Brief regering : Fiche: Aanbeveling over het faciliteren van beleggingsrekeningen
22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
Nr. 4201
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 7 november 2025
Overeenkomstig de bestaande afspraken ontvangt u hierbij drie fiches, die werden opgesteld
door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC).
Fiche: Aanbeveling over het faciliteren van beleggingsrekeningen;
Fiche: Mededeling financiële geletterdheid; (Kamerstuk 22 112, nr. 4202)
Fiche: [MFK] Verordening instrument voor samenwerking op het gebied van nucleaire
veiligheid en ontmanteling (Kamerstuk 22 112, nr. 4203).
De Minister van Buitenlandse Zaken,
D.M. van Weel
Fiche: Aanbeveling over het faciliteren van beleggingsrekeningen
1. Algemene gegevens
a) Titel voorstel
Aanbeveling van de Commissie van 30.9.2025 betreffende het verruimen van de beschikbaarheid
van spaar- en beleggingsrekeningen met een vereenvoudigde en gunstige fiscale behandeling
b) Datum ontvangst Commissiedocument
30 september 2025
c) Nr. Commissiedocument
COM(2025) 6800
d) EUR-Lex
https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=PI_COM:C(2025)…
e) Nr. impact assessment Commissie en Opinie
SWD(2025) 6800 final
f) Behandelingstraject Raad
N.v.t. door het karakter van de aanbeveling. Meest relevant in deze context is de
Raad Economische en Financiële zaken (Ecofin).
g) Eerstverantwoordelijk ministerie
Ministerie van Financiën
2. Essentie voorstel
In dit voorstel doet de Europese Commissie (hierna: de Commissie) een aanbeveling
(hierna: de aanbeveling) aan de lidstaten van de Europese Unie (EU) om op nationaal
niveau kaders te creëren voor beleggingsrekeningen (savings and investment accounts).1 Volgens de Commissie sparen Europese huishoudens veel, maar rendeert hun spaargeld
vaak niet optimaal. Als zij verantwoord meer zouden beleggen, kan dit op lange termijn
bijdragen aan betere vermogensopbouw. Daarnaast kan het goed zijn voor de Europese
economie als consumenten meer van hun spaargeld zouden beleggen. Dat komt doordat
retailbeleggers vaak de voorkeur hebben om «dichtbij huis» te beleggen (een zogeheten
home bias) in bedrijven die zij beter kennen en kapitaalmarkten waar zij de taal en cultuur
beter begrijpen. Consumenten die meer beleggen, werken zo aan eigen vermogensopbouw
én dragen bij aan de financiering van Europese groei, innovatie en werkgelegenheid,
aldus de Commissie.
Met goed ontworpen, breed beschikbare beleggingsrekeningen voor consumenten kan de
toegang tot kapitaalmarkten worden vergemakkelijkt en vermogensopbouw worden gestimuleerd.
Dat is de conclusie van de Commissie op basis van onderzoek naar best practices van landen binnen en buiten de EU waar al dergelijke beleggingsrekeningen worden
aangeboden. De kern van de aanbeveling is dan ook dat lidstaten «kaders voor beleggingsrekeningen»
opzetten die voldoen aan een zestal – volgens de Commissie effectief bewezen – kenmerken.
Ten eerste dient er een breed aanbod te zijn. Het moet meerdere soorten aanbieders
zijn toegestaan om de beleggingsrekeningen aan te bieden, waardoor consumenten keuzevrijheid
hebben en toegang tot goede voorwaarden. Om concurrentie te bevorderen, en daarmee
kosten laag te houden, moeten lidstaten geen additionele belemmeringen opwerpen tegen
het vrij verkeer van diensten binnen de EU, zodat aanbieders uit de ene lidstaat eenvoudig
beleggingsrekeningen kunnen aanbieden in de andere lidstaat.
Ten tweede moeten kosten eerlijk zijn en moeten de beleggingsportfolio’s van de beleggingsrekeningen
overdraagbaar tussen aanbieders zijn. De kosten voor het openen en aanhouden van beleggingsrekeningen
moeten eerlijk, proportioneel en begrijpelijk zijn. Consumenten zouden hun beleggingsportfolio’s
daarbij in één keer moeten kunnen overhevelen naar een andere aanbieder, zonder dat
dit leidt tot onredelijk hoge kosten of een belastingaanslag.
Ten derde dienen consumenten verschillende soorten activa op de beleggingsrekening
kunnen aan te kunnen houden, waaronder aandelen, obligaties en deelnemingen of aandelen
in instellingen voor collectieve belegging in effecten (ICBE’s, ook wel UCITS, waaronder
exchange-traded funds (ETF’s)). Zeer risicovolle of complexe producten zoals crypto’s of derivaten, die
geen investering vertegenwoordigen in de reële economie, moeten worden uitgesloten.
De Commissie beveelt ook aan om aanbieders aan te moedigen om beleggingsproducten
aan te bieden met een sterke focus op de EU, zodat consumenten kunnen bijdragen aan
strategische EU-prioriteiten en de veiligheid en defensie van de EU.
Ten vierde dienen de beleggingsrekeningen gebruiksvriendelijk te zijn. Lidstaten zouden
aanbieders moeten aansporen om de beleggingsrekeningen simpel, betrouwbaar en makkelijk
toegankelijk voor consumenten te maken, onder meer door een gebruiksvriendelijke digitale
omgeving en een goede klantenservice.
Ten vijfde raadt de Commissie aan het fiscale proces zo gebruiksvriendelijk, eenvoudig
en geautomatiseerd mogelijk in te richten. Daarbij zouden financiële instellingen
de relevante gegevens rechtstreeks doorgeven aan de nationale belastingdienst en,
waar relevant, direct de verschuldigde belasting afdragen.
Ten zesde zouden beleggingsrekeningen moeten profiteren van «de meest gunstige fiscale
behandeling» beschikbaar in een lidstaat. De aanbeveling noemt als mogelijkheden (niet
uitputtend): (i) een aftrek van de inleg van het belastbaar inkomen, (ii) een vrijstelling
voor inkomsten die binnen de beleggingsrekening worden gegenereerd, (iii) uitstel
van belastingheffing tot het moment van opname, of (iv) de toepassing van een uniform
tarief. Volgens de Commissie zijn een simpele en voordelige fiscale behandeling kernelementen
van bewezen succesvolle beleggingsrekeningen binnen en buiten de EU.
3. Nederlandse positie ten aanzien van de aanbeveling
a) Essentie Nederlands beleid op dit terrein
In de kamerbrief kabinetsinzet kapitaalmarktunie van 17 maart 2025 heeft het kabinet
zich positief uitgesproken over mogelijkheden om consumenten die veel sparen en verantwoord
meer zouden kunnen beleggen, aan te moedigen om te (beginnen met) beleggen.2 Uit onderzoek blijkt dat bijna de helft van de Nederlandse huishoudens daarvoor voldoende
vermogen heeft.3 Het kabinet deelt de analyse van de Commissie dat wanneer deze huishoudens (meer)
zouden gaan beleggen, dat op de langere termijn, weliswaar tegen risico, een hoger
rendement oplevert. Gezamenlijk houden Europeanen zo’n 11,5 biljoen euro aan in cash
en op spaarrekeningen.4 Meer hiervan beleggen, onder voorbehoud dat dit verantwoord gebeurt en huishoudens
voldoende liquide buffers aanhouden, is op lange termijn niet alleen voordelig voor
deze huishoudens zelf. Dit geld kan (deels) in het Europese bedrijfsleven en voor
de EU van belang zijnde strategische sectoren worden geïnvesteerd, waardoor bedrijven
sneller kunnen groeien en innoveren, en waardoor de EU een aantrekkelijker vestigingsklimaat
krijgt. Dit leidt tot een verdere versterking van de Europese kapitaalmarktunie. Het
kabinet heeft zich in de kabinetsinzet daarom uitgesproken voor de ontwikkeling van
een raamwerk voor een EU-beleggingsrekening waarop lidstaten fiscale prikkels kunnen
toepassen om consumenten te stimuleren meer in de EU te gaan beleggen. Meer beleggen
in de EU komt ook de Nederlandse economie ten goede. De Nederlandse kapitaalmarkt
is goed ontwikkeld, waardoor het stimuleren van meer kapitaal op de Europese kapitaalmarkten
ook goed voor Nederland is.
Naast voornoemde kamerbrief, heeft Nederland op 5 juni 2025 in een kopgroep van deelnemende
lidstaten een intentieverklaring getekend voor de lancering van Finance Europe: een Europees beleggingslabel voor beleggingsrekeningen en -producten die (i) voor
minstens 70% in de Europese Economische Ruimte (EER) beleggen en (ii) ontworpen zijn
om langdurig aan te houden.5 Het label moet consumenten meer en duidelijke mogelijkheden geven om te beleggen
in de Europese economie om zodoende het rendement op hun vermogen te vergroten.
Ten aanzien van fiscale prikkels heeft het kabinet in de kabinetsinzet toegezegd te
bezien of in Nederland additionele fiscale prikkels kunnen worden ingericht wanneer
het raamwerk voor de EU-beleggingsrekening vorm gekregen heeft.6 Daarnaast heeft Nederland via de intentieverklaring voor de lancering van Finance Europe ermee ingestemd te zullen verkennen of Finance Europe fiscaal gunstig kan worden behandeld. Hierbij kan gedacht worden om eventuele stimulering
specifiek te richten op bedrijven in voor het EU-concurrentievermogen strategische
sectoren. Nieuwe of bestaande fiscale regelingen – zoals de voorgestelde stimulering
– worden daarbij getoetst op doeltreffendheid en doelmatigheid. Dit wordt onderzocht
wanneer het nieuwe box 3-stelsel in werking is getreden. Tot dan heeft de herziening
van het stelsel prioriteit.
Tot slot streeft het kabinet naar een eenvoudig en sterk geautomatiseerd aangifteproces.
Het vooraf invullen van de aangifte inkomstenbelasting, mede mogelijk dankzij de renseigneringsverplichting7 van werkgevers, banken en verzekeraars, is een voorbeeld dat dit doel dient.
b) Beoordeling + inzet ten aanzien van dit voorstel
Conform de vastgestelde inzet staat het kabinet positief tegenover het streven en
methoden om de participatie van retailbeleggers te vergroten. Hieronder valt ook de
ontwikkeling van een raamwerk voor een (EU-)beleggingsrekening. Met de aanbeveling
heeft dat raamwerk vorm gekregen, zodat de lidstaten daarmee aan de slag kunnen. Hieronder
beoordeelt het kabinet eerst de niet-fiscale en vervolgens de fiscale kenmerken van
het raamwerk. Hierbij wordt ook ingegaan op de vervolgstappen en wanneer die kunnen
worden verwacht.
Het kabinet is positief over de niet-fiscale kenmerken van de beleggingsrekening zoals
aanbevolen door de Commissie. Zo is een breed aanbod met veel keuzemogelijkheden onder
goede voorwaarden logischerwijs in het duidelijke belang van de consument. Ook acht
het kabinet het in beginsel van belang dat lidstaten geen additionele, nationale belemmeringen
opwerpen tegen het vrije verkeer van diensten die niet volgen uit Europese wetgeving.
Onder meer vanwege het consumentenbelang valt de noodzaak van dergelijke nationale
regels echter niet geheel uit te sluiten. Lage, transparante kosten en kostenefficiëntie
zijn volgens het kabinet daarnaast belangrijk om consumenten ertoe aan te zetten verantwoord
te beginnen met beleggen (waarbij geldt dat Nederland al vooroploopt ten opzichte
van de rest van de EU).8 Daarnaast lijkt portfolio-overdraagbaarheid goed voor de concurrentie tussen aanbieders,
is de uitsluiting van complexe en risicovolle producten die geen investering in de
reële economie vertegenwoordigen in beginsel positief en is het vanzelfsprekend dat
een gebruiksvriendelijke (digitale) omgeving fijn is voor de consument en naar verwachting
zal leiden tot vergrote retailparticipatie.
Ook acht het kabinet het wenselijk dat consumenten voldoende en simpele mogelijkheden
krijgen om met hun beleggingen te investeren in het Europese bedrijfsleven en bij
te dragen aan strategische EU-prioriteiten. Daarbij dient rekening te worden gehouden
met een voor de consument juiste balans tussen risico, rendement en kosten. Een gebrek
aan diversificatie door een te grote concentratie in bepaalde sectoren of landen kan
namelijk tot een hoger risico leiden voor consumenten en een gebrek aan concurrentie.
Daarnaast acht het kabinet het van belang dat het aantrekkelijk maken van beleggen
middels een dergelijke beleggingsrekening er niet voor zorgt dat consumenten die onvoldoende
spaarbuffer hebben, gaan beleggen. Het kabinet kijkt naar financiële educatie om consumenten
een bewuste keuze te laten maken, die past binnen hun vermogenspositie. Wel dient
opgemerkt te worden dat, aangezien dit voorstel niet ver af staat van de huidige Nederlandse
praktijk, het op zichzelf niet direct tot een andere beleggingscultuur zal leiden.
Daarvoor dienen consumenten middels additionele prikkels bewogen te worden om te gaan
beleggen. Deze kunnen zien op onder meer financiële educatie, maar ook op mogelijke
fiscale voordelen.
Wat betreft de fiscale kenmerken is het kabinet voorstander van simpele en geautomatiseerde
fiscale processen. Voor Nederlandse beleggers wordt de aangifte al grotendeels vooraf
ingevuld dankzij de renseigneringsplicht van geregistreerde financiële instellingen.
Buitenlandse instellingen kunnen zich al registreren, maar in de praktijk gebeurt
dit zelden. Hierdoor kunnen deze gegevens veelal niet gebruikt worden bij de vooraf
ingevulde aangifte.
Lijfrenteproducten in box 1 bieden nu al fiscale aftrek om sparen en beleggen voor
oudedagsvoorzieningen te stimuleren, terwijl de beleggingsrekening ziet op vermogensopbouw
en daarmee past in box 3. Het kabinet denkt dat fiscale stimulering in box 3 het gebruik
van een beleggingsrekening kan vergroten. Daarbij acht het kabinet het van belang
dat de stimulering niet alleen vermogensopbouw ondersteunt, maar tevens een beleidsdoel
dient door investeringen in Nederlandse en Europese bedrijven in strategische sectoren
te stimuleren. Het kabinet acht het onwenselijk om tegelijkertijd met de behandeling
van het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 een fiscale regeling voor de beleggingsrekening
in box 3 te behandelen. Daarom wil het kabinet eerst de inwerkingtreding van de Wet
werkelijk rendement box 3 afwachten. Daarna kan worden verkend of en op welke wijze
het mogelijk is om fiscale stimulering van de beleggingsrekening doeltreffend en doelmatig
te realiseren.
c) Eerste inschatting van het krachtenveld
Het raamwerk voor de beleggingsrekening betreft een aanbeveling. Lidstaten zijn daarom
niet verplicht het raamwerk op nationaal niveau toe te passen en kunnen ervoor kiezen
om de aanbeveling deels of niet op te volgen. De houding van lidstaten ten aanzien
van deze aanbeveling zal de komende tijd duidelijker worden wanneer de aanbeveling
leidt tot eventuele wijzigingen in nationaal beleid. Daarnaast monitort de Commissie
de stand van de Europese kapitaalmarkt in frequente monitoringsrapporten waarvan dit
voorstel in 2027 voor het eerst onderdeel is.
4. Grondhouding ten aanzien van bevoegdheid, subsidiariteit, proportionaliteit, financiële
gevolgen en gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
a) Bevoegdheid
De grondhouding van het kabinet ten aanzien van de bevoegdheid van de aanbeveling
is deels positief, deels negatief. Op grond van artikel 292 VWEU is de Commissie bevoegd
om aanbevelingen vast te stellen op de gebieden waarvoor de EU bevoegd is. De aanbeveling
heeft betrekking op het verbeteren van toegang voor EU-burgers tot beleggingen op
kapitaalmarkten en daarmee het vrij verkeer van diensten en kapitaal. Dit zijn fundamentele
onderdelen van de interne markt, op welk gebied de EU gedeelde bevoegdheid heeft met
de lidstaten op grond van artikel 4, lid 2, onder a, VWEU. Daarnaast worden er aanbevelingen
gedaan op het gebied van consumentenbescherming, wat op grond van artikel 4, lid 2,
onder f, VWEU, eveneens een gedeelde bevoegdheid betreft van de EU en de lidstaten.
De grondhouding van het kabinet ten aanzien van de bevoegdheid van de Commissie om
aanbevelingen te doen op deze beide onderwerpen is positief. Voor zover de aanbeveling
betrekking heeft op directe belastingen, zoals de inkomstenbelasting, betreft dit
echter een nationale bevoegdheid. Op dit onderwerp is de grondhouding van het kabinet
ten aanzien van de bevoegdheid van de Commissie dus negatief. De EU is slechts bevoegd
indien maatregelen op dit terrein rechtstreeks van invloed zijn op de instelling of
de werking van de interne markt. De in de aanbeveling genoemde vormen van fiscale
stimulering hebben, naar het oordeel van het kabinet, waarschijnlijk geen zodanige
rechtstreekse invloed en vallen derhalve buiten de bevoegdheid van de EU. Eventueel
optreden van de Commissie op dit punt staat op gespannen voet met het attributiebeginsel,
artikel 5, lid 1, VEU.
b) Subsidiariteit
De grondhouding ten aanzien van de subsidiariteit is positief. Op grond van artikel
292 VWEU is de Commissie bevoegd om aanbevelingen vast te stellen op gebieden waarvoor
de EU bevoegd is. Het doel van de aanbeveling is consumenten in de EU ertoe aan te
zetten verantwoord meer te gaan beleggen om zo meer rendement op vermogen te verdienen.
De mededeling geeft hier invulling aan door een raamwerk voor spaar- en beleggingsrekeningen
vast te stellen en lidstaten aan te bevelen dit raamwerk te implementeren of het raamwerk
te gebruiken voor verbetering van reeds bestaande nationale raamwerken. Gezien het
grensoverschrijdend karakter van vrij verkeer van kapitaal en diensten, kan dit onvoldoende
door lidstaten op centraal, regionaal of lokaal niveau worden verwezenlijkt, daarom
is een EU-aanpak nodig.
De aanbeveling geeft handvatten aan de lidstaten om op nationaal niveau (waar mogelijk
uniforme) beleggingsrekeningen te faciliteren en kan zo een goede aanvulling dan wel
katalysator vormen voor nationaal beleid. Het uniformiseren van (aspecten van) beleggingsrekeningen
biedt schaalvoordelen, omdat aanbieders minder rekening hoeven te houden met nationale
verschillen. Om die reden is optreden op EU-niveau gerechtvaardigd. Ten aanzien van
de fiscale stimulering is de subsidiariteitsvraag niet van toepassing, gegeven de
exclusieve bevoegdheid van de lidstaten hierop.
c) Proportionaliteit
De grondhouding van het kabinet ten aanzien van de proportionaliteit is positief.
Het doel van de aanbeveling is consumenten in de EU ertoe aan te zetten verantwoord
meer te gaan beleggen om zo meer rendement op vermogen te verdienen. De aanbeveling
is geschikt om deze doelstelling te halen, omdat – wanneer overgenomen door lidstaten
– beleggingsrekeningen met de kenmerken zoals geformuleerd door de Commissie naar
verwachting zullen helpen om consumenten de stap te laten zetten om te (beginnen met)
beleggen. De aanbeveling gaat bovendien niet verder dan noodzakelijk, omdat het voorgestelde
raamwerk is gericht op het op nationaal niveau faciliteren van (waar mogelijk uniforme)
beleggingsrekeningen en zo een goede aanvulling dan wel katalysator kan vormen voor
nationaal beleid. Daarnaast is het overnemen van het raamwerk facultatief en laat
het voorstel hiermee voldoende ruimte aan de lidstaten.
d) Financiële gevolgen
Er zijn geen directe financiële gevolgen voor de Staat die voortkomen uit deze aanbeveling.
Wel kunnen er financiële gevolgen zijn bij de invoering van een fiscaal voordeel,
maar zoals eerder gezegd zal het kabinet hier pas naar kijken wanneer de wetsbehandeling
van de Wet werkelijk rendement box 3 is afgerond en deze in werking is getreden.
e) Gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
Aangezien het voorstel een aanbeveling betreft en de inhoud van het voorstel grotendeels
overeenkomt met bestaande Nederlandse wet- en regelgeving geldt dat directe gevolgen
voor de regeldruk als gevolg van dit voorstel op korte termijn neutraal zullen zijn.
Eventuele fiscale stimulering zou – afhankelijk van het type – de regeldruk voor aanbieders
van spaar- en beleggingsrekeningen kunnen verhogen, bijvoorbeeld wanneer additionele
eisen worden gesteld aan een fiscaal gestimuleerde beleggingsrekening ten opzichte
van de huidige praktijk. Dit effect is echter afhankelijk van de toepassing van een
fiscale stimulans. Het kabinet zegt daarbij toe eerst de behandeling en inwerkingtreding
van de Wet werkelijk rendement box 3 willen afwachten.
Middels deze aanbeveling waarin de Commissie een Europees raamwerk voor Europese spaar-
en beleggingsrekeningen uiteenzet beoogt de Commissie huishoudens te stimuleren meer
te investeren in plaats van spaargeld passief aan te houden. Gezamenlijk houden Europeanen
zo’n 11,5 biljoen euro aan in cash en op spaarrekeningen. Wanneer huishoudens dit
kapitaal aanwenden door meer in de EU te investeren kan de productiviteit in de EU
worden verhoogd. Hiermee kan de toegang tot financiering voor strategische technologieën
worden vergemakkelijkt, hetgeen bijdraagt aan de productiviteitsgroei, concurrentiekracht
en geopolitieke weerbaarheid van Nederland en Europa.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.