Brief regering : Voortgang aanpak overlastgevende asielzoekers
19 637 Vreemdelingenbeleid
Nr. 3469
BRIEF VAN DE MINISTER VOOR ASIEL EN MIGRATIE EN DE MINISTER VAN ASIEL EN MIGRATIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 5 september 2025
Met een overkoepelende aanpak bundelen het Rijk en de gemeenten hun krachten om met
landelijke en lokale maatregelen overlast van asielzoekers te beperken en tegen te
gaan. Met deze periodieke voortgangsbrief informeren wij uw Kamer over de voortgang
van de aanpak van overlastgevend en crimineel gedrag door asielzoekers.
Voortgang nationale aanpak overlast
De landelijke maatregelen zijn te onderscheiden in vier pijlers: snel beslissen in
de asielprocedure, maatwerk bieden in de opvang, lik-op-stuk beleid toepassen in de
openbare ruimte en inzetten op terugkeer. Recente signalen van toenemende overlast
in een aantal steden, onderstreept de noodzaak om de beschikbare maatregelen optimaal
in te zetten. De voortgang van deze maatregelen wordt hieronder toegelicht. Tegelijkertijd
blijft het van belang om de instroom te verminderen en het asielsysteem te ontlasten.
Asielprocedure
Het interventieteam van de Immigratie en Naturalisatie Dienst (IND) onderkent al aan
het begin van de asielprocedure of sprake is van een bewoner met (potentieel) overlastgevend
gedrag en een kansarme aanvraag. In zo’n geval wordt de asielaanvraag met voorrang
en zo snel mogelijk behandeld, door bijvoorbeeld waar mogelijk de rust- en voorbereidingstijd
te onthouden. Door deze snelle werkmethode wordt de opvanglocatie en het asielsysteem
zoveel mogelijk ontlast. Sinds de start van de pilot in september 2022 tot en met
juli 2025 heeft de IND ongeveer 3.020 aanvragen van asielzoekers met overlastgevend
gedrag prioritair behandeld, waarvan op 1 augustus 2025 in ongeveer 2.850 zaken was
beslist1. Met deze informatievoorziening wordt er tegemoetgekomen aan de eerdere toezegging
van de voormalige Minister in het plenaire debat van 13 februari jl. om uw Kamer over
de resultaten van de pilot te informeren.2
Het interventieteam van de IND werkt momenteel op twee locaties en ontvangt veel signalen
vanuit verschillende delen van het land en biedt met een meldpunt landelijke dekking.
De IND is de formele landelijke uitrol van het interventieteam intern verder aan het
uitwerken.
De Dienst Terugkeer en Vertrek (DTenV) is direct aangesloten op het interventieteam
met een speciaal ingericht team overlastgevers. Zo is DTenV aanwezig bij de uitreiking
van de negatieve beschikking aan de vreemdeling door het interventieteam, zodat het
vertrektraject direct kan worden ingezet en het eerste vertrekgesprek direct na ontvangst
van de beschikking kan worden gevoerd.
Hiermee wordt invulling gegeven aan de motie van het lid Ceder3 om de pilot procesoptimalisatie structureel in te voeren en waar mogelijk en noodzakelijk
toe te passen op andere locaties waar problematiek met overlastgevers speelt en de
toezegging om uw Kamer met een brief te informeren over de resultaten van de pilot
procesoptimalisatie.4
Opvang
Om opvanglocaties veilig en leefbaar te houden voor zowel asielzoekers, medewerkers
als omwonenden én overlastgevend gedrag effectief aan te pakken, blijft maatwerk bieden
in de opvang aan asielzoekers met overlastgevend gedrag en het adequaat begeleiden
van deze asielzoekers noodzakelijk.
In februari jl. is de procesbeschikbaarheidsaanpak in Ter Apel gestart. Bij brieven
van 23 april en 30 mei 2025 is uw Kamer geïnformeerd over de ontwikkelingen met betrekking
tot het versterken van deze escalatieladder en de start van de procesbeschikbaarheidslocatie
(pbl). De procesbeschikbaarheidslocatie (pbl) is per 1 juni 2025 geopend.
Asielzoekers die ernstige overlast veroorzaken, kunnen op de handhaving- en toezichtlocatie
(htl) in Hoogeveen worden geplaatst. Daarbij krijgt de asielzoeker een vrijheidsbeperkende
maatregel als bedoeld in artikel 56 van de Vreemdelingenwet opgelegd.
Conform de toezegging van de voormalige Minister aan uw lid Rajkowski op 12 maart
j.l. is er bij het COA benadrukt dat het belangrijk is dat incidenten zorgvuldig worden
geregistreerd. Het COA onderstreept het belang van een zorgvuldige en eenduidige incidentenregistratie.
Dit is onmisbaar voor een goede dossieropbouw en om effectief maatregelen op te leggen.
Het COA stimuleert dit binnen de eigen organisatie door het aanbieden van trainingen.
Deze trainingen zijn verplicht voor alle medewerkers en de kwaliteit wordt doorlopend
gemonitord. Verstoringen van de openbare orde of (mogelijke) strafbare feiten die
buiten de opvanglocatie plaatsvinden, vallen onder verantwoordelijkheid van het lokaal
gezag en worden door politie en/of gemeente geregistreerd.
Intensieve begeleiding op locatie
Op reguliere opvanglocaties van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) met
een bestuursovereenkomst van een jaar of langer wordt de werkwijze Intensieve begeleiding
op locatie (Ibl) geïmplementeerd. Hierbij worden asielzoekers die (mogelijk) overlastgevend
gedrag vertonen intensief begeleid en geactiveerd. Ibl wordt momenteel op 86 locaties
geïmplementeerd. Door Ibl zorgt het COA ervoor dat:
1. Bewoners beter in beeld zijn: Door gedrag beter te begrijpen, kan betere begeleiding op maat geboden worden en
gewerkt worden aan positieve gedragsverandering.
2. Betere begrenzing mogelijk is: Door meer te investeren in de relatie is een bewoner beter aanspreekbaar. Het doet
een bewoner meer als iemand die in hem geïnvesteerd heeft hem aanspreekt op onaanvaardbaar
gedrag.
3. Er meer rust op locatie is: Het aantal en de impact van incidenten neemt af, door positieve gedragsverandering
en doordat op tijd ingegrepen kan worden en escalatie voorkomen kan worden.
Dat laat onverlet dat van iedere COA-bewoner wordt verwacht dat die zich houdt aan
de huisregels. Bij overtreding van de regels treedt het COA conform het maatregelenbeleid
op.
Ambulant OndersteuningsTeam
Het Ambulant OndersteuningsTeam (AOT) is in 2025 als pilot doorgezet, om COA-locaties
te versterken bij complexe of impactvolle situaties. Wanneer sprake is van herhaaldelijke
overlast of een incident met grote impact, biedt het AOT snelle, deskundige ondersteuning
op locatie. De kracht van het AOT zit in twee elementen: de directe inzetbaarheid
bij urgente situaties en de structurele versterking van het team op locatie, door
coaching, kennisdeling en praktijkbegeleiding. Deze combinatie zorgt ervoor dat medewerkers
niet alleen worden ontlast, maar ook beter toegerust raken om met complexe situaties
om te gaan. Dit geeft direct een impuls aan het vergroten van de kwaliteit van begeleiding
en interventie bij overlastgevend gedrag op langer termijn. De pilot loopt tot eind
2025. De ambitie is om het AOT in 2026 door te ontwikkelen tot een structureel onderdeel
van de COA-aanpak voor het omgaan met overlast en het versterken van veerkracht op
locaties.
Bescherming kwetsbare groepen
Om uitvoering te geven aan de afspraak in het Regeerprogramma om speciale aandacht
te geven aan de veiligheid van kinderen, vrouwen, lhbitq+ asielzoekers en asielzoekers
met een christelijke achtergrond in aanmeld- en opvanglocaties, zijn ketenbrede afspraken
gemaakt. Daarmee wordt tegemoetgekomen aan de eerdere toezegging van de voormalige
Minister in het Commissiedebat van 19 december 2024, om uw Kamer te informeren over
de uitkomsten van gesprekken met het COA over de bescherming van lhbtiq+ bewoners
en andere groepen bewoners op opvanglocaties.5
Bewoners die slachtoffer worden van een strafbaar feit worden door COA-medewerkers
met toegankelijke informatie gewezen op de mogelijkheid om aangifte te doen en daartoe
gestimuleerd. In voorkomende gevallen kan COA zelf ook aangifte doen.
Indien COA-medewerkers slachtoffer zijn van een strafbaar feit, worden zij intern
geïnstrueerd om aangifte te doen onder vermelding van Veilige Publiek Taak (VPT).6 De politie en het Openbaar Ministerie (OM) geven hoge prioriteit aan de opvolging
van VPT-aangiften. De Eenduidige Landelijke Afspraken (ELA) tussen politie en OM vormen
hiervoor het kader. Deze afspraken gaan over de opsporing en vervolging van agressie
en geweld gericht tegen mensen met een publieke taak. Recent zijn de ELA geëvalueerd
en deze evaluatie geeft een duidelijk kader om met alle betrokken partijen met de
knelpunten binnen de VPT-aanpak aan de slag te gaan en daarbij ook de ELA te herzien.
Binnen dit traject wordt ook gekeken naar verbeterpunten in het aangifteproces.
In de begeleiding van asielzoekers is specifiek aandacht voor de veiligheid van lhbtiq+
asielzoekers. Op locaties kan er een contactpersoon lhbtiq+ aangewezen worden die
extra affiniteit heeft met het thema en bewoners en medewerkers kan ondersteunen in
de begeleiding. Met COC Nederland is nauwe aansluiting om medewerkers toe te rusten
door middel van verschillende trainingen. Deze trainingen bieden medewerkers de juiste
handvaten om lhbtiq+ bewoners adequaat te begeleiden. Daarnaast wordt in samenhang
met het actieplan LHBTI Veiligheid van het OCW bezien of het nodig is om aanvullende
maatregelen te nemen
Openbare ruimte
Strafrechtelijke aanpak
Het openbaar ministerie zet in op een snelle afdoening van misdrijven door overlastgevende
asielzoekers binnen de ZSM-aanpak (Zorgvuldig, Snel, Maatwerk). Dit gebeurt door in
te zetten op lik-op-stuk, zodat snel duidelijk is welke sanctie wordt opgelegd. Denk
daarbij aan de inzet van (super)snelrecht en directe tenuitvoerlegging van de sanctie.
Het is aan de officier van justitie om te bepalen of in individuele gevallen vervolging
wordt ingesteld en voor welke afdoening wordt gekozen.
Openbaar vervoer
De Ministeries van AenM en IenW, het COA, de politie en vervoerders werken aan een
integraal plan om overlastgevend gedrag van asielzoekers in het openbaar vervoer aan
te pakken. De aanpak van overlastgevende asielzoekers in het openbaar vervoer, ziet
op de thema’s betalingsproblematiek, het verbeteren van gegevensdeling en dossieropbouw.
Zo hebben de Ministeries van IenW en AenM in gezamenlijkheid met vervoerders en het
COA aan enkele preventieve maatregelen gewerkt. Zo is de voorlichting aan asielzoekers
over de werking van het OV verbeterd en kunnen alle asielzoekers sinds 2024 met een
nieuw betaalmiddel reizen in het OV. Vervoerders geven aan dat de ervaringen hiermee
positief zijn. Ook wordt met het COA verkend hoe de boetes voor reizen zonder geldig
vervoersbewijs effectiever verhaald kunnen worden op de overtreder. Hiermee wordt
tegemoetgekomen aan de eerdere toezegging van de voormalige Minister van 13 februari
jl. om te onderzoeken hoe de boetes voor zwartrijden te laten betalen door de veroorzaker,
bijvoorbeeld door te korten op leefgeld.
In samenspraak met medeoverheden wordt eveneens ingezet op lokale en regionale initiatieven
om overlast in het openbaar vervoer te verminderen. Zo worden met subsidie vanuit
het Ministerie van AenM en de verantwoordelijke concessieverlener extra medewerkers
service en veiligheid ingezet op de lijn Zwolle-Emmen. Tevens zijn door vervoerders
extra maatregelen genomen om incidenten en overlast te voorkomen bij de spoorverbindingen
en stations in de buurt van de aanmeldlocaties in Ter Apel en Budel.
Naar aanleiding van de eerdere toezegging van de voormalige Minister aan uw Kamer
d.d. 5 februari 2025 heeft de voormalige Minister de Staatssecretaris van Infrastructuur
en Waterstaat (IenW) verzocht de Kamer te informeren over de situatie rondom station
Maarheeze.7 Hierop heeft de Staatssecretaris van IenW meegedeeld dat hij de Kamer op 23 januari
2025 een brief heeft gestuurd over de sociale veiligheid op het station Maarheeze.
Daarmee heeft hij gereageerd op een toezegging aan het Kamerlid el Abassi (DENK) d.d.
15 januari 2025.8 Hiermee wordt tegemoetgekomen aan de eerdere toezegging van de voormalige Minister
van 5 februari 2025 om de Staatssecretaris van I&W te verzoeken de Kamer voor het
voorjaarsreces te informeren over de veiligheid rond station Maarheeze.
Motie van Nispen
De Inspectie Justitie en Veiligheid concludeerde dat er sprake is van een zeer ernstige
veiligheidssituatie in het asielzoekerscentrum in Ter Apel en dat asielzoekers en
medewerkers binnen de hekken van dit terrein een onacceptabel risico lopen om slachtoffer
te worden van geweldsincidenten. De motie verzoekt de regering om met spoed werk te
maken van de aanbevelingen van de Inspectie en te zorgen voor meer zichtbare politie-inzet
en capaciteit en inzet van personeel met boa-bevoegdheden om adequaat in te kunnen
grijpen bij overlast.9
Met betrekking tot meer zichtbare politiecapaciteit wordt uw Kamer het volgende meegeven.
De politie is niet verantwoordelijk voor en, bevoegd om, de veiligheid op het COA
terrein te handhaven. De politie mag alleen optreden in het geval er een incident
plaats vindt en zij doen dit ook. Als het gaat om de veiligheid buiten het COA terrein,
dan is de politie verantwoordelijk voor het handhaven van de openbare orde, onder
bevoegdheid van het lokaal gezag. Politiecapaciteit is per definitie schaars en alle
eenheden voelen die schaarste. De Minister van Justitie en Veiligheid gaat over het
verdelen van de sterkte over de politie-eenheden en de lokale gezagen gaan over de
verdeling van politiecapaciteit binnen de eenheden. Binnen regionale politie-eenheden
wordt doorlopend bezien waar de prioriteiten liggen voor inzet van de politie. Dit
gebeurt om te beginnen op het niveau van het basisteam en kan opgeschaald worden naar
districts- of eenheidsniveau, steeds in overleg met het lokale gezag. Om de overlast
door asielzoekers zoveel mogelijk tegen te gaan, wordt op dit moment extra (politie)
capaciteit ingezet, met name in Ter Apel maar ook elders in de eenheid.
Het COA-terrein betreft geen openbare ruimte. Dat heeft tot gevolg dat er geen toezichthouders
met boa bevoegdheden kunnen worden ingezet op het COA-terrein. Indien de beveiligers
van Trigion daar aanleiding toe zien op het COA-terrein zullen zij de politie inschakelen,
zodat ingegrepen kan worden indien dat noodzakelijk is.
Terugkeer
De vierde pijler is het inzetten op terugkeer. De Dienst Terugkeer en Vertrek (DTenV)
gebruikt verschillende manieren om het terugkeerproces te verbeteren.
Thematisch team overlastgevende Vreemdelingen (TTOV)
Dit team wordt ingezet voor vreemdelingen die bekend staan als overlastgevend en een
vertrekplicht hebben. Het thematisch team overlastgevende vreemdelingen richt zich
in samenwerking met regievoerders op een persoonsgerichte aanpak van overlastgevers
met als doel het realiseren van terugkeer en versterkt daarmee de bestaande landelijke
Top-X aanpak.
Concreet worden instrumenten ontwikkeld om de mobiele groep overlastgevers die (onrechtmatig)
door Nederland reist en makkelijk uit beeld raakt van een COA-locatie of het Lokaal
Keten Overleg (LKO), te monitoren en hierop casusregie te blijven voeren. Verder fungeert
het TTOV als landelijk aanspreekpunt voor betrokken ketenorganisaties en gemeenten
om op casusniveau af te stemmen over de persoonsgerichte aanpak en tijdig te kunnen
interveniëren. Het TTOV van de DTenV borgt effectieve aansluiting op het interventieteam
van de IND en de landelijke doorontwikkeling hiervan. Zo is DTenV aanwezig bij de
uitreiking van de negatieve beschikking aan de vreemdeling door het interventieteam,
zodat het vertrektraject direct kan worden ingezet en het eerste vertrekgesprek direct
na ontvangst van de beschikking kan worden gevoerd.
Conform de eerdere toezegging van de voormalige Minister aan uw lid van Zanten op
12 maart jl. is er onderzocht of het mogelijk is een overzicht op te stellen van de
delicten van criminele asielzoekers die ons land hebben verlaten. Dit is niet mogelijk
omdat gegevens over delicten van criminele asielzoekers die ons land hebben verlaten
niet aan de geautomatiseerde informatiesystemen van de vreemdelingenketen of strafrechtketen
kunnen worden ontleend.
Financiering voor lokale maatregelen
Overlast en crimineel gedrag van asielzoekers is onaanvaardbaar. Het heeft grote impact
op de betrokkenen, de omgeving en het draagvlak voor opvang. Via een nationale aanpak
doen we er als Rijk alles aan om overlast door asielzoekers beheersbaar te houden.
Omdat overlast altijd binnen gemeentegrenzen wordt ervaren, geloven we dat we alleen
effectief in onze aanpak zijn als er aanvullend lokaal maatwerk is.
Om deze lokale aanpak binnen gemeentes te ondersteunen, is er in 2025 een budget van
3 miljoen euro beschikbaar gesteld voor (gedeeltelijke) financiering van lokale maatregelen.
Deze regeling geeft gemeentes de mogelijkheid om zelf te bepalen welke maatregelen
het beste bij de problematiek past. Dit zal worden toegekend middels een decentrale
uitkering, welke nu wordt voorbereid. Er is reeds een uitvraag gedaan waardoor gemeenten
hun interesse hiervoor kenbaar hebben kunnen maken.
Naast deze maatregelen verwachten we dat de lopende wetstrajecten zoals het wetsvoorstel
terugkeer en vreemdelingenbewaring en de wetstrajecten die zien op het eerder vervallen
verklaren van de verblijfstitel en het uitbreiden van de ongewenstverklaring bijdragen
aan een afname van overlast.
De Minister voor Asiel en Migratie, M.C.G. Keijzer
De Minister van Asiel en Migratie, D.M. van Weel
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
M.C.G. Keijzer, minister voor Asiel en Migratie -
Mede ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Asiel en Migratie