Brief regering : Toegankelijkheid van de huisartsenzorg en reacties op de aangenomen moties ingediend tijdens het notaoverleg “Stop de commercie, steun de huisarts. Een plan voor toekomstbestendige huisartsenzorg”
33 578 Eerstelijnszorg
36 666 Initiatiefnota van het lid Bushoff «Stop de commercie, steun de huisarts. Een plan
voor toekomstbestendige huisartsenzorg»
Nr. 167
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 3 november 2025
Uit het onderzoeken van het Nivel1,de Algemene Rekenkamer2 en de IGJ3 blijkt dat de toegankelijkheid van de huisartsenzorg onder druk staat. Ik vind het
belangrijk dat de huisartsenzorg in elke regio toegankelijk is, zodat iedereen in
Nederland toegang heeft tot een vaste huisarts(enpraktijk). Met de betrokken partijen
heb ik in het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) stevige afspraken gemaakt
om dit te borgen.
Leeswijzer
• Ten eerste ga ik in deze brief kort in op het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord
(AZWA) in relatie tot de toegankelijkheid van de huisartsenzorg.
• Ten tweede ga ik in op de uitvoering van twee afspraken uit het AZWA: het beter spreiden
van huisartsen over Nederland en de hernieuwde Handreiking huisvestingsproblematiek
huisartsen en gezondheidscentra.
• Tot slot ga ik in op een aantal aangenomen moties, tijdens het notaoverleg «Stop de commercie, steun de huisarts. Een plan voor toekomstbestendige huisartsenzorg», die door de toenmalige Minister van VWS zijn ontraden.
AZWA: De huisartsenzorg
Op 8 september jl. ben ik met partijen uit de zorg- en welzijnssector gekomen tot
het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord. Ik heb uw Kamer hier reeds over geïnformeerd4.
In het AZWA zijn afspraken gemaakt over onder meer de arbeidsmarkt in de zorg, structurele
versterking van de eerstelijnszorg, het verlagen van administratieve lasten en het
gebruik van AI in de zorg. Deze brede afspraken dragen bij aan de toegankelijkheid
van zorg, waaronder de huisartsenzorg. Daarnaast heb ik in het AZWA twee specifieke
afspraken gemaakt over de huisartsenzorg om de toegankelijkheid en continuïteit van
de huisartsenzorg duurzaam te borgen.
Ten eerste heb ik met partijen de werkagenda huisartsenzorg opgesteld, waarbij we
inzetten op standaard werken met een vaste patiëntenpopulatie door huisartsen. In
de werkagenda zijn afspraken gemaakt over:
• Het ontwikkelen van een landelijke functionerend ruil- en inschrijfsysteem voor patiënten
in de huisartsenzorg;
• Het versterken van de kernwaarden in de huisartsenzorg;
• Een stevigere aanpak van huisvestingsproblematiek van huisartsen met aandacht voor
de financiële knelpunten die zij kunnen ervaren;
• Het onderzoeken van de mogelijkheden om actiever te sturen op de spreiding van huisartsen
over het land;
• Het gesprek met de NZa voeren over de wijze waarop de bekostiging nog beter kan bijdragen
aan de gezamenlijke beleidsdoelen.
Ten tweede heb ik met de AZWA-partijen afspraken gemaakt over (financieel) regionaal
maatwerk om de continuïteit en toegankelijkheid van de huisartsenzorg in elke regio
te borgen. Denk hierbij o.a. aan het (oplossen van knelpunten rondom het) werven,
behouden of ondersteunen van praktijkhoudend huisartsen, het starten, overnemen of
uitbreiden van praktijken of het introduceren van innovatieve vormen van werken in
de regio. Om regio’s te helpen bij het gericht en effectief inzetten van maatwerk,
ontwikkelen landelijke partijen onder leiding van Zorgverzekeraars Nederland (ZN)
een leidraad. Voor een nadere toelichting op deze afspraak en bovenstaande werkagenda
verwijs ik naar het AZWA5.
Met bovenstaande afspraken heb ik de motie Mohandis c.s. over het opstellen van een
uitvoeringsagenda huisartsenzorg6 uitgevoerd. Tevens heb ik de motie Bikker om in het beleid en de wet- en regelgeving
ernaar te streven dat elke Nederlander terechtkan bij een huisarts in de buurt7 en de motie Dijk om met een uitgewerkt plan te komen om wachttijden bij huisartsen
te voorkomen door hen beter te ondersteunen en hiertoe voorstellen naar de Kamer te
sturen voor deze zomer8 uitgevoerd. Ook voldoe ik met deze afspraken aan de toezeggingen van mijn voorganger
om uw Kamer te informeren over de nadere uitwerking van de beleidsopties om het werken
met een vaste patiëntenpopulatie in de huisartsenzorg te stimuleren9, om de Kamer te informeren over de uitkomsten van de verkenning met zorgverzekeraars
om te sturen op de continuïteit van huisartsenzorg in de regio10 en om begin 2025 een brief over de mogelijkheden om van huisarts te wisselen te sturen
naar uw Kamer11.
Op 22 september jl. heb ik met landelijke partijen en mensen uit de praktijk en de
wetenschap een startbijeenkomst georganiseerd over de uitvoering van bovenstaande
afspraken. Er is veel enthousiasme, energie en draagvlak om snel tot resultaten te
komen en dat stemt mij positief. Voor twee afspraken geldt dat er ook al tussen- of
eindproducten zijn opgeleverd. Hierop ga ik hieronder in.
Huisvestingsproblematiek huisartsen en gezondheidscentra
Een belangrijke randvoorwaarde voor toegankelijke huisartsenzorg is passende huisvesting
voor huisartsenpraktijken en gezondheidscentra. In de praktijk zie ik dat het niet
hebben van passende huisvesting de continuïteit van huisartsenzorg kan bedreigen.
Zodoende heeft mijn voorganger in het Integraal Zorg Akkoord afgesproken om samen
met betrokken partijen een handreiking te publiceren. Deze handreiking belicht de
rollen, verantwoordelijkheden en handelingsperspectieven van alle betrokken partijen
bij huisvestingsproblematiek van huisartsenpraktijken.
Na het publiceren van de handreiking huisvestingsproblematiek huisartsen en gezondheidscentra
(hierna: handreiking) eind 2023, zie ik veel en positieve bewegingen in het veld.
Zo zijn gemeenten niet alleen steeds vaker maar ook steeds eerder betrokken bij het
oplossen van huisvestingsproblematiek van huisartsen. Bijvoorbeeld in Leiden, waar
de gemeente rekening houdt met ruimte voor eerstelijnszorg bij grotere bouwprojecten12. Ook zorgverzekeraars hebben de afgelopen maanden een zichtbare stap naar voren gedaan.
Een deel van hen heeft inmiddels een module ten behoeve van toegankelijke huisartsenzorg
opgenomen in hun inkoopbeleid, waar huisvesting deel van uit kan maken. Hiermee helpen
zorgverzekeraars huisartsen die een praktijk willen overnemen of een nieuwe praktijk
willen beginnen13. Dit zijn positieve ontwikkelingen en die juich ik toe.
De problematiek van betaalbare huisvesting is echter weerbarstig en is niet in een
keer opgelost. Het raakt in onze samenleving verschillende lagen, zo ook de huisarts.
Het vraagt van alle partijen in de huisartsenzorg veel inzet. Daarom heb ik met de
partijen verder gewerkt aan huisvestingsproblematiek bij huisartsen en gezondheidscentra,
zoals reeds was afgesproken ten tijde van de publicatie van de handreiking eind 2023.
Dit hebben we gedaan middels een nieuwe en uitgebreidere versie van de Handreiking
om huisartsen zo snel mogelijk te helpen aan betaalbare, voldoende en geschikte praktijkruimtes.
De basis voor deze handreiking ligt in het AZWA.
In de nieuwe versie van de handreiking zijn afspraken gemaakt over het oplossen van
de financiële knelpunten die huisartsen en gezondheidscentra kunnen ervaren in hun
zoektocht naar passende huisvesting. Kern van deze afspraken is dat zorgverzekeraars
financieel maatwerk bieden bij (dreigende) toegankelijkheidsproblematiek in de huisartsenzorg
door huisvestingsproblemen die samenhangen met financiële knelpunten.
Om de positie van de handreiking te verstevigen, ben ik in het AZWA met de betrokken
partijen daarnaast overeengekomen dat hun leden werken volgens het principe: «pas
de handreiking toe, of leg uit». Dit principe betekent dat in de regio’s waar huisvestingsproblematiek
onder huisartsen of gezondheidscentra nu of in de toekomst leidt tot (dreigende) discontinuïteit
van zorg, betrokken partijen gezamenlijk de verantwoordelijkheid nemen om tot passende
oplossingen te komen. De handreiking biedt daartoe de basis voor een heldere verdeling
van rollen, verantwoordelijkheden en handelingsopties, mede gebaseerd op goede praktijkvoorbeelden.
Ook bevordert deze afspraak het gesprek tussen betrokken partijen in de regio.
Met enerzijds de verstevigde positie van de handreiking en anderzijds de afspraken
over financieel maatwerk daar waar er sprake is van (dreigende) discontinuïteit van
de huisartsenzorg (mede) door huisvestingsproblematiek, zetten betrokken partijen
opnieuw een grote stap naar voren. Hiermee beschouw ik het onderdeel huisvesting van
huisartsen en gezondheidscentra van de AZWA werkagenda huisartsenzorg afgerond. Samen
met de partijen blijf ik uiteraard de ontwikkelingen en resultaten van de handreiking
actief monitoren.
Met de publicatie van deze hernieuwde handreiking geef ik uitvoering aan de motie
van de leden Dobbe en Dijk over een Noodplan Huisartsenpraktijk af14. Daarnaast geef ik ook uitvoering aan de motie van het lid Bushoff om in kaart te
brengen welke mogelijkheden er zijn om de knelpunten rondom financiering van huisvesting
bij huisartsen te verminderen15. Ook geef ik hiermee invulling aan de toezegging van mijn voorganger dat uw Kamer
een geactualiseerde versie van de handreiking zal ontvangen16.
Bovendien is uw Kamer recent geïnformeerd over de Ontwerp-Nota Ruimte17. In de Ontwerp-Nota Ruimte wordt ruim aandacht besteed aan het belang van de nabijheid
van maatschappelijke voorzieningen, zoals huisartsenpraktijken, voor de kwaliteit
van leven. Met het opnemen van (eerstelijns)zorgvoorzieningen in de Ontwerp-Nota Ruimte
is ook het belang van huisvesting voor huisartsen geagendeerd voor de langere termijn.
Met het opnemen van (eerstelijns)zorgvoorzieningen in de Ontwerp-Nota Ruimte en de
extra stap die zorgverzekeraars zetten bij huisvestingsproblematiek voldoe ik ook
aan mijn toezegging om met de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
in gesprek te gaan over de bouw van gezondheidscentra18. Met het mogelijk maken van meer regionaal (financieel) maatwerk door zorgverzekeraars
zie ik geen noodzaak om met de Minister van Economische Zaken verder in gesprek te
gaan over alternatieve financieringsstromen. Deze financiële knelpunten kunnen nu
waar nodig immers opgelost worden binnen het zorgstelsel. Daarmee doe ik ook mijn
toezegging om met de Minister van EZ in gesprek te gaan over het financieel instrumentarium
af19. Als ondernemers staat huisartsen(partijen) vrij om zelf onderling een fonds op te
zetten. Zoals mijn voorganger eerder heeft aangegeven heeft het Waarborgfonds voor
de Zorg heeft al aangegeven daarover met huisartsenpartijen mee te willen denken.
Onderzoek naar regionale herkomst van huisartsen (in opleiding)
In het AZWA heb ik met partijen afgesproken de mogelijkheden te onderzoeken om actiever
te sturen op een evenwichtige spreiding van huisartsen over het land. Omdat uit eerder
onderzoek al is gebleken dat huisartsen zich vaak vestigen in de regio waar zij zijn
opgegroeid, heb ik als eerste stap onderzoek laten uitvoeren om inzicht te krijgen
in de regionale herkomst van huisartsen, artsen en studenten geneeskunde. De resultaten
uit dit onderzoek laten duidelijk zien dat er een grote overlap is tussen gebieden
met (dreigende) huisartsentekorten en gebieden waaruit relatief weinig geneeskundestudenten
zijn gekomen in de afgelopen 25 jaar. In het onderzoeksrapport worden aanbevelingen
gedaan die eraan kunnen bijdragen dat meer mensen uit deze «tekortregio’s» de geneeskundeopleiding
en ook de huisartsenopleiding instromen. Het onderzoek zend ik uw Kamer als bijlage
bij deze brief.
Naast deze analyse worden in het rapport verschillende strategische selectiemethodes
uit het buitenland toegelicht en doet de auteur aanbevelingen over de toepasbaarheid
van deze methodes binnen de Nederlandse context. De Minister van Onderwijs, Cultuur
en Wetenschap (OCW) heeft de (on)mogelijkheden van deze (corrigerende) selectiemethoden
binnen de Nederlandse context eerder beschreven en aangeven dat aanpassing van het
stelsel om dit mogelijk te maken niet als proportioneel en effectief wordt gezien20. In Nederland kennen we een systeem van decentrale selectie waarbij onderwijsinstellingen
zelf hun selectieprocedures vormgeven op basis van ten minste twee kwalitatieve criteria
of loting (of een combinatie hiervan). Het is wettelijk niet toegestaan om achtergrondkenmerken,
zoals geboorte- of woonplaats, mee te wegen in selectie. Ook is eerder geconcludeerd
dat gegarandeerde toelating op basis van een contract (Bonded Medical Places) niet
uitvoerbaar is binnen het huidige bekostigingsstelsel voor opleidingsplaatsen voor
basisartsen21.
Ik beschouw de aanbevelingen uit het rapport dan ook als illustratie van de meest
vergaande opties en verken de komende periode welke alternatieve mogelijkheden er
zijn om tot een evenwichtiger verdeling van huisartsen over het land te komen. Hiertoe
ben ik reeds gestart om met partijen uit de huisartsenzorg, opleidingen, wetenschappers
en zorgverzekeraars te onderzoeken welke interventies kansrijk zijn om de spreiding
van huisartsen over het land te verbeteren. Daarbij kijken we naast opleidingsbeleid
ook naar andere prikkels en randvoorwaarden die het aantrekkelijk maken voor huisartsen
om zich in regio’s met (dreigende) tekorten te vestigen. Het is aan een volgend kabinet
om besluiten te nemen over de eventuele invoering van maatregelen.
Ontraden moties: Notaoverleg toekomstbestendige huisartsenzorg
Over de toegankelijkheid van de huisartsenzorg heeft mijn ambtsvoorganger op 26 mei
jl. met uw Kamer gesproken tijdens het notaoverleg «Stop de commercie, steun de huisarts. Een plan voor toekomstbestendige huisartsenzorg» (Kamerstuk 36 666, nr. 11). Op 3 juni jl. heeft uw Kamer een aantal moties aangenomen die zijn ingediend bij
dit notaoverleg. In het notaoverleg heeft de toenmalig Minister van VWS een deel van
deze moties ontraden. Op verzoek van uw Kamer ga ik met deze brief in op de moties
die zijn ontraden en door uw Kamer zijn aangenomen. Het betreft de volgende moties:
1. Motie van het lid Diederik van Dijk c.s. over de betrokkenheid van verzekeraars
versterken bij het zorgen voor betaalbare en passende huisvesting voor huisartsen
Mijn ambtsvoorganger heeft bovenstaande motie (Kamerstuk 36 666, nr. 8) van het lid Van Dijk ontraden. In het AZWA heb ik met de betrokken partijen, waaronder
Zorgverzekeraars Nederland, afgesproken om nog steviger in te zetten op oplossingen
voor de huisvestingsproblematiek van huisartsenpraktijken en gezondheidscentra. Zoals
toegelicht onder het kopje «Huisvestingsproblematiek huisartsen en gezondheidscentra«
in deze brief heb ik samen met de partijen een hernieuwde handreiking gepubliceerd
waarin ook oplossingen worden geboden voor de financiële knelpunten die huisartsen
kunnen ervaren. De leden van de betrokken partijen, waaronder de zorgverzekeraars,
gaan werken namens het principe «pas de handreiking toe of leg uit», wat de status
van de handreiking verder verstevigt.
Ook heb ik in het AZWA afspraken met partijen, waaronder de zorgverzekeraars, gemaakt
over inzet van regionaal (financieel) maatwerk door de zorgverzekeraar als er sprake
is van (dreigende) discontinuïteit van de huisartsenzorg. Huisvestingsproblematiek
kan aanleiding zijn voor dit (financiële) maatwerk. Zoals aangegeven, past een groot
deel van de zorgverzekeraars inmiddels al regionaal (financieel) maatwerk toe bij
(dreigende) discontinuïteit van huisartsenzorg. Dit hebben zij opgenomen in hun inkoopbeleid.
De betrokkenheid van zorgverzekeraars bij huisvestingsproblematiek is in de afgelopen
periode dus al sterk toegenomen en wordt verder versterkt met de uitvoering van de
AZWA-afspraken en publicatie van de hernieuwde handreiking.
Op deze manier geef ik uitvoering aan bovenstaande motie Van Dijk. Tevens geef ik
hiermee uitvoering aan de motie van de leden Dobbe en Dijk die mij oproept een noodplan
te maken om huisartsen te helpen aan betaalbare, voldoende en geschikte praktijkruimtes22 en de motie van het lid Bushoff over welke mogelijkheden er zijn om de knelpunten
rondom financiering van huisvesting bij huisartsen te verminderen23.
2. Motie van het lid Dijk over een regeling vanuit provincies waarbij huisartsen subsidie
kunnen krijgen voor het (ver)bouwen van huisartsenpraktijken
In de voorgaande passage heb ik toegelicht wat de afspraken in het AZWA zijn over
huisvestingsproblematiek onder huisartsen. Met deze afspraken zet ik, met alle direct
betrokken partijen, grote stappen bij het oplossen van de huisvestings- en toegankelijkheidsproblematiek
in de huisartsenzorg.
In de reactie op de initiatiefnota van het lid Bushoff24 is mijn ambtsvoorganger al ingegaan op de wenselijkheid van provincies betrekken
bij huisvestingsproblematiek van huisartsenpraktijken. Ik deel het standpunt van mijn
voorganger dat dit onwenselijk is. Bij (het oplossen van) huisvestingsproblematiek
zijn al meerdere partijen direct betrokken: zorgverzekeraars, regionale huisartsenorganisaties,
gemeenten en huisartsen. In het AZWA zetten deze partijen een extra stap door met
het principe «pas toe of leg uit» te werken volgens de handreiking. Daarnaast maak
ik met partijen afspraken over de inzet van (financieel) maatwerk als huisvestingsproblematiek
de continuïteit van de huisartsenzorg negatief beïnvloedt. Huisartsenzorg valt onder
de zorgverzekeringswet (Zvw) en wordt binnen dat wettelijke kader gefinancierd door
zorgverzekeraars, die op die manier voldoende huisartsenzorg moeten inkopen voor hun
verzekerden. De financiering door de zorgverzekeraar omvat ook de kosten voor huisvesting
van huisartsenzorg. Indien financieel maatwerk voor huisvestingsproblematiek nodig
is, moet dit dus ook via de zorgverzekeraar lopen. Dit geld wordt opgebracht door
de premie die alle verzekerden in Nederland betalen.
Natuurlijk staat het provincies vrij om bij te dragen aan oplossingen voor huisvestingsproblematiek
en dat juich ik ook toe. Een aanvullende (financiële) route via de provincies past
echter niet binnen het stelsel en is ook niet nodig. Ik wil voorkomen dat er onnodig
veel financieringsroutes ontstaan, met elk mogelijk extra administratieve lasten en
het risico op dubbele lasten voor mensen die in Nederland immers ook al premie voor
de Zvw betalen. Zodoende voer ik bovenstaande motie van het lid Dijk niet uit (Kamerstuk
36 666, nr. 10).
3. Motie van het lid Dijk over de NZa de opdracht geven om bij de nieuwe tariefberekeningen
voor 2026 ook toekomstscenario’s mee te nemen
De tarieven die de NZa periodiek vaststelt herijkt en jaarlijks indexeert zijn gemiddeld
kostendekkend en houden rekening met ontwikkelingen als demografie en prijsstijgingen.
De bekostiging biedt verder ook ruimte voor (financiële) maatwerkafspraken tussen
zorgverzekeraars en zorgaanbieders, bijvoorbeeld afspraken over aanvullende vergoedingen
voor innovatie, resultaatbeloning of het borgen van toegankelijkheid. Over de invulling
van dit maatwerk heb ik afspraken gemaakt in het AZWA.
Daarnaast heb ik met de AZWA-partijen afgesproken dat ik met de NZa in gesprek ga
over de wijze waarop de bekostiging nog beter kan bijdragen aan de gezamenlijke beleidsdoelen.
Bovendien vraag ik de NZa per 2027 de bekostiging in de huisartsenzorg aan te passen
om de afspraken over continuïteit van de huisartsenzorg te stimuleren. Met maatwerk
kunnen de drempels van het praktijkhouderschap in elke regio verlaagd worden.
Hoewel ik bovenstaande motie van het lid Dijk (Kamerstuk 36 666, nr. 9) in letterlijke zin niet uitvoer, handel ik wel in de geest van deze motie en is
dit deels al staande praktijk. Hiermee doe ik deze af. Tevens geef ik met de hierboven
beschreven afspraken invulling aan de motie van de leden Bushoff en Van Dijk om in
gesprek gaan met de NZa over een andere vorm van tariefberekening voor de huisartsenzorg
waarbij ook toekomstscenario’s worden meegenomen25. Ik informeer uw Kamer in de eerste helft van 2026 over de uitkomsten van deze gesprekken.
Tot slot
Ik vind het belangrijk dat de continuïteit van de huisartsenzorg in elke regio geborgd wordt. Met de stevige afspraken in het AZWA zet ik mij met de partijen
in om deze vaste relatie tussen huisarts en patiënt te bevorderen en de drempels van
het praktijkhouderschap zo veel mogelijk te verlagen. Mijn doel is dat het percentage
huisartsen dat met een vaste patiëntenpopulatie werkt stijgt en dat het aantal mensen
dat ongewenst zonder huisarts zit eind 2028 naar nul daalt.
Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, J.A. Bruijn
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.A. Bruijn, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport