Brief regering : Inhoudingen WML voor huisvesting en voortgang aanbevelingen Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten
29 861 Arbeidsmigratie en sociale zekerheid
Nr. 176
BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 20 november 2025
Arbeidsmigranten kunnen zich in een kwetsbare maatschappelijke en sociaaleconomische
positie bevinden. Veel werkgevers gaan goed om met arbeidsmigranten door te zorgen
voor veilig werk, goede arbeidsvoorwaarden, passende huisvesting en taalondersteuning.
Tegelijkertijd zijn er echter ook werkgevers die misbruik maken van de afhankelijke
en kwetsbare positie van arbeidsmigranten. Daarom voert dit kabinet de aanbevelingen
van het Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten onder leiding van Emile Roemer (hierna:
Aanjaagteam) uit om misstanden aan te pakken en de positie van arbeidsmigranten te
versterken.1 Daarbij werkt het kabinet samen met uitvoerings- en handhavingsorganisaties, sociale
partners, medeoverheden en andere stakeholders.
De aanbevelingen van het Aanjaagteam zijn grotendeels uitgevoerd of in uitvoering.
Het afgelopen jaar zijn ook belangrijke stappen gezet. In deze brief wordt een aantal
belangrijke recente ontwikkelingen uitgelicht. In bijlage 1 treft u een overzicht
aan van de voortgang op alle aanbevelingen van het Aanjaagteam2. Recentelijk heb ik uw Kamer geïnformeerd dat de mogelijkheid om in te houden op
het wettelijk minimumloon voor huisvesting behouden blijft. In deze brief zal ik nader
op dit besluit ingaan in het licht van de uitvoering van de aanbevelingen van het
Aanjaagteam.
Inhoudingen op het wettelijk minimumloon voor huisvesting
Zoals aangegeven in mijn brief van 30 oktober jl. heeft het loslaten van de mogelijkheid
om in te houden op het minimumloon voor huisvesting op dit moment meer nadelige dan
positieve gevolgen voor de arbeidsmigrant.
Voor arbeidsmigranten die voor het eerst naar Nederland komen, kan het helpen als
zij ondersteuning krijgen bij het regelen van belangrijke zaken als huisvesting. Door
de huidige krapte op de woningmarkt is het voor arbeidsmigranten zeer lastig om onafhankelijk
van hun werkgever huisvesting te vinden. Veel werkgevers bieden daarom huisvesting
aan als blijk van hun goed werkgeverschap. De inhoudingsregeling faciliteert dat werkgevers
onder voorwaarden en op een transparante manier huisvesting regelen. Omdat de huisvesting
van een woningcorporatie of gecertificeerd moet zijn, draagt de inhouding bij aan
het borgen van de kwaliteit van huisvesting. Ook moeten de huisvestingskorsten vermeld
worden op de loonstrook en zet de maximering van 25% van het minimumloon in de meeste
gevallen een rem op de huisvestingskosten. Daarnaast zijn in de cao van de uitzendsector
afspraken gemaakt over de huurprijs. Zo is vastgelegd hoe hoog de huisvestingskosten
mogen zijn in verhouding tot de kwaliteit van de huisvesting wanneer de huisvesting
door de uitlener wordt geregeld.
Afschaffing van de inhoudingsmogelijkheid op het minimumloon voor huisvesting leidt
tot minder zicht op de huisvestingkosten die door de werkgever in rekening worden
gebracht en zou een negatief effect kunnen hebben op de kwaliteit van huisvesting.
Daarnaast zou het hierdoor het minder aantrekkelijk kunnen worden voor werkgevers
om huisvesting aan te bieden.
Het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten heeft geen aanbeveling opgenomen die
specifiek adviseert om de inhoudingsregeling voor huisvesting af te schaffen. Het
doel van het Aanjaagteam is om de afhankelijkheid van de arbeidsmigrant ten opzichte
van de werkgever te verminderen om hun positie te verbeteren. Het kabinet heeft verschillende
maatregelen genomen om uitvoering te geven aan de aanbevelingen van het Aanjaagteam
om de positie van arbeidsmigranten te versterken. Veel van de aanbevelingen zijn reeds
uitgevoerd of in uitvoering. Die maatregelen gaan ervoor zorgen dat op termijn afschaffing
van de inhoudingsregeling minder nadelen krijgt en de weging anders kan uitpakken.
Huisvesting en aanpak dakloze arbeidsmigranten
Het wetsvoorstel «Versterking regie volkshuisvesting» moet leiden tot meer grip op
hoeveel, waar en voor wie wordt gebouwd. Met de inwerkingtreding van deze wet zullen
gemeenten een volkshuisvestingsprogramma opstellen, met specifieke aandacht voor arbeidsmigranten
die hierin zijn aangemerkt als aandachtsgroep. Het kabinet verwacht dat gemeenten
de opgave in regionaal verband afstemmen, en in het volkshuisvestingsprogramma ook
het aandeel van de woonbehoefte van arbeidsmigranten in de woningbouwregio waartoe
de gemeente behoort opneemt. Dit wetsvoorstel ligt bij de Raad van State voor advisering.
Daarnaast verplicht de Wet goed verhuurderschap sinds 1 juli 2023 de ontkoppeling
van de huur- en de arbeidsovereenkomst. Er moet een aparte arbeidsovereenkomst en
een aparte huurovereenkomst zijn. Op dit moment kunnen arbeidsmigranten bij het einde
van de arbeidsovereenkomst nog wel direct hun huisvesting verliezen als zij hun baan
verliezen, bijvoorbeeld door het gebruik van contracten «naar aard van korte duur»
waarbij de huurder geen huurbescherming en geen huurprijsbescherming heeft. Daarom
werkt de Minister van VRO nu aan een wetsvoorstel voor betere huurbescherming en huurprijsbescherming
voor arbeidsmigranten. Hierover is uw Kamer per brief van 14 november 2025 geïnformeerd.3
We zetten met de uitvoering van het Plan van Aanpak kwetsbare dakloze EU-burgers daarnaast
in op het helpen van kwetsbare dakloze arbeidsmigranten.4 Zo wordt de kortdurende opvang en begeleiding naar werk voor arbeidsmigranten die
geen recht hebben op opvang op grond van de Wet maatschappelijke opvang vanaf 2026
voortgezet en uitgebreid, om daarmee deze groep beter te ondersteunen. Het kabinet
stelt van 2026 tot en met 2028 6 miljoen euro per jaar extra beschikbaar voor deze
groep naar een totaal van 13 miljoen euro. Het aantal steden dat een opvang krijgt
stijgt naar verwachting van 6 naar 17. De nieuwe steden bereiden zich momenteel voor
om deze opvang te openen.
De Wet toelating terbeschikkingstelling arbeidskrachten (Wtta)
Omdat veel arbeidsmigranten in Nederland werken via een uitzendbureau is een belangrijke
aanbeveling van het Aanjaagteam het opzetten van een toelatingsstelsel voor uitleners.
De Wtta is op 15 april jl. aangenomen in de Tweede Kamer en op 11 november jl. aangenomen
in de Eerste Kamer. Een belangrijke mijlpaal.
De voorbereidingen voor de invoering van het stelsel zijn in volle gang, met in het
bijzonder het oprichten van een nieuwe uitvoeringsorganisatie: de Nederlandse Autoriteit
Uitleenmarkt (NAU). De beoogde invoeringsdatum voor het toelatingsstelsel is 1 januari
2027. Vanaf 1 januari 2028 gaat de Arbeidsinspectie handhaven op de toelatingsplicht.
Daar heeft de Arbeidsinspectie ook extra capaciteit voor gekregen. Door de Wtta kunnen
we malafide uitzenders van de arbeidsmarkt weren. Hiermee beschermen we arbeidsmigranten
en stimuleren goed werkgeverschap in de uitzendbranche.
Work in NL: goede informatie, hulp en ondersteuning
Naast goede wet- en regelgeving moeten arbeidsmigranten beter op de hoogte zijn van
hun rechten, en moet hen meer (juridische) hulp worden geboden. Dat kan ook hulp zijn
bij problemen met huisvesting. Daarom heeft dit kabinet met het project Work in NL
(WIN) fysieke en mobiele informatiepunten door heel het land geopend. Er zijn op dit
moment in 12 regio’s WIN-informatiepunten actief. In 23 regio’s worden voorbereidingen
getroffen om een WIN-punt op te zetten. Te verwachten is dat komend jaar steeds meer
regio’s hun WIN-punt zullen openen. Dit jaar wordt de website workinnl.nl vernieuwd
en geeft de mogelijkheid om ook regionale informatie te plaatsen. Daarnaast wordt
verder gewerkt aan concrete actie binnen de Alliantie Work in NL, waarin werkgevers
en huisvesters ondersteuning bieden aan arbeidsmigranten en zetten we verdere stappen
om informatie in landen van thuiskomst te versterken.
Registratie van arbeidsmigranten
Het kabinet werkt, in het licht van de aanbevelingen van het Aanjaagteam, aan een
breed pakket aan maatregelen om de registratie van arbeidsmigranten in de Basisregistratie
Persoonsgegevens te verbeteren. Een juiste registratie is essentieel om aanspraak
te kunnen maken op bepaalde rechten en om toegang te krijgen tot overheidsvoorzieningen.
Bovendien krijgt de overheid, waaronder gemeenten, door correcte registratie zicht
op het verblijf van arbeidsmigranten. Ook kan zij gericht beleid ontwikkelen en contact
met hen opnemen. Tot slot draagt een goede registratie bij aan effectief toezicht
op en handhaving van de woon- en werksituatie van arbeidsmigranten. In de brief aanpak
verbetering registratie in de BRP van 8 september jl. is uw Kamer hier uitgebreid
over geïnformeerd.5 Zo is dit voorjaar de zorgplicht voor uitleners bij de registratie van arbeidskrachten
aangenomen. De zorgplicht voor uitleners wordt geregeld in de Wet allocatie arbeidskrachten
door intermediairs. De maatregel wordt momenteel verder uitgewerkt in lagere regelgeving.
Het streven is de zorgplicht per 1 januari 2027 in werking te laten treden.
Tot slot
Het moment van versturen van de brief over het in stand houden van de inhoudingsregeling6 heeft de nodige aandacht gekregen. Dit heeft afgeleid van de inhoud van het besluit
en van de argumenten die daaraan ten grondslag liggen. Graag wil ik u daarom kort
schetsen hoe dit proces is gelopen.
De brief is op 30 oktober met uw Kamer gedeeld. Bij moment van versturen ben ik uitgegaan
van twee uitgangspunten. Ten eerste worden kabinetsleden geacht terughoudend te zijn
met het versturen van een brief met een beleidswijziging als uw Kamer met (verkiezings)reces
is. Daarnaast was de afstemming met het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke
Ordening (VRO) op woensdag 29 oktober eind van de dag gereed. De brief is de volgende
dag verzonden zodat werkgevers tijdig geïnformeerd zouden worden over het besluit
dat de inhoudingsregeling niet per 1 januari 2026 zou worden afgebouwd.
Ik blijf mij samen met uw Kamer, uitvoerings- en handhavingsorganisaties, sociale
partners, medeoverheden en andere stakeholders inzetten om misstanden aan te pakken
en de positie van arbeidsmigranten te versterken.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
M.L.J. Paul
Indieners
-
Indiener
M.L.J. Paul, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid