Brief regering : Uitvoeringsagenda Energie en Duurzaamheid
36 592 Defensienota 2024 – Sterk, slim en samen
32 813 Kabinetsaanpak Klimaatbeleid
30 196 Duurzame ontwikkeling en beleid
Nr. 52 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 9 oktober 2025
De internationale veiligheidssituatie is de afgelopen jaren sterk verslechterd en
dit raakt Nederland. Met het oog op de toenemende dreigingen werken we met onze NAVO-bondgenoten
aan een geloofwaardige afschrikking en verdediging, en versterken we de gevechtskracht
en het voortzettingsvermogen. Deze noodzakelijk groei van de krijgsmacht betekent
dat we nu en in de komende jaren snel en flexibel moeten kunnen reageren op veranderingen.
Omdat een groeiende, flexibele organisatie te maken heeft met een veranderende energiebehoefte,
moeten de energie- en duurzaamheidsopgaven van Defensie mee veranderen. Daarnaast
wordt toegang tot energiebronnen en grondstoffen in toenemende mate als geopolitiek
machtsmiddel ingezet. Daarom actualiseert Defensie de eerder met uw Kamer gedeelde
duurzaamheidsaanpak en de duurzaamheidsdoelen, vastgelegd in de Uitvoeringsagenda
Duurzaamheid van 31 januari 2023 (Kamerstuk 36 124, nr. 25). Tevens geeft deze Kamerbrief invulling aan de motie van het lid Vermeer (Kamerstuk
31 125, nr. 140) over kleinschalige toepassing van kernenergie binnen de Nederlandse krijgsmacht
en de defensie-industrie.
Het nieuwe centrale uitgangspunt is dat gevechtskracht voorop staat en dat duurzaamheid
daaraan bijdraagt. Energie voor varen, vliegen, rijden, vastgoed, kampementen en informatietechnologie
is essentieel voor de operationele inzet. De oorlog in Oekraïne laat zien dat de energie-infrastructuur
een strategisch doelwit is bij conflicten. Om kampementen hiertegen weerbaarder te
maken, zijn autonomere energievoorzieningen nodig. Energiebesparing voor de activiteiten
en processen die niet vitaal en missie kritische zijn, draagt hier ook aan bij. Slimme
energieoplossingen versterken Defensie, en hergebruik en afvalvermindering dragen
bij aan een autonomere militaire operatie. Defensie wil hiermee de logistieke footprint
beperken en de risico’s van strategische afhankelijkheid en kwetsbare toeleveringsketens
verkleinen.
De focus ligt op twee thema’s: energiezekerheid en autonoom voortzettingsvermogen. Defensie blijft bijdragen aan de bestaande nationale klimaat- en duurzaamheidsopgaven,
met hierbij een sterkere verbinding aan de gevechtskracht, waarbij de hoofdtaken van
Defensie leidend zijn.
Energiezekerheid
Energie is mission critical: een essentiële voorwaarde voor gevechtskracht. Kazernes, trainingslocaties, schietbanen,
kampementen, vaartuigen, vliegtuigen en voertuigen moeten tijdig en zeker van energie
worden voorzien. De oorlog in Oekraïne laat zien dat de energievoorziening een belangrijk
strategisch doelwit is. Defensie richt zich daarom op energiezekerheid en -onafhankelijkheid.
Aangezien brandstof de belangrijkste vorm van energie is en blijft voor het varen,
vliegen en rijden met militair materieel en ondersteunende systemen, spelen de toepassingsmogelijkheden
van diverse alternatieve brandstoffen hierbij een belangrijke rol.
Vastgoed en kampementen
De focus verschuift van klimaatverandering naar energiezekerheid en -onafhankelijkheid.
Dit betekent dat maatregelen die hieraan bijdragen prioriteit krijgen.
Defensie investeert in:
• Kennis over energiebronnen en -opslag om samen met de industrie toepassingen te kunnen
ontwikkelen (smart buyer).
• Diversificatie van energiebronnen en eigen opwekking van energie, bijvoorbeeld deelnamen
aan lokale initiatieven zoals geothermie, mest- en biomassavergisting en projecten
als Zon-op-Dak, Opwek Energie Rijksgronden (OER). Zoals vermeld in de Kamerbrief Stimulering
duurzame energieproductie (Kamerstuk 32 813, nr. 1464), verwacht Defensie dat eind 2025 ongeveer 18% van geschikte defensiepanden wordt
benut voor zonnepanelen (96 van de 540 geschikte panden). Met het programma OER worden
kansen voor opwekking op defensieterreinen onderzocht samen met de Regionale Energiestrategie
(RES) regio's en andere omgevingspartijen.
• Verkenning naar defensietoepassingen van kleinschalige kernenergieopwekking (microreactoren)
en acties op basis van de resultaten. Uitgaande van een eerste verkenning van TNO
worden de samenwerkingsmogelijkheden op het vlak van infrastructuur in de nucleaire
waardeketen nader uitgewerkt. Daarnaast wordt beter inzicht in de effecten van gevechtsschade
verkregen. Hiervoor sluit Defensie ook aan bij internationale overlegorganen in EU-
en NAVO-verband.
• Energiebesparing door renovatie van vastgoed en energie-efficiënte maatregelen, zoals
isolatie en warmtepompen. De specifieke aanpak en maatregelen voor energiebesparing
zijn vermeld in de Kamerbrief Aanpak verduurzaming vastgoed Defensie (Kamerstuk 36 124, nr. 43). Een groot deel van de dit jaar geplande inspecties van de energieprestaties van
gebouwen is uitgevoerd en een eerste deel van de in totaal ruim 50.000 geplande maatregelen
zijn uitgevoerd. Door met name het omzetten van gebouwen naar LED-verlichting, is
het percentage CO2-besparing licht gestegen.
Daarnaast zet Defensie in op circulair en modulair vastgoed en kampementen die hierdoor
eenvoudig aanpasbaar en herbruikbaar zijn.
Brandstoffen en materieel
Defensie wil voor brandstoffen minder kwetsbaar worden voor geopolitieke onzekerheden.
De afhankelijkheid van fossiele brandstoffen wordt verminderd door het bijmengen van
biobrandstoffen en later groene methanol (voor hulpvaartuigen) en synthetische brandstoffen
(E-fuels, met name voor vliegtuigen). Alternatieven moeten wél voldoen aan militaire
specificaties, passen binnen het NAVO-beleid en de standaarden voor interoperabiliteit.
De bestaande doelstelling uit de Uitvoeringsagenda Duurzaamheid om in 2030 voor 30%
onafhankelijk te zijn van fossiele brandstoffen past bij de focus op energiezekerheid.
Voor rijden en varen is dit grotendeels ingevoerd met biobrandstoffen. Zo wordt dit
jaar tot 30% biobrandstof in de wegdiesel en tot 10% biobrandstof in de scheepsdiesel
bijgemengd. Vanaf 2026 is het doel om 5 à 10% van de vliegtuigbrandstoffen te vervangen
door Sustainable Aviation Fuel (SAF) en dit vervolgens stapsgewijs te verhogen tot 30%. De start is later dan gepland
vanwege een combinatie van technische en logistieke oorzaken en contractuele voorwaarden.
Dit is uiterlijk dit jaar opgelost. Uiterlijk in 2027 wordt een nieuwe doelstelling
vastgesteld voor duurzamere brandstoffen in 2040 en daarna.
Om onafhankelijker te worden van fossiele brandstoffen maakt Defensie ook gebruik
van elektrificatie van materieel, indien dit mogelijk is binnen de operationele context.
Zo zijn er hybride sleepboten en elektrische werkboten, blusvoertuigen en dienstauto’s.
Het toenemende gebruik van simulatoren voor basisvaardigheden die beter in een virtuele
omgeving kunnen worden getraind, draagt tevens hieraan bij. Dit vermindert namelijk
een deel van de praktijkoefeningen en daarmee het brandstofverbruik. Zo zijn er bijvoorbeeld
de F-35 Full Mission Simulatoren op vliegbasis Leeuwarden en Volkel en de Brug- en
machinekamersimulatoren bij het Maritiem Training Centrum in Den Helder.
Defensie ontwikkelt uiterlijk tweede kwartaal 2026 een roadmap voor energiezekerheid.
Deze roadmap zal concrete mijlpalen bevatten, zoals: binnen vier jaar ten minste vijf
grote vastgoedobjecten gedurende een langere periode, onafhankelijk van het elektriciteitsnet
te laten opereren.
Autonoom voortzettingsvermogen
Om autonoom voortzettingsvermogen te vergroten, gaat Defensie de kwetsbare afhankelijkheden
verminderen en het beheer van inzetvoorraden optimaliseren. Daarnaast wordt de terugwinning
en het behoud van kritische grondstoffen en halffabricaten verbeterd.
Ketenweerbaarheid
Defensie krijgt steeds scherper inzicht in welke grondstoffen en halffabricaten kritisch
zijn voor het leveren van gevechtskracht, zoals stoffen die (mogelijk) worden verboden
of zeldzame aardmetalen waarvan de beschikbaarheid de productie van wapensystemen,
munitie of IT-systemen kan beïnvloeden. Deze stoffen zitten bijvoorbeeld in batterijen,
printplaten, en (halffabricaten voor) munitie, zoals schietkatoen en wolfraam. In
dat kader zijn onderzoeken verricht naar afhankelijkheden van kritieke grondstoffen
en componenten bij de defensie-industrie en bij het Luchtverdedigings- en Commandofregat
(Kamerstuk 32 852, nr. 326). Om risico’s te mitigeren ontwikkelt Defensie nieuwe test- en ontwikkellocaties.
Defensiematerieel wordt voorzien vanuit een wereldwijde markt waarbij uitwisselbaarheid
en interoperabiliteit binnen NAVO voorop staat. Defensie zet in op meer binnen Europa
inkopen en het ontwikkelen van componenten die voor lokaal onderhoud zijn geoptimaliseerd.
Hierdoor worden risico’s van strategische afhankelijkheid en kwetsbare toeleveringsketens
sterk verminderd en wordt de strategische autonomie versterkt. Dit geldt voor producten
zoals kleding en voeding, maar ook voor essentiële componenten en munitie. Overeenkomstig
de motie Boswijk (Kamerstuk 31 125 nr. 135) wordt de haalbaarheid van munitieproductie in Nederland onderzocht. Uw Kamer wordt
dit jaar over de voortgang geïnformeerd.
Hergebruik en afvalvermindering
Hergebruik in combinatie met circulair ontwerpen verlengt de levensduur van producten.
Daarnaast kan afvalvermindering en terugwinning van belangrijke grondstoffen en componenten
de druk op de aan- en afvoerlijnen beperken.
Defensie zet daarom in op hergebruik, terugwinning en afvalvermindering. Zo plaatst
Defensie komend jaar zuiveringssystemen op brandstofinstallaties voor hergebruik van
vliegtuigbrandstof. Tevens is voor de operationele catering een actie gestart om retourzendingen
te voorkomen, waarbij wordt gestuurd op verbetering van gedrag, planning en communicatie.
Aanpak
De basis van de aanpak is dat de energie- en duurzaamheidsdoelen onderdeel zijn van
reguliere bedrijfsvoering van Defensie. Bij de implementatie komen de eventuele uitvoeringsrisico's
aan de orde.
Defensie breidt de huidige set kritische prestatie-indicatoren (reductie CO2-uitstoot, aandeel duurzame brandstoffen en aandeel zelfstandige energieopwekking)
uit met duurzaamheidsindicatoren voor energiezekerheid en autonoom voortzettingsvermogen.
Vanaf 1 januari 2026 werkt Defensie met de CO2-prestatieladder, een Rijksoverheid-breed instrument om uitstoot te verminderen en
hier transparant over te communiceren. De CO2-prestatieladder wordt in 2026 geïmplementeerd in de bedrijfsvoering.
Defensie zet overeenkomstig de Rijksdoelstelling voor zakelijke mobiliteit in op halvering
in 2030 van de uitstoot van haar mobiliteit, t.o.v. 2017. In dat kader wordt de vervanging
van civiele voertuigen door zero-emissie voertuigen voortgezet, zolang dit operationele
inzet niet belemmert. In het mobiliteitsplan worden ook vliegreizen en woon-werkverkeer
meegenomen, met als doel duurzaam reisgedrag te stimuleren.
Financiën
De financiering van duurzaamheidsinitiatieven volgt het reguliere afwegingsproces
binnen het planningsproces voor projecten van Defensie. Zo is bij het project «vervanging
hulpvaartuigen» gekozen voor duurzamere technologie, binnen het projectbudget zoals
vermeld in de B-brief (Kamerstuk 27 830, nr. 361).
Met de Defensienota’s van 2022 en 2024 is voor niet-projectgebonden initiatieven zoals
energiezekerheid, duurzamer brandstoffen en innovatie een budget van € 55,8 miljoen
in 2025 oplopend tot € 96,8 miljoen in 2030 beschikbaar gesteld. Voor energiezekerheid
van kampementen en kazernes komt vanaf 2026 budget dat naar structureel € 20,6 miljoen
per jaar vanaf 2029 groeit. De verduurzaming van vastgoed wordt bekostigd binnen de
vastgoedbandbreedte.
Tot slot
Defensie volgt de ontwikkelingen rond energiezekerheid en duurzaamheid nauwlettend
en zal hierop acteren als het gaat om de gevolgen en kansen voor een toekomstbestendige
en gevechtsgerede krijgsmacht en onze bijdrage aan een duurzame samenleving.
Om de genoemde kansen te verzilveren werkt Defensie samen met onze EU- en NAVO-partners,
de industrie, kennisnetwerken en de rijks- en lokale overheid. Met deze nieuwe plannen
draagt Defensie bij aan het versterken van de weerbaarheid van onze samenleving.
De Staatssecretaris van Defensie, G.P. Tuinman
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
G.P. Tuinman, staatssecretaris van Defensie