Brief regering : Voortgang ‘Herstel bieden’ en ontwikkeling programma Erkenning en Herstel
33 047 Bestuur en bestuurlijke inrichting
Nr. 42 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 16 juli 2025
In december 2024 zond ik uw Kamer een afschrift van mijn brief aan de Nationale ombudsman
naar aanleiding van zijn rapport «Herstel bieden; een vak apart.» Daarin zegde ik
toe verantwoording af te leggen over het geleerde. Graag informeer ik u vanuit mijn
coördinerende rol in het kabinet op het thema Erkenning en Herstel over de voortgang
die het afgelopen halfjaar is geboekt op het gebied van leren ín en leren ván erkenning
en herstel, als bijdrage aan het bredere streven naar het herstellen van vertrouwen
tussen overheid en burger. Het kabinet blijft, ook in demissionaire status, onverminderd
inzetten op erkenning, herstel en het versterken van het vertrouwen tussen overheid
en burger.
Start programma Erkenning en Herstel
In het afgelopen halfjaar is het overheidsbrede programma Erkenning en Herstel officieel
van start gegaan. Hiervoor is een kwartiermaker en een programmateam aangesteld. Het
programma heeft een looptijd van vijf jaar, waarbij 2025 is aangemerkt als ontwerpjaar.
In dit jaar worden de eerste stappen op ondersteuning gezet en worden de noodzakelijke
randvoorwaarden ingeregeld om erkenning en herstel duurzaam vorm te geven.
Het programma ziet toe op de ondersteuning van ambtenaren (en de politiek) bij het
geven van een passende reactie aan burgers die in de knel dreigen te raken of al gedupeerd
zijn én die op de overheid moeten kunnen rekenen. Zo draagt het bij aan een mensgericht,
voortvarend én zorgvuldig herstel. De belangrijkste doelen van het programma zijn:
1) Leren van eerdere hersteltrajecten voor lopende en toekomstige trajecten (voor een
goede afweging óf en zo ja, hoé er hersteld moet worden).
2) Erkenning in het hart van het werk van ambtenaren brengen.
3) Het organiseren van niet vrijblijvende feedback loops, waarbij lessen van herstelopgaven
teruggebracht worden richting politiek, beleid en uitvoering, gericht zowel op structurele
verbeteringen in het systeem, als op houding en gedrag.
Zo draagt het programma bij aan de bredere beweging binnen de Rijksoverheid die onder
meer het ambtelijk vakmanschap vergroot en toeziet op meer interdepartementale samenwerking.
Hiermee is tevens invulling gegeven aan een deel van de motie Van Vroonhoven1 over het uniformeren van nieuwe hersteloperaties als gevolg van onrechtmatige overheidsdaad,
en dit bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te beleggen.
Werkconferentie en vervolg
De in de vorige kabinetsreactie aangekondigde werkconferentie heeft inmiddels plaats
gevonden. Het betrof een eerste kleine conferentie, waarin is gewerkt aan de contouren
van de werkagenda voor het programma. Deze zal een vervolg krijgen in september. Hieraan
neemt een breed palet van partijen deel, waaronder ervaringsdeskundigen, uitvoeringsorganisaties,
beleidsmakers, wetenschappers en de Nationale ombudsman. Samen met alle betrokken
spelers en vanuit alle relevante kennisbronnen (wetenschap, ervaringskennis, uitvoeringskennis,
beleidskennis) bouwen we aan een werkagenda voor de komende jaren. De werkagenda zal
onderdeel zijn van de volgende brief die ik in december aan uw Kamer zal aanbieden.
Brede betrokkenheid stakeholders
Het programma Erkenning en Herstel kent een groeiende community van betrokken partners
en ambtenaren vanuit beleid, uitvoering, inspecties en verschillende overheden (Rijk,
provincies, gemeenten). Ook betrekken we ervaringskennis, en laten getroffenen uit
verschillende herstelopgaven meekijken, meelezen en meedoen. Deze brede betrokkenheid
draagt bij aan het vergroten van het lerend vermogen van de overheid en het beter
verbinden van beleid, uitvoering en samenleving.
Daarnaast zoekt het programma een brede verbinding met andere overheidsprogramma’s
die werken aan een rechtvaardigere en menselijkere overheid, zoals de programma’s
Grenzeloos Samenwerken, Ambtelijk Vakmanschap, Werk aan Uitvoering en Onevenredige
Hardheden. Over dit laatste programma heb ik uw Kamer recent nader geïnformeerd2.
Vanuit deze brede betrokkenheid heeft het programma inmiddels een (bescheiden) bijdrage
aan diverse actuele herstelopgaven geleverd. Zo is het betrokken bij (de totstandkoming
van) de kabinetsreacties naar aanleiding van de commissie-Hamer3 over uithuisgeplaatste kinderen van toeslagenouders, de commissie-De Winter over
afstandsouders en adoptie, en het advies van de commissie-Van Dam over het versnellen
en verbeteren van de hersteloperatie toeslagen.
Scope en handelingsperspectief
Het programma zal ondersteunen bij het ontwikkelen – vanuit een gemeenschappelijke
taal – van een afwegingskader (wanneer te erkennen en herstellen) en een uitvoeringskader
(hoe dan?). Belangrijke vragen die spelen bij het ontwikkelen van het afwegingskader
zijn onder andere: Wanneer moet de overheid stappen zetten en wanneer niet? De overheid
kan niet elk leed compenseren en aan alle wensen en verwachtingen voldoen. Waar trek
je een grens? In welke situaties ziet de overheid voor zichzelf een rol bij het bieden
van erkenning en herstel aan gedupeerden; en wanneer niet? Waar ligt de begrenzing
van wat mensen redelijkerwijs van de overheid mogen verwachten? Bij grote groepen
gedupeerden zijn er onderlinge verschillen in ervaringen, wensen en behoeften. Hoe
gaan we daarmee om, wetende dat je niet altijd aan ieders verwachtingen kan voldoen?
Vaststaat dat wanneer sprake is van fouten door overheidshandelen of -nalaten met
grote impact op mensenlevens, van systeemfalen, van discriminatoire behandeling, de
overheid in ieder geval iets te doen heeft. Het ongevraagde advies van de Raad van
State4 inzake onverplicht overheidshandelen bij klemmende situaties, zal in dit traject
meegenomen worden.
Het herstellen van individuele fouten – die, gegeven complexe wet- en regelgeving,
onontkoombaar gemaakt zullen worden – valt buiten de scope van dit programma. Het
behoort immers tot het reguliere werk van publieke dienstverleners, die zich dagelijks
ervoor inzetten om fouten snel op te sporen en bij te sturen. De lessen over bejegening
en het betrekken van burgers kunnen uiteraard wel breder worden toegepast, ook in
dergelijke situaties. Een veelheid van individuele fouten kan echter een signaal zijn
van systemische fouten. Door erkenning in het hart van het werk te brengen en door
vroeg-signalering stevig te verankeren, helpen we voorkomen dat grote hersteloperaties
nodig zijn. Dat is ook een belangrijke pijler van het programma. De vereenvoudiging
van complexe wet- en regelgeving, buiten scope van het programma, draagt daar ook
aan bij.
In het programma zal ook worden gekeken naar internationale voorbeelden. We brengen
in kaart hoe andere landen herstelrecht en hersteltrajecten hebben ingericht en wat
Nederland hiervan kan leren. Deze internationale vergelijking voedt het ontwerp van
ons programma en helpt om valkuilen te vermijden en goede praktijken over te nemen.
De borging van de opbrengst van het programma is al vanaf de start een belangrijk
punt van aandacht. Om hier concreet vorm aan te geven wordt onder andere verkend of
en hoe er op termijn toegewerkt kan worden naar een landelijk centraal punt waar de
opgedane kennis en werkwijzen worden ondergebracht.
Menselijke maat voorop
Bij al deze activiteiten staat het werken vanuit de menselijke maat centraal. Het
programma streeft naar herstel dat niet alleen juridisch en financieel recht doet,
maar ook relationeel en ethisch. Verschillende perspectieven en principes worden betrokken
bij het afwegen, het inrichten, en uitvoeren van erkenningstrajecten en hersteloperaties.
Een voorbeeld hiervan zijn de principes uit het herstelrecht. Hierin is aandacht voor
het relationele aspect tussen veroorzaker en gedupeerde en naast het herstellen van
de schade ook aandacht voor de emotionele kant van de zaak. Daarbij hanteren we het
uitgangspunt: waar is een gedupeerde of getroffene écht mee geholpen?
Ook erkennen we de noodzaak van systemisch leren: het versterken van de structurele
en culturele kant van herstelprocessen, inclusief het beter benutten van bestaande
kennis en het expliciet maken van politieke en bestuurlijke verantwoordelijkheden.
Het gaat om het samenspel tussen de bundeling van maatregelen en de oproep aan elke
ambtenaar om ons niet alleen op te stellen als hoeder, maar als ook als mede vormgever
van een betrouwbare overheid.
Tot slot
Ik ben voornemens uw Kamer ten minste op jaarlijkse basis te informeren over de voortgang
op het belangrijke thema van erkenning en herstel. De eerstvolgende update volgt in
december 2025. Zoals eerder toegezegd, zetten wij stappen om de kwaliteit van erkenning
en herstel structureel te verbeteren en te borgen in ons handelen, en zo bij te dragen
aan een mensgericht, voortvarend én zorgvuldig herstel.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, J.J.M. Uitermark
Indieners
-
Indiener
J.J.M. Uitermark, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties