Brief regering : Uitvoering van de motie van het lid Stultiens over opties in kaart brengen voor het vergroten van de transparantie over belastingen (Kamerstuk 25087-351)
25 087 Internationaal fiscaal (verdrags)beleid
Nr. 355
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 13 november 2025
Uw Kamer heeft in de motie-Stultiens verzocht opties in kaart te brengen over het
vergroten van de transparantie van de belastingafdracht van multinationals.1 Met deze Kamerbrief voldoe ik aan het verzoek in deze motie, mede namens de Staatssecretaris
van Justitie en Veiligheid. In deze brief ga ik eerst in op openheid door bedrijven
zelf, en vervolgens op openbaarmaking van gegevens door de overheid.
1. Transparantie door bedrijven zelf
Het kabinet vindt het belangrijk dat multinationals transparant zijn over hun belastingafdracht
en de manier waarop ze met belastingverplichtingen omgaan. Openheid hierover draagt
bij aan een beter maatschappelijk debat over belastingen. De afgelopen jaren zijn
er op dit gebied veel stappen gezet. Zo is het kabinet blij dat grote Nederlandse
internationale concerns de Tax Governance Code hebben omarmd. De Tax Governance Code
is een fiscale gedragscode die is opgesteld door VNO-NCW.2 In deze Code speelt transparantie over belastingen een grote rol. Met deze code laat
het bedrijfsleven zien haar maatschappelijke verantwoordelijkheid rondom de belastingen
serieus te nemen. Het kabinet verwacht ook van staatsdeelnemingen, die tot de doelgroep
van de Code behoren, dat ze de principes uit de Code naleven en de Code onderschrijven.
Daarnaast zijn multinationals in de EU met een totale geconsolideerde omzet van minstens
€ 750 miljoen verplicht om jaarlijks in het handelsregister een verslag inzake de
winstbelasting openbaar te maken dat betrekking heeft op de landen waar de multinational
actief is (de zogenaamde openbare country-by-country reporting, CbCR). Aanleiding
voor de Europese Commissie voor die richtlijn was de bestrijding van belastingontwijking.
De Commissie was van mening dat transparantie over belastingbetalingen kan leiden
tot een beter onderbouwd publiek debat over de belastingmoraal van bepaalde ondernemingen.
Dat kan druk leggen op die ondernemingen om zich te verbeteren en fiscaal verantwoord
te ondernemen.
In het verslag moet gerapporteerd worden hoeveel de winst of het verlies vóór winstbelasting,
de toerekenbare winstbelasting, de betaalde winstbelasting en de gecumuleerde winst
bedragen. Die informatie moet worden uitgesplitst per lidstaat in de EU en EER en
per rechtsgebied dat is aangewezen in de EU als coöperatief of niet-coöperatief.3 Over de andere relevante landen mag de informatie samengevoegd worden. Ook grote
dochtermaatschappijen in de EU-lidstaten, waarvan de uiteindelijke moedermaatschappij
buiten de EU is gevestigd, zijn verplicht openbaar te maken hoeveel winstbelasting
het hele concern in elke EU-lidstaat en in de landen daarbuiten betaalt.
Deze rapporteringsverplichting geldt met ingang van het boekjaar dat begint op of
na 22 juni 2024. Voor de meeste bedrijven geldt dat het boekjaar gelijk is aan het
kalenderjaar, waarmee het eerste rapportagejaar voor de meeste bedrijven het boekjaar
2025 is. De rapportages over dat jaar moeten uiterlijk 31 december 2026 worden gedeponeerd.
Deze regelgeving dwingt multinationals jaarlijks al tot aanzienlijk meer openheid
van gegevens, wat de indiener van de motie ook beoogt. Het kabinet is daarom van mening
dat aan de wens van de indiener tegemoet is gekomen. Het kabinet ziet daarom op dit
moment geen aanleiding om andere opties te onderzoeken, ook met het oog op de lastendruk
voor het bedrijfsleven. Het kabinet blijft bedrijven oproepen de Tax Governance Code
te onderschrijven.
2. Openbaarmaking door overheid
In uw motie wordt ook gevraagd naar opties die betrekking hebben op de openbaarmaking
van belastinggegevens door de overheid. Uit de tekst van de motie en de bespreking
daarvan in het tweeminutendebat4 maak ik op dat uw Kamer zich afvraagt of het parlement voldoende inzicht heeft in
de mate van belastingontwijking en de vormen waarin zich dat voordoet. Het kabinet
vindt het van belang dat uw Kamer een zo goed mogelijk beeld heeft van hoe wetgeving
in de praktijk uitwerkt. Inzicht in de consequenties van beleid komt namelijk ten
goede aan de kwaliteit van het debat hierover. Het kabinet stuurt uw Kamer daarom
ieder jaar een monitoringsbrief op het thema van belastingontwijking. Hierin biedt
het kabinet inzicht in de meetbare effecten van recente maatregelen in de aanpak van
belastingontwijking.5 De eerstvolgende editie van deze monitoringsbrief volgt voor het einde van dit jaar.
Daarnaast maakt het kabinet ieder jaar een lijst op van opmerkelijke belastingconstructies
die in de praktijk voorkomen. Deze lijst publiceert het kabinet elk jaar als bijlage
bij de Voorjaarsnota, met daarbij een overzicht van op welke manier het kabinet deze
constructies wil aanpakken.6
Het kabinet blijft zich inzetten tegen belastingontwijking en -ontduiking. Echter,
informatie over de belastingafdracht van een (groep) individuele belastingplichtige(n)
valt onder de fiscale geheimhoudingsplicht.7 In de brief van 21 juli 2025 is mijn ambtsvoorganger ingegaan op o.a. doel en strekking
van de fiscale geheimhoudingsplicht.8 Daarin wordt het grote maatschappelijke belang van de fiscale geheimhoudingsplicht
omschreven, evenals de weging van de daarmee gemoeide belangen tegenover het belang
van goede informatieverstrekking (aan het parlement). Ook worden de verschillende
mogelijkheden die de huidige wet- en regelgeving biedt ter verstrekking van informatie
aan het parlement omschreven.
Aanvullend op de daar omschreven bestaande mogelijkheden ziet het kabinet geen reële
beleidsopties die recht doen aan de delicate afweging van twee zwaarwegende belangen.
Verdergaande transparantie zou afbreuk kunnen doen aan de vertrouwelijkheid tussen
de inspecteur en de belastingplichtige. Beleidsopties die voorstellen om uitspraken
te doen over de fiscale positie van individuele belastingplichtigen leiden tot een
verslechtering van de bescherming van de privacy van belastingplichtigen. Een doorbreking
van de geheimhoudingsplicht kan bovendien tot gevolg hebben dat belastingplichtigen
terughoudender zijn met het delen van die informatie met de Belastingdienst, waarmee
het belang van de Staat in het geding kan komen.
De Staatssecretaris van Financiën,
E.H.J. Heijnen
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
E.H.J. Heijnen, staatssecretaris van Financiën