Brief regering : Evaluatie TOGS/TVL en stand van zaken TVL
35 420 Noodpakket banen en economie
Nr. 540
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 11 juli 2025
In deze brief deel ik op hoofdlijnen de resultaten en de reactie van het demissionair
kabinet op de beleidsevaluatie van de Beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen
Sectoren COVID-19 (hierna: TOGS) en de Regeling subsidie financiering vaste lasten
mkb COVID-19 (TVL). Daarnaast informeer ik uw Kamer graag over de laatste stand van
zaken rondom de afwikkeling van de TVL.
In de afgelopen periode heeft mijn ministerie de beleidsevaluatie van de TOGS- en
TVL-regelingen in twee onderdelen laten uitvoeren. Ik ben tevreden met de uitkomst
van de evaluaties. De uitkomst van de beleidsevaluatie is namelijk dat de regelingen
over het geheel zeer waarschijnlijk doelmatig en doeltreffend zijn geweest. Ook hebben
de meeste ondernemers de regelingen als gebruiksvriendelijk beoordeeld en waren positief
over de voorwaarden, snelheid en het aanvraagproces. Ik verwijs voor een uitgebreidere
reactie naar paragraaf 2.1.
I. Context coronacrisis
In maart 2020 werden in Nederland maatregelen ingevoerd om de verspreiding van het
coronavirus te voorkomen. De getroffen coronamaatregelen hadden ingrijpende gevolgen
voor de economie. Veel ondernemers hebben zwaar te lijden gehad onder de economische
gevolgen van de coronacrisis. Ondernemers zagen als gevolg hiervan hun omzet teruglopen,
terwijl de vaste lasten doorliepen. Om deze reden is op 17 maart 2020 de TOGS-regeling
aangekondigd als onderdeel van het bredere coronasteunpakket. Deze steunmaatregel
is een eenmalige tegemoetkoming in de vorm van een gift van € 4.000 voor ondernemers
die op dat moment direct getroffen werden door kabinetsmaatregelen, zoals eet- en
drinkgelegenheden.
Op 20 mei 2020 kondigde het kabinet noodpakket 2.0 aan. In dit noodpakket werd de
TOGS-regeling opgevolgd door de TVL-regeling. De TVL is een coronasteunmaatregel en
heeft als kerndoel om zo snel mogelijk liquiditeit te bieden aan ondernemers die door
coronabeperkingen omzet verliezen en hierdoor in de problemen komen met het betalen
van hun vaste bedrijfslasten. De TVL bestond uit tien regelingen, waaronder drie aparte
TVL-startersregelingen. In totaal is ruim € 800 miljoen aan TOGS en € 10 miljard aan
TVL-subsidies uitgekeerd.
De TOGS en de TVL zijn onder grote tijdsdruk tot stand is gekomen. Ook de economische
en maatschappelijke uitdagingen waarmee het kabinet kampten waren uniek. Tegelijkertijd
hebben de regelingen een fors beroep gedaan op publieke middelen. Het is daarom belangrijk
om te evalueren of de regeling doeltreffend en doelmatig was, wat goed is gegaan en
welke lessen er kunnen worden getrokken voor eventuele toekomstige crisissituaties.
II. Evaluatie TOGS/TVL
De beleidsevaluatie van de TOGS en TVL bestaat uit twee zelfstandig leesbare rapporten.
Het eerste deel betreft een kwantitatieve evaluatie van de TOGS/TVL (en de Tijdelijke
Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW)) en is gezamenlijk uitgevoerd
door SEO en Dialogic. De bevindingen zijn op 28 juni 2024 en 15 juli 2024 door voormalig
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) met uw Kamer gedeeld.1 Het tweede onderdeel betreft een kwalitatieve evaluatie en is uitgevoerd door Technopolis.
In de bijlage vindt uw Kamer het tweede rapport van deze beleidsevaluatie.
2.1 Kabinetsreactie
Namens het demissionair kabinet, wil ik SEO, Dialogic en Technopolis bedanken voor
de geleverde inspanning en de opgeleverde rapporten.
Het verheugt mij dat uit de evaluaties volgt dat de TOGS en TVL effectief en efficiënt
hebben bijgedragen aan het voorkomen van liquiditeits- en solvabiliteitsproblemen
bij bedrijven gedurende de coronacrisis. Daarnaast ben ik blij dat ondernemers de
regelingen als gebruiksvriendelijk ervaarden en tevreden waren over de voorwaarden
en de snelheid waarop de steun werd ontvangen, wat onlosmakelijk verbonden was met
het doel van de regelingen.
Het demissionair kabinet heeft de geconstateerde lessen – maar ook de succesfactoren
– voor eventuele toekomstige crisismaatregelen uit deze beleidsevaluaties en uit de
studie van het Centraal Planbureau (CPB) naar de economische effecten van het coronasteunbeleid2 tot zich genomen. Het demissionair kabinet streeft er naar de lessen en succesfactoren
– waar relevant en afhankelijk van het type crisis – mee te nemen bij het opstellen
van een eventuele volgende crisisregeling. In paragraaf 2.2 en 2.3 geef ik een uitgebreidere
toelichting op de uitkomsten van de onderzoeken.
2.2 Uitkomsten van het kwantitatieve onderzoek
Methodiek onderzoek
In het eerste (kwantitatieve) deel van de evaluatie is een analyse gedaan naar het
gebruik, procesgang en de neveneffecten van de TOGS/TVL en de NOW. In dit deel is
gekeken naar beide regelingen, zowel los van elkaar als in samenhang. In deze kwantitatieve
evaluatie is onderzocht of de regelingen doeltreffend hebben bijgedragen aan het voorkomen
van substantieel werkgelegenheidsverlies, liquiditeits- en solvabiliteitsproblemen
en het voortbestaan van bedrijven tijdens de coronacrisis. Hiervoor zijn economische
analyses op basis van CBS-microdata en een representatieve enquête onder ondernemers
uitgevoerd, ondersteunende interviews gehouden en is bestaand onderzoek bestudeerd.
In deze brief wordt vooral gereflecteerd op de conclusies die betrekking hebben op
de TOGS en TVL, en in sommige gevallen op de TVL en NOW samen. Voor de conclusies
over enkel de NOW verwijs ik naar de kabinetsreactie van 28 juni 2024.3
Gebruik regelingen
In totaal hebben ruim 1,8 miljoen bedrijven gebruik gemaakt van de TOGS/TVL en NOW.
De sectoren horeca, vervoer en opslag, overige dienstverlening, handel, en landbouw,
bosbouw en visserij hebben het meest gebruik gemaakt van de TOGS/TVL.
Doeltreffendheid en gebruiksvriendelijkheid
De onderzoekers concluderen dat de TOGS en TVL zeer waarschijnlijk4 doeltreffend zijn geweest in het voorkomen van liquiditeits- en solvabiliteitsproblemen
bij gebruikers van de regeling tijdens de coronacrisis.
Ondanks de coronacrisis en het forse omzetverlies zijn er namelijk nauwelijks verschillen
in de jaarlijkse ontwikkeling in liquiditeit en solvabiliteit van ondernemingen in
een vergelijkbare periode voor de coronacrisis. Een van de vereisten om in aanmerking
te komen voor TVL was namelijk dat ondernemers minimaal 30% omzetverlies hadden ten
opzichte van de referentieperiode.5 In de door de onderzoekers afgenomen enquête geven ondernemingen aan dat de TOGS
en TVL hebben bijdragen aan het voorkomen van liquiditeits- en solvabiliteitsproblemen.
Bedrijven met een lagere financiële gezondheid in 2020 geven aan dat de TVL sterker
heeft bijgedragen aan het voorkomen of verminderen van liquiditeitsproblemen dan bedrijven
met een hogere financiële gezondheid.
Ook concluderen de onderzoekers dat de TOGS/TVL en NOW zeer waarschijnlijk doeltreffend
hebben bijgedragen aan het voortbestaan van bedrijven tijdens de coronacrisis. Voor
alle kwartalen hebben bedrijven gemiddeld een kleinere kans om een jaar na het ontvangen
van TVL/TOGS en/of NOW te zijn opgeheven dan bedrijven die geen gebruik maakten van
deze steunmaatregelen. Het aantal bedrijfsopheffingen is onder de gebruikers van de
regeling sterk afgenomen. Ook de ondernemers uit de gehouden enquête geven aan dat
de steun een belangrijke factor was bij het kunnen voortbestaan tijdens de crisis.
De regelingen werden door gebruikers als gebruiksvriendelijk ervaren. De meerderheid
van de responderende bedrijven is positief over de voorwaarden, snelheid en het aanvraagproces
van zowel de TOGS/TVL als de NOW. Daarnaast worden de regelingen door de ondernemers
als gebruiksvriendelijk ervaren en nam dit gedurende de coronacrisis verder toe.
De onderzoekers stellen op basis van de interviews, enquête en deskstudie van bestaande
literatuur dat de TVL en NOW ook niet-levensvatbare bedrijven in stand hebben gehouden.
De onderzoekers kunnen de omvang van steun aan niet-levensvatbare bedrijven niet kwantificeren.
Beëindigde bedrijven konden niet benaderd worden voor de enquête.6 De gevolgen hiervan zijn beperkt door hierover met sectorvertegenwoordigers en uitvoeringsorganisaties
te spreken over bedrijven die tijdens de coronaperiode failliet zijn gegaan. Daarnaast
zijn er tijdens de coronaperiode historisch weinig bedrijven failliet zijn gegaan.
Definitieve cijfers van bedrijfsopheffingen van 2022 en later waren ten tijde van
het onderzoek nog niet bekend. De interviewrespondenten gaven aan dat het in leven
houden van niet-levensvatbare bedrijven nauwelijks te voorkomen was, doordat de regeling
snel is opgezet. Bovendien slaat het voorkomen van steun aan niet-levensvatbare bedrijven
om in het niet in leven houden van wel-levensvatbare bedrijven. De onderzoekers stellen
dat de steun aan niet-levensvatbare bedrijven vermoedelijk in beperkte mate heeft
plaatsgevonden.
2.3 Uitkomsten van het kwalitatieve onderzoek
Methodiek onderzoek
De tweede (kwalitatieve) evaluatie van de TOGS en TVL-regelingen richt zich op de
doelmatigheid van deze regelingen, het proces, de samenwerking tussen betrokken organisaties,
het beleid omtrent misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O) en de lessen die kunnen worden
getrokken voor eventuele toekomstige crisisregelingen. In deze evaluatie is, naast
de input van de kwantitatieve evaluatie, gebruik gemaakt van een documentenstudie,
beleidsvergelijking met de NOW en Vlaanderen, en interviews met medewerkers van het
Ministerie van Economische Zaken, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), andere
betrokken organisaties en vertegenwoordigers van sectoren en bedrijven en banken.
Doelmatigheid
De regelingen zijn in beleid en uitvoering doelmatig geweest. In de eerste fase kwam
er snel steun beschikbaar en waren de regelingen goed uitvoerbaar. Dit was essentieel
voor het doel van de regeling en om aan te sluiten bij de noden van de maatschappij.
In deze fase was de technische doelmatigheid echter beperkt door het gebruik van forfaitaire
bedragen bij de TOGS en sectorale afbakeningen middels codes van de Standaard Bedrijfsindeling
(SBI). De periode na de eerste fase is gebruikt om de regeling te verbeteren. Bij
de TVL was de hoogte van de subsidie afhankelijk van het omzetverlies en werd de steun
voor alle sectoren opengesteld, zodat bedrijven die door keteneffecten van de coronamaatregelen
werden getroffen werden gesteund. Dit bevorderde de technische doelmatigheid. Door
deze aanpassingen werd er gerichtere en gedifferentieerde steun aangeboden wat aansloot
bij de noden uit de maatschappij en de beleidsdoelen. Ook het delen van data tussen
de Belastingdienst, Kamer van Koophandel (KvK) en RVO en het verhogen van geautomatiseerde
afhandeling hebben bijgedragen aan een efficiëntere uitvoering.
Het beleid van de regelingen toonde een hoge mate van responsiviteit. Gedurende de
looptijd van de regelingen zijn namelijk veel aanpassingen aan de regelingen gedaan.
Dit was nodig om in te spelen op de veranderende omstandigheden van de coronacrisis
en om ervoor te zorgen dat de steun terecht kwam bij ondernemers die dit nodig hadden.
Het opstellen en overwegen van specifieke regelingen voor kleine subgroepen in de
laatste fase van de crisis, zoals de startende ondernemers, hadden echter een beperkt
effect nu van deze regelingen in beperkte mate gebruik werd gemaakt. Dit zorgde namelijk
voor hogere kosten, maar hadden beperkte toegevoegde waarde. Echter, de politieke
en maatschappelijke druk om bedrijven in deze laatste fase van de crisis te blijven
steunen, speelde hier een belangrijke rol. De doelmatigheid nam in de laatste fase
van de regelingen door het blijven uitbreiden van de regelingen in deze fase af. Dit
zorgde voor een grotere inmenging op de economie, wat langetermijneffecten had die
zwaarder begonnen te wegen. Het alternatief om vroeg te stoppen met de steunmaatregelen
werd echter als een te groot risico gezien, omdat de informatie over de verdere ontwikkeling
van de crisis niet volledig was.
Binnen de regelingen werden de grenzen van de uitvoerbaarheid opgezocht om zo veel
mogelijk ondernemers te steunen. De nauwe samenwerking tussen EZ en RVO heeft gezorgd
voor een succesvolle uitvoering, waarbij de uitvoeringskosten van 1,3% van het gemiddelde
subsidiebedrag beperkt zijn gebleven. RVO was nauw betrokken bij de totstandkoming
van de regeling, wat ertoe heeft geleid de regeling snel en effectief tot stand is
gekomen. De samenwerking tussen verschillende ministeries zorgde ervoor dat verschillende
instrumenten op elkaar konden worden afgestemd.
Lessen voor toekomstige crisis(steun)regelingen
De onderzoekers hebben een aantal succesfactoren en lessen geïdentificeerd om mee
te nemen in toekomstige crisisregelingen. De onderzoekers adviseren om het doorslaan
in bijsturen en doorsteunen via regelingen vanuit een gevoel van rechtvaardigheid
te voorkomen. Volgens hen kan dit namelijk een negatieve invloed hebben op de doelmatigheid
en effectiviteit. Gedurende een crisis neemt de onzekerheid af en kan enig veerkrachtig
herstel worden verwacht. De onderzoekers adviseren om na te gaan of een aanpassing
van de steunregeling noodzakelijk is voor kleine uitzonderingsgroepen of dat deze
effectiever via andere routes gesteund kunnen worden. Daarbij dient te worden voorkomen
dat het streven naar rechtvaardigheid leidt tot uitbreidingen en verlengingen. Bij
het ontwerpen van de regeling kan de afbouw van de regeling reeds worden meegenomen,
zodat de handrem beter kan worden geborgd.
Verder adviseren de onderzoekers om te investeren in betere data-technische inzichten over bedrijven om gericht te kunnen steunen. Data omtrent SBI-codes
en de omgang met grotere ondernemers met meerdere vestigingen is niet altijd even
effectief gebleken. Het streven om de steun meer gericht vorm te geven, kan leiden
tot hoge juridische- en uitvoeringstechnische kosten. Hierbij kan al rekening worden
gehouden bij het opstellen van de regeling.
Ook beveelt Technopolis aan om een aantal succesfactoren uit de regeling mee te nemen
in een eventuele volgende crisisregeling. Met name de nauwe samenwerking tussen EZ,
RVO en andere departementen heeft bijgedragen aan een effectieve en efficiënte uitvoering
van de regeling. Ook de data-uitwisseling tussen uitvoeringsorganisaties (RVO, KvK
en Belastingdienst) en een hoge mate van automatisering droeg bij aan een efficiënte
uitvoering. Gedurende de crisis was er hoge mate van responsiviteit en flexibiliteit
om regelingen tijdig bij te sturen op basis van nieuwe informatie en veranderende
omstandigheden.
III. Stand van zaken TVL
Uw Kamer is sinds het begin van de TVL continu op de hoogte gehouden over de voortgang
van de TVL. Voor het laatst is uw Kamer op 6 juli 2023 geïnformeerd in de tweede integrale
voortgangsrapportage waarin de voortgang en monitoring van de meest omvangrijke coronasteunmaatregelen,
waaronder de TVL, is gedeeld.7 Nu zijn we in de laatste fase beland. Ik deel graag met uw kamer de huidige (cijfermatige8) stand van zaken van de laatste fase van de TVL: het gebruik van de TVL-regelingen,
rechtmatig en doelmatig gebruik, terugbetalingen en bezwaar en beroep. Over de uitvoering
en het gebruik van de TOGS is uw Kamer op 19 maart 2021 geïnformeerd, waarmee de uitvoering
van de TOGS werd afgerond.9
3.1 Gebruik regelingen
In totaal zijn er 463.827 TVL-aanvragen ingediend. Daarvan zijn momenteel 421.816
aanvragen verleend met een gemiddeld bedrag van € 24.044. Tabel 1 geeft een inzicht
in het gebruik van de TVL-subsidies per TVL-regeling. In totaal heeft RVO een voorschot
uitgekeerd van ongeveer € 10 miljard. Volgend op de subsidieverlening dient de subsidie
definitief vastgesteld te worden. RVO heeft inmiddels vrijwel alle subsidieverleningen
vastgesteld. Het gemiddelde vastgestelde subsidiebedrag bedraagt € 22.188. De subsidies
die momenteel nog moeten worden vastgesteld komen voort uit bezwaar- en/of beroepsprocedures
(onder paragraaf 3.3 Bezwaar en beroep wordt nader op deze procedures ingegaan).
Tabel 1: Gebruik subsidies per TVL-regeling
TVL-periode
Aantal aanvragen
Aantal verleende subsidies
Aantal vastgestelde subsidies
Totaal bedrag vaststelling (x € mln.)
TVL 1
1
47.705
42.629
42.628
416
TVL Q4 2020
90.606
80.252
80.252
1.125
TVL Q1 2021
114.431
101.273
101.272
2.214
Startersregeling Q1 2021
1.334
1.290
1.290
14
TVL Q2 2021
64.213
60.079
60.078
2.110
TVL Q3 2021
36.056
33.924
33.924
1.002
TVL Q4 2021
68.503
63.303
63.300
1.506
TVL Q1 2022
39.638
38.160
38.158
934
Startersregeling Q4 2021
633
456
456
8
Startersregeling Q1 2022
708
450
450
9
Totaal
463.827
421.816
421.808
9.338
X Noot
1
Juni t/m september 2020.
3.2 Rechtmatig en doelmatig gebruik
Bij de TVL is een uitgebreid systeem van risicobeheersing opgezet en deze is continu
verfijnd en verbeterd om risico’s tot misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O) te verkleinen.
Het M&O-beleid rondom de TVL is altijd voor een groot deel preventief beleid geweest.
Uw Kamer is continu over deze systematiek en aanpassingen geïnformeerd. Er is 9.177
keer aangifte gedaan wegens een vermoeden van misbruik. Het totale terugvorderingsbedrag
wegens misbruik is € 140,7 miljoen, waarvan nog € 95,8 miljoen open staat.
3.3 Terugbetalingen
Van terugvorderingen kan binnen de TVL sprake zijn als de vastgestelde subsidie lager
uitvalt dan werd verwacht bij de verlening van de subsidie. Dit kan doordat bijvoorbeeld
de omzetdaling lager uitviel dan door de ondernemer van tevoren had ingeschat. Voor
de ondernemers met een terugvordering van de subsidie zijn flexibele betalingsregelingen
mogelijk. Ondernemers kunnen betalingsregelingen van vijf jaar treffen, waarbij maatwerk
mogelijk is.
Op dit moment staat € 42,9 miljoen aan betalingsregelingen open. De meeste ondernemers
hebben gekozen voor een betalingsregeling tot 60 maanden. Tabel 2 geeft inzicht in
het aantal terugvorderingen per TVL-openstellingen. De meeste ondernemers zijn veerkrachtig
gebleken. Zo’n 6% van de ondernemers met een lopende betalingsregeling komt deze niet
(volledig) na of betaalt onregelmatig terug.Wanneer een ondernemer zich niet houdt
aan de betalingsregeling neemt RVO telefonisch contact op met een ondernemer over
de terugvordering. Ook stuurt RVO een schriftelijke aanmaning. Indien een ondernemer
niet reageert noch betaalt, wordt de vordering overgedragen aan het Centraal Justitieel
Incassobureau (CJIB). Ondanks deze pogingen om de terugvordering te innen, verwacht
RVO dat er maximaal 140 miljoen buiten invordering wordt gesteld. Vorderingen tot
€ 500,– worden door RVO niet geïnd. Ook in geval van faillissement en als de schuld
niet op de onderneming te verhalen blijkt, kan RVO ertoe over gaan om de vordering
buiten invordering te stellen dan wel kwijt te schelden.
Tabel 2: Inzicht in aantal terugvorderingen TVL
TVL-periode
Terug-vorderingen totaal
Volledig voldaan
Terugvorderingen openstaand
Waarvan lopende betalings-regelingen
Kwijtgescholden/Buiten invordering
TVL 1
15.699
10.487
2.001
628
3.211
TVL Q4 2020
17.053
10.747
3.714
785
2.592
TVL Q1 2021
22.700
16.023
2.235
1.015
4.442
Startersregeling Q1 2021
64
38
22
14
4
TVL Q2 2021
4.547
2.848
874
372
825
TVL Q3 2021
4.776
3.079
966
453
731
TVL Q4 2021
9.111
5.511
1.984
960
1.616
TVL Q1 2022
6.782
4.203
1.611
910
968
Startersregeling Q4 2021
70
44
22
13
4
Startersregeling Q1 2022
43
29
10
5
4
Totaal
80.845
53.009
13.439
5.155
14.397
Het demissionair kabinet roept ondernemers met betalingsproblemen op om contact op
te nemen met RVO of andere hulpverlenende instanties zoals de KvK, GeldFit Zakelijk
of hun gemeente als schuldhulpverlening nodig is.
3.4 Bezwaar en beroep
Ondernemers kunnen in bezwaar of beroep gaan tegen de (verlenings- en vaststellings)
beslissing over de TVL-subsidie. De bezwaar- en beroepsafhandeling is bij de TVL-regeling
grotendeels afgerond. Tegen circa 3,3% van de TVL-besluiten (verlening en vaststelling)
is bezwaar aangetekend. Het aantal ingediende beroepschriften bedraagt 3.657 (0,4%
van het aantal genomen beslissingen10). Daarvan zijn 3.561 procedures afgerond bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven
(CBb). Tabel 3 geeft een nader inzicht in het aantal ingediende en afgeronde bezwaar-
en beroepsprocedures per TVL-regeling. Het CBb heeft in 5,8% van de gevallen de ondernemer
in het gelijk gesteld. RVO geeft uitvoering aan de uitspraken van het CBb en past,
indien nodig, de beoordeling van de lopende subsidieaanvragen en -vaststellingen,
bezwaarzaken en beroepszaken hierop aan. De beroepszaken hebben vooral betrekking
op de hoogte van het omzetverlies, het vestigingsvereiste, de startdatum van de onderneming
en de gehanteerde referentieperiode.
Tabel 3: Bezwaar en beroep TVL
TVL-periode
Bezwaren ingediend
Bezwaren afgehandeld
Beroepen
Ingediend
Beroepen
Afgehandeld
TVL 1
3.670
3.664
416
407
TVL Q4 2020
6.551
6.545
710
700
TVL Q1 2021
7.761
7.750
777
762
Starters-regeling Q1 2021
214
214
63
63
TVL Q2 2021
3.960
3.957
555
541
TVL Q3 2021
2.147
2.144
344
331
TVL Q4 2021
2.822
2.817
393
379
TVL Q1 2022
1.985
1.975
337
317
Starters-regeling Q4 2021
130
130
28
28
Starters-regeling Q1 2022
128
128
34
33
Totaal
29.368
29.324
3.657
3.561
IV. Tot slot
Met deze brief heb ik met uw Kamer de uitkomsten gedeeld van de evaluatie van de TOGS
en TVL. Daarnaast hoop ik uw Kamer inzicht te hebben gegeven in de voortgang en monitoring
van de TVL.
De evaluaties zullen als input dienen voor de synthesestudie van de meest omvangrijke
coronasteunmaatregelen.11 De doelen van deze synthesestudie zijn om overkoepelende lessen te identificeren
voor de vormgeving van steunpakketten bij toekomstige crises en om verantwoording
af te leggen over de verleende coronasteun. De synthese maakt uitsluitend gebruik
van bestaand materiaal, zoals evaluaties van individuele maatregelen. Over het plan
van aanpak is uw Kamer op 10 april 2024 geïnformeerd.12
RVO blijft bezig met de laatste fase van de TVL: het in goede banen leiden van de
terugbetalingen van de TVL en het afhandelen van bezwaar- en beroepsprocedures en
de daaruit voortvloeiende (verlenings- en vaststellings)beslissingen. Mochten zich
in de verdere toekomst relevante ontwikkelingen inzake de afwikkeling van de TVL voordoen,
dan zal ik uw Kamer daarover informeren. Eventuele budgettaire bijstellingen op de
TVL worden verwerkt in de jaarverslagen van EZ.
De Minister van Economische Zaken,
V.P.G. Karremans
Indieners
-
Indiener
V.P.G. Karremans, minister van Economische Zaken