Brief regering : Luchtvaartemissies en gezondheid
31 936 Luchtvaartbeleid
30 175 Luchtkwaliteit
Nr. 1250 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 4 november 2025
Op 25 april 20251 is de Kamer geïnformeerd over de voortgang van onderzoeken naar de effecten van luchtvaart
op de luchtkwaliteit op en rond luchthavens. Sindsdien zijn de resultaten van een
aantal nieuwe onderzoeken beschikbaar, waarover de Kamer hierbij geïnformeerd wordt.
Het gaat om een onderzoek naar de concentratie van ultrafijnstof (UFP) op een aantal
regionale luchthavens van nationale betekenis, en over de ontwikkeling van een uniforme
rekenmethode voor luchtvaartemissies.
Op 10 september 2025 is door een aantal maatschappelijke organisaties het manifest
«Gezondheid en Luchtvaart» aangeboden aan de Kamer. Hierin wordt opgeroepen tot een
onafhankelijk advies door de Gezondheidsraad over de impact van luchtvaart op de gezondheid.
Dit in navolging van de Maatschappelijke Raad Schiphol, die op 3 september een brief
met een vergelijkbaar verzoek aan mij gestuurd heeft2. In het Commissiedebat Luchtvaart van 10 september 2025 is aan lid Bamenga (D66)
toegezegd dat het kabinet hier binnen een maand een reactie op stuurt. Met deze brief
wordt, in afstemming met het Ministerie van VWS, invulling gegeven aan deze toezegging3.
Onderzoek naar UFP op regionale luchthavens
In navolging van een meerjarig onderzoek op en rond Schiphol4 is toegezegd ook onderzoek te doen naar de jaargemiddelde concentraties van ultrafijnstof
op de regionale luchthavens Groningen Airport Eelde (GAE), Maastricht Aachen Airport
(MAA) en Rotterdam The Hague Airport (RTHA)5. Omdat op Lelystad Airport nog geen groothandelsverkeer vliegt valt deze luchthaven
buiten de scope van dit onderzoek. Het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartcentrum NLR
heeft dit onderzoek inmiddels afgerond. De definitieve versie van dit onderzoek is
bij deze brief bijgevoegd als Bijlage 1.
Voor het bepalen van de concentraties van UFP op en rond de luchthaven heeft het NLR
eerst de emissies van de vliegtuigmotoren en hulpmotoren (APU) berekend. Vervolgens
is de verspreiding van UFP over de omgeving bepaald met een dispersiemodel. Uit de
resultaten blijkt dat de hoogste concentraties op en rond het platform voorkomen.
Daarnaast zijn er grote verschillen tussen de luchthavens. Voor RTHA is de hoogste
concentratie circa 10.000 deeltjes per kubieke centimeter (cm3), terwijl dit voor MAA en GAE respectievelijk circa 6.000 en 800 deeltjes per cm3 betreft. De verschillen zijn te verklaren door de grote verschillen in de aard en
omvang van de luchtvaartactiviteiten op deze luchthavens. Het NLR concludeert dat
ca. 50% van de uitstoot van UFP op de grond plaatsvindt. Dit gebeurt op het platform,
tijdens het taxiën en de start. De maximale waarden komen dan ook in alle gevallen
voor op het platform rondom de vliegtuigopstelplaatsen. Ook rond de taxi- en startbanen
worden verhoogde concentraties berekend. Het effect van de vluchtfase is relatief
beperkt, omdat emissies van grote hoogte dermate verdund zijn dat het amper leidt
tot verhoogde concentraties op leefniveau. Buiten het luchthaventerrein neemt de concentratie
van UFP als gevolg van luchtvaartactiviteiten dan ook snel af.
Er zijn nationaal en internationaal geen normen of richtlijnen voor de jaargemiddelde
concentratie van UFP. Het NLR heeft daarom in zijn studie alleen de concentraties
van UFP in beeld gebracht en wordt dit niet gekoppeld aan mogelijke negatieve gezondheidseffecten
op platformmedewerkers of omwonenden van de luchthavens. Wel wordt geconstateerd dat
de bijdrage van luchtvaart ten opzichte van de concentratie door andere bronnen snel
afneemt naarmate de afstand tot de luchthaven groter wordt.
Reactie ministerie
De uitstoot van UFP door luchtvaartactiviteiten zorgt voor hogere concentraties ten
opzichte van de achtergrondconcentratie op het luchthaventerrein. Dit is een belangrijk
signaal voor de bescherming van de gezondheid van medewerkers van de luchthaven. In
het Luchthavenverkeersbesluit Schiphol en het ontwerp-Luchthavenbesluit Eelde zijn
maatregelen opgenomen ter verbetering van de luchtkwaliteit op en rond de luchthaven.
Het gaat om het verminderen van het gebruik van de hulpmotor (APU) door het aanbieden
van alternatieve bronnen voor elektriciteit en geconditioneerde lucht, en het voorschrijven
van het taxiën op één motor. Deze maatregelen zullen naar verwachting ook bijdragen
aan een verlaging van de uitstoot van UFP.
Op dit moment zijn er nog geen normen of richtlijnen voor UFP-concentraties. In de
Kamerbrief van het Ministerie van SZW van 28 januari 20256 wordt aangegeven dat de Gezondheidsraad in het tweede kwartaal van 2026 een uitspraak
kan doen over een mogelijke grenswaarde voor UFP. Als meer bekend is over de gezondheidsimpact
van UFP voor de platform-medewerkers wordt bezien of aanvullende maatregelen nodig
zijn. Dit geldt ook voor de gezondheidsimpact voor bewoners van omliggende woonwijken,
ook al is de concentratie van UFP door luchtvaartactiviteiten hier nadrukkelijk lager
dan op het luchthaventerrein.
Rekenmethode emissies
In december 20237 is de Kamer geïnformeerd over de ontwikkeling van een uniforme rekenmethode voor
luchtvaartemissies.
Om de kwaliteit en de toepasbaarheid van de nieuwe methode te borgen heeft een peer
review plaatsgevonden. Hierbij is aan verschillende luchtvaartadviesbureaus – die
in de toekomst mogelijk gebruik maken van de rekenmethode – gevraagd de ontwikkelde
methode te beoordelen. Na afstemming met de betrokken partijen heeft de opsteller
(To70) enkele aanpassingen gedaan. Hierdoor is het draagvlak voor de uniforme rekenmethode
verhoogd. De definitieve methode is bijgevoegd in Bijlage 2.
Het doel van deze methode is om bij toekomstig onderzoek bij verschillende bureaus,
uit te gaan van dezelfde rekenmethode en achterliggende gegevens. Bijvoorbeeld in
milieuonderzoeken ter voorbereiding van een nieuw besluit is dit relevant. Dit maakt
dat resultaten onderling goed vergelijkbaar tussen de verschillende luchthavens.
Manifest Gezondheid en Luchtvaart en advies Maatschappelijke Raad Schiphol (MRS)
In de samenleving is de afgelopen jaren steeds meer aandacht voor de gezondheidseffecten
van luchtvaart. Op 10 september 2025 is het «Manifest Gezondheid en Luchtvaart» aan
de Kamer aangeboden namens een aantal maatschappelijke organisaties. Hierin worden
zorgen geuit die in de samenleving leven over de negatieve effecten van luchtvaart
op de gezondheid van omwonenden. In het manifest, wat als Bijlage 3 is meegezonden
met deze brief, wordt opgeroepen om een onafhankelijk advies te vragen aan de Gezondheidsraad.
Op 3 september 2025 heeft ook de Maatschappelijke Raad Schiphol (MRS) een brief aan
het ministerie gestuurd met een vergelijkbaar verzoek, om de Gezondheidsraad een advies
te laten uitbrengen met betrekking tot de gezondheidseffecten van Schiphol (in Bijlage 4).
De MRS geeft aan dat de context rondom de luchthaven zodanig is veranderd (toename
in vluchten en aantal woningen in de regio) dat zij een integrale beschouwing van
de cumulatieve gezondheidseffecten door luchtvaart als noodzakelijk zien.
Reactie ministerie
De impact van luchtvaartemissies, luchtkwaliteit en gezondheid hebben de afgelopen
jaren in onderzoek veel aandacht gekregen. In de afgelopen jaren zijn een aantal onderzoeken
naar de bijdrage van luchtvaart aan de lokale luchtkwaliteit afgerond. Zo heeft het
RIVM in 20228 de resultaten van een vijfjarig onderzoek over de gezondheidseffecten van ultrafijnstof
door luchtvaart uitgebracht. Hiermee loopt Nederland internationaal voorop als het
gaat om onderzoek naar de effecten van UFP door luchtvaart op de gezondheid. Daarnaast
zijn er verschillende onderzoeken uitgevoerd naar de bijdrage van andere luchtverontreinigende
stoffen van luchtvaart aan de lokale luchtkwaliteit rond luchthavens9. Uit deze onderzoeken lijkt te volgen dat de luchtvaart beperkt bijdraagt aan luchtverontreiniging
rondom luchthavens. Deze resultaten zijn onafhankelijk getoetst door experts. De experts
hebben over het initiële onderzoek geoordeeld dat duidelijker moet worden onderbouwd
waarom bepaalde stoffen wel en niet onderzocht zijn10. Op dit moment loopt nog vervolgonderzoek naar aanleiding van de bevindingen van
de expertgroep. Naast de resultaten van de genoemde onderzoeken laten de resultaten
van berekeningen die het RIVM heeft uitgevoerd in het kader van het Schone Lucht Akkoord
(SLA) zien dat de bijdrage van luchtvaartemissies aan het gemiddelde levensduurverlies
in Nederland beperkt is11. Daarbij gaat het in het kader van het SLA, naast stikstofdioxide, om de bijdrage
fijnstof (PM10/PM2.5).
Voor de negatieve effecten van vliegtuiggeluid is ook veel aandacht geweest in onderzoeken.
Zowel nationaal als internationaal wordt veel onderzoek uitgevoerd naar de hinderbeleving
door vliegtuiggeluid. In 2018 heeft de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) nieuwe richtlijnen
voor omgevingslawaai gepubliceerd. Ook in Nederland wordt aan vliegtuiggeluid veel
aandacht besteed. Zo is in de Programmatische Aanpak Meten van Vliegtuiggeluid (PAMV)
veel aandacht geweest voor hinder en hinderbeleving en wordt in de vierjaarlijkse
landelijke Gezondheidsmonitor van de GGD specifiek aandacht besteed aan hinder en
slaapverstoring door vliegtuiggeluid12. De laatste Gezondheidsmonitor is uitgevoerd in 202413.
Het huidige kabinetsbeleid is er op gericht de negatieve gezondheidseffecten van luchtvaart
te verminderen, en een nieuwe balans te vinden tussen de kwaliteit van de leefomgeving
en de kwaliteit van het netwerk van internationale verbindingen. Bij zowel Schiphol
als de regionale luchthavens van nationale betekenis wordt ingezet op een afname van
de geluidbelasting door onder andere te sturen op vlootvernieuwing. Verder worden
er gericht maatregelen getroffen die bijdragen aan de verbetering van de lokale luchtkwaliteit
en de beperking van hinder in de omgeving.
Een schone en veilige leefomgeving blijft van groot belang voor de volksgezondheid.
De Gezondheidsraad speelt een belangrijke rol in het adviseren van de regering, en
draagt daarmee bij aan de verbetering van het luchtvaartbeleid. Zo heeft de Gezondheidsraad
op 15 september 2021 op verzoek van IenW nog een advies uitgebracht over de risico’s
van ultrafijnstof in de buitenlucht14, en volgt in het tweede kwartaal van 2026 een advies over een mogelijke gezondheidskundige
grenswaarde voor UFP. Adviezen van de Gezondheidsraad betreffen vaak complexe vraagstukken
waarvoor niet altijd eenduidige antwoorden beschikbaar zijn, en waarvoor het wetenschappelijk
bewijs in de regel (nog) beperkt is.
Daarom wordt ingezet op verder onderzoek, met name gericht op de relatieve bijdrage
van luchtvaartemissies. Om de zorgvuldigheid voor het ontwikkelen van verder beleid
ter vermindering van de gezondheidseffecten te borgen is het van belang de resultaten
van deze onderzoeken af te wachten. De resultaten van het lopende onderzoek worden
in de eerste helft van 2026 verwacht. Daarmee heeft een onafhankelijk advies van de
Gezondheidsraad nu geen meerwaarde. De Kamer zal hier zodra de resultaten beschikbaar
zijn nader over worden geïnformeerd. Wanneer deze resultaten beschikbaar zijn zal
het kabinet bezien welke vervolgstappen nodig zijn. Hierbij wordt nogmaals overwogen
of een onafhankelijk advies van de Gezondheidsraad meerwaarde biedt.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, R. Tieman
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
R. Tieman, minister van Infrastructuur en Waterstaat