Brief regering : Capaciteitsproblematiek gevangenis Caribisch Nederland
24 587 Justitiële Inrichtingen
Nr. 1059
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 11 juli 2025
Met deze brief informeer ik u over capaciteitsproblematiek in de Justitiële Inrichting
Caribisch Nederland (JICN) op Bonaire. Er is al langere tijd sprake van druk op de
capaciteit, zoals ook gemeld door de Raad voor de Rechtshandhaving in zijn rapport
over de Staat van de rechtshandhaving Caribisch Nederland (CN) 2024.1 Er is momenteel sprake van een acuut capaciteitstekort door toename van het aantal
gedetineerden op Bonaire. Hierdoor is onvoldoende celcapaciteit om alle gedetineerden
te kunnen plaatsen. Ik zal hieronder ingaan op de oorzaken van de groei van het aantal
gedetineerden en de noodzakelijke maatregelen die in dat kader moeten worden genomen.
Oorzaken capaciteitsproblematiek
De toename van het aantal gedetineerden in de JICN heeft verschillende oorzaken. Er
is sprake van een oplopende bezetting vanwege de groei van de bevolking de afgelopen
jaren. Daarnaast is er sprake geweest van een toename aan geweldsincidenten met (vuur)wapens
waardoor meer personen gedetineerd moeten worden. Tot slot, is er een toename van
vreemdelingen in de strafrechtketen, de zogenaamde VRIS’ers. Het capaciteitsprobleem
doet zich voor in een aantal regimes: Huis van Bewaring en gevangenis regulier. Voor
bepaalde doelgroepen, bijvoorbeeld vrouwen, is wel voldoende plek. Deze plekken kunnen
echter niet bezet worden door een ander type gedetineerden.2
De toename van VRIS’ers is op dit moment de voornaamste oorzaak van de problematiek.
Het betreft hoofdzakelijk gedetineerden met de Venezolaanse nationaliteit. In de JICN
is ruimte voor 122 gedetineerden. Op dit moment zijn er 32 VRIS’ers gedetineerd, onder
wie 25 personen met de Venezolaanse nationaliteit (peildatum 8 juli jl.). De VRIS’ers
bezetten daarmee meer dan een kwart van de totale capaciteit van het JICN. De Venezolaanse
gedetineerden zijn veelal veroordeeld wegens overtreding van de Opiumwet BES: zij
waren opvarenden in zogenaamde go-fast boten waarmee drugs gesmokkeld worden, en die
weliswaar een eindbestemming buiten Caribisch Nederland hebben, maar zijn aangehouden
in de wateren van Bonaire. Aangezien de eindbestemming van deze boten niet bekend
is en ze worden aangetroffen in de wateren van Bonaire worden de verdachten naar Bonaire
gebracht. Naast de druk die deze relatief grote groep op de bezetting geeft, komt
de veiligheid in de JICN door hen onder druk te staan, omdat het vaak om rivaliserende
groeperingen gaat.
Huidige maatregelen
De capaciteitsproblematiek is momenteel zo nijpend dat het Openbaar Ministerie Bonaire,
Sint Eustatius en Saba (OM BES) zich genoodzaakt ziet om keuzes te maken over wie
in voorlopige hechtenis kan worden genomen en wie niet.3 Dit geldt voor alle zaken, dus ook voor zaken die niet gerelateerd zijn aan VRIS’ers
of de Opiumwet. Het gebeurt dat verdachten niet in voorlopige hechtenis kunnen worden
geplaatst, ook als OM BES dit eigenlijk nodig acht. Het OM BES heeft daarnaast recent
moeten besluiten de voorlopige hechtenis van enkele verdachten te schorsen.
Ik vind dit zeer zorgwekkend. Voor mij staat voorop dat gedetineerden hun straf moeten
ondergaan. Uitgangspunt is dat gevangenisstraffen volledig tenuitvoergelegd dienen
te worden. Gezien de hierboven beschreven ontwikkeling acht ik het daarom noodzakelijk
dat geïnventariseerd wordt of de celcapaciteit op het eiland kan worden uitgebreid.
DJI heeft opdracht gegeven tot een verkenning van de mogelijkheden om de celcapaciteit
uit te breiden. Naar verwachting is deze verkenning eind dit jaar gereed. Besluitvorming
over de capaciteitsuitbreiding vindt plaats in het voorjaar van 2026. Het is echter
niet mogelijk om op korte termijn extra celcapaciteit te realiseren. Dit maakt het
onvermijdelijk en noodzakelijk dat ook andere maatregelen genomen moeten worden.
De volgende maatregelen zijn van kracht of worden in gang gezet:
− Het proces voor de VRIS’ers die in aanmerking komen voor voorwaardelijke invrijheidstelling
(v.i.) is in werking gesteld.4 Ook de uitzetting uit Caribisch Nederland van de VRIS’ers die voorwaardelijk in vrijheid
worden gesteld, wordt voorbereid zodat de betrokkenen meteen na de v.i. naar land
van herkomst worden uitgezet. Het verlenen van v.i. aan VRIS’ers biedt echter slechts
zeer beperkt verlichting (slechts een klein aantal komt hier momenteel voor in aanmerking).
− Het OM BES zendt verdachten/opvarenden van grootschalige drugstransporten via go-fast
boten heen met een dagvaarding en zet hen Caribisch Nederland uit. Dit is sinds 2024
bij twaalf verdachten gebeurd.
− Ook wordt noodzakelijkerwijs gewacht met het oproepen van circa 65 zelfmelders die
nog wachten op de tenuitvoerlegging van hun vrijheidsstraf. De vonnissen gaan daarbij
terug tot 2019 en variëren van enkele dagen tot vele maanden.
− Tot slot is het OM BES van plan veroordeelde VRIS’ers eerder heen te zenden. Concreet
betekent dit dat de veroordeelde VRIS’ers nog voor hun v.i. datum worden heengezonden.
Zij worden dan eveneens uitgezet naar Venezuela/hun land van herkomst. Het is een
eigenstandige verantwoordelijkheid van het OM BES om in afstemming met en onder verantwoordelijkheid
van de Procureur-Generaal heen te zenden.
Voor de bovengenoemde maatregelen zijn er op korte termijn geen alternatieven. De
mogelijkheid voor strafoverdracht (van Caribisch Nederland aan Venezuela) bestaat,
maar dit vereist behalve toestemming van het land van herkomst ook toestemming van
de gedetineerde zelf. De Venezolaanse gedetineerden geven regelmatig te kennen hier
niet aan mee te willen werken.
De maatregelen die het OM moet nemen zijn voor alle betrokken partners in de keten
zeer onwenselijk. Ik benadruk dan ook dat dit geen structurele maatregelen zijn en
dat de inzet ervan incidenteel moet blijven. Om die reden wordt met spoed gewerkt
aan verschillende maatregelen voor het capaciteitsprobleem in de JICN die meer tijd
vragen om geëffectueerd te worden.
Mogelijke toekomstige maatregelen
Het gaat dan, naast de eerder genoemde mogelijke capaciteitsuitbreiding op de lange
termijn, om het verkennen van de volgende maatregelen:
− Mogelijkheden om de termijnen voor elektronisch toezicht te verruimen.
Op de BES-eilanden is verlof onder elektronisch toezicht voor alle gedetineerden mogelijk,
mits zij aan de voorwaarden hiervoor voldoen.5 Gedurende het verlof is de gedetineerde gebonden aan voorwaarden zoals vastgelegd
in zijn programma en in de beslissing tot verlofverlening. Het verlof vindt plaats
voorafgaand aan de datum van voorwaardelijke invrijheidsstelling en wordt verleend
voor de duur van maximaal een zesde deel van de opgelegde straf met een maximum van
twaalf maanden. Op dit moment wordt verkend of en hoe deze termijnen verruimd kunnen
worden. Een verruiming van de termijnen voor verlof onder elektronisch toezicht kan
helpen om de doorstroom te verhogen en daarmee ruimte te creëren in de JICN. Gedetineerden
zitten dan niet hun gehele straf in de JICN uit, maar heenzendingen door het OM BES
kunnen op die manier worden voorkomen. Hiervoor is een wijziging van de Verlofregeling
BES noodzakelijk. Dit kan op relatief korte termijn, binnen een aantal maanden, gerealiseerd
worden.
− Mogelijkheden om de termijnen voor voorwaardelijke invrijheidstelling voor VRIS’ers
op de BES-eilanden te verruimen.
Er wordt verkend of een verruiming van de termijnen voor voorwaardelijke invrijheidstelling
(v.i.) voor VRIS’ers op de BES een passende maatregel kan zijn, aangezien vreemdelingen
een grote impact hebben op de capaciteit van de JICN. In Caribisch Nederland geldt
dat aan een gedetineerde v.i. kan worden verleend wanneer twee derde van de straf
en tevens ten minste negen maanden daarvan zijn verstreken.6 Een verruiming van de termijnen voor VRIS’ers vereist een wetswijziging daarom is
het een lange termijn maatregel.
− Mogelijkheden voor het toepassen van detentiefasering.
Tot slot wordt onderzocht of er mogelijkheden kunnen worden gecreëerd voor detentiefasering,
zoals het realiseren van een beperkt beveiligde afdeling (BBA), en of dit kan bijdragen
aan het terugdringen van de capaciteitsproblematiek.
Ik houd uw Kamer op de hoogte van de ontwikkelingen en zal hierop terugkomen in de
nieuwe Beleidsagenda Caribisch Nederland 2026–2030, die eind dit jaar naar uw Kamer
wordt gestuurd.
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
T.H.D. Struycken
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
T.H.D. Struycken, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid