Brief regering : Strategie voor de aanpak van onjuiste gezondheidsinformatie: eerste contouren
32 793 Preventief gezondheidsbeleid
27 529
Informatie- en Communicatietechnologie (ICT) in de Zorg
Nr. 872
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 18 november 2025
Gezondheidsinformatie wordt veel gezocht en gezien op internet en via sociale media.
In veel situaties is deze informatie behulpzaam voor mensen die bezig zijn met hun
gezondheid of juist klachten ervaren. Het is echter zorgelijk dat in toenemende mate
ook mis- en desinformatie over gezondheidsonderwerpen aanwezig is. Door onjuiste of
misleidende informatie kunnen mensen namelijk, vanuit de overtuiging dat zij gezonde
keuzes maken, keuzes maken die juist schadelijk zijn voor hun eigen gezondheid én
die van anderen. Het gaat bijvoorbeeld om valse claims over vaccinaties, anticonceptiemiddelen
en voeding.
Om grip te krijgen op dit probleem is, in opdracht van het Ministerie van BZK, een
onderzoek uitgevoerd naar risico’s en handelingsopties met betrekking tot onjuiste
gezondheidsinformatie. Dit onderzoek is in juni opgeleverd en aangeboden aan uw Kamer,1 waarmee is voldaan aan de toezegging aan het lid Paulusma (D66) uit het commissiedebat
Leefstijlpreventie van 24 april jl.2 Zoals toegezegd door mijn ambtsvoorgangers, wordt door het Ministerie van VWS verkend
hoe mede invulling kan worden gegeven aan de aanbevelingen uit het onderzoek. Graag
informeer ik uw Kamer over de eerste contouren van een strategie voor de aanpak van
onjuiste gezondheidsinformatie (hierna: strategie).
Samenvatting onderzoek
In het rapport Medische misinformatie ontworteld stelt De Nieuwe Utrechtse School (DNUS) dat mis- en desinformatie over gezondheidsonderwerpen
meer is dan een informatieprobleem. Veel vaker is het een «symptoom» van een gebrek
aan vertrouwen in overheids- en gezondheidsinstanties, en van een informatie- en zorgaanbod
dat niet altijd aansluit op de leefwereld en behoeften van mensen. Uiteenlopende casussen
die door de onderzoekers zijn geanalyseerd illustreren dat mis- en desinformatie niet
op één manier ontstaat of wordt verspreid, maar telkens een andere voedingsbodem kent.
Vaak bestaat deze voedingsbodem uit een combinatie van elementen, zoals bepaalde waarden
of specifieke zorgen: mensen hebben meerdere redenen om onjuiste gezondheidsinformatie
voor waar aan te nemen en hiernaar te handelen.
Om de impact van onjuiste gezondheidsinformatie te verminderen is het wegnemen van
één reden dus niet voldoende, concluderen de onderzoekers. Volgens hen zijn pogingen
om mis- en desinformatie enkel met factchecks en informatiecampagnes te bestrijden
doorgaans weinig effectief. Het bieden van juiste informatie levert namelijk niets
op als mensen deze niet vertrouwen, niet kunnen vinden en/of niet begrijpen. Daarom
vraagt de aanpak van onjuiste gezondheidsinformatie om een bredere blik. Een combinatie
van maatregelen, die de sociaal-culturele factoren van de voedingsbodem van mis- en
desinformatie adresseren, is nodig.
Drie focusgebieden in de strategie tegen mis- en desinformatie
Het rapport biedt een breed palet van dertig handelingsopties voor de aanpak van onjuiste
gezondheidsinformatie. Deze variëren van concrete interventies – zoals het verbeteren
van overheidscommunicatie, het toegankelijker maken van voorlichting en het bevorderen
van mediawijsheid – tot investeringen gericht op het creëren van gegrond vertrouwen.
Uit deze handelingsopties komen, globaal genomen, drie focusgebieden naar voren waar
de strategie zich op zou moeten richten. Deze licht ik hieronder een voor een uit.
Focusgebied 1: Een gezonde informatieomgeving
Onjuiste gezondheidsinformatie gedijt in een informatieomgeving waarin mensen betrouwbare
bronnen niet goed kunnen vinden en/of begrijpen. Het is dus belangrijk dat de basis
op orde is. Dat houdt in: een omgeving waarin duidelijk is waar mensen terecht kunnen
voor betrouwbare informatie over gezondheidsonderwerpen, en waarin informatie uit
de medische wetenschap zo toegankelijk en transparant mogelijk beschikbaar is. Daarbij
dient de juiste informatie, waar nodig, extra onder de aandacht te worden gebracht.
Focusgebied 2: Informatie en zorg die aansluit bij behoeften
Wanneer zorgvragen onbeantwoord blijven, kunnen mensen antwoorden zoeken en vinden
in onjuiste of misleidende informatie. Om dit te voorkomen is het nodig dat mensen
informatie en zorg kunnen krijgen die (nóg beter) afgestemd is op hun persoonlijke
situatie en behoefte. Ook mag er meer oog zijn voor het betrekken van perspectieven
van burgers in beleid. Door in dialoog te gaan en mensen actief te betrekken, ontstaat
een bodemlaag van vertrouwen. Door te werken aan deze bodem, kan de wildgroei aan
mis- en desinformatie bij de kiem worden aangepakt.
Focusgebied 3: Weerbaarheid tegen onjuiste gezondheidsinformatie
Vatbaarheid voor onjuiste gezondheidsinformatie valt of staat met het vermogen om
onjuiste of misleidende informatie te herkennen. Het is dus van belang dat mensen
(beter) in staat zijn om onjuiste gezondheidsinformatie te onderscheiden van betrouwbare
en juiste informatie. Dit vraagt om meer aandacht voor het vergroten van mediawijsheid
en algemene gezondheidsgeletterdheid. Ook kan gekeken worden naar manieren om de verspreiding
van onjuiste gezondheidsinformatie tegen te gaan, bijvoorbeeld door het aanscherpen
van voorwaarden en het verduidelijken van de regelgeving.
Huidige inzet
Binnen de Rijksbrede strategie voor een effectieve aanpak van desinformatie,3 waarin «volksgezondheid» een van de vier aandachtsgebieden is, lopen momenteel meerdere
thema-overstijgende acties om verspreiding van mis- en desinformatie aan te pakken
en de weerbaarheid tegen onjuiste informatie te vergroten. Denk aan de implementatie
van de digitaledienstenverordening (DSA), het versterken van factcheckers en een intensivering
van de inzet op mediawijsheid. Specifiek op het thema «volksgezondheid» zet het demissionaire
kabinet, in het huidige beleid, al diverse stappen voor het verbeteren van het informatieaanbod
over gezondheidsonderwerpen, het bieden van doelgroepgerichte voorlichting en zorg,
en het versterken van weerbaarheid tegen onjuiste gezondheidsinformatie. Dat gebeurt
bijvoorbeeld met de aanpak «Vol vertrouwen in vaccinaties», die zich onder meer richt
op een laagdrempeliger en toegankelijker aanbod van (voorlichting over) vaccinaties,
afgestemd op de behoeften van doelgroepen.
Ook loopt momenteel een onderzoek door het RIVM naar de informatiebronnen die worden
geraadpleegd tijdens de zwangerschap. Hierin wordt onderzocht in welke mate conflicterende
informatie voorkomt en welke bronnen aanstaande ouders meer of minder vertrouwen.
De uitkomsten worden begin 2026 opgeleverd en worden gebruikt om het informatieaanbod
binnen de geboortezorg beter te laten aansluiten bij de leefwereld en behoeften van
aanstaande ouders. In het kader van de aanpak onbedoelde en/of ongewenste zwangerschap
wordt daarnaast door Fiom en Rutgers onderzocht wat effectieve methodes zijn om de
gevolgen van mis- en desinformatie op het terrein van anticonceptie, onbedoelde zwangerschap
en abortus tegen te gaan. Het onderzoek loopt uiterlijk tot eind 2026. De focus ligt
op doelgroepen met het hoogste risico op een gebrek aan regie op een kinderwens en/of
de doelgroep die het meest vatbaar blijkt voor mis- en desinformatie over deze onderwerpen.
Verder heeft VWS het Netwerk Mediawijsheid de opdracht gegeven om, in aanvulling op
de campagne «Gecheckt? Wel zo gezond!»,4 een prebunking-campagne op sociale media te ontwikkelen, gericht op jongeren. In tegenstelling tot
debunking, waarbij onjuiste informatie achteraf wordt gecorrigeerd, wordt hiermee ingezet op
bewustwording over de manieren waarop desinformatie werkt, zodat dit beter en tijdig
wordt herkend. De campagne wordt in de komende maanden uitgevoerd en omvat de onderwerpen
zelfdiagnoses, gezond gewicht, voedingssupplementen, huidverzorging en anticonceptie.
Ten slotte is – mede op aanbeveling van De Nieuwe Utrechtse School5 – onderzoek uitgezet naar de effectiviteit van initiatieven waarbij artsen via sociale
media tegenwicht bieden aan onjuiste gezondheidsinformatie. Het onderzoek, dat wordt
uitgevoerd door de Universiteit van Amsterdam, loopt tot september 2026 en is gericht
op de vraag hoe de presentatie van de juiste informatie kan worden verbeterd. Op basis
van de uitkomsten wordt verkend welke mogelijkheden er zijn om dergelijke initiatieven
te bevorderen.
Vervolg
De komende periode gebruik ik om de strategie verder vorm te geven en uit te werken.
Daarbij breng ik in kaart wat er momenteel al op de focusgebieden loopt en welke mogelijkheden
er zijn om hier meer op in te zetten, om zo te komen tot actielijnen voor de aanpak
van onjuiste gezondheidsinformatie. Het doel is het ontwikkelen van een gedeelde visie
en een kader, waarmee samenhang wordt aangebracht in VWS-beleid dat bijdraagt aan
een gezondere informatieomgeving en het faciliteren van geïnformeerde keuzes over
gezondheid. Onderdeel van dit proces is ook het formuleren van uitgangspunten voor
de aanpak, zoals de rol die de overheid heeft in het tegengaan van onjuiste gezondheidsinformatie.
Het is immers niet aan de overheid om bepaalde informatiebronnen te verbieden of om
in de spreekkamer mee te luisteren.
Zodoende vormt de strategie de basis voor een lerend proces, waarbij inzichten uit
onderzoeken, pilots en evaluaties steeds worden benut om de aanpak van onjuiste gezondheidsinformatie
uit te breiden en aan te scherpen. De in deze brief geschetste contouren en stappen
zetten hier een eerste aanzet toe. De verdere invulling van de strategie verloopt
in nauwe afstemming met relevante partners, zodat samenhang tussen acties en aansluiting
bij bestaande trajecten zo goed mogelijk wordt geborgd. Uw Kamer zal op de hoogte
worden gehouden van de ontwikkelingen hieromtrent.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
J.Z.C.M. Tielen
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport