Brief regering : Voortgang Beter Benutten en Innovatieprogramma (IOP)
32 847 Integrale visie op de woningmarkt
Nr. 1390
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING EN RUIMTELIJKE ORDENING
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 17 november 2025
Om het woningtekort terug te dringen is het nodig om meer en sneller te bouwen. Elke
kans om een woning of woonruimte te realiseren moet worden benut. De krappe arbeidsmarkt,
de schaarse ruimte en grondstoffen, en complexe maatschappelijke opgaven zoals vergrijzing,
betaalbaarheid en druk op voorzieningen vragen om slimmer (ver)bouwen en samenwerken.
Dat betekent dat we, naast nieuwbouw, ook bestaande gebouwen en de directe omgeving
beter moeten benutten én innovatieve werkwijzen in de bouw moeten stimuleren. Beide
aanpakken zijn onmisbaar om 100.000 woningen per jaar te kunnen realiseren en worden
in volle vaart voortgezet.
Daarom werk ik sinds de Woontop van vorig jaar naar een landelijke aanpak Beter Benutten
van bestaande gebouwen en bijbehorende omgeving (hierna: Beter Benutten1) en aan de uitvoering van het Programma Innovatie en Opschaling Woningbouw2 (hierna: IOP). Dit zijn beide programma’s waarin overheids- en marktpartijen samenwerken
aan een concrete gebiedsgerichte aanpak die is gericht op het sneller, betaalbaar
en duurzaam toevoegen van woningen. De programma’s werken als kapstok en kader om
verschillende lopende initiatieven te bundelen en zo op te kunnen schalen naar een
langjarig hoger niveau van woningrealisatie: een vereiste om het woningtekort terug
te dringen. Aandacht op succesvolle initiatieven voorkomt onnodige bestuurlijke drukte.
Het Rijk zorgt hierbij voor een langjarige inzet van kennis en middelen en zorgt daarmee
voor stabiliteit en betrouwbaarheid.
Met deze brief informeer ik uw Kamer over de stand van zaken. In de brief is een selectie
van een aantal resultaten opgenomen, meer details en uitwerking treft u aan als bijlage.
Daarnaast bespreek ik met deze brief een aantal toezeggingen en moties die zich richten
op de woningbouw en het woonbeleid. Twee toezeggingen zijn afkomstig van de Eerste
Kamer; ik informeer de Eerste Kamer separaat over deze brief en de bespreking van
de toezeggingen.
Tussenstand van resultaten voor Beter Benutten en IOP
Beter benutten
Elke woning is er één. Daarom is vorig jaar bij de Woontop de afspraak gemaakt om
bestaande gebouwen beter te benutten en om dit op grotere schaal te realiseren. Ambitie
is dat het Beter Benutten, als onderdeel van de toekomstige volkshuisvestingsprogramma’s,
een standaard onderdeel wordt van de aanpak om het woningtekort terug te dringen.
Corporaties, provincies, gemeenten, particuliere eigenaren en verhuurders (ook VvE’s)
slaan de handen ineen om de komende jaren met een landelijke aanpak meer en sneller
tot realisatie van woningen te komen. Afgelopen jaar zijn er flinke resultaten geboekt
op het gebied van Beter Benutten.3 Enkele voorbeelden die ik wil uitlichten zijn:
– De komst van de Realisatiestimulans waarbij elke betaalbare woning waarvan vanaf 2025
de bouw gestart is een bijdrage ontvangt van € 7.000 ex BTW. Dit geldt niet alleen
voor nieuwbouw maar expliciet ook voor elk woning die wordt toegevoegd via Beter Benutten:
transformatie, splitsen en optoppen. De regeling Realisatiestimulans publiceer ik
naar verwachting volgende maand.
– De landelijke campagne «Word hospita! Jouw huis van grote waarde»4 is gestart. Om hospitaverhuur te stimuleren, werk ik verder aan het wetsvoorstel
hospitaverhuur. Mijn streven is om dit wetsvoorstel in de eerste helft van 2026 aan
te bieden aan uw Kamer.
– Voor splitsen publiceer ik een Splitsgids en ik werk met de Rijksbouwmeester aan een
ontwerpend onderzoek. Dit vooruitlopend op het uniform landelijk beleidskader voor
woningsplitsen en ook woningdelen, waarmee wordt uitgewerkt hoe splitsen en delen
(juridisch) makkelijker en waar mogelijk vergunningsvrij wordt. Ik ga dit vormgeven
met inbreng van koplopergemeenten.
– Voor mantelzorg- en familiewoningen heb ik eerder dit jaar een aangepast ontwerpbesluit
Versterking regie volkshuisvesting in consultatie gebracht. Daarmee wordt het mogelijk
om binnen voorwaarden mantelzorg- en familiewoningen vergunningvrij te plaatsen op
het achtererf. Ook wordt het hiermee mogelijk om binnen voorwaarden een mantelzorg-
of familiewoning te realiseren in een bestaand bijgebouw, waardoor bijvoorbeeld bestaande
schuren voor dit doeleinde kunnen worden ingezet. Op 8 november 2025 is de novelle
voor advies naar de Raad van State gezonden. Hiermee geef ik uitvoering aan Woontopafspraak
nummer 14.
Daarnaast ligt er een nieuwe richtlijn voor parkeernormen,5
6 pak ik leegstand aan (onlangs zijn voorgenomen wijzigingen in de Leegstandswet in
consultatie geweest), stimuleer ik dat gemeenten actief aan de slag gaan met woningdelen
en zet ik met partijen onverminderd in op bijvoorbeeld transformeren, optoppen en
hoekwoningaanpakken. Verder is er voor wonen in het buitengebied een actieleerprogramma
gestart dat zich richt op de positieve bijdrage die het toestaan van kleinschalige
woningbouw levert aan een vitaal landelijk gebied. Veel gemeenten, woningcorporaties,
VvE’s en marktpartijen zijn hiermee aan de slag. Beter Benutten levert jaarlijks circa
15.000 woningen op, kan bijdragen aan leefbare wijken en een vitaal platteland en
bovenal biedt Beter Benutten perspectief om snel meer woningen en woonruimte toe te
voegen.
Programma Innovatie en Opschaling Woningbouw (IOP)
Het IOP is gestart op de Woontop 2024 met brede steun van overheids – en marktpartijen
die bij de woningbouw zijn betrokken. Inzet van het programma is om industrialisatie,
digitalisering en nieuwe vormen van samenwerking in de bouwketen te stimuleren en
zo de basis te leggen voor snellere, betaalbare en duurzamere woningbouw. Het IOP
zorgt er door de samenwerking met overheids- en marktpartijen voor dat innovatieve
werkwijzen niet alleen worden ontwikkeld, maar ook breed toepasbaar en opschaalbaar
worden.
Er zijn al flinke resultaten geboekt. We zijn hard onderweg om de doelstelling uit
het Hoofdlijnenakkoord om 50% industrieel te bouwen in 2030 te behalen. Op dit moment
komt 21% van de nieuwbouwwoningen uit een fabriek (ten opzichte van 10% in 2020) en
de potentie om op de schalen naar 50% in 2030 is aanwezig.7 Inmiddels zijn er 8 bouwers met woningen met een erkende kwaliteitsverklaring (typegoedkeuring).
In de reactie op het adviesrapport STOER heb ik aangegeven (fabrieksmatige) woningen
die voorzien zijn van een erkende kwaliteitsverklaring voor zowel de productie en
de assemblage op de bouwplaats, vrij te gaan stellen van de vergunning- of meldingsplicht
voor de technische bouwactiviteit. Dat brengt een forse vereenvoudiging met zich mee
en een versnelling in de woningbouw.
Opschalen: van projectmatig naar gebiedsgericht
Er is meer nodig om alle kansen te verzilveren: we groeien door van losse initiatieven
op een paar plekken in het land naar oplossingen die de woonopgave op grote schaal
verder brengen. Hiermee werk ik aan het breed toepasbaar en opschaalbaar maken van
nieuwe werkwijzen voor zowel Beter Benutten als IOP. Cruciaal voor deze opschaling
is een transitie van een projectmatige naar een gebiedsgerichte aanpak. Dit betekent
dat woningbouwprojecten niet altijd als apart gebouw of locatie worden aangepakt,
maar dat er per gebied integraal in kaart wordt gebracht en wordt beoordeeld welke
typen beter benutten en welke innovaties in dat gebied mogelijk zijn, en dat deze
mogelijkheden worden gerealiseerd. Zo worden schaalvoordelen benut en versnelling
gerealiseerd.
Voor Beter Benutten betekent dit dat ik toewerk naar een gebiedsgerichte aanpak waarmee
medeoverheden, corporaties, VvE’s en marktpartijen direct zicht hebben op de kansen
van een gebied, bijvoorbeeld door toepassing bestaande en nieuw te ontwikkelen potentiescans.
Ik ga aan de slag met landelijke aanpak Beter Benutten, waarbij ik gevoed word door
een aantal koplopergemeenten. Zij gaan deze aanpak al lokaal toepassen, om te leren
en zodat we kunnen opschalen naar een aanpak waar heel Nederland mee aan de slag kan8. Zo wordt Beter Benutten voor alle betrokken partijen in heel Nederland een standaard
onderdeel van de woningbouwopgave. Hiermee geef ik verdere uitvoering aan afspraak
8 van de Woontop 2024 en verbreed ik de landelijke aanpak optoppen9 tot een integrale Beter Benutten aanpak. Dit sluit aan op de toekomstige volkshuisvestingsprogramma’s
in het kader van de Wetvoorstel versterking regie volkshuisvesting waarin het Beter
Benutten als onderdeel is opgenomen.
Met het IOP werk ik aan een innovatieve gebiedsgerichte aanpak waarbij ingezet wordt
op industrieel bouwen, datagedreven werken en het inzetten van innovaties om ondanks
woningbouwbelemmeringen toch te kunnen bouwen. Ook verstevig ik, in samenwerking met
marktpartijen en medeoverheden, de digitale infrastructuur voor onder meer gebiedsontwikkeling
en industriële bouwketens. Daarbij investeren we in de ontwikkeling van digitale vaardigheden
om te waarborgen dat marktpartijen en medeoverheden de infrastructuur optimaal kunnen
benutten. Deze inzet past binnen een bredere digitaliseringsstrategie voor de fysieke
leefomgeving waarover ik u voor het eind van dit jaar zal informeren. Concrete stappen
die sinds de Woontop 2024 zijn gezet, zijn onder meer het inrichten van industriële
bouwstromen om opgaven uit de woondeals versneld te realiseren en het opzetten van
«Fastlanes» voor vergunningverlening van woningen met een typegoedkeuring zoals bedoeld
in de motie van het lid Wijen-Nass10. Nog dit jaar start een innovatiecall om te komen tot marktgerichte oplossingen voor
netbewust en waterbewust bouwen. Met tal van gemeenten worden concrete manieren voor
innovatieve gebiedsontwikkelingen uitgewerkt. Uw Kamer wordt jaarlijks geïnformeerd
over de voortgang en behaalde resultaten.
Voor het versnellen van de woningbouw en het realiseren van voldoende woonplekken
door Beter Benutten en Innovatie en Opschaling is een lange adem, focus en bestendiging
nodig. Zoals u kunt lezen is samenwerking tussen het Rijk, gemeenten, corporaties,
de markt, bewoners en woningzoekenden een harde voorwaarde, waarvoor de basis is gelegd
met de Woontopafspraken. Ik zal u voor het einde van dit jaar opnieuw informeren over
de stand van zaken van de gemaakte Woontopafspraken over deze onderwerpen. Als we
samen de schouders eronder zetten vanuit de visie dat er veel mogelijk is, ben ik
ervan overtuigd dat we met deze inzet in de komende jaren veel meer aantrekkelijke
en passende woonplekken gaan realiseren.
Moties en toezegging
De afgelopen maanden is nog een aantal moties ingediend en aangenomen door uw Kamer.
Graag bespreek ik hieronder enkele moties afzonderlijk. In de bijlage wordt meer in
detail ingegaan op de voortgang en daarmee beschouw ik ook een aantal toezeggingen
en moties als afgedaan. Hier gaat hierbij om:
– Motie Welzijn11 over om de mogelijkheden te verkennen om woningdelen voor ouderen aantrekkelijker
te maken;
– Motie Ceder12 over een oproep om te komen tot een strategie waarmee woningdelen wordt bevorderd;
– Motie Boswijk c.s. over het aanpakken van braakliggende gronden, transformatie van
leegstaande winkelverdiepingen en herontwikkeling van agrarische bebouwing;
– Motie van het lid Wijen-Nass13 voor snellere vergunningverlening via Fastlanes.
– Toezegging om een brede verkenning op woningdelen te doen en de potentie van woningdelen
in beeld te brengen.14
Bijgesloten is het eerder toegezegde15 rapport over het verbreden van de inzetbaarheid van het voorkeursrecht naar gevallen
dat geen sprake is van een functiewijziging. Aanleiding voor dit onderzoek is de motie
Geurts16, die aandacht vraagt voor het opkopen en uitponden van vakantieparken en vraagt in
kaart te brengen of het voorkeursrecht kan worden toegepast op vakantieparken. In
een dergelijke situatie is er geen sprake van functiewijziging; de bestemming blijft
immers gelijk. De hoofdregel voor de vestiging van een voorkeursrecht is dat sprake
moet zijn van een functiewijziging. De resultaten van dit onderzoek maken duidelijk
dat dit wijzigen in een meer generieke bevoegdheid om een voorkeursrecht te vestigen
kan leiden tot onvoldoende rechtszekerheid en potentieel in strijd kan komen met het
eigendomsrecht. Daarom zal het kabinet dit niet nader verkennen. Tegelijkertijd stelt
het rapport ook dat in specifieke gevallen of beleidsdoelen de voorwaarde voor een
functiewijziging voor het vestigen van voorkeursrecht wel kan komen te vervallen.
Het rapport beschrijft hoe voor de vakantieparkenproblematiek een voorkeursrecht bij
gelijkblijvende functie juridisch-technisch mogelijk kan worden gemaakt, waarmee tegemoet
kan worden gekomen aan de motie Geurts. Het kabinet neemt de uitkomsten van dit onderzoek
daarom mee in de verdere beleidsvorming.
Motie Parallel plannen
De motie van het lid Vedder c.s.; Verzoekt het kabinet om samen met gemeenten en provincies
een plan van aanpak te maken voor hoe in elke gemeente parallel plannen zo snel mogelijk
de standaard wordt, en hierbij vliegende teams op te richten of bestaande teams aan
te sluiten om gemeenten hierbij te helpen.
Het Rijk wil de tijd tussen planvorming en de daadwerkelijke bouw van woningen verkorten
door snellere procedures en het toepassen van parallel plannen. Deze aanpak wordt
landelijk opgeschaald en is nu een voorwaarde voor subsidies zoals de WBI en Gebiedsbudget.
VRO stuurt op een bouwstart binnen 2 jaar via woondealtafels, versnellingstafels en
regionale kennisdeling. Om parallel plannen in de praktijk te brengen worden op dit
moment 7 pilots uitgevoerd waar parallel plannen wordt toegepast. Aankomend jaar worden
daar 3 nieuwe doorbraaklocaties aan toegevoegd. Daarnaast worden aankomend jaar 30
professionals opgeleid tot experts in parallel plannen. Zij worden actief ingezet
om projecten door het hele land te ondersteunen. Regionaal wordt instrumentarium doorontwikkeld
ter ondersteuning van parallel plannen.17
Toezegging aandeel sociale huur
Uw Kamer heeft mij in het notaoverleg van 25 september 202518 gevraagd om een reactie op een artikel19 waarin wordt aangegeven dat door de uitvoering van kabinetsplannen, het aandeel sociale
huur de komende jaren zal dalen. Bij deze geef ik u mijn reactie en beschouw ik de
mondelinge toezegging als afgedaan. De veronderstelling in het artikel dat door de
kabinetsplannen het aandeel sociale huur ten opzichte van de totale woningvoorraad
zal dalen, is correct. Het Kabinet stuurt echter niet op het aandeel sociaal huur,
maar op het toevoegen van aantallen sociale huurwoningen. In de Nationale prestatieafspraken
is afgesproken dat er uiterlijk in 2029 30.000 woningen per jaar worden toegevoegd.
Deze afspraken voldoen aan de behoeftestelling van sociale huur zoals deze wordt geprognosticeerd,
daarin is ook de (verwachte) verkoop en sloop van sociale huurwoningen meegenomen.
Het blijft voor het opvangen van deze behoefte belangrijk dat de woningbouwproductie
van corporaties de komende jaren toegroeit naar de 30.000 woningen per jaar. Het wetsvoorstel
Versterking regie volkshuisvesting draagt hieraan bij.
De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,
M.C.G. Keijzer
BIJLAGE: VOORTGANG BETER BENUTTEN EN VOORTGANG PROGRAMMA IOP
1. Voortgang Beter Benutten
Om de woningnood tegen te gaan is het beter benutten van bestaande gebouwen, en de
bijbehorende omgeving, essentieel. Want alleen met nieuwbouw gaan we het woningtekort
niet oplossen. Daarnaast biedt beter benutten kansen voor bestaande bewoners, door
bijvoorbeeld bestaande gebouwen te verduurzamen, de leefbaarheid in een buurt te verbeteren,
bijvoorbeeld in NPLV-gebieden, en woonlasten te delen. Het vermindert extra ruimte-
en materiaalgebruik. Deze voordelen komen ook naar voren in de «Actieagenda Wonen»
van Platform Woonopgave uit 2023.20 Onderdelen uit de actieagenda die vallen binnen de Beter Benutten-aanpak zijn onder
andere inzet op gebruik van bestaande gebouwen, renoveren waar mogelijk, en bijbouwen
in bestaande wijken. Ik voel me gesteund door deze analyse en enkele door uw Kamer
ingediende en aangenomen moties waarin wordt verzocht om snelheid te maken met een
landelijke aanpak. Hiermee geef ik tevens invulling aan de toezegging21 aan de Eerste Kamer om in te gaan op de analyse van deze actieagenda voor wat betreft
het Beter Benutten, waarover ik de Eerste Kamer separaat informeer.
Beter benutten kan door:
• Meer woningen binnen de bestaande bebouwing en bijbehorende omgeving. Door transformeren, door optoppen, aanplakken en uitplinten, wonen in het buitengebied
en door meer in te zetten op mantelzorg- en familiewoningen.
• Het beschikbaar maken van bestaande woningen voor méér mensen.Door drempels weg te nemen om met meerdere huishoudens in één woning te wonen. Zoals
voor hospitaverhuur, woningdelen en splitsen. En door te voorkomen dat woningen onnodig
lang leegstaan.
Via de Realisatiestimulans krijgen gemeenten een vast bedrag voor iedere betaalbare,
toegevoegde woning. Deze geldt ook voor woningen die middels Beter Benutten (transformatie,
optoppen en splitsen) zijn gerealiseerd. Naast de inzet zoals hierboven is beschreven,
wordt hieronder per onderdeel van Beter Benutten de voortgang en een vooruitblik gegeven
wat dient als «routekaart» richting een landelijke aanpak.
a) Transformatie
De transformatie van bestaand vastgoed naar woningen levert jaarlijks veel nieuwe
woningen op en versterkt daarnaast de vitaliteit van dorpen en steden door leegstand
aan te pakken. Een aanpak van «niet slopen, tenzij» bespaart vaak ook ruimte, materiaal
en arbeid. De afgelopen tien jaar zijn er door vastgoedtransformatie per jaar gemiddeld
10.000 woningen opgeleverd. Daardoor hebben we in die periode ongeveer 100.000 woningen
toe kunnen voegen aan de woningvoorraad. Het aantal transformaties is volgens de CBS
in 2022 en 2023 iets teruggelopen naar 9.565 transformatiewoningen in 2022, 8.755
in 2023 en circa 7.900 in 2024, mede veroorzaakt doordat het laaghangend fruit geplukt
is.
Om het tij te keren is medio 2024 samen met markpartijen, overheidsorganisaties en
kennis- en onderzoeksinstellingen een Versnellingsagenda opgesteld.22 Hierin staan diverse acties om het aantal jaarlijkse woningtransformaties te vergroten
en te versnellen:
– In december jl. heb ik de Transformatiefaciliteit verhoogd met € 70 miljoen naar € 150
miljoen;23
– Afgelopen voorjaar is de Stimuleringsregeling Flex- en Transformatiewoningen aangepast
en gunstiger gemaakt voor transformatie;24
– Samen met het RVO werk ik aan een handreiking over (gebieds)transformatie op bedrijventerreinen
en kantorenlocaties;
– Ik heb onlangs subsidie verleend aan TU Delft voor onderzoek naar de financiële haalbaarheid
van transformatieprojecten;
– Ik werk samen met TNO aan een op AI-gebaseerde transformatietool waarmee gemeenten
inzicht krijgen in het transformatiepotentieel in hun gebied.
b) Optoppen
Er zijn de afgelopen jaren grote stappen gezet met optoppen: inmiddels geniet dit
grote bekendheid en belangstelling en er zijn steeds meer succesvolle projecten gerealiseerd.
Meer bekendheid en ervaring met processen en werkwijzen en het toepassen van gestandaardiseerde
bouw draagt bij aan het op grotere schaal gebiedsgericht optoppen. Daarom investeer
ik in de ontwikkeling van een optop-potentiescan en bouw ik voort op de huidige belangstelling
met hulp van enkele koplopergemeenten die ik hierboven heb aangekondigd. Ik verwacht
voor het einde van 2025 uw Kamer opnieuw te informeren over de voortgang.
c) Wonen in het buitengebied
Sinds de Woontop werk ik met provincies en gemeenten samen in een Actieleerprogramma
voor wonen in het buitengebied. Het Actieleerprogramma heeft als doel om beleidsuitgangspunten
op te stellen die invulling geven aan de wens om erftransformaties toe te staan daar
waar het gegeven het gebied, de locatie en de gekoppelde maatschappelijke doelen wenselijk
is. Staand beleid biedt onvoldoende ruimte voor de gewenste combinatie van functies
en kleinschalige woningbouw in het buitengebied. Het gevolg is dat dit soort ontwikkelingen
niet of nauwelijks tot stand komen. Concreet ben ik met praktijkcasussen en ontwerpend
onderzoek aan het toetsen wat de belemmeringen zijn en of deze belemmeringen weggenomen
kunnen worden. Hieruit volgt een advies op welke manier beleid anders geformuleerd
moet worden zodat met behulp van wonen in het buitengebied en functiecombinaties van
wonen, landbouw en natuur ruimte komt voor een volhoudbaar, vitaal en leefbaar landelijk
gebied. Dit kan bijvoorbeeld leiden tot wijziging van bestaand beleid voor vrijkomende
agrarische bebouwing (VAB) of rood-voor-roodregelingen. De uitkomsten van dit Actieleerprogramma
en de daaruit vloeiende beleidsaanpassingen zorgen voor meer duidelijkheid bij initiatiefnemers
en zullen overheden helpen om tot een zorgvuldige en vlotte gebiedsspecifieke belangenafweging
te komen die bijdraagt aan een vitaal platteland, meer woonruimte en perspectieven
voor (ex-)boeren.
De aanleiding om hier blijvend op in te zetten is, zoals ook in de Nota Ruimte is
aangehaald25, dat het aantal agrarische bedrijven afneemt waardoor de leegstand toeneemt. Dat
brengt risico’s op verrommeling en ondermijning van het landelijk gebied en het landschap
met zich mee. Een betere balans tussen de functies en een goede omgevingskwaliteit
draagt bij aan de leefbaarheid van het landelijk gebied. Dat is van belang voor de
mensen die nu in het landelijk gebied wonen en voor de toekomstige ontwikkelingen.
Voor sommige boeren, ex-boeren of nieuwe eigenaren kan perspectief worden geboden
door nieuwe verdienmodellen. Via herbestemming voor wonen, zorg en bijvoorbeeld de
energietransitie. Daarbij biedt deze ontwikkeling ook mogelijkheden voor het versterken
van natuur en het bijdragen aan water- en klimaatopgaven en landschap.
Ook is binnen het Actieleerprogramma aandacht voor de belangen van zittende boeren.
Bijvoorbeeld als door extra woningen in het buitengebied hun bedrijfsvoering wordt
belemmerd. Daarbij is er mogelijk risico op overbelasting van infrastructuur en voorzieningen.
Onder voorwaarden (waaronder meervoudig ruimtegebruik en niet afwentelen) willen we
in daarvoor geschikte gebieden kleinschalig wonen in het landelijk gebied mogelijk
maken (vanuit de ja, mits-benadering). Hierbij staat het minimaliseren van de risico’s
en het maximaliseren van de kansen voor het realiseren van maatschappelijke opgaven
centraal.
d) Mantelzorg- en familiewoningen
Het bijbouwen van een mantelzorg- of familiewoning op een achtererf kan een oplossing
bieden voor een grote groep mensen die zo lang mogelijk in hun eigen omgeving wil
blijven wonen, en voor kinderen die geen betaalbare woning kunnen vinden. Daarom wil
ik het mogelijk maken om – binnen voorwaarden – vergunningsvrij mantelzorg- en familiewoningen
te bouwen. Ik ben voornemens dit te realiseren via het ontwerpbesluit Versterking
regie volkshuisvesting. Het aangepaste ontwerpbesluit is eerder dit jaar in consultatie
geweest. Op 8 november 2025 is de novelle voor advies naar de Raad van State gezonden.
e) Woningsplitsen
Nog voor de jaarwisseling komt de Splitsgids beschikbaar voor particulieren, woningcorporaties
en gemeenten. Daarnaast heb ik in februari toegezegd de Eerste Kamer te zullen informeren
over de mogelijkheden voor het vergunningsvrij splitsen van woningen. Momenteel staat
het gemeenten vrij om vergunningsvrij splitsen in de hele gemeente of delen daarvan
toe te staan. Om op landelijk niveau vergunningsvrij splitsen te implementeren is
een landelijk beleidskader nodig. Hiermee beschouw ik toezegging T04009 als afgedaan26. Na de Splitsgids wordt een eerste stap richting een landelijk beleidskader gezet.
Dat landelijke beleidskader omtrent woningsplitsing ben ik nu aan het verkennen, om
uitvoering te geven aan de motie lid Wijen-Nass om tot een uniform landelijk beleidskader
te komen. Hierbij kijk ik ook naar mogelijkheden om op nationaal niveau te sturen
op vergunningsvrij woningsplitsen. Net als bij woningdeling vraagt dit een brede weging
van aspecten zoals lokale beleidsvrijheid, leefbaarheid, en vereenvoudiging en eenduidig
beleid op landelijk niveau. Enkele voorbeelden hiervan zijn de handreiking die Platform31
maakte over dertig tips hoe zij woningsplitsen en woningdelen (juridisch-planologisch)
kunnen faciliteren en het lopende ontwerpende onderzoek van de Rijksbouwmeester naar
de mogelijkheden voor het beter benutten van bestaande gebouwen, met specifiek oog
voor splitsen, waarvan ik op zeer korte termijn een eerste publicatie verwacht.
f) Woningdelen
Uit onderzoek blijkt dat eind 2023 ruim 1 miljoen personen in een gedeelde woning
woonden in Nederland, verdeeld over 790.000 huishoudens in 250.000 woonruimten.27 Uit het onderzoek blijkt verder dat woningdelen tot nu toe hoofdzakelijk plaatsvindt
in particuliere huur- en koopwoningen. Daarnaast zie ik dat verschillende woningcorporaties
ondertussen gestart zijn met het aanbieden van woningdelen en dat er potentie is om
bij woningcorporaties de komende 10 jaar circa 60.000 deelwoningen te realiseren.28
29
Door woningdelen verder te stimuleren kunnen mensen sneller een passende woonruimte
vinden. Het moet normaal worden dat mensen in een bepaalde fase van hun leven een
woning delen met iemand anders. Dit geldt voor jongeren die het ouderlijk huis verlaten,
voor mensen die in scheiding liggen en tijdelijk een woonplek nodig hebben, maar ook
voor alleenstaanden die gezelschap zoeken.
Om dit te bereiken is het nodig dat medeoverheden woningdelen vaker toestaan en dat
verhuurders ook daadwerkelijk woningen via woningdelen aanbieden. Daarvoor zet ik
in op informatievoorziening en onderzoek, het wegnemen van belemmeringen, en het stimuleren
dat partijen ook daadwerkelijk met woningdelen aan de slag gaan. Door heel het land
zien we al mooie voorbeelden:
– Zo zijn diverse woningcorporaties al bezig met woningdelen in hun woningvoorraad,
zoals de SOR (ouderen in Rotterdam), Woonin en Talis.30
– Voor gemeenten maakte Platform31 een handreiking met dertig tips hoe zij woningsplitsen
en woningdelen (juridisch-planologisch) kunnen faciliteren.31.
– Ook heb ik een factsheet gepubliceerd over hoe woningdelen kan worden toegepast door
gemeenten en woningcorporaties.32
– Daarnaast verken ik onder welke voorwaarden woningdeling op lokaal niveau vaker wordt
toegestaan. Dat vraagt een brede weging van aspecten als lokale beleidsvrijheid, leefbaarheid
en vereenvoudiging en eenduidig beleid op landelijk niveau. Ik onderzoek dit aan de
hand van de ervaringen van koplopersgemeenten.
– Verder laat ik samen met verschillende woningcorporaties uit regio Utrecht en de gemeente
Utrecht een haalbaarheidsonderzoek uitvoeren naar een landelijk platform voor registreren,
matchen en toewijzen van te delen woningen, wat het aanbieden van deelwoningen moet
vergemakkelijken. De resultaten van dit onderzoek worden begin volgend jaar verwacht.
– Specifiek voor huisvesting van statushouders in onzelfstandige woonruimte is de regeling
HAR+ van het Ministerie van Asiel en Migratie opengesteld tot het einde van dit jaar.
Via deze regeling krijgen gemeenten 30.000 euro per gehuisveste statushouder wanneer
de statushouder in onzelfstandige huisvesting, zoals deelwoningen, worden gehuisvest.33
– Om meer praktijkkennis en ervaring op te doen omtrent woningdelen, wordt door verschillende
woningcorporaties in Rotterdam een pilot woningdelen uitgevoerd. De lessen uit deze
pilot kunnen bijdragen aan het verder stimuleren van woningdelen voor ouderen.
Om inzicht te krijgen in het effect van de vormgeving van inkomensondersteuning op
de bereidheid van mensen om te woningdelen, heeft het Ministerie van SZW recent een
maatschappelijke kosten-batenanalyse met uw kamer gedeeld naar het partnerbegrip in
de AOW, waarvan de resultaten laten zien dat aanpassing van het partnerbegrip/leefvormsystematiek
in de AOW er naar verwachting toe leidt dat meer ouderen gaan samenwonen.34 Daarnaast laat ik een verkenning uitvoeren naar mogelijke aanpassingen van de kostendelersnorm
in de sociale zekerheidswetten, waaronder de bijstandsuitkering. Hiervan worden de
resultaten in het eerste kwartaal van 2026 verwacht.
Via de motie Ceder35 is opgeroepen om te komen tot een strategie waarmee woningdelen wordt bevorderd.
De uitkomsten van eerder genoemde onderzoeken zijn essentieel voor het bepalen van
de strategie en verdere uitwerking van beleidsopties. Daarnaast is de regering via
de motie Welzijn36, verzocht om de mogelijkheden te verkennen om woningdelen voor ouderen aantrekkelijker
te maken. Om hier invulling aan te geven kijk ik naast de bovengenoemde acties en
onderzoeken ook naar de mogelijke beleidsopties die zijn meegestuurd met het rapport
Thuisgeven als onderdeel van het Interdepartementale Beleidsonderzoek (IBO) Huursector.37 Deze beleidsopties zijn:
– Woningdelen minder vaak verbieden, bijvoorbeeld door een landelijke norm waarbij vergunningvrij
kamergewijs mag worden verhuurd
– Kamerverhuur stimuleren door verplicht een percentage/aantal van de woningvoorraad
in te zetten voor kamerverhuur
– Oprichten van een landelijke organisatie die woningdelen via kamergewijze verhuur
stimuleert voor woningcorporaties.
Met de eerdergenoemde huidige inzet op woningdelen en mogelijke aanvullende beleidsopties
voor woningdelen, beschouw ik de moties van leden Welzijn en Ceder als afgedaan. Het
is aan een nieuw kabinet om op basis van deze beleidsopties, waarvan de consequenties,
praktische haalbaarheid, mogelijke kosten en samenhang met ander beleid nog verder
moeten worden uitgewerkt, te bepalen welke aanpassingen er worden doorgevoerd die
woningdelen verder stimuleren.
g) Hospitaverhuur
Hospitaverhuur is een woonvorm die relatief snel, flexibel en duurzaam betaalbare
woonruimte creëert. Om hospitaverhuur te stimuleren, en om onduidelijkheden bij gemeenten,
verhuurders en woningzoekenden weg te nemen, is er afgelopen jaar actief gewerkt aan
de informatievoorziening rondom hospitaverhuur, bijvoorbeeld via een landelijke informatiecampagne
«Word hospita! Jouw huis van grote waarde» en via de website hospitawijzer.nl.38
Daarnaast heb ik naar aanleiding van de motie van het lid van Vroonhoven c.s.39 onderzocht in hoeverre een uitbreiding van de kamerverhuurvrijstelling hospitaverhuur
verder kan stimuleren. Deze verkenning, die ik samen met Ministerie van Financiën
doe, zal met de kamerbrief over het platform hypotheken dit najaar met uw kamer worden
gedeeld.
Om belangrijke obstakels rondom hospitaverhuur weg te nemen, werk ik aan een wetswijziging.
De internetconsultatie van dit wetsvoorstel is eind augustus afgerond en momenteel
ben ik bezig deze reacties te verwerken. Hierna zal het voor advies aan de Raad van
State worden aangeboden. Met het wetsvoorstel wordt een speciaal huurcontract van
maximaal vijf jaar met een proeftijd van negen maanden voorgesteld, een kortere opzegtermijn
van één maand in de eerste maand en wordt het makkelijker om hospitaverhuur te beëindigen
bij (executie)verkoop of overlijden. Tot slot krijgen huurders die hospita zijn de
mogelijkheid om in bezwaar te gaan tegen een inkomensafhankelijke hogere huurverhoging
als gevolg van hospitaverhuur. Het streven is om het wetsvoorstel de eerste helft
van 2026 aan te bieden aan de Tweede Kamer.
h) Aanpak van leegstand
Ik wil dat gemeenten leegstand van panden en woningen zo veel als mogelijk bestrijden.
Om die reden werk ik momenteel aan een wijziging van de Leegstandswet. Dit wetsvoorstel
is recent in internetconsultatie geweest en momenteel ben ik bezig deze reacties te
verwerken. Hierna zal het voor advies aan de Raad van State worden aangeboden. Door
dit wetsvoorstel kan de gemeente een eigenaar verplichten het pand of woning conform
de bestemming weer in gebruik te nemen/geven. Als uiterste middel kan de gemeente
een last onder dwangsom opleggen. Daarnaast wordt voorgesteld dat gemeenten het energieverbruik
kunnen opvragen bij de netbeheerders voor een efficiënte handhaving. Het streven is
om het wetsvoorstel de eerste helft van 2026 aan te bieden aan de Tweede Kamer. Voorts
heeft de Tweede Kamer op 23 september 2025 ingestemd met een amendement van de heer
Stultiens en de heer De Hoop.40 Met dit amendement wordt de Gemeentewet gewijzigd waardoor gemeenten een leegstandbelasting
kunnen opleggen aan eigenaren van woningen indien een woning langer dan een jaar leegstaat.
Op 1 juli 2025 heeft uw Kamer een motie van het lid Boswijk c.s. aangenomen die de
regering verzoekt er zorg voor te dragen dat in de handreiking aan gemeenten over
de leegstandsaanpak ook aandacht is voor opname in de leegstandsverordening van het
aanpakken van braakliggende gronden, transformatie van leegstaande winkelverdiepingen
en herontwikkeling van agrarische bebouwing.41 De motie betreft drie verschillende invalshoeken die zien op leegstand van gebouwen,
braakliggende grond en transformatie en waarbij de laatste twee genoemde geen onderdeel
uitmaken van de Leegstandwet. In die zin is het niet zinvol om de handreiking op deze
punten aan te passen. In de handreiking Leegstand te lijf42 is recent een onderdeel toegevoegd dat ziet op leegstand van agrarische bebouwing.
Voorts bestaat er een handreiking voor gemeenten hoe om te gaan met leegstaande grond.43 Tot slot kunnen gemeenten het Expertteam woningbouw44 inschakelen over vraagstukken die zien op transformatie. Hiermee geef ik invulling
aan bovengenoemde motie.
2. Voortgang Innovatie en Opschalingsprogramma Woningbouw
Ambitie en doelstelling
Het IOP heeft tot doel de randvoorwaarden te organiseren die nodig zijn om de woningbouw
sneller, beter en duurzamer te maken. De ambitie is dat in 2030 de helft van alle
nieuwbouwwoningen in Nederland industrieel en conceptueel wordt gerealiseerd. Daarmee
wordt het bouwproces korter en voorspelbaarder, de kwaliteit hoger, en zijn er minder
arbeidskrachten nodig dankzij digitalisering, standaardisatie en nieuwe productiemethoden.
Daarnaast richten wij ons op het benutten van data en digitalisering in de gehele
keten, het stimuleren van innovatieve oplossingen voor woningbouwbelemmeringen (zoals
netcongestie en water- en bodemvraagstukken), en het ontwikkelen van toekomstbestendige
gebiedsontwikkeling met voldoende flexibiliteit en kwaliteit.
Inhoud van het programma
Het IOP bestaat uit vier programmalijnen die elkaar versterken.
1. Conceptuele en industriële woningbouw: opschalen van gestandaardiseerde woningconcepten,
typegoedkeuringen en industriële bouwstromen.
2. Data en digitalisering: versnellen van gebiedsontwikkeling en vergunningverlening
door middel van datagedreven werken en digitale samenwerking.
3. Innovatieve oplossingen: het ontwikkelen en opschalen van nieuwe technieken en processen
die veelvoorkomende woningbouwbelemmeringen wegnemen.
4. Maatschappelijke innovaties in gebiedsontwikkeling: integrale en toekomstbestendige
gebiedsontwikkeling, met aandacht voor financieringsvormen en maatschappelijke meerwaarde.
Binnen deze programmalijnen werken we samen met gemeenten, provincies, corporaties,
bouwers, ontwikkelaars, kennisinstellingen en financiële partijen. Op concrete locaties
in het land laten we zien hoe innovatie direct kan bijdragen aan versnelling en betere
kwaliteit van de woningbouw. De lessen die hieruit volgen, worden breed toegepast
zodat de sector als geheel profiteert.
Voortgang
Na de Woontop is er direct gestart met de uitvoering van versnellers waar in korte
tijd innovaties worden doorontwikkeld, toegepast en klaar gemaakt voor opschaling.
Na de zomer zijn ook de overige activiteiten binnen het programma Innovatie en Opschaling
Woningbouw van start gegaan.45 Hieronder staan de belangrijkste ontwikkelingen. Eind dit jaar en vervolgens jaarlijks
informeer ik uw Kamer over de voortgang en resultaten.
a) Industriële bouwstromen
Met provincies, gemeenten en corporaties in Limburg en de Metropool Regio Amsterdam
zijn afspraken gemaakt over het integreren van de Woondeal-afspraak in de Bouwstroom
en het actief deelnemen van gemeenten aan de Bouwstroom. De Bouwstroom is een samenwerkingsinitiatief
om gezamenlijk conceptwoningen in te kopen en de bouwproductie te stroomlijnen. In
de MRA worden nu concrete gebieden aangewezen die met behulp van de Bouwstroom worden
ontwikkeld en waar industriële woningbouw onderdeel is van de gebiedsontwikkeling.
b) Typegoedkeuringen
Sinds april 2024 zijn er 8 woningconcepten met een (gedeeltelijke) typegoedkeuring
en zijn er verschillende bouwers bezig met verkrijgen ervan. Hiermee staat de kwaliteit
van de woning en het bouwproces vooraf vast en dat zorgt voor versnelling bij de vergunningverlening.
Om dit ook aan de gemeentelijke kant goed te organiseren, ben ik met de Groene Metropoolregio
Arnhem-Nijmegen en de gemeente Rotterdam een digitale Fastlane voor industriële woningen
aan het ontwikkelen en implementeren. Daarnaast wil ik, zoals recent in de kabinetsreactie
op het adviesrapport STOER46 aangegeven, woningen die voorzien zijn van een erkende kwaliteitsverklaring voor
zowel de productie en de assemblage op de bouwplaats vrijstellen van de vergunning-
of meldingsplicht voor de technische bouwactiviteit. Dit zal zorgen voor een bestendige
versnelling van het vergunningsproces en zorgt voor kwalitatief betere woningen. Hiermee
wordt ook invulling gegeven aan de toezegging van mijn voorganger aan het lid Pouw
Verweij over certificering bij fabieksmatige woningbouw47 en de motie van het Lid Wijen-Nass48.
c) Datagedreven gebiedsontwikkelingen
In 2025 is er via de zogeheten Versnellingsdialoog met een aantal gemeenten een begin
gemaakt met datagedreven gebiedsontwikkeling. Na een eerste verkenning wordt op korte
termijn met drie gemeenten een plan van aanpak uitgewerkt om tot daadwerkelijke toepassing
te komen. Met nog zeven andere gemeenten zal hier in 2026 verder invulling aan worden
gegeven.
d) Innovatie-uitvraag en ontwerpend onderzoek
In oktober 2025 stelt TKI Bouw en Techniek namens het programma Innovatie en Opschaling
Woningbouw een uitvraag van maximaal € 5 miljoen beschikbaar aan de sector om schaalbare
innovaties te ontwikkelen die structurele belemmeringen in de woningbouw kunnen wegnemen
zodat we sneller en op grotere schaal kunnen bouwen. Deze innovaties moeten zich richten
op netbewust bouwen of waterbewust bouwen. Naast deze innovatie-uitvraag is het College
van Rijksbouwmeester en Rijksadviseurs (CRa) bezig met een ontwerpend onderzoek naar
adaptieve woonvormen toepasbaar voor meerdere gebieden in Nederland met verschillende
bodem- en watergesteldheid. De eerste resultaten worden in het eerste kwartaal van
2026 verwacht.
e) Maatschappelijke innovatie
De aanpak SamenSlim richt zich op het realiseren van Brede Welvaart in de gebiedsontwikkeling.
Hiermee wordt bedoeld: het verbreden van het opdrachtgeverschap naar partijen van
buiten de vastgoedontwikkeling en het anders organiseren van de bekostiging van de
ambities op het gebied van zorg, energie, klimaatadaptie, werkgelegenheid en mobiliteit.
SamenSlim onderzoekt als een meerjarig praktijkgericht laboratorium samen met de betrokken
gemeenten in tien grootschalige gebiedsontwikkelingen en een aantal NPLV-gebieden,
de meerwaarde van deze andere aanpak. Door maatschappelijke doelen en vraagstukken
onderdeel te maken van de gesprekken bij een gebiedsontwikkeling en niet pas achteraf
te adresseren, ontstaat er versnelling.
f) Innovatie ecosysteem
Sinds de start van het programma Innovatie en Opschaling Woningbouw is gebleken dat
we met meerdere innovatieprogramma's vanuit het Rijk actief zijn in dezelfde gemeenten.
Dezelfde vraagstukken worden vanuit net een ander perspectief aangevlogen. Zo heeft
het IOP raakvlakken met programma's als het Dutch Metropolitan Innovations-ecosysteem
(DMI; een groeifondsprogramma dat het fysieke domein voorziet in instrumenten voor
het veilig delen van data en nieuwe informatietechnologie) en met de samenwerking
rondom toekomstbestendige gebiedsontwikkelingen dat zich in de praktijk voorbereidt
op nieuwe wetgeving uit Europa. Om gemeenten en marktpartijen effectiever te ondersteunen,
bundelen we tussen deze programma's onze krachten.
Innovatie en opschaling de komende jaren
Het programma Innovatie en Opschaling Woningbouw loopt tot en met 2029. Het legt een
stevige basis door randvoorwaarden te scheppen die innovatie en opschaling in de woningbouwsector
mogelijk maken. Daarmee ontstaan nieuwe standaarden, werkwijzen en instrumenten die
de sector in staat stellen om sneller, duurzamer en met hogere kwaliteit te bouwen.
De komende jaren monitoren we of deze randvoorwaarden zich vertalen naar grootschalige
toepassing van innovaties in de praktijk. Het IOP legt de basis voor slimmer werken
in de bouw. Aanvullend kan stimulering van industriële woningbouw en digitalisering
de impact vergroten. Uw Kamer wordt jaarlijks over de voortgang van IOP geïnformeerd.
Indieners
-
Indiener
M.C.G. Keijzer, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening