de Nederlandse
beoordeling van deze strategie via het gebruikelijke BNC-fiche.
Inzet Nederland
Het kabinet heeft afgelopen zomer via een position paper over bio-economie3 zijn inzet met betrekking tot de bio-economie strategie gedeeld met de Commissie.
Deze inzet focust op 1) het creëren en beschermen van een afzetmarkt voor biogebaseerde
producten, 2) het ondersteunen van boeren en strategische bio(tech)-industrie, en
3) het verhogen van de beschikbaarheid van duurzame biogrondstoffen.
Krachtenveld
Naar verwachting zullen de meeste lidstaten de strategie positief ontvangen. Wel benadrukken
sommige lidstaten dat een regionale aanpak met betrekking tot bio-economie belangrijk
is, terwijl andere lidstaten de nadruk wellicht zullen leggen op één geharmoniseerde
strategie.
Gedachtewisseling milieuaspecten MFK
Tijdens de Milieuraad staat er een gedachtewisseling over de milieuaspecten in het
nieuw Meerjarig Financieel Kader (MFK) 2028–2034 geagendeerd. Op 16 juli 2025 is het
voorstel van de Commissie voor de nieuwe MFK-begroting gepubliceerd. De verschillende
MFK-voorstellen hebben middels het gebruikelijke BNC-fiche een kabinetsappreciatie
gekregen.4 Met het nieuwe MFK beoogt de Commissie de architectuur en de werking van het MFK
te hervormen door het aantal begrotingshoofdstukken te verminderen, fondsen samen
te voegen en resultaatgericht begroten toe te passen. Daarnaast wil de Commissie het
MFK moderniseren door de begroting meer toe te spitsen op thema’s zoals concurrentievermogen,
veiligheid en defensie, en asiel en migratie. Om beter met onvoorziene omstandigheden
om te kunnen gaan, stelt de Commissie een grotere mate van budgetflexibiliteit voor.
Inzet Nederland
Het kabinet steunt de modernisering en flexibilisering van de EU-begroting zoals voorgesteld
door de Commissie, waaronder de samenvoeging van fondsen. Het voorstel van de Commissie
gaat daarnaast uit van een stijging van het MFK. Het kabinet is zeer bezorgd over
de aanzienlijke impact die het voorstel zal hebben op onze nationale afdrachten. De
Nederlandse bijdrage aan de EU dreigt buitensporig te stijgen. Dat is voor het kabinet
onacceptabel.
Wat de milieuaspecten betreft onderstreept het kabinet het belang van investeringen
in de groene transitie en steunt het minimaal bestedingspercentage van 35% voor klimaat
en milieu, als continuering van het huidige beleid. Daarbij benadrukt het kabinet
dat er hierbij voldoende aandacht moet zijn voor biodiversiteit. Ook merkt het kabinet
op dat de Commissie voorstelt het LIFE5-programma als afzonderlijk financieringsinstrument ten behoeve van milieu- en biodiversiteitsbeleid
te schrappen. Daarbij is het kabinet van mening dat de middelen die uiteindelijk beschikbaar
komen in het MFK in verhouding moeten staan tot de beoogde doelen en eisen die aan
de lidstaten worden gesteld. Daarom pleit het kabinet voor voldoende aandacht voor
natuurherstel. Ook is er binnen het voorgestelde Europese Concurrentievermogenfonds
(ECF) een sterke focus op energie en decarbonisatie. Wat het kabinet betreft is een
brede verduurzaming en verschoning van de Europese economie en industrie een cruciaal
element voor een toekomstbestendige, circulaire, concurrerende en schone Europese
en Nederlandse economie. Tot slot is het belangrijk om de juiste milieunormen vast
te stellen, zoals «Do no significant Harm» (DNSH). Het kabinet erkent het belang van
dit principe en ziet dit als continuering van het huidige beleid. Het kabinet zal
zich ervoor inzetten dat bij de implementatie van DNSH rekening wordt gehouden met
kenmerken en uitdagingen van de sectoren waarop de kaders van toepassing zijn, evenals
de administratieve lasten. Het kabinet wil waken voor een verwatering van het DNSH-principe.
Krachtenveld
Een groot aantal lidstaten heeft tijdens de Milieuraad in oktober aangegeven voldoende
aandacht te willen voor milieuaspecten binnen het MFK en gevraagd om een volwaardige
bespreking op de Raad. Een aantal landen zal zorgen uiten over het verdwijnen van
het LIFE-programma. De Commissie zal betogen dat de doelen van LIFE zijn opgenomen
in de Nationale en Regionale Partnerschap Plannen en het Europese Concurrentievermogen
Fonds. Daarnaast zullen naar verwachting meerdere lidstaten vragen om voldoende financiële
middelen voor natuur en biodiversiteit.
Raadsconclusies over het milieu in Europa in 2025 en de weg vooruit richting 2030
Tijdens de Milieuraad wenst het Deens Voorzitterschap tot een akkoord te komen over
de Raadsconclusies over het «Milieu in Europa in 2025 en de weg vooruit richting 2030».
Het Voorzitterschap heeft dit initiatief genomen naar aanleiding van de publicatie
van het vijfjaarlijkse rapport over de staat van het Europees milieu6 (30 september jl.) door het Europees Milieuagentschap.7 De Raadsconclusies bouwen voort op de eerder vastgestelde Raadsconclusies van 8MAP8 (juni 2024), en geven richting voor de aankomende EU-voorstellen ten aanzien van
circulaire economie en klimaatadaptatie. Deze voorstellen worden in 2026 verwacht.
Inzet Nederland
Het kabinet verwelkomt het initiatief van het Deens Voorzitterschap om Raadsconclusies
op te stellen richting de aankomende EU-voorstellen voor circulaire economie en klimaatadaptatie.
In het algemeen is de Nederlandse inzet om vast te houden aan de gestelde doelen in
de Raadsconclusies 8MAP. De doelen in deze Raadsconclusies zijn nog steeds relevant
voor de EU-agenda voor milieuwetgeving. De huidige Raadsconclusies bieden de kans
om extra richting te geven over het bereiken van deze doelen. Daarin vormt het Nederlandse
non-paper voor de Milieuomnibus een basis voor de Nederlandse inzet tijdens de Milieuraad,
waarin onder meer wordt benoemd dat milieuwetgeving een katalysator moet zijn voor
innovatie.
De Nederlandse inzet op het gebied van circulaire economie is om de Raadsconclusies
zoveel mogelijk aan te laten sluiten bij het Nederlandse non-paper over de Circular
Economy Act (CEA), waarover de Kamer recentelijk is geïnformeerd.9 Hierin pleit Nederland onder meer voor het voortzetten van Europees productbeleid,
een herziening van de Kaderrichtlijn Afvalstoffen en de afgedankte elektrische en
elektronische apparatuur (AEEA)-richtlijn. Ook pleit Nederland voor het creëren van
een gelijk Europees en mondiaal speelveld en harmonisering en uitbreiding van het
systeem van uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV).
Ook voor klimaatadaptatie geldt dat de Nederlandse inzet is om dichtbij eerdere EU-standpunten
te blijven, zoals weergegeven in de BNC-fiches m.b.t. de Mededeling beheersing van
klimaatrisico’s (2024)10 en de Mededeling EU Klimaatadaptatiestrategie (2021)11. Daarnaast is het voor het kabinet van belang dat het betrekken van sectoren bij
klimaatadaptatie benadrukt wordt in de Raadsconclusies, evenals dat de aankomende
voorstellen leiden tot nieuwe mogelijkheden voor het bedrijfsleven. Daarnaast is het
van belang dat de Commissie bij nieuwe voorstellen aandacht blijft houden voor subsidiariteit
en proportionaliteit bij nieuwe voorstellen. Ten slotte vindt het kabinet dat ook
voor klimaatadaptatie gekeken moet worden naar het verbeteren en bevorderen van effectieve
implementatie, in lijn met eerder vastgestelde BNC-fiche12 en Raadsconclusies13 ten aanzien van waterweerbaarheid.
Krachtenveld
Momenteel is er vanuit lidstaten brede steun voor het aannemen van de Raadsconclusies,
waarbij ook gekeken wordt naar welke onderdelen van de Raadsconclusies 8MAP benut
kunnen worden. Vrijwel alle lidstaten kunnen zich in huidige Raadsconclusies herkennen.
Daarmee is de verwachting dat er tijdens deze Milieuraad een akkoord zal worden bereikt
op de Raadsconclusies.
Annual progress report on simplification, Implementation and Enforcement
Tijdens de Milieuraad geeft de Commissie naar verwachting een presentatie over het
Annual Progress Report on Simplification, Implementation and Enforcement.14 Dit voortgangsrapport brengt in kaart hoe EU-regelgeving in het milieudomein momenteel
wordt uitgevoerd in de EU, waar de uitdagingen het grootst zijn en welke initiatieven
bijdragen aan meer efficiëntie. Het document sluit aan bij het bredere EU-programma
voor Better Regulation en geeft een overzicht van stappen richting regeldrukvermindering
en modernisering van administratieve processen. Het Voorzitterschap zal de lidstaten
uitnodigen hierop te reflecteren.
De Commissie onderstreept dat EU milieubeleid en -wetgeving bijdragen aan de welvaart,
het concurrentievermogen en de veiligheid van de EU. Ook benadrukt de Commissie dat
dit beleid essentieel is voor het bereiken van duurzame ontwikkeling en het verbeteren
van de levenskwaliteit van alle Europeanen. De Commissie benadrukt echter dat er uitdagingen
zijn op het gebied van niet-uniforme implementatie van wetgeving in de EU wat tot
meer kosten voor de Europese economie leidt. Daarom wordt door de Commissie ingezet
op simplificatie en stroomlijning van milieuwetgeving (via de milieu omnibus), om zo mogelijkheden te benutten om innovatie te bevorderen,
het concurrentievermogen van de EU te vergroten en economische veerkracht te creëren
– met behoud van bestaande doelen.
Inzet Nederland
Het kabinet verwelkomt dat de Commissie actief inzet op het vereenvoudigen van regelgeving
en het terugdringen van regeldruk, met behoud van bestaande doelstellingen. Daarnaast
waardeert het kabinet dat de voortgang hiervan wordt gevolgd via periodieke voortgangs-
en overzichtsrapportages.
Krachtenveld
De Commissie heeft in haar huidige mandaat voorgenomen om de regeldruk voor het bedrijfsleven
te verminderen door EU-wetgeving te vereenvoudigen, vooral voor het midden- en kleinbedrijf.
De Commissie heeft dit voornemen gekoppeld aan haar competitiviteitsagenda. In het
algemeen verwelkomen lidstaten de inzet van de Commissie op simplificatie van regelgeving,
zonder afbreuk te doen aan bestaande doelstellingen.
Non-paper Milieuomnibus
Op 3 december 2025 wordt de publicatie van de Milieuomnibus verwacht. De Commissie
beoogt hiermee specifieke EU-milieuwetgeving te vereenvoudigingen en te stroomlijnen,
om zodoende administratieve lasten te verlagen en het concurrentievermogen te verhogen.
Dit alles met behoud van de bestaande milieudoelen. De Milieuomnibus richt zich specifiek
op milieuwetgeving ten aanzien van circulaire economie, afvalmanagement, industriële
emissies, uitgebreide productenverantwoordelijkheid, en de Richtlijn Milieueffectenrapportage.
Na publicatie van het voorstel is pas duidelijk hoe de Commissie versimpeling binnen
deze beleidsterreinen wil realiseren. De Kamer ontvangt een beoordeling van dit voorstel
via het gebruikelijke BNC-fiche.
Nederland is voorstander van het versterken van het concurrentievermogen en ziet dat
milieubeleid een belangrijke stimulans is om de groene en digitale transitie te realiseren.
Nederland heeft daarom vroegtijdig ingezet op beïnvloeding van het voorstel voor een
Milieuomnibus, om te zorgen dat het voorstel werkelijk bijdraagt aan een competitieve
en schone economie door administratieve complexiteit te verminderen met behoud van
milieubescherming. De Nederlandse inzet is uiteengezet in een non-paper, dat op 5 september
jl. is vastgesteld in de ministerraad en is bijgevoegd bij deze geannoteerde agenda.
In de bijlage van het non-paper zijn door het kabinet voorstellen opgenomen voor versimpeling
in relatie tot deze milieuomnibus. Het is nog niet duidelijk of het Voorzitterschap
voornemens is de Milieuomnibus te agenderen tijdens deze Milieuraad.
Indieners
-
Indiener
A.A. Aartsen, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.