Brief regering : Beleidsreactie op onderzoeksrapport ‘Werkverandering onder sekswerkers. Ervaringen en ondersteuning vanuit hun perspectief'
34 193 Evaluatie Wet regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche
Nr. 20 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 18 november 2025
Met deze brief bied ik u het rapport «Werkverandering onder sekswerkers. Ervaringen en ondersteuning vanuit hun perspectief» aan. Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek –
en Datacentrum (WODC). In Nederland is sekswerk een legaal beroep, maar het heeft
nog geen vanzelfsprekende positie op de arbeidsmarkt en in de samenleving. Sekswerkers
ervaren vaak een negatieve houding en stigmatisering. Dit maakt dat het veranderen
van werk – binnen of buiten de sekswerkbranche – gepaard kan gaan met uiteenlopende
uitdagingen. Sekswerkers die een overstap overwegen, kunnen daarbij behoefte hebben
aan begeleiding en ondersteuning. Ondersteuning wordt onder meer aangeboden via sekswerk-specifieke
organisaties, met programma’s die (deels) door het Ministerie van Justitie en Veiligheid
worden gefinancierd, zoals de Decentralisatie Uitkering Uitstapprogramma’s Prostituees
(hierna: DUUP). Het doel van het onderzoek is om inzicht te verkrijgen in het proces
en resultaat van het veranderen van werk onder sekswerkers, evenals in de geboden
en gewenste ondersteuning in dit traject. Eerdere evaluatieonderzoeken van (voorlopers
van) de DUUP richtten zich voornamelijk op de organisatie van ondersteuningstrajecten
en de ervaringen van betrokken professionals en een beperkt aantal sekswerkers. In
het voorliggende onderzoek zijn het perspectief en de ervaringen van een grote groep
sekswerkers centraal gesteld en aangevuld met de ervaringen van betrokken professionals.
Conclusies en aanbevelingen
Voor het onderzoek zijn 107 personen bevraagd die momenteel sekswerk doen en nadenken
over, of bezig zijn met, een veranderproces, evenals onder degenen die in het verleden
sekswerk hebben gedaan. Ook 25 sekswerkers die geen werkverandering beogen hebben
eenmalig een vragenlijst ingevuld. Daarnaast zijn er één, twee of drie verdiepende
interviews geweest met 34 (ex-)sekswerkers. Tot slot zijn focusgroepen georganiseerd
met zeven beleidsmedewerkers en twintig hulpverleners.
Het onderzoek toont aan dat werkverandering voor sekswerkers zelden lineair verloopt.
De keuze om van werk te veranderen wordt vaak ingegeven door negatieve ervaringen
zoals stigmatisering, psychische belasting, geweld of intimidatie, maar ook door levensgebeurtenissen
zoals het verkrijgen van een verblijfsvergunning, het starten van een opleiding of
veranderingen in de privésituatie. Tegelijkertijd zijn er positieve aspecten aan sekswerk
die het proces van verandering kunnen beïnvloeden, zoals de flexibiliteit, financiële
voordelen en sociale contacten die het werk biedt. Dit maakt dat werkverandering vaak
gepaard gaat met twijfel, heroverwegingen en soms tijdelijke terugkeer naar sekswerk.
Onderzoekers geven aan dat het realiseren van een duurzame werkverandering geregeld
vraagt om structurele en integrale ondersteuning.
De ondersteuning van sekswerk-specifieke organisaties wordt gewaardeerd, maar blijkt
niet voor alle sekswerkers beschikbaar, en niet in elke regio. Er is behoefte aan
maatwerk, langdurige betrokkenheid, betere samenwerking tussen organisaties en een
inclusieve benadering.
Op basis van de bevindingen wordt een aantal aanbevelingen gedaan voor beleid en praktijk:
1. Bevorder langdurige, integrale begeleidingstrajecten;
2. Versterk de rol van sekswerk-specifieke organisaties;
3. Vergroot de zichtbaarheid van het ondersteuningsaanbod;
4. Bied ondersteuning die niet uitsluitend gericht is op de uitstap;
5. Ontwikkel inclusieve en flexibele begeleidingstrajecten;
6. Faciliteer contact met ervaringsdeskundigen en peers;
7. Creëer veilige woon- en werkplekken;
8. Herzie de opzet van de DUUP-dag.
Beleidsreactie
Het onderzoek biedt waardevolle inzichten over de ondersteuning bij een duurzame verandering
van werk en de factoren die daarop van invloed zijn. Het biedt een helder en genuanceerd
beeld van de voornaamste aandachtspunten en geeft goed inzicht in de ondersteuningsbehoeften
bij werkverandering van sekswerkers.
Het Ministerie van Justitie en Veiligheid keert vanaf 2023 middels de DUUP jaarlijks
6 miljoen euro uit aan achttien centrumgemeenten, te weten Leeuwarden, Groningen,
Assen, Almere, Zwolle, Enschede, Apeldoorn, Nijmegen, Arnhem, Utrecht, Haarlem, Alkmaar,
Den Haag, Rotterdam, Tilburg, Den Bosch, Amsterdam en Zaanstad. De centrumgemeenten
coördineren het beleid en de financiering van één of meerdere uitstapprogramma’s die
toegankelijk zijn voor sekswerkers uit de gehele DUUP-regio. Omdat de DUUP een decentralisatie-uitkering
betreft, mogen de centrumgemeenten zelf invulling geven aan de besteding van de DUUP-gelden.
Gemeenten hoeven dus geen financiële of inhoudelijke verantwoording af te leggen aan
mijn ministerie en er zijn vanuit de Rijksoverheid geen kaders of voorwaarden aan
de uitkering verbonden. Om die reden zal ik de bevindingen en aanbevelingen ten aanzien
van de ondersteuning bij werkverandering van sekswerkers nader onder de aandacht brengen
bij de DUUP-centrumgemeenten. De uitkomsten van het onderzoek worden ook besproken
op de eerstvolgende DUUP-dag. De DUUP-dag is een jaarlijkse landelijke bijeenkomst
voor sekswerkers, hulpverleners, beleidsmakers en andere betrokkenen.
Aanvullend op bovenstaande zie ik op een aantal punten specifieke aanknopingspunten
met betrekking tot de beleidsinzet vanuit mijn ministerie. Allereerst biedt dit rapport
inzicht in de beweegredenen van sekswerkers om te stoppen met dit beroep, waarbij
ook negatieve ervaringen met stigmatisering worden genoemd. Om het stigma zoveel mogelijk
te verminderen en om de sociale en juridische positie van sekswerkers te versterken,
is de afgelopen jaren gewerkt aan de Aanpak versterking sociale en juridische positie
sekswerkers. Binnen deze aanpak werkt mijn ministerie samen met de Sekswerk Alliantie
Destigmatisering, belangenorganisaties, hulpverleners en betrokken ministeries. Het
doel van de aanpak is dat alle sekswerkers dezelfde diensten kunnen afnemen als ieder
andere werkende, en daarbij op een gelijkwaardige wijze worden bejegend zoals elke
werknemer en niet worden gediscrimineerd. De aanpak heeft geleid tot een aantal mooie
resultaten, waarover ik uw Kamer heb geïnformeerd op 18 november 2024.1 Begin 2026 zal ik uw Kamer opnieuw per brief over de Aanpak informeren.
Het rapport maakt duidelijk dat in de praktijk duurzame werkverandering voor sekswerkers
pas mogelijk is als aan de randvoorwaarden daarvoor is voldaan. Daarin zijn een veilige
woonomgeving, financiële basis, toegang tot scholing of zorg, en steun vanuit de omgeving
cruciale bouwstenen. In reactie op een eerder gestelde vraag van Kamerlid Kuik over
of er urgentie wordt toegekend aan woningzoekende sekswerkers in een werkveranderingstraject,
kan ik aangeven dat dat in mijn optiek inderdaad gewenst is.2 Met het wetsvoorstel versterking regie volkshuisvesting, momenteel aanhangig in de
Eerste Kamer, worden gemeenten dan ook verplicht om woningzoekende sekswerkers die
deelnemen aan een van overheidswege gefinancierd programma gericht op duurzaam uitstappen
uit de seksbranche, in hun urgentieregeling op te nemen.
Het lid Kuik vroeg daarnaast of de hulpverlening in het veranderproces in bepaalde
regio’s met meer «succes» verloopt. Het rapport doet hier geen uitspraken over. Gezien
het aantal respondenten dat is bevraagd zou het trekken van statistisch significante
conclusies op dit punt ook lastig zijn. Wel wordt als knelpunt genoemd dat in bepaalde
regio’s sprake is van een beperkt en/of minder zichtbaar aanbod van hulpverlening.
In het licht van bovenstaande is het belangrijk dat het bestaande ondersteuningsaanbod
vindbaar is voor sekswerkers. Momenteel wordt door het Ministerie van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid en mijn ministerie de website www.sekswerkgoedgeregeld.nl doorontwikkeld, waarop ook informatie wordt opgenomen over het ondersteuningsaanbod
voor sekswerkers. De website zal naar verwachting begin 2026 toegankelijk moeten zijn.
Tot slot wordt aanbevolen de opzet van de DUUP-dag te herzien. In het onderzoeksrapport
wordt aangegeven dat de huidige opzet van de DUUP-dag aan vernieuwing toe is, om de
effectiviteit en toegankelijkheid ervan te vergroten. Mijn ministerie biedt financiële
ondersteuning voor de uitvoering van de DUUP-dagen en is betrokken bij de organisatie
ervan. Mijn ministerie zal met de betrokken partijen in overleg treden over de opzet
en de invulling van de DUUP-dagen, om deze zo goed mogelijk te laten aansluiten bij
de actuele praktijk en de behoeften van de sekswerkers en professionals.
De Minister van Justitie en Veiligheid, F. van Oosten
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid