Brief regering : Resultaten van de derde meting van de Monitor mentale gezondheid en middelengebruik voor hbo- en wo-studenten
31 288 Hoger Onderwijs-, Onderzoek- en Wetenschapsbeleid
Nr. 1224 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP EN DE STAATSSECRETARIS
VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 20 november 2025
Met deze brief informeren wij uw Kamer over de resultaten van de derde meting van
de Monitor mentale gezondheid en middelengebruik voor hbo- en wo-studenten. Tevens
informeren wij uw Kamer over de cijfers voor mbo-studenten voor 2024–2025 met de gegevens
van TestJeLeefstijl. Hiermee geven wij opvolging aan de motie van de leden Paternotte
en Tseggai1 over het tweejaarlijks rapporteren over de mentale gezondheid van mbo-, hbo- en wo-studenten.
In deze brief gaan we in op de belangrijkste cijfers uit de rapporten en de samenhang
met lopende activiteiten op het gebied van welzijn en middelengebruik in het vervolgonderwijs.
Deze cijfers laten op vrijwel alle gebieden een verbetering zien. Tot slot wordt in
deze brief ingegaan op diverse moties en toezeggingen die raken aan het onderwerp
studentenwelzijn.
Monitor mentale gezondheid en middelengebruik studenten hbo en wo
Al voor de coronapandemie wezen cijfers uit lokale onderzoeken op onderwijsinstellingen
op een verslechterde mentale gezondheid en middelengebruik onder studenten. Dit heeft
geleid tot de gezamenlijke opdracht van de Ministeries van OCW en VWS voor een Monitor
mentale gezondheid en middelengebruik voor hbo- en wo-studenten. De eerste meting,
tijdens de coronapandemie in 2021, liet zien dat het inderdaad niet goed ging met
studenten. Hieruit volgde onder andere de grote inzet van het Nationaal Programma
Onderwijs om het welzijn van studenten te verbeteren.
De Monitor mentale gezondheid en middelengebruik studenten hbo en wo is inmiddels
voor de derde keer uitgevoerd door het consortium van Trimbos-instituut, RIVM en GGD
GHOR NL. Ruim 27.000 studenten van 23 verschillende onderwijsinstellingen hebben de
vragenlijst ingevuld in het voorjaar van 2025. De resultaten zijn gewogen en kunnen
worden vertaald naar een landelijk beeld van het welzijn en middelengebruik van hbo-
en wo-studenten in Nederland.
Onderstaande tabel 1 toont de mentale gezondheid cijfers van studenten in het hbo
en wo over drie metingen.
Tabel 1
Mentale gezondheid van studenten in het hbo en wo die deelnamen aan het onderzoek
2021
2023
2025
Mentaal welbevinden
Levenstevredenheid
6
6,7
6,8
Gemiddelde tot hoge mate van veerkracht
51%
54%
57%
Floreren (bovengemiddeld positieve mentale gezondheid)
18%
20%
23%
Psychische klachten
Emotionele uitputtingsklachten
68%
59%
56%
(af en toe of vaker) levensmoe
25%
26%
25%
(heel) veel hinder vanwege psychische klachten
x
x
29%
Overige maten
(Heel) veel stress
62%
56%
54%
Vaak prestatiedruk
54%
44%
41%
Enigszins of sterk eenzaam
79%
62%
60%
Zoals tabel 1 laat zien is de mentale gezondheid van studenten in het hbo en wo in
het algemeen verder verbeterd ten opzichte van de eerste meting in 2021. We zien dat
niet alle cijfers tussen 2023 en 2025 betekenisvol zijn verbeterd, maar dat de verbetering
op de meeste punten wel duidelijk zichtbaar is als we kijken naar de derde meting
ten opzichte van de eerste meting.
Onderstaande tabel 2 toont het middelengebruik van studenten in het hbo en wo over
drie metingen.
Tabel 2
Middelengebruik van studenten in het hbo en wo die deelnamen aan het onderzoek
2021
2023
2025
Alcoholgebruik
Zwaar alcoholgebruik
16%
16%
13%
Roken en vapen
Dagelijks roken
8%
6%
5%
Dagelijks of regelmatig vapen
1%
4%
3%
Gebruik andere middelen
Frequent cannabisgebruik
8%
6%
5%
Recent xtc-gebruik (afgelopen maand)
3%
4%
2%
Recent cocaïnegebruik (afgelopen maand)
2%
2%
1%
Recent psychedelicagebruik (afgelopen maand)
2,2%
1,5%
1%
Gebruik medicijnen zonder doktersvoorschrift (oneigenlijk gebruik)
Concentratie-verhogende middelen (afgelopen 12 maanden)
4%
3%
3%
Slaap- en kalmeringsmiddelen (afgelopen 12 maanden)
4%
3%
2%
Ook wat betreft het middelengebruik van studenten in het hbo en wo zien we in tabel 2
over de gehele linie een daling. Wel blijft het gebruik relatief hoog onder bepaalde
subgroepen. Zo komt middelengebruik vaker voor bij studenten die op kamers wonen,
is er relatief meer cannabisgebruik onder buitenlande studenten en is alcoholgebruik
onder studenten die lid zijn van een studentenvereniging relatief hoog. Dat zijn overigens
dezelfde risicofactoren als uit eerdere monitors naar voren kwamen.
Rapport mentale gezondheid en middelengebruik mbo-studenten
Met de eerder genoemde motie van de leden Paternotte en Tseggai is verzocht om ook
inzicht te krijgen in de mentale gezondheid van studenten in het mbo. Met behulp van
cijfers uit het meet- en signaleringsinstrument TestJeLeefstijl is het rapport Monitor
Mentale Gezondheid, Middelengebruik en Bredere Gezondheidsindicatoren mbo-studenten
2024–2025 opgesteld. Doordat deze monitor een iets andere opzet kent, kunnen de resultaten
niet één op één met het hbo en wo worden vergeleken. Ondanks het feit dat TestJeLeefstijl
al jaren door studenten en instellingen wordt gebruikt om inzicht te krijgen in de
leefstijl en om praktische tips mee te krijgen om leefstijlfactoren te verbeteren,
is dit rapport de eerste meting in deze vorm. Om gegevens uit het schooljaar 2024–2025
te vergelijken, wordt gebruik gemaakt van de Landelijke mbo-leefstijlmonitor 2022–20232.
Onderstaande tabel 3 toont de cijfers mentale gezondheid van mbo-studenten uit het
rapport van TestJeLeefstijl.
Tabel 3
Mentale gezondheid van studenten in het mbo die gebruik hebben gemaakt van TestJeLeefstijl
2022–20231
2024–2025
Vermoeid zonder reden
34,4%
27,6%
Gevoel van minderwaardigheid
21,2%
18,4%
Sombere of depressieve gevoelens
15,3%
12,1%
Serieuze gedachten om een einde aan het leven te maken
4,3%
3,8%
Zelfmoordpogingen
3,1%
2,9%
X Noot
1
De cijfers uit 2022–2023 komen uit de Landelijke mbo-leefstijlmonitor
Zoals in tabel 3 is te zien, is de mentale gezondheid van mbo-studenten over de gehele
linie verbeterd. Daarmee is het beeld bij deze studenten iets beter dan bij het RIVM-onderzoek
onder alle jongeren3. Hoewel de cijfers van TestJeLeefstijl vanwege verschillen in meetmethodiek niet
direct vergelijkbaar zijn met landelijke gegevens, schetsen beide bronnen een overeenkomstig
beeld.
Onderstaande tabel 4 toont de cijfers middelengebruik van mbo-studenten uit het rapport
van TestJeLeefstijl.
Tabel 4
Middelengebruik van studenten in het mbo die gebruik hebben gemaakt van TestJeLeefstijl
2022–2023
2024–2025
Dagelijks roken
14,5%
16,1%
Dagelijks vapen of e-sigaret gebruiken
6,2%
9,9%
Meer dan 5 glazen alcohol drinken
27,1%
25,4%
Wel eens drugs gebruiken
32,6%
25,4%
Wat betreft het middelengebruik onder mbo-studenten, zien we in tabel 4 voor roken,
vapen of het gebruik van een e-sigaret een stijging. De stijging komt voor roken overeen
met bevindingen uit de Nationale Drug Monitor4. Voor alcoholgebruik is er een lichte daling te zien van het aantal studenten dat
wekelijks meer dan 5 glazen alcohol drinkt op één dag. Er blijkt een duidelijke relatie
tussen het opleidingsniveau en alcoholgebruik in het mbo: hoe hoger het opleidingsniveau,
hoe vaker mbo-studenten aangeven alcohol te drinken. Het overig middelengebruik lijkt
af te nemen.
Lopend beleid lijkt zijn vruchten af te werpen
De afgelopen jaren is er onverminderd aandacht geweest voor de mentale druk die studenten
ervaren in het vervolgonderwijs. Die druk is niet alleen te vinden in het onderwijs,
maar in de gehele maatschappij, zo laat ook een recent rapport zien van de Raad van
Volksgezondheid en Samenleving5. Eind dit jaar ontvangt uw Kamer het Actieprogramma mentale gezondheid en ggz met
de inzet op het versterken van mentale veerkracht van alle jongeren. Inzet specifiek
op studenten blijft daarbij nodig. De cijfers van 2025 laten zien dat de mentale gezondheid
en het middelengebruik in zijn algemeenheid verbeterd zijn. De hele samenleving, maar
zeker ook de onderwijssectoren hebben zich de afgelopen jaren al volop ingezet om
het mentale welzijn van de studenten te verbeteren. Maar integraal werken aan welzijn
vergt een cultuuromslag waarbij we niet alleen aandacht hebben voor studenten die
problemen ervaren, maar ook preventief werken aan het welzijn van alle studenten.
Dat heeft ook tijd nodig. Instellingen zetten veel in op activiteiten gericht op binding
en sense of belonging (jezelf kunnen zijn en je thuis voelen), maar er valt nog veel te verbeteren als
het gaat om de samenwerking op lokaal niveau met gemeenten en de zorg. Dat is een
van de pijlers uit het Landelijk kader studentenwelzijn. 113, STIJN, MindUS en studenteninitiatieven
vragen veel aandacht voor suïcidepreventie. Zij verspreiden kennis en expertise op
dit gebied. Dit thema heeft blijvende aandacht. In 2024 is geïnventariseerd bij onderwijsinstellingen
of zij suïcidepreventie- en nazorgbeleid hebben. Naar aanleiding van de resultaten
van deze monitor gaan wij wederom in gesprek met het onderwijs over de huidige stand
van zaken van dit beleid. Hiermee geven ook invulling aan de motie van de leden Ceder
en Krul6.
In het hbo en wo blijven instellingen zich onverminderd inzetten voor de implementatie
van het Kader Studentenwelzijn, zoals deze in 2023 samen met studentenorganisaties
en het Ministerie van OCW is vastgelegd. Instellingen richten zich daarbij zowel op
aandacht voor goede begeleiding bij problemen, alsook op preventie. Voor deze aanpak
is tot en met 2030 € 15 miljoen per jaar vrijgemaakt. In het mbo zijn in de Werkagenda,
die nog tot en met 2027 loopt, afspraken vastgelegd om het welzijn van mbo-studenten
te verbeteren.
Met het amendement van het lid Van der Graaf c.s.7 is daarnaast nog eens en € 1 miljoen per jaar vrijgemaakt voor het ondersteuningsprogramma
STIJN, dat in 2023 van start is gegaan. Dit programma helpt mbo-, hbo- en wo-instellingen,
gemeenten en preventie- en zorgprofessionals om integraal te werken aan studentenwelzijn.
Programma’s vanuit de Gezonde School-aanpak, zoals Helder op School, kunnen voorts
mbo-studenten helpen bewust te maken van het belang van mentale gezondheid en manieren
aanreiken om hiermee om te gaan zonder toevlucht te zoeken tot alcohol of drugs. TestJeLeefstijl
biedt mbo-studenten waardevolle tips hoe zij hun welzijn kunnen verbeteren. Daarnaast
is het een belangrijk signaleringsinstrument waarmee scholen inzicht krijgen in welke
problematiek er onder de studenten speelt, om daar vervolgens op in te spelen.
Voor de aanpak in het hbo en wo geldt dat er op dit moment een tussenevaluatie plaatsvindt
van het Kader Studentenwelzijn, waarvan de looptijd tot 2030 is. De resultaten van
de tussenevaluatie verwachten wij in het voorjaar van 2026 en worden met uw Kamer
gedeeld. Uit de evaluatie worden lessen getrokken voor het verder verbeteren en eventueel
bijstellen van de aanpak.
Aanbevelingen
Beide rapporten laten zien dat het welzijn van studenten in het vervolgonderwijs zich
in de goede richting ontwikkelt. Desalniettemin geven de onderzoekers aan dat er blijvende
aandacht nodig is op dit thema, zowel in het onderwijs als in de samenleving als geheel.
Daarnaast is het belangrijk om oog te houden voor kwetsbare groepen met een hoger
risico op mentale problematiek, zoals internationale studenten en genderdiverse studenten.
Met de eerder gemaakte afspraken zetten we enerzijds in op het versterken van de persoonlijke
vaardigheden van studenten, zoals mentale veerkracht, en anderzijds op de context
waarin studenten studeren en leven. Voor het onderwijs betekent dit een goede studeerbaarheid
van de opleiding (bijvoorbeeld voldoende rust tussen toetsweken in), aandacht voor
executieve functies (zoals plannen en concentreren), de juiste informatievoorziening
en de inzet op een goede binding met de onderwijsinstelling. Verder blijven we werken
aan het goede gesprek om de cultuur rondom middelengebruik te verbeteren onder studenten.
Verschillende studenteninitiatieven zijn hier al goed mee bezig, daarnaast werken
we samen met gemeenten, onderwijsinstellingen, studentenorganisaties en kennisinstellingen
om alcohol- en middelengebruik bespreekbaar te maken, juist op de plekken waar de
gevolgen het grootst zijn.
Moties en toezeggingen
Persoonsvorming in het onderwijs
De ambtsvoorganger van de Minister van OCW heeft in het debat over studentenwelzijn
in 2024 toegezegd8 om te verkennen of er voldoende aandacht is voor persoonsvorming in het onderwijs
in relatie tot welzijn. Persoonsvorming is een breed begrip dat verwijst naar de ontwikkeling
van een persoonlijkheid, identiteit en karakter. In relatie tot welzijn gaat het dan
bijvoorbeeld om zaken als veerkracht, zelfbewustzijn, en de relatie tot jezelf en
anderen. Dit beperkt zich niet enkel tot het onderwijs. Ook de thuis- en vrijetijdsomgeving
zijn belangrijke plekken waar jongeren ruimte krijgen of creëren om zichzelf te uiten.
Binnen het onderwijs is persoonsvorming geen apart vak of traject, maar kan overal
en op elk moment plaatsvinden.
In het voortgezet onderwijs is reeds een verkenning uitgevoerd naar wensen en behoeften
van het vervolgonderwijs ten aanzien van de kennis en vaardigheden waarmee geslaagden
vanuit het voortgezet onderwijs instromen9. Aandacht voor «life skills», dat in de verkenning wordt gebruikt als parapluterm
voor onder andere persoonsvorming en executieve functies, is op dit moment al een
opdracht van de school. In de conceptkerndoelen voor Mens en Maatschappij is nu opgenomen
dat de school expliciet bijdraagt «aan de sociale en emotionele ontwikkeling van leerlingen en bevordert respectvolle
omgang met anderen.» Dit is impliciet al een opdracht die elke school en elke leraar oppakt. Het verschil
is dat deze opdracht nu explicieter wordt beschreven zodat elke leerling kan rekenen
op dezelfde hulp.
In het vervolgonderwijs is er zowel binnen als buiten het curriculum ruimte voor persoonsvorming.
Onderwijsinstellingen geven studenten opdrachten waarin zij reflecteren op hun leerproces,
keuzes en persoonsvorming. Daarnaast hebben mbo- en hbo-studenten studieloopbaanbegeleiders
die met studenten persoonlijke gesprekken voeren over hun motivatie, toekomstbeeld,
belangrijke waarden en morele dilemma’s.
Graag inspireren wij uw Kamer hierna met enkele voorbeelden waarin blijkt hoe instellingen
aandacht besteden aan de persoonsvorming van studenten in relatie tot welzijn.
Persoonsvorming in MDT-traject, Zadkine
Bij Zadkine locatie Eikenlaan nemen studenten van de opleidingen Pedagogisch Werk
en Onderwijsassistent deel aan een Maatschappelijke Diensttijd (MDT)-traject, dat
draait om maatschappelijke betrokkenheid, persoonsvorming en burgerschap. In een periode
van zes tot acht weken werken mbo-studenten in kleine teams aan maatschappelijke opdrachten
in de wijk of bij organisaties zoals buurthuizen, basisscholen en zorginstellingen.
Begeleid door docenten en een MDT-coach reflecteren studenten wekelijks op hun ervaring
en volgen zij workshops waarin thema’s als samenwerking, verantwoordelijkheid en eigen
talenten centraal staan. Door activiteiten als het organiseren van een ontmoetingsmiddag
voor ouderen of het opzetten van een kinderactiviteit ontdekken studenten hoe zij
verschil kunnen maken in hun omgeving. Het traject versterkt hun zelfvertrouwen, vergroot
het inzicht in eigen waarden en beroepskeuzes, en stimuleert een blijvend gevoel van
maatschappelijke verantwoordelijkheid.
Leerlijn Persoonlijke en Professionele Ontwikkeling, Radboud Universiteit
Bij de bacheloropleiding Geneeskunde en Biomedische Wetenschappen binnen de Radboud
Universiteit is geïnvesteerd in een leerlijn Persoonlijke en Professionele Ontwikkeling,
waarbinnen een deellijn welzijn en vitaliteit. Alle bachelorstudenten krijgen les
in kleine groepen waarbij ze middels psycho-educatie en ervaringsleren inzicht krijgen
in de mechanismen achter welzijn en de misvattingen die hierover bestaan. Daarnaast
krijgen studenten praktische handvatten om actief met hun eigen welzijn aan de slag
te gaan. Onderwerpen die aan bod komen zijn onder andere omgaan met studiedruk, stress
en tijdsdruk, het belang van prioriteren en pauzes nemen, de invloed van leefstijl,
omgaan met emoties en de impact van sociale en professionele druk op het ervaren welzijn.
Toezegging onderzoek studentvoorzieningen
In het commissiedebat van 14 mei 202510 heeft de ambtsvoorganger van de Minister van OCW toegezegd om te inventariseren wat
de gevolgen zijn van de Beleidsregel investeren met publieke middelen in private activiteiten
voor sportfaciliteiten voor studenten en de Kamer na de zomer hierover te informeren.
De inventarisatie is verbreed naar studentvoorzieningen en is inmiddels in gang gezet.
De Minister van OCW zal de Kamer voor de zomer van 2026 informeren over de uitkomsten.
Zoals in de Kamer toegezegd, worden de studentvoorzieningen uitgezonderd van de controle
door de accountant totdat de inventarisatie gereed is en de besluitvorming hierover
is voltooid. De Minister van OCW heeft dat richting de instellingen per brief bevestigd.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, G. Moes
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, J.Z.C.M. Tielen
Indieners
-
Indiener
G. Moes, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap -
Medeindiener
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport