Brief regering : Verslag Milieuraad 21 oktober 2025 te Luxemburg
21 501-08 Milieuraad
Nr. 1011
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT EN DE MINISTERS VAN
INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT EN VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 7 november 2025
Met deze brief ontvangt u, mede namens de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij,
Voedselzekerheid en Natuur het verslag van de Milieuraad die op 21 oktober 2025 in
Luxemburg plaatsvond.
Ook wordt bij dit verslag het Nederlandse non-paper voor de REACH herziening aan uw
Kamer toegestuurd. Hiermee wordt invulling gegeven aan de toezegging1 die tijdens het Commissiedebat Fysieke Leefomgeving van 30 september 2025 is gedaan
(Kamerstuk 28 089, nr. 341). Dit non-paper is op 17 oktober 2025 in de ministerraad vastgesteld en bevat de
Nederlandse inzet voor de komende herziening van REACH.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,
A.A. Aartsen
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
R. Tieman
De Minister van Klimaat en Groene Groei,
S.T.M. Hermans
I. Verslag Milieuraad 18 september 2025
Tijdens de Milieuraad van 21 oktober 2025 in Luxemburg stond er een gedachtewisseling
over de milieuaspecten van het Oceaanpact op de agenda. Daarnaast hebben de lidstaten
ingestemd met de Raadsconclusies over COP30 en de Waterweerbaarheidsstrategie. Ook
stonden verschillende diversenpunten op de agenda: de Europese Commissie (hierna:
Commissie) gaf informatie over het ETS2 systeem, een update over de huidige stand
van zaken van de ontbossingsverordening, alsook een presentatie over de voortgang
op het gebied van simplificatie in het kader van klimaat. Vervolgens werden de diversenpunten
van Frankrijk en Spanje over emissievrije voertuigen, van Litouwen over de Russische
schaduwvloot, van Zweden over de REACH herziening, van Cyprus over circulaire economie
initiatieven, en van Tsjechië over milieuaspecten in het meerjarig financieel kader
(MFK) besproken. Ten slotte gaf de Commissie een terugkoppeling van verschillende
recente internationale bijeenkomsten: de intergouvernementele bijeenkomst over de
oprichting van Intergouvernementele Science-Policy Panel voor chemicaliën, afval en vervuiling (ISP-CWP), de vijftiende bijeenkomst van de
Conferentie van Verdragspartijen bij het Ramsarverdrag, en de hervatte vijfde zitting
van het Intergovernmental Negotiating Committee (INC-5) voor de totstandbrenging van een internationaal juridisch bindend instrument
inzake plasticvervuiling (INC-5.2).
Gedachtewisseling over de milieuaspecten van het Europees Oceaanpact
Tijdens de Milieuraad vond een gedachtewisseling plaats over de milieuaspecten van
het Europees Oceaanpact. Vrijwel alle lidstaten, waaronder Nederland, spraken brede
steun uit voor het Europese initiatief om oceanen beter te beschermen. Verschillende
lidstaten benadrukten dat het bestaande mariene beleid moet worden versterkt en beter
moet aansluiten op andere milieudoelen zoals bijvoorbeeld de Natuurherstelverordening,
de Habitatrichtlijn en het Gemeenschappelijk Visserijbeleid. Ook werd specifiek door
een aantal lidstaten gewezen naar het belang van het verminderen van administratieve
lasten. Er was veel draagvlak voor een aanpak die de hele waterketen, van source-to-sea, omvat en vervuilingsbronnen zoals afval, PFAS en nutriënten aanpakt. Daarnaast werd
door een grote groep lidstaten het belang van regionale samenwerking en goed bestuur
in mariene bescherming onderstreept. Nederland benadrukte vooral het belang van samenhang,
uitvoerbaarheid en vermindering van regeldruk binnen het mariene beleid en de noodzaak
om mariene stakeholders te ondersteunen bij het aanpassen aan het beleid, zoals bij
innovatie.
Raadsconclusies COP30
Tijdens de Milieuraad van 21 oktober bereikten lidstaten unaniem een akkoord over
de EU inzet voor de 30e klimaatconferentie (COP30). Van 10 tot 21 november 2025 vindt COP30 plaats in Belém,
Brazilië. Tijdens de COP onderhandelt de EU als één partij, op basis van een gezamenlijke
EU-positie. Nederland is positief over de aangenomen Raadsconclusies, die het EU-mandaat
vormen voor de onderhandelingen tijdens COP30.
De discussie tijdens deze bijeenkomst van de Milieuraad richtte zich voornamelijk
op de belangrijkste EU prioriteiten richting de onderhandelingen in Belém. Voorafgaand
aan de Raad was over de meeste onderwerpen al overeenstemming bereikt. Zo werd voor
de Raad een compromis bereikt tussen enerzijds de lidstaten die het belang van hernieuwbare
energie wilden benadrukken, door middel van een verwijzing naar de mondiale opschaling
van hernieuwbare energiecapaciteit in lijn met de COP28-resultaten, en anderzijds
de lidstaten die de nadruk wilden leggen op koolstofarme technologieën zoals kernenergie.
In algemene zin benadrukten de Commissie het Deense voorzitterschap en een groot aantal
lidstaten, waaronder Nederland, het belang van een ambitieuze en eensgezinde EU-inzet
in aanloop naar COP30. De meeste lidstaten, waaronder Nederland, onderstreepten het
belang van het versterken van de mitigatie-ambitie via een ambitieus EU-NDC dat bijdraagt
aan het 1.5 graden Celsius doel en het dichten van het mondiale ambitiegat. Daarbij
werd breed benadrukt dat de EU op COP30 een NDC moet presenteren die in lijn is met
de Overeenkomst van Parijs en het EU-doel voor 2040. Enkele lidstaten pleitten ervoor
om expliciet te verwijzen naar het 2040-reductiedoel als basis voor de nieuwe EU-NDC,
om zo een duidelijk signaal af te geven dat de EU haar klimaatneutraliteitsdoelstelling
serieus neemt. Nederland benadrukte daarbij dat ambitieuze doelstellingen hand in
hand moeten gaan met het versterken van de randvoorwaarden voor de duurzame transitie,
cf. motie Erkens2 en motie Peter de Groot3. Nederland wees erop dat de EU gezamenlijk moet optrekken bij het wegnemen van structurele
knelpunten, zoals netcongestie, hoge energieprijzen en kostendeling; het stimuleren
van groene vraagcreatie en innovatieve lead markets; het verbeteren van de mondiale concurrentiepositie van de EU; en het vereenvoudigen
en versnellen van vergunningverlening voor industriële decarbonisatie.
Nederland, gesteund door enkele lidstaten, onderstreepte het belang van klimaatwetenschap
als fundament van klimaatactie, en pleitte ervoor dit te verankeren in de Europese
inzet voor COP30. Landen zullen tijdens COP30 onder meer stilstaan bij nieuwe inzichten
over klimaatwetenschap en bij de wijze waarop mondiale waarnemingen, klimaatdata en
informatievoorziening over klimaatverandering het best kunnen worden ondersteund.
Het kabinet vroeg in dat kader aandacht voor het tegengaan van desinformatie over
klimaatverandering, en riep de EU lidstaten op, in lijn met motie Kröger4, zich aan te sluiten bij het Global Initiative for Information Integrity.
Veel lidstaten riepen op om tijdens COP30 concrete voortgang te boeken op het mondiale
adaptatiekader5. Daarbij werd breed benadrukt dat de ontwikkeling van een robuuste set indicatoren
essentieel is om mondiale voortgang op adaptatie te kunnen volgen en te bepalen waar
aanvullende inzet nodig is. Ook werd het belang onderstreept van meer steun aan kwetsbare
landen, waaronder kleine eilandstaten, die het zwaarst worden getroffen door de gevolgen
van klimaatverandering. Nederland benadrukte dat de set indicatoren werkbaar en wetenschappelijk
onderbouwd moet zijn, en dat de EU zich actief moet inzetten om ontwikkelingslanden
te ondersteunen bij het verzamelen en rapporteren van adaptatiedata.
Ten aanzien van klimaatfinanciering onderschreven de meeste lidstaten dat de EU moet
voortbouwen op de afspraken van COP29, met nadruk op implementatie en uitvoering in
plaats van het openen van nieuwe discussies over het internationale klimaatfinancieringsdoel.
Enkele lidstaten wezen erop dat de EU niet de lacune van andere grote donoren kan
opvangen, en dat andere landen eveneens een eerlijke bijdrage moeten leveren. Ook
werd breed de noodzaak benadrukt om vertrouwen te behouden in multilaterale samenwerking
en partnerschappen met ontwikkelingslanden te versterken.
Tot slot benadrukten verschillende lidstaten het belang van aandacht voor een rechtvaardige
transitie, inclusief klimaatbeleid en de versterking van de rol van vrouwen en meisjes
in besluitvorming over klimaat, in lijn met de vernieuwing van het Gender Action Plan.
Raadsconclusies Waterweerbaarheidsstrategie
Tijdens de Milieuraad heeft het Deens voorzitterschap een akkoord bereikt op de Raadsconclusies
over de Waterweerbaarheidsstrategie. Vrijwel alle lidstaten benadrukten het belang
van de waterweerbaarheidsstrategie, waarin verschillende thema’s als waterbeschikbaarheid,
waterveiligheid in het kader van klimaatverandering, het hergebruik van water, waterkwaliteit
en het aanpakken van watervervuiling bij de bron, terugkwamen. Daarnaast onderstreepte
een grote groep lidstaten het belang van flexibiliteit in de uitwerking van de strategie
met het oog op de nationale omstandigheden. Tevens lichtte een groot aantal lidstaten
het belang toe van voldoende financiële ondersteuning voor de implementatie van de
strategie. Ook benadrukte een groep lidstaten het belang van modernisering en innovatie
van watersystemen, net als het belang van nature-based solutions in het verbeteren van waterweerbaarheid. Ten slotte werd het belang van grensoverschrijdende
en regionale samenwerking benadrukt. Ook Nederland verwelkomde de Raadsconclusies.
In haar interventie benadrukte Nederland onder andere het belang van grensoverschrijdende
samenwerking voor waterbeheer. Ook lichte Nederland het belang van efficiëntie en
het verminderen van regeldruk in de uitwerking van de strategie toe.
Diversenpunt: ETS2
De Commissie gaf informatie over het Emission Trading System-2 (ETS-2) na de oproep van een groot aantal lidstaten, waaronder Nederland, over
gerichte aanpassingen om mogelijke prijsvolatiliteit6 in het ETS-2 (gebouwde omgeving en wegtransport) te voorkomen. De Commissie gaf hierbij
aan dat er al mitigerende maatregelen in het ETS-2 zitten, maar wil ook gehoor geven
aan deze zorgen en zal met een aanpassing komen om de prijsstabiliteit te verbeteren
zonder dat het ETS-2 niet geheel aangepast hoeft te worden. Een groot aantal lidstaten
verwelkomen het voorstel. Specifiek werd door een klein aantal lidstaten het belang
van ETS-2 voor het behalen van de klimaatdoelen benadrukt. Ook was er een groep lidstaten
die verdergaande aanpassing en uitstel van inwerkingtreding bepleitte.
Diversenpunt: ontbossingsverordening
De Commissie lichtte haar lang verwachte voorstel toe om de Europese Ontbossingsverordening
te wijzigen. De wijziging heeft specifiek het doel om de druk op IT-systemen te verminderen
en administratieve lasten te verlagen zonder af te doen aan de milieudoelstellingen.
Lidstaten reageerden overwegend positief, waarbij sommigen pleitten voor verdere vereenvoudiging,
terwijl anderen vooral het behoud van de ambitieuze doelen van de verordening benadrukten.
Diversenpunt: simplificatierapport klimaat
Tijdens de Milieuraad presenteerde de Commissie een rapport over de stand van zaken
m.b.t. vereenvoudiging en uitvoering binnen het beleidsterrein klimaat. Er werd toegelicht
welke stappen al zijn gezet op het gebied van F-gassen en het koolstofgrensheffingsmechanisme,
en dat een eerste uitvoeringsdialoog is gestart voor de gebouwde omgeving en het wegtransport.
De Commissie benadrukte het belang van een tijdige en effectieve implementatie van
het emissiehandelssysteem en het sociaal klimaatfonds.
Diversenpunt: emissievrije voertuigen
Frankrijk en Spanje brachten een gezamenlijk voorstel in om het doel van 100% emissievrije
nieuwverkoop van personen- en bestelauto’s per 2035 te behouden. Deze lidstaten stellen
voor om meer flexibiliteit te bieden, door middel van EU-voorkeurscriteria voor voertuigen
en het meetellen van emissiereductie in vrachtwagens voor de emissienormen voor de
nieuwverkoop van bestelauto’s. Een klein aantal landen uitten hun zorgen over extra
administratieve lasten en pleitten voor aandacht voor biobrandstoffen, terwijl anderen
juist het belang van emissiereductie in de autosector voor de klimaatdoelen benadrukten.
Nederland bracht in dat de voordelen van de elektrificatie van het wagenpark zorgvuldig
moeten worden afgewogen tegen eventuele negatieve effecten van de harde uitfasering
van verbrandingsmotor. Nederland benadrukte dat elektrificatie steeds sneller gaat
en betaalbaarder wordt en dat het loslaten van dit pad onwenselijk is voor de investeringszekerheid
van het bedrijfsleven. Tegelijkertijd noemde Nederland de uitfasering van de verbrandingsmotor
een middel dat haalbaar en betaalbaar moet zijn. Nederland gaf aan een onderbouwd
standpunt in te nemen nadat de evaluatie van de wetgeving is afgerond en er een voorstel
voor herziening van de Commissie is verschenen. Dit wordt verwacht in december. De
Commissie erkende de mogelijke voordelen van flexibiliteit, zoals het stimuleren van
duurzame productie en vraag. Tegelijkertijd waarschuwde de commissie voor gevolgen
voor het gelijke speelveld en juridische consequenties.
Diversenpunt: Russische schaduwvloot en milieuschade
Tijdens de Milieuraad riepen verschillende lidstaten de Commissie op om de problematiek
rondom de Russische schaduwvloot en milieuschade effectief aan te pakken.
Diversenpunt: REACH herziening
Tijdens de Milieuraad bracht Zweden een diversenpunt in waarin de Commissie word opgeroepen
om vast te houden aan de geplande herziening van de Europese chemische stoffenwetgeving
REACH. Dit punt kreeg bijval van verschillende lidstaten, waaronder Nederland, waarbij
vooral werd benadrukt dat het versterken van het concurrentievermogen hand in hand
moet gaan met de bescherming van mens en milieu. De Commissie gaf aan dat de herziening
gericht is op vereenvoudiging, modernisering en een efficiënter beoordelingssysteem,
met snellere uitfasering van gevaarlijke stoffen, minder dierproeven en betere handhaving.
De inbreng van Nederland was in lijn met het non-paper met de prioriteiten van het
kabinet voor de REACH herziening. Nederland benadrukte het belang van voortgang, voorspelbaarheid
en een evenwichtige aanpak tussen economische en milieubelangen. Het non-paper over
de REACH herziening is als bijlage bij deze brief bijgevoegd.
Diversenpunt: Circulaire economie
Tijdens de Milieuraad werd door Cyprus aandacht gevraagd voor nationale initiatieven
op het gebied van circulaire economie. Nederland verwelkomde deze inzet. Bij de inbreng
benadrukte Nederland haar prioriteiten voor de aankomende Circular Economy Act in lijn met het Nederlandse non-paper7 en riep op ook op korte termijn tot snelle actie te komen om de recyclingsector te
ondersteunen. De Commissie benadrukte het belang van dergelijke maatregelen en wees
op bestaande mogelijkheden binnen de huidige financiële steunprogramma’s. Ook kondigde
de Commissie aan nog vóór het einde van het jaar met kortetermijnmaatregelen te komen
ter ondersteuning van de recyclingindustrie. Dit was onderdeel van de Nederlandse
inzet en is dan ook zeer positief ontvangen
Diversenpunt: Milieuaspecten in het nieuwe MFK
Tijdens de Milieuraad werd door Tsjechië opgeroepen tot een diepgaandere dialoog over
de financiering van natuur en biodiversiteit binnen de onderhandelingen over het meerjarig
financieel kader (MFK). Verschillende lidstaten uitten hun zorgen dat er te weinig
middelen beschikbaar blijven voor natuurherstel door de samenvoeging van bestaande
programma’s in het nieuwe MFK en de komst van nieuwe wetgeving. De Commissie verwees
naar de komende Milieuraad in december om specifiek aandacht te besteden aan de milieuaspecten
in het nieuwe MFK.
Diversenpunt: Recente internationale bijeenkomsten
De Commissie en het Deens voorzitterschap gaven een terugkoppeling van verschillende
recente internationale bijeenkomsten: de oprichting van Intergouvernementele Science-Policy Panel voor chemicaliën, afval en vervuiling (ISP-CWP), de RAMSAR conventie over Wetlands, en de INC5.2 plasticonderhandelingen.
Indieners
-
Indiener
A.A. Aartsen, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat -
Medeindiener
R. Tieman, minister van Infrastructuur en Waterstaat