Brief regering : Jaarbericht Staat van het MKB 2025
32 637 Bedrijfslevenbeleid
Nr. 716
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 18 november 2025
Hierbij bied ik uw Kamer het rapport «Doorbraken voor het mkb: van analyse en advies
naar actie – Jaarbericht Staat van het MKB 2025 aan», dat het Nederlands Comité voor
Ondernemerschap (hierna: Comité) vandaag publiceerde.
Het Comité zet zich in voor duurzame groei van het midden- en kleinbedrijf en brengt
elk najaar een Jaarbericht uit over de staat van het mkb. Dit is de elfde en tevens
laatste editie van het Jaarbericht. Het Comité heeft aangegeven om met het aflopen
van het instellingsbesluit per 1 april 2026, dat is 19 jaar na hun oprichting, hun
taken en rollen neer te leggen. Daarmee komt er een einde aan een zeer gewaardeerde
samenwerking. In deze brief blik ik terug op de afgelopen jaren en sta ik stil bij
de opvolging en borging van de activiteiten en producten van het Comité. Vervolgens
zal ik ingaan op de conclusies van het Jaarbericht en de aanbevelingen van het Comité.
Aflopend mandaat Comité en vooruitblik
Sinds de oprichting van de Raad voor Microfinanciering in 2007 – de voorloper van
het Comité – heeft het Comité zich ontwikkeld tot een adviesorgaan met een brede blik.
Waar het begon met microfinanciering, ligt de aandacht nu op het bevorderen van duurzame
groei in het gehele mkb. Dit doet het Comité door het stimuleren van ondernemerschap
en agenderen van specifieke thema’s en knelpunten, het volgen en duiden van ontwikkelingen
en daarover aanbevelingen doen, het vormen en onderhouden van een netwerk en het vervullen
van een ambassadeursrol.
Het Comité brengt sinds 2015 jaarlijks het Jaarbericht Staat van het mkb1 uit met daarin adviezen gericht op de thema’s toegang tot financiering, toegang tot
talent, faciliteren van mkb en het versterken van productiviteit. Deze uitstekende
adviezen bleken menigmaal de start te zijn van nieuwe beleidsinitiatieven zoals Qredits,
die op advies van de Raad voor Microfinanciering werd opgericht om mkb-ondernemers
te helpen aan kleine kredieten. Hetzelfde geldt voor het rapport Dienstbare dienstverlening,
wat ervoor zorgde dat het Actieplan MKB-dienstverlening van start ging. Recenter stond
het Comité aan de wieg van het Financieringsconvenant en de Financieringsgids. Het
Comité heeft ook in dit traject een belangrijke, niet te onderschatten aanjagersrol
gespeeld. Ik kijk met dankbaarheid terug op de samenwerking met het Comité. De vaak
excellente adviezen van het Comité hebben niet alleen geleid tot nieuw beleid, maar
ook tot veel meer kennis over ondernemerschap en het mkb in Nederland. Ik wil graag
alle Comitéleden bedanken voor hun inzet, met name Hare Majesteit Koningin Máxima.
Nu het Comité haar opdracht neerlegt, wil ik speciaal aandacht besteden aan de borging
van het gedachtegoed van het Comité. De afgelopen jaren richtte het Comité zich met
name op de productiviteitsgroei van het Nederlandse mkb. Om ervoor te zorgen dat dit
gedachtegoed niet verloren gaat, zal de Productiviteitsraad in haar adviezen specifiek
aandacht besteden aan het mkb.
Conclusies Jaarbericht 2025
Het Jaarbericht laat ook dit jaar zien dat het mkb aandacht nodig heeft. Daarom heeft
mijn beleid als doel te zorgen voor een productiever mkb. Bedrijven geven aan dat
onder andere internationale geopolitiek, en binnenlands beleid of regelgeving hebben
bijgedragen aan meer onzekerheid. Meer dan 60% van de mkb’ers heeft maatregelen genomen
om met deze toenemende onzekerheid om te gaan, waaronder minder investeringen en het
aanhouden van hogere interne financiële buffers. Bedrijven hebben daarnaast te maken
met arbeidsmarktkrapte en financiële belemmeringen: ruim een derde van de bedrijven
ziet arbeidsmarktkrapte als belemmering om te investeren in productiviteitsverhogende
maatregelen.
In 2024 nam de arbeidsproductiviteit af vergeleken met het jaar ervoor.2 Die afname was het sterkst bij het middenbedrijf. Het Comité pleit in dit Jaarbericht
voor drie zaken: data, dynamiek en daadkracht. Ik zal achtereenvolgens op deze drie
onderwerpen ingaan.
Data
Het Comité adviseert om meer gebruik te maken van data over het mkb. Daarbij kan naast
de CBS-data meer gebruik gemaakt worden van data van externe partijen. Ook ik hecht
belang aan de beschikbaarheid van data. Betrouwbare cijfers zijn van groot belang
om inzicht te krijgen in de positie en uitdagingen van het mkb. Hier heb ik al de
nodige stappen gezet. Zo heb ik, in samenwerking met het CBS, het dashboard www.staatvanhetmkb.nl vernieuwd. Ook zal ik verdergaan met het besteden van aandacht aan ontwikkelingen
bij het mkb. Het Comité heeft in het huidige Jaarbericht ook laten zien wat de meerwaarde
is van het gebruik van data van derden, die de gegevens van het CBS enorm kunnen verrijken.
Data zijn onmisbaar voor beleid en helpen mij om gericht beleid te voeren dat aansluit
bij de knelpunten waar het mkb in Nederland mee te maken heeft.
Dynamiek
Terecht vraagt het Comité aandacht voor dynamiek. Dynamiek is belangrijk voor een
gezonde economie: jonge bedrijven brengen vernieuwing en lopen voorop in het benutten
van technologische kansen. De groei van jonge bedrijven gaat vaak ten koste van het
marktaandeel van gevestigde bedrijven.
Het Jaarbericht wijst op zorgwekkende ontwikkelingen op het terrein van bedrijvendynamiek.
Ten eerste is de churn rate3
, die iets zegt over hoe dynamisch een economie is, tussen 2007 en 2024, afgenomen
van 27% naar 17%. Vanaf 2017 is de churn rate redelijk stabiel. Dit duidt op een afnemende dynamiek.
Ook groeien productievere mkb-bedrijven iets minder vaak dan voorheen in aantal werknemers.
Hoewel productievere bedrijven vaker een hogere groei laten zien, is dit verband tussen
2018–2023 wel minder sterk dan tussen 2010–2018. Dat is zorgwekkend omdat bedrijven
met een hogere productiviteit meer de kans zouden moeten krijgen om te groeien dan
minder productieve bedrijven.
Dit zijn zorgwekkende ontwikkelingen. In mijn beleid probeer ik het ontstaan en groeien
van nieuwe bedrijven te stimuleren. Daarom bent u recent geïnformeerd over het nieuwe
start- en scale-upbeleid, waarin ik o.a. aankondig Techleap te verlengen.4 Ook heb ik aandacht voor het mkb op het terrein van toegang tot financiering, bijvoorbeeld
via Qredits en de BMKB.
Daadkracht
Het Comité vraagt om meer daadkracht bij het bedrijfsleven en bij de overheid en stelt
op een aantal thema’s disrupties voor.
Van potjes naar programma
Zo stelt het Comité voor om van potjes naar programma te gaan en een samenhangende
en data-onderbouwde beleidsaanpak te kiezen. Ik geef hier onder andere invulling aan
met de maatregelen, verkenningen en voorstellen die recent zijn aangekondigd in de
Productiviteitsagenda.5 Het oprichten van de Productiviteitsraad helpt bij het versterken van de kennisbasis
op het terrein van productiviteit. De Productiviteitsraad zal als taak krijgen om
het kabinet te adviseren over beleid aangaande arbeidsproductiviteit. Zij zullen in
hun aanbevelingen aandacht hebben voor de verschillen tussen bedrijfsgroottes en met
name voor knelpunten bij het mkb. De behoeften en uitdagingen van het mkb zijn immers
vaak anders dan die voor grote bedrijven.
Dienstverlening: van loketten naar mensen
Ook wil het Comité meer aandacht voor dienstverlening: een beweging van loketten naar
mensen. Vanuit de filosofie van de Actieagenda MKB-dienstverlening herkennen we deze
aanbeveling goed. Op 15 november 2023 is de Actieagenda mkb-dienstverlening 2024–2026
met uw Kamer gedeeld. In de voortgangsrapportage6 informeer ik uw Kamer dat in deze aanpak de vraag van de ondernemer centraal staat
en dat ik bouw aan sterke regionale ecosystemen, waarin publieke en private partijen
samenwerken rondom die ondernemersvraag. Samen met o.a. RVO, IPO, VNG, gemeenten,
de KVK en de ROMs ben ik voortvarend aan de slag gegaan om de Actieagenda te implementeren.
Partijen omarmen steeds meer het idee van samenwerken over de grenzen van de eigen
organisatie heen, met als gezamenlijk doel de ondernemer beter te bedienen. Deze manier
van werken vraagt echter om een cultuurverandering: precompetitieve samenwerking is
nog niet overal vanzelfsprekend en in de praktijk nog niet altijd volledig gerealiseerd.
Mijn ministerie ondersteunt deze beweging richting precompetitieve samenwerking via
een leerprogramma waarin 18 regio’s met elkaar leren, ervaringen uitwisselen en gezamenlijk
de nieuwe werkwijze actief omarmen.
Arbeidsmarkt: data en matching
Ten derde vraagt het Comité om beleid op het terrein van arbeidsmarkt, met aandacht
voor data en matching. De Minister van SZW geeft hier, zoals in de eerder genoemde
Productiviteitsagenda al aangekondigd, uitvoering aan door het opzetten van Werkcentra,
die per 1 januari 2026 in alle arbeidsmarktregio’s actief zijn. Op het niveau van
de arbeidsmarktregio werken publieke- en private partijen samen in een Regionaal Beraad
en maken ze afspraken over samenwerking en maken ze een Regionale Meerjarenagenda.
Deze komt tot stand op basis van een arbeidsmarktanalyse en data op het gebied van
vraag- en aanbod.
Disruptie in het samenspel tussen ondernemers en overheid
Tot slot vraagt het Comité ook om disruptie in het samenspel tussen ondernemers en
overheid. Het bedrijfsleven vraagt om stabiel overheidsbeleid en minder regeldruk.
Dit heeft ook de bijzondere aandacht van dit kabinet. In de brief van 5 september
jl. over het ondernemingsklimaat en regeldrukschets7 ik de stand van zaken van dit programma en kondig ik aanvullende acties aan voor
het verminderen van regeldruk voor ondernemers.
Zo vindt er op 15 december 2025 de Ondernemerstop plaats, waar we werken aan minder
regeldruk voor ondernemers en aandacht hebben voor de randvoorwaarden van goed ondernemerschap.
Om de dialoog gaande te houden, vindt er per heden twee keer per jaar een structureel
overleg plaats tussen VNO-NCW, MKB-Nederland en het kabinet. Dit overleg zal geïntegreerd
worden in bestaande overlegstructuren en draagt bij aan structurele samenwerking,
open dialoog en concrete actie tussen overheid en ondernemer.
Tot slot heb ik een kabinetsbrede doelstelling aangekondigd om bij vijfhonderd regels
voor de zomer 2026 regeldruk te verminderen of ze te schrappen. Het aantal aan te
pakken regels wordt over de departementen verdeeld. In het kader van de motie Yesilgöz-Zegerius
en Bontenbal (Kamerstuk 36 800, nr. 16) inventariseert het kabinet op dit moment welke vijfhonderd regels kunnen worden
vereenvoudigd of geschrapt, zodat het kabinet dit voor het einde van het jaar inzichtelijk
kan maken.
De Minister van Economische Zaken,
V.P.G. Karremans
Indieners
-
Indiener
V.P.G. Karremans, minister van Economische Zaken