Brief regering : Fiche: DSA richtsnoeren betreffende minderjarigen online
22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
Nr. 4207 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 14 november 2025
Overeenkomstig de bestaande afspraken ontvangt u hierbij 4 fiches die werden opgesteld
door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissie voorstellen (BNC).
Fiche: Mededeling Apply AI-strategie (Kamerstuk 22 112, nr. 4206);
Fiche: Richtsnoeren minderjarigen online;
Fiche: LGBTIQ+ Equality Strategy 2026–2030 (Kamerstuk 22 112, nr. 4208);
Fiche: Mededeling Pact voor Middellandse Zeegebied (Kamerstuk 22 112, nr. 4209).
De Minister van Buitenlandse Zaken,
D.M. van Weel
Fiche: DSA richtsnoeren betreffende minderjarigen online
1. Algemene gegevens
a) Titel voorstel
Richtsnoeren inzake maatregelen om een hoog niveau van privacy, veiligheid en beveiliging
voor minderjarigen online te waarborgen, overeenkomstig artikel 28, lid 4, van Verordening
(EU) 2022/2065
b) Datum ontvangst Commissiedocument
7 oktober 2025
c) Nr. Commissiedocument
COM(2025)5519
d) EUR-Lex
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE – Richtsnoeren inzake maatregelen om een hoog niveau van
privacy, veiligheid en beveiliging voor minderjarigen online te waarborgen, overeenkomstig
artikel 28, lid 4, van Verordening (EU) 2022/2065
e) Nr. impact assessment Commissie en Opinie
N.v.t.
f) Behandelingstraject Raad
Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie
g) Eerstverantwoordelijk ministerie
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in nauwe samenwerking met
het Ministerie van Economische Zaken en het Ministerie van Justitie en Veiligheid
2. Essentie voorstel
Op 10 oktober 2025 publiceerde de Europese Commissie (hierna: de Commissie) de mededeling
EU-richtsnoeren inzake maatregelen om een hoog niveau van privacy, veiligheid en beveiliging
voor minderjarigen online te waarborgen, overeenkomstig artikel 28, lid 4, van Verordening
(EU) 2022/2065 (de Digitaledienstenverordening, hierna DSA). Deze richtsnoeren verduidelijken
hoe aanbieders van online platforms invulling kunnen en moeten geven aan de verplichting
neergelegd in artikel 28 DSA. Dat artikel verplicht online platforms die toegankelijk
zijn voor minderjarigen om passende en evenredige maatregelen te nemen om een hoog
niveau van privacy, veiligheid en beveiliging van minderjarigen binnen hun dienst
te waarborgen. De richtsnoeren zijn van toepassing op alle online platforms, met uitzondering
van micro- en kleine ondernemingen.
De Commissie streeft met deze richtsnoeren twee doelen na. Enerzijds moeten ze online
platforms ondersteunen bij het verkleinen van risico’s voor minderjarigen, anderzijds
dienen ze als handvat voor digitaledienstencoördinatoren en andere bevoegde nationale
autoriteiten bij de toepassing en interpretatie van artikel 28 DSA.
De richtsnoeren bevatten een reeks niet-uitputtende maatregelen die online platforms
kunnen nemen om de online veiligheid en bescherming van kinderen te versterken en
die zijn gebaseerd op een viertal algemene beginselen. Zo moeten de maatregelen die
aanbieders van online platforms nemen evenredig en passend zijn, moeten de rechten
van kinderen centraal staan, moet privacy, veiligheid en beveiliging worden meegenomen
in het ontwerp van de online diensten en moeten aanbieders leeftijdsgeschikte diensten
en producten aanleveren. De richtsnoeren nemen een risicobeoordeling als startpunt.
Aangezien verschillende online platforms verschillende soorten risico’s voor minderjarigen
kunnen inhouden, zal het per geval verschillen of een online platform alle of slechts
enkele van de in de richtsnoeren beschreven maatregelen moet toepassen. Hoe hoger
de risico’s, hoe meer maatregelen vereist zullen zijn.
De maatregelen die in de richtsnoeren worden genoemd omvatten onder meer leeftijdsgarantiemaatregelen.
De Commissie beschrijft dat methoden voor leeftijdsborging privacyvriendelijk, nauwkeurig,
betrouwbaar en niet-discriminerend moeten zijn. Ook hierbij wordt een risicogebaseerde
benadering gehanteerd. Leeftijdsverificatie is volgens de richtsnoeren een passende
en evenredige maatregel in een aantal gevallen. Ten eerste, wanneer de toegang tot
een dienst of product op nationaal of op Unieniveau gereguleerd is, zoals de verkoop
van alcohol of toegang tot online gokinhoud. Ten tweede, wanneer contractuele verplichtingen
of algemene voorwaarden vereisen dat gebruikers ouder zijn dan 18 jaar. Ten derde,
wanneer de vastgestelde risico’s voor de privacy, veiligheid of beveiliging van minderjarigen
groot zijn en er geen andere minder ingrijpende maatregelen voorhanden zijn. Of ten
slotte, wanneer nationale regels een minimumleeftijd voorschrijven. In de richtsnoeren
wordt verder aanbevolen dat in het geval van lagere risico’s leeftijdsschatting kan
worden toegepast, mits zorgvuldig en evenredig. De richtsnoeren maken duidelijk dat
een zogenaamde eigen verklaring, waarbij het kind zelf zijn geboortedatum of leeftijd
dient op te geven, in geen geval als passende leeftijdsgarantiemaatregel wordt beschouwd.
Andere maatregelen in de richtsnoeren hebben onder meer betrekking op accountinstellingen,
maatregelen op het gebied van aanbevelingssystemen, contentmoderatie, handelspraktijken
en ondersteuning van gebruikers en rapportage. Zo wordt aanbevolen dat platforms functies
die overmatig gebruik stimuleren – zoals communicatie-«streaks», kortstondige inhoud, leesbevestigingen, autoplay en pushmeldingen – standaard uit
dienen te zetten voor minderjarigen. Dat geldt ook voor filters die worden geassocieerd
met negatieve effecten op het lichaamsbeeld en de (geestelijke) gezondheid. Ontwerpkeuzes
die vooral gericht zijn op maximale gebruikersbetrokkenheid moeten worden vermeden,
en geïntegreerde AI-chatbots dienen te worden voorzien van passende veiligheidswaarborgen.
Platforms moeten daarnaast voorkomen dat het gebrek aan commerciële geletterdheid
van kinderen wordt uitgebuit. De richtsnoeren schrijven verder voor dat aanbieders
van online diensten ervoor moeten zorgen dat minderjarigen niet worden blootgesteld
aan misleidende of manipulerende handelspraktijken die kunnen leiden tot ongewenste
uitgaven of verslavend gedrag, zoals via virtuele valuta of lootboxen. Ook moeten
zij hun aanbevelingssystemen aanpassen om te voorkomen dat kinderen worden blootgesteld
aan schadelijke inhoud of verstrikt raken in herhalende informatiestromen (informatiefuiken)
die bijvoorbeeld schadelijk zijn voor de (geestelijke) gezondheid. Daarbij moeten
expliciete voorkeuren van kinderen zwaarder wegen dan automatisch afgeleide gedragssignalen,
en moeten kinderen meer controle krijgen over wat zij te zien krijgen. Ook wordt opgeroepen
om moderatie-, rapportage- en ouderlijktoezichtinstrumenten te verbeteren, zodat meldingen
snel worden opgevolgd en ouders over voldoende hulpmiddelen beschikken om het onlinegedrag
van hun kinderen te begeleiden.
3. Nederlandse positie ten aanzien van het voorstel
a) Essentie Nederlands beleid op dit terrein
Digitale technologieën zijn in de 21e eeuw alomtegenwoordig. Minderjarigen groeien
op in een wereld die steeds digitaler wordt. Deze digitale omgeving biedt kinderen
talloze kansen: ze kunnen wereldwijd contact leggen met leeftijdsgenoten, zich creatief
uiten, hun interesses ontwikkelen en op toegankelijke wijze leren.
Tegelijkertijd brengt de online wereld ook risico’s met zich mee. Het gebruik van
digitale technologie kan de mentale en fysieke gezondheid en ontwikkeling van kinderen
en jongeren schaden. Online kunnen zij worden blootgesteld aan pesten (cyberpesten),
(commerciële) uitbuiting, prikkels die overmatig (scherm)gebruik kunnen veroorzaken,
angstgevoelens en schadelijke of misleidende inhoud. Ook lopen zij het risico om slachtoffer
te worden van online seksueel kindermisbruik zoals bijvoorbeeld grooming of sextortion, of zij kunnen blootgesteld worden aan online content dat kan leiden tot radicalisering
dan wel extremisme. Voor de (georganiseerde en ondermijnende) criminaliteit biedt
de online wereld uitzonderlijke kansen om kinderen crimineel uit te buiten en te rekruteren
om criminele activiteiten uit te voeren.
Het Nederlandse beleid is erop gericht dat de digitale leefomgeving van kinderen veilig(er)
wordt, hun rechten geborgd en versterkt worden en dat zij terecht kunnen bij de juiste
organisaties wanneer zij slachtoffer worden van online criminaliteit. Uitgangspunt
is dat de verantwoordelijkheid voor een veilige en gezonde online wereld voor kinderen
bij verschillende partijen berust. Het Nederlandse beleid om minderjarigen online
beter te beschermen is uiteengezet in de strategie online kinderrechten.1 In deze strategie worden vijf overkoepelende hoofdopgaven onderscheiden waarin dit
uitgangspunt tot uitdrukking komt. Het kabinet ziet een verantwoordelijkheid voor
de overheid, maar tegelijkertijd ook een voor de industrie. Daarnaast spelen opvoeders
en het maatschappelijk middenveld een belangrijke rol in de zorg voor een online wereld
waarin kinderen zich thuis en veilig voelen.
Het kabinet werkt toe naar een safety-by-design principe: zoveel mogelijk aan de voorkant regelen dat digitale diensten kindvriendelijk
zijn voor ze op de markt komen. Het kabinet draagt zelf ook bij door betrouwbare en
veilige systemen voor leeftijdsverificatie, voor die gevallen dat het aangewezen is,
te verkennen. Tevens ontwikkelt het kabinet instrumenten die risico’s en kansen van
een digitale dienst in kaart helpen te brengen. De rol van ouders en opvoeders is
essentieel. Zij staan immers dicht bij hun kind en zijn het best in staat gedrag te
veranderen. Ze moeten daarvoor wel hulpmiddelen aangereikt krijgen. Dat doet het kabinet
door middel van een meerjarige publiekscampagne en een onderliggende website waarop
informatie te vinden is die ouders en opvoeders ondersteunen in hun taak. Daarin is
ook de Richtlijn gezond schermgebruik2 meegenomen, met daarin leeftijdsgedifferentieerde adviezen voor online mediaopvoeding.
Daarnaast wordt er op dit moment gewerkt aan een curriculumherziening voor digitale
geletterdheid. Dit is naast digitale weerbaarheid belangrijk, omdat het kabinet kinderen
op deze manier wil voorbereiden op hun plek in een technologische wereld.
Uit onderzoek van de Universiteit van Amsterdam (UvA), dat met steun van het Ministerie
van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is uitgevoerd, blijkt dat er nog blinde
vlekken bestaan in het moderatiebeleid van platforms voor wat betreft zogenaamde «borderline»-inhoud
die een negatieve invloed heeft op de privacy, veiligheid, en beveiliging van minderjarigen.
Het betreft inhoud die weliswaar niet illegaal is, maar wel (zeer) schadelijk. Het
onderzoek werd met uw Kamer gedeeld via de Verzamelbrief Digitalisering oktober 2025.3
b) Beoordeling + inzet ten aanzien van dit voorstel
Het kabinet verwelkomt de richtsnoeren van de Commissie, die aansluiten bij de Nederlandse
inzet om de digitale leefomgeving van kinderen veilig(er) te maken en om de rechten
van kinderen te borgen en versterken. De richtsnoeren bevatten voorbeelden van concrete
maatregelen die online platforms moeten nemen om een hoog niveau van privacy, veiligheid
en beveiliging voor minderjarigen te waarborgen. Deze nadere invulling van de open
norm uit artikel 28 van de DSA komt de rechtszekerheid ten goede, want het ondersteunt
platforms bij de naleving en toezichthouders en rechters bij de handhaving van deze
verplichting uit de DSA.
Als verordening met een maximum harmoniserend karakter vormt de DSA een belangrijk,
horizontaal juridisch kader voor de verantwoordelijkheid van online platforms en de
bescherming van minderjarigen online. Om daadkrachtig op te kunnen treden tegen praktijken
die niet in het belang van het kind zijn, is het van belang dat de open norm van artikel 28
DSA op uniforme wijze wordt geïnterpreteerd en toegepast. De richtsnoeren dragen daaraan
bij. Hoewel ze niet wettelijk bindend zijn, worden ze beschouwd als een belangrijke
referentie voor het voldoen aan de norm uit artikel 28, eerste lid, DSA. Als zodanig
zullen zij een benchmark voor handhaving vormen. Dat verwelkomt het kabinet en acht
het belang van de richtsnoeren daarmee groot.
Het kabinet onderschrijft de risicogebaseerde aanpak die ten grondslag ligt aan de
richtsnoeren, waarbij de te nemen maatregelen afhankelijk zijn van de daadwerkelijke
of potentiële gevolgen voor de privacy, veiligheid en beveiliging van minderjarigen
die een onlineplatform kan opleveren of veroorzaken. Om gericht veiligere diensten
aan te kunnen bieden is het dus van belang om te identificeren welke risico’s er bestaan
om vervolgens vast te stellen wat proportionele en evenredige maatregelen zijn, zoals
bijvoorbeeld leeftijdsborging. In dit kader hebben de Universiteit Leiden en Considerati
in opdracht van het kabinet het Kinderrechtenimpactassessment (hierna: KIA) ontwikkeld,
een instrument waarmee digitale diensten de positieve en negatieve effecten van hun
diensten voor kinderen in kaart kunnen brengen. Tot genoegen van het kabinet wordt
in de richtsnoeren van de Commissie verwezen naar de Nederlandse KIA als instrument
dat online platforms kan ondersteunen bij het beoordelen van de risico’s.
Het kabinet onderschrijft de maatregelen die in de richtsnoeren genoemd worden, waaronder
de maatregelen met betrekking tot aanbevelingssystemen om het zogenaamde «rabbit hole» effect tegen te gaan. Tegelijkertijd erkent het kabinet dat juist de werking van
aanbevelingssystemen vaak onvoldoende transparant is, wat het moeilijk maakt om het
effect te meten.4 Effectiviteit valt of staat met de bereidheid van het platform om de maatregelen
daadwerkelijk door te voeren, en duidelijke handhaving door de toezichthouders.
Het kabinet hecht aan de aanpak van verslavende en misleidende ontwerptechnieken die
negatieve effecten kunnen hebben op het welzijn van kinderen. Daarbij merkt het kabinet
wel op dat niet helemaal duidelijk is wat de verhouding is tussen de maatregelen in
de richtsnoeren en de aangekondigde Digital Fairness Act (DFA). Het kabinet wil benadrukken dat het van belang is om fragmentatie van wetgeving
te voorkomen en het gelijke speelveld te bewaken tussen partijen die onder de DSA
vallen en partijen die daar niet onder vallen. In dit kader is relevant dat het kabinet
zich in aanloop naar een voorstel voor een DFA heeft ingezet voor een verdere Europese
aanpak van verslavende algoritmen en ontwerptechnieken.
Verder heeft het kabinet in het kader van het voorstel voor een DFA aan de Commissie
gevraagd om een verbod te overwegen op ontwerpen die slecht zijn voor het welzijn
van alle consumenten. Daarnaast heeft het kabinet gevraagd om een verbod op loot boxes. De maatregelen in de richtsnoeren sluiten daar, voor wat betreft minderjarige consumenten,
bij aan. Het kabinet onderschrijft het belang om consumenten meer effectieve controle
te geven over hun gebruik van digitale diensten door hen de mogelijkheid te bieden
hun ervaring op een eenvoudige en toegankelijke manier aan te passen.
Het kabinet staat positief tegenover de maatregelen in de richtsnoeren die zien op
het verbeteren van moderatie-, rapportage- en klachtafhandelingsprocessen, zodat zowel
minderjarigen als ouders over voldoende duidelijke en laagdrempelige hulpmiddelen
beschikken om illegale of schadelijke inhoud te melden en klachten te kunnen neerleggen
over moderatiebeslissingen van platforms. De richtsnoeren geven aan dat platformen
duidelijk beleid en procedures dienen vast te stellen over inhoud en online gedragingen
die schadelijk zijn voor minderjarigen. Het kabinet verwelkomt hierbij de focus van
de Commissie op moderatie van niet-illegale, maar wel schadelijke inhoud, evenals
de voorgestelde maatregelen om dergelijke inhoud beter op te sporen en te modereren.
In dit kader benadrukken de richtsnoeren dat alle gebruikers inhoud, activiteiten,
personen, accounts of groepen moeten kunnen rapporteren indien zij zich ongemakkelijk
voelen bij het idee dat dergelijke inhoud, activiteiten, personen, accounts of groepen
toegankelijk zijn voor minderjarigen. Daarbij schrijven de richtsnoeren terecht voor
dat meldingen afkomstig van minderjarigen prioriteit moeten krijgen. Het kabinet ondersteunt
tevens het uitgangspunt in de richtsnoeren dat samenwerking tussen platforms belangrijk
is en om technische oplossingen te ontwikkelen waarmee illegale en grensoverschrijdende
schadelijke inhoud beter kan worden opgespoord.
Het kabinet verwelkomt ook dat de richtsnoeren een prominente rol toekennen aan klachtenmechanismen.
Het toegankelijk maken voor burgers om klachten in te dienen bij platforms, zoals
ook aangegeven in de Voortgangsbrief Rijksbrede strategie voor de effectieve aanpak
van online desinformatie,5 is van groot belang. Het kabinet wil de drempels voor gebruikers, in het bijzonder
minderjarigen, verlagen, zodat zij, conform de eisen van de DSA, eenvoudig bezwaar
kunnen maken tegen moderatiebeslissingen waar zij het niet mee eens zijn. Een belangrijke
maatregel hierin is dat platforms op een zichtbare plek en in duidelijke taal aangeven
waar en hoe een klacht ingediend kan worden. Het kabinet onderschrijft het belang
van kindvriendelijke hulpmiddelen waarmee minderjarigen melding kunnen maken van inhoud,
activiteiten, personen, accounts of groepen die mogelijk in strijd zijn met de algemene
voorwaarden van het platform.
Voor het kabinet is het naast bovengenoemde maatregelen ook belangrijk dat de mogelijkheid
bestaat voor gebruikers om melding te kunnen doen van links op online platforms naar
externe websites die illegale inhoud of inhoud die de lichamelijke of geestelijke
ontwikkeling van minderjarigen kan schaden, bevatten.
Een belangrijk onderdeel van de richtsnoeren betreft leeftijdsborging. In dit kader
merkt het kabinet op dat leeftijdsverificatie een zwaar middel is dat impact kan hebben
op verschillende grondrechten6. Daarom is de inzet van het kabinet dat in elke situatie moet worden afgewogen of
de inzet ervan proportioneel is, of het daadwerkelijk bijdraagt aan het doel en of
er geen alternatief beschikbaar is dat minder inbreuk maakt op de rechten van betrokkenen.
Daarbij speelt dat moet worden meegewogen dat bij de toepassing van leeftijdsverificatie,
elke gebruiker wordt onderworpen aan de leeftijdsverifcatie. Naarmate de risico’s
in specifieke situaties voor jongeren groter zijn en er tevens wettelijke leeftijdsgrenzen
zijn (bijvoorbeeld voor online gokken of online alcoholverkoop), is de inzet van leeftijdsverificatie
eerder te rechtvaardigen.
In de richtsnoeren worden verschillende leeftijdsverificatie-instrumenten genoemd.
Zo verwijst de Commissie naar de EU-oplossing voor leeftijdsverificatie (de white label app) als mogelijk leeftijdsverificatiemiddel waar gebruik van kan worden gemaakt
in gevallen waarin de meest verstrekkende vorm van leeftijdsborging, leeftijdsverificatie,
gerechtvaardigd is. Momenteel wordt bekeken of het wenselijk en haalbaar is om een
dergelijke app in Nederland te ontwikkelen en wat de eventuele kosten daarvan zouden.
Zowel de richtsnoeren als het kabinet benadrukken dat een zorgvuldige afweging van
noodzaak, proportionaliteit en alternatieven bij het inzetten van leeftijdsverificatie
noodzakelijk is.
Het kabinet steunt de handvatten die in de richtsnoeren worden geboden om deze afweging
op een zorgvuldige manier te kunnen maken.
c) Eerste inschatting van krachtenveld
De verwachting is dat deze richtsnoeren kunnen rekenen op brede steun van de lidstaten.
De bescherming van minderjarigen in de digitale wereld wordt door veel lidstaten als
prioriteit gezien. Zo is in oktober jl. door een grote meerderheid van de lidstaten
(Nederland, samen met 24 andere lidstaten, Noorwegen en IJsland) de Jutland-verklaring
ondertekend. In deze verklaring spreken de ondergetekenden af gezamenlijk te werken
aan een veiligere digitale omgeving voor kinderen. Hierbij werd opgeroepen tot strikte
handhaving van bestaande wetgeving, zoals de DSA, en tot het verplicht stellen van
adequate maatregelen door bedrijven om kinderen die hun diensten gebruiken effectief
te beschermen. De positie van het Europese Parlement is nog onbekend. Wel heeft de
Commissie Interne Markt en Consumentenbescherming recentelijk een rapport aangenomen
waarin wordt opgeroepen om de DSA te handhaven en om schadelijke praktijken zoals
verslavende ontwerpen en gokachtige spelfuncties te verbieden om minderjarigen te
beschermen.7
4. Grondhouding ten aanzien van bevoegdheid, subsidiariteit, proportionaliteit, financiële
gevolgen en gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
a) Bevoegdheid
De grondhouding van het kabinet is positief. De mededeling heeft betrekking op gezamenlijke
standaarden voor de Europese interne markt voor digitale diensten (artikel 114 VWEU).
Op het terrein van de interne markt is sprake van een gedeelde bevoegdheid tussen
de EU en de lidstaten, op grond van artikel 4, lid 2, sub a VWEU.
De grondslag voor het vaststellen van richtsnoeren op het gebied maatregelen ter bescherming
van de privacy, veiligheid en beveiliging van minderjarigen is vastgelegd in artikel 28,
lid 4 van verordening 2022/2065 (DSA).
b) Subsidiariteit
De grondhouding van het kabinet is positief. De mededeling heeft tot doel het bevorderen
van de bescherming van minderjarigen bij het gebruik van online diensten. Gezien de
grensoverschrijdende aspecten van het gebruik van digitale diensten op de Europese
markt kan dit onvoldoende door lidstaten op centraal, regionaal of lokaal niveau,
worden verwezenlijkt. Daarom is een EU-aanpak nodig. Deze richtsnoeren stellen kaders
en vormen een benchmark voor bedrijven en overheden voor de interpretatie en implementatie
van de open norm van artikel 28 DSA. Dit draagt eraan bij om belemmeringen op de interne
markt voor digitale diensten te verminderen en daadkrachtig te kunnen optreden tegen
praktijken die niet in het belang van minderjarigen zijn.
Gelet op het bovenstaande zijn EU-brede richtsnoeren niet alleen wenselijk, maar ook
noodzakelijk. Om die redenen is optreden op het niveau van de EU gerechtvaardigd.
c) Proportionaliteit
De grondhouding van het kabinet is positief. De mededeling heeft tot doel het bevorderen
van de bescherming van minderjarigen bij het gebruik van online diensten. De mededeling
is geschikt om deze doelstelling te bereiken, omdat de richtsnoeren duidelijke handvatten
geven aan bedrijven, lidstaten en toezichthouders om deze bescherming op een geharmoniseerde
manier te bewerkstelligen. Zo geven de richtsnoeren handvatten over het privacyvriendelijk
en veilig inrichten van online platforms door bijvoorbeeld de openbaarheid van accounts
van minderjarigen te beperken of bepaalde schadelijke ontwerptechnieken niet te gebruiken.
Aangezien het hier een benchmark en kaders betreft, gaat het voorgestelde optreden
niet verder dan noodzakelijk. Het betreft enkel richtsnoeren en legt geen extra verplichtende
maatregelen op aan ondernemers en overheden.
d) Financiële gevolgen
De mededeling kent geen directe gevolgen voor de Rijksbegroting omdat het geen verplichtingen
bevat die kosten met zich meebrengen. Overheden en ondernemers kunnen op eigen initiatief
opvolging geven aan de voorgestelde maatregelen. Zo zou een eventuele Nederlandse
implementatie van een leeftijdsverificatie kosten met zich meebrengen. Bij verdere
uitwerking voor besluitvorming die hiervoor nodig zou zijn, worden via de uitvoertoets
de financiële gevolgen nader bepaalt. Eventuele budgettaire gevolgen worden ingepast
op de begroting van het beleidsverantwoordelijke departement, conform de regels van
de budgetdiscipline.
e) Gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
Voorafgaand aan de vaststelling van de mededeling heeft de Europese Commissie tussen
31 juli 2024 en 30 september 2024 een openbare consultatie georganiseerd. Zo zijn
bedrijven en burgers in de gelegenheid gesteld om een bijdrage te leveren aan de totstandkoming
mededeling. Er is geen impact assessment verricht op deze mededeling. Die was reeds
verricht op de DSA zelf.
De mededeling geeft bedrijven handvatten om uitvoering te geven aan artikel 28 DSA.
Daarmee wordt concreter en duidelijker wat zij moeten doen om aan deze verplichting
van de DSA te voldoen. Daarnaast geeft de mededeling toezichthouders meer houvast
bij het verrichten van toezicht op de naleving van artikel 28 DSA. Dat maakt voorspelbaarder
hoe zij artikel 28 DSA in de praktijk gaan invullen, wat de onzekerheid voor het bedrijfsleven
daarover verkleint. Het voorstel zal naar verwachting daarom een positieve invloed
hebben op de regeldruk voor bedrijven en op de regeldruk voor overheden, met name
uitvoeringsorganisaties en toezichthouders. Een kanttekening daarbij is dat er een
aantal (vrijwillige) maatregelen worden voorgesteld waarvan de uitvoering mogelijk
wel additionele uitvoeringslasten en -kosten met zich mee zouden kunnen brengen. Te
betogen valt evenwel dat die maatregelen eerder ook al vereist waren onder artikel
28 DSA. De richtsnoeren geven immers nadere invulling aan bestaande norm.
Het voorstel zal naar verwachting geen bijzondere invloed hebben op het concurrentievermogen
van de EU.
De richtsnoeren hebben betrekking op online diensten die aangeboden worden binnen
de EU, net zoals geldt voor de DSA in den brede. Het voorstel heeft daarom geen gevolgen
voor de manier waarop deze diensten aangeboden worden in andere landen. Wel zullen
de richtsnoeren tevens van toepassing zijn op grote technologiebedrijven die voor
een significant deel gevestigd zijn buiten de EU. De richtsnoeren voorzien echter
slechts in het stellen van richtinggevende standaarden voor de uitvoering van een
bestaande verplichting uit de DSA. Het is daarom niet voorzien dat de richtsnoeren
een grote geopolitieke invloed zullen hebben.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.