Brief regering : Fiche: Mededeling Het Europees Oceaanpact
22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
Nr. 4104
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 11 juli 2025
Overeenkomstig de bestaande afspraken ontvangt u hierbij 6 fiches die werden opgesteld
door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissie voorstellen (BNC).
Fiche: Verordeningen wijziging Europees securitisatieraamwerk. (Kamerstuk 22 112, nr. 4101)
Fiche: Mededeling Internationale Digitale Strategie. (Kamerstuk 22 112, nr. 4102)
Fiche: Defence Readiness Omnibus pakket.(Kamerstuk 22 112, nr. 4103)
Fiche: Mededeling Het Europees Oceaanpact.
Fiche: Mededeling Europese strategie voor waterweerbaarheid en aanbeveling. over leidende
beginselen inzake waterefficiëntie eerst. (Kamerstuk 22 112, nr. 4105)
Fiche: Verordening uitfaseren import Russisch aardgas en monitoring energieafhankelijkheden.
(Kamerstuk 22 112, nr. 4106)
De Minister van Buitenlandse Zaken,
C.C.J. Veldkamp
Fiche: Mededeling Het Europees Oceaanpact
1. Algemene gegevens
a) Titel voorstel
Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch
en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s Het Europees oceaanpact
b) Datum ontvangst Commissiedocument
5 juni 2025
c) Nr. Commissiedocument
COM(2025)281
d) EUR-Lex
https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=COM:2025:281:FIN
e) Nr. impact assessment Commissie en Opinie
Niet opgesteld
f) Behandelingstraject Raad
Raad Algemene Zaken
g) Eerstverantwoordelijk ministerie
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
2. Essentie voorstel
Op 5 juni 2025 publiceerde de Europese Commissie (hierna: de Commissie) de mededeling
het Europees oceaanpact (hierna: Oceaanpact). Het voorstel beoogt een overkoepelend
beleidskader te bieden voor het oceaan1- en zeebeleid van de Europese Unie (hierna EU). Het voorstel bevat geen wetgevende
voorstellen, maar een reeks beleidsmaatregelen en nieuwe acties die in de komende
jaren verder zullen worden uitgewerkt.
Het voorstel is opgebouwd rond zes pijlers: (1) beschermen en herstellen van de gezondheid
van de oceaan, (2) stimuleren van het duurzame concurrentievermogen van de blauwe
economie, (3) ondersteuning van kust- en eilandgemeenschappen en ultra-perifere gebieden,
(4) bevorderen van oceaanonderzoek, kennis, vaardigheden en innovatie, (5) verbeteren
van de maritieme veiligheid en defensie, en (6) versterken van de EU-oceaandiplomatie
en op regels gebaseerd internationaal bestuur.
De Commissie stelt in het voorstel een dertigtal eerder aangekondigde en nieuwe acties
voor. Enkele voorbeelden zijn de op te stellen 2040 visie voor visserij, een evaluatie
en mogelijke herziening van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB), Europese strategieën
voor havens en de maritieme maakindustrie, een snelle ratificatie en implementatie
van de BBNJ-overeenkomst,2 een ambitieus VN-Plasticverdrag, de implementatie van de visserij-subsidie afspraken
van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), en de herziening van de Kaderrichtlijn Mariene
Strategie (KRM).
De Commissie focust op de implementatie en handhaving van bestaande wetgeving, zoals
de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR), de KRM en de Natuurherstelverordening (NHV) omdat
het mariene milieu, ondanks inspanningen, achteruit blijft gaan. De Commissie wil
de lidstaten ondersteunen bij het behalen van de wettelijke doelen voor herstel van
de kust- en mariene habitats en zal daarbij ook het gebruik van nieuwe technologieën
stimuleren om toezicht en monitoring te vergemakkelijken. Een benadering voor waterkwaliteit
van bron tot zee is uitgewerkt in de EU Strategie voor Waterweerbaarheid: hiervoor is een BNC-fiche in voorbereiding. De Commissie komt met acties voor koolstofopslag
in en op de zeebodem en promoot samenwerking tussen regionale zee conventies en internationale
riviercommissies.
Om de bestaande doelstellingen te verwezenlijken en wetgeving op een coherente wijze
uit te voeren, kijkt de Commissie ook naar het bestuur van het oceaanbeleid en zal
dit samenbrengen in een zogenaamde «Oceaanwet» (voorstel verwacht in 2027), gebaseerd
op de Europese richtlijn Maritieme Ruimtelijke Planning (MRP; 2014). Deze Oceaanwet
zal in het kader van een coherente uitvoering de verschillende doelen op één plek
samenbrengen. De Commissie wil de MRP als strategisch instrument versterken en moderniseren.
De Commissie moedigt lidstaten aan over te stappen naar een aanpak op zeebekkenniveau
en met buurlanden samen te werken, binnen bestaande regionale samenwerkingsorganen
en EU macro-regionale strategieën. Meer coördinatie moet gebruik en behoud van de
zee in evenwicht brengen. Meervoudig ruimtegebruik moet de norm worden, zoals windenergiegebieden
op zee met andere schone energietechnologieën, natuurbehoud en -herstel, visserij
en/of duurzame aquacultuur. De Commissie stelt versterkt bestuur en samenwerking voor
in de oprichting van een Oceaanraad, bestaande uit vertegenwoordigers van relevante
oceaan gerelateerde sectoren. De Commissie is van plan met een publiek toegankelijk
«EU Oceaanpact dashboard» de voortgang van de relevante doelen en indicatoren te monitoren.
Voor het GVB benoemt de Commissie diverse aanvullende acties. Van de aankondiging
van maatregelen op het gebied van decarbonisatie en modernisering (via het energy transition partnership), ondersteuning van kleinschalige visserij als prioriteit en met vademecum voor toepassing
van artikel 17 GVB voor lidstaten om quota op een transparante manier toe te kennen,
een EU-initiatief voor duurzame aquacultuur, tot de opschaling van de EU-algenproductie
via de bioeconomie strategie, gerichte beleidsontwikkeling op niet-inheemse soorten
die visserij en aquacultuur bedreigen en een campagne over de voordelen van EU-aquatisch
voedsel.
Visserij-acties met mondiale implicaties zijn het verduurzamen van importen via de
Autonome Tarief Quota, verbeterde transparantie over «vessel ownership» en adresseren van «flags of convenience», het versterken van de nultolerantie aanpak van illegale, ongemelde en ongereglementeerde
visserij (o.a. door invoering van het zogeheten IT CATCH-systeem), en ook de aankondiging van een nieuwe strategische benadering van visserijakkoorden
met derde landen, te verwachten in 2026.
De Commissie wil meer Europese inspanningen voor observatie van oceaan, (diep)zee
en kust. Dat start met het veiligstellen van data van historische oceaanobservatie
in 2025. Dit wordt in 2026 gevolgd door een «blauwdruk» met kennisgaten, en in 2027
met een coherente aanpak voor de planning en uitvoering van oceaanobservatiecampagnes.
De European Digital Twin of the Ocean – een digitaal platform dat gegevens, modellen en toepassingen combineert om een
uitgebreide, virtuele weergave van de mariene systemen te bieden – wordt verder ontwikkeld
en is in 2030 geheel operationeel voor lidstaten en belanghebbenden.
De Commissie is van plan om in 2026 een nieuwe Oceaan Research & Innovation Strategy (R&I) te publiceren. Deze moet voortbouwen op het EU Kaderprogramma voor Onderzoek
en Innovatie en de Europese missie «Herstel onze Oceaan en Wateren tegen 2030». Doel
is minder versnippering van EU-R&I-initiatieven en het dichten van de kloof tussen
onderzoek en innovatie. Hetzelfde wordt beoogd via het faciliteren van een Europees
netwerk van testlocaties voor oceaantechnologie, de oprichting van een Blue Generational Renewal Strategy, een «blauwe bioeconomie innovatie initiatief», een strategie voor duurzaam toerisme,
en een strategie voor de ontwikkeling van EU-kustgemeenschappen. De Commissie wil
de veerkracht van deze gemeenschappen vergroten via EU-financiering uit fondsen (o.a.
Cohesiefonds en Horizon) en via EIB-leningen. De Commissie zet in op verdere ontwikkeling
van «innovatie-ecosystemen» in lidstaten en regio's, het aantrekken van investeringen
in innovatie en het vergroten van het concurrentievermogen van de blauwe economie
sectoren.
De Commissie stelt dat de EU moet blijven werken aan haar leiderschap in offshore hernieuwbare energiebronnen via concurrerende toeleveringsketens, toegang tot grondstoffen
en geschoolde arbeidskrachten. Voldoende inzet van de lidstaten en regionale samenwerking
is daarbij cruciaal. De Commissie haalt de North Seas Energy Cooperation voor hernieuwbare (wind)energie op zee aan, en benadrukt het belang van schone energiebronnen
en actie daaromtrent. De Commissie verwijst hier naar de nog door haar op te stellen
strategie voor de maritieme maakindustrie. De Commissie moedigt de lidstaten aan een
deel van de ETS-inkomsten te investeren in het koolstofvrij maken van de maritieme
sector (bijv. voor energie-efficiëntie van schepen en havens).
Voor de voorwaardelijke maritieme beveiliging en veiligheid refereert de Commissie
aan de Europese maritieme veiligheid- en securitystrategie3 en bijbehorend actieplan als EU-kader om belangen op zee te beschermen. In lijn daarmee
en met de gezamenlijke mededeling over zeekabelbeveiliging is het versterken van de
samenwerking op gebied van marine en kustwacht prioriteit. De Commissie wil maritiem
omgevingsbewustzijn ondersteunen, wat de EU-technologie voor veiligheid en defensie
verbetert en de EU aanspoort om zeestrijdkrachten en bijbehorende infrastructuren
te moderniseren. Het voorstel omvat diverse actiepunten, waaronder verbetering van
communicatie- en netwerkcapaciteiten en de oprichting van regionale informatie-fusie-centra. De Commissie wil ook nauwere en gecoördineerde samenwerking tussen de EU en strategische
partners, en regionale integratie van de gemeenschappelijke gegevens uitwisselingsstructuur
(CISE).
Voor versterkt internationaal oceaanbestuur vraagt de Commissie de Raad om een voorzorgpauze
op diepzeemijnbouw te steunen en herhaalt ze de inzet op ratificatie en, waar van
toepassing, implementatie van verschillende verdragen en afspraken zoals de BBNJ-overeenkomst.4
Om het duurzame beheer van oceanen verder te waarborgen, met name op het gebied van
visserij, zet de Commissie in op nauwere samenwerking tussen de EU, derde landen en
mondiale actoren. De nadruk ligt op samenwerking en strategische initiatieven met
Small Island Development States en met partners in regio's zoals de Middellandse en Zwarte Zee, het Noord- en Zuidpoolgebied,
Afrika, en de Caribische en Indo-Pacifische regio.
3. Nederlandse positie ten aanzien van het voorstel
a) Essentie Nederlands beleid op dit terrein
Het Nederlandse beleid voor de oceaan en de eigen Noordzee (regio) is erop gericht
dat deze gezond, biodivers en productief zijn en dat het gebruik duurzaam is. Dat
is in het belang van mens, natuur en voedselwinning uit zee. Daarom hanteert Nederland
het voorzorgsprincipe en een ecosysteembenadering. Het verdienvermogen van de Nederlandse
(maritieme) blauwe economie5 omvat naast visserijwaardeketen, de commerciële scheepvaart, havens, energie, telecommunicatie,
zandwinning en kust- en maritiem toerisme. Veiligheid en beveiliging van infrastructuur
zijn van evident belang, net als dijken en duinen.
Ruimtelijke planning is nodig om de vele functies op de Noordzee veilig en in balans
met elkaar een plek te geven, omdat de ruimte op zee, hoewel anderhalf keer zo groot
als het landoppervlak, beperkt is. Activiteiten die plaatsvinden op zee moeten passen
binnen de ecologische randvoorwaarden. Het beleid voor zee en kust is opgenomen in
het Nationaal Water Programma 2022–2027 en het bijbehorende Programma Noordzee (PNZ).6 Het PNZ is het Nederlandse ecosysteem gebaseerde maritiem ruimtelijke plan met aandacht
voor de relevante land-zee interacties.7 Het PNZ omvat het Programma van Maatregelen voor de schone en gezonde zee van de
KRM. Waar en wanneer menselijke activiteiten te veel druk leggen op het mariene milieu
moeten we reguleren en innoveren om die druk te verlagen of natuur te herstellen of
versterken. De blauwe economie is verankerd in het Nederlandse topsectorenbeleid.
Samenwerking tussen diverse sectoren en rond natuurherstel kan leiden tot succesvolle
businesscases in een duurzame blauwe economie en meervoudig ruimtegebruik van de zee.
Voor de meest actuele beleidsontwikkeling verwijst het kabinet naar de ontwerp partiële
herziening van het huidige PNZ,8 de Kamerbrief over de ontwerp Mariene Strategie deel 1, met beschrijving huidige
milieutoestand van de Noordzee, de goede milieutoestand en milieudoelen,9 de Visie voedsel uit zee en grote wateren10 en ook een Kamerbrief over het ontwikkelkader windenergie op zee11. In de Visie voedsel uit zee en grote wateren is uitgewerkt dat voedselwinning uit
zee belangrijk is omdat het een gezonde bron van eiwitten is met een beperkte voetafdruk.
Het krijgt daarom een gelijkwaardigere plek bij de keuzes voor het gebruik van de
ruimte op de Noordzee. Ook wordt nadrukkelijk gekeken naar mogelijkheden voor multifunctioneel
gebruik van de ruimte. Onderzoek en innovatie hebben een centrale plaats in de visie.
Ter bescherming en herstel van het mariene milieu in de Noordoost-Atlantische Oceaan
werkt Nederland samen in de regionale zee conventie van het OSPAR-verdrag inzake de
bescherming van het mariene milieu in het noordoostelijk deel van Atlantische Oceaan,
mede om de KRM uit te voeren. Door geopolitieke veranderingen wordt het belangrijker
om de ruimtelijke planning en het inrichten en plaatsen van windparken, het toewijzen
van ankervakken, het inrichten van onderwater kabel tracés, en het inrichten van verkeersscheidingsstelsels
ook te bezien vanuit een maritieme veiligheidsperspectief. Voor de bescherming van
de infrastructuur op de Noordzee is er sinds 2023 het Programma Bescherming Noordzee
Infrastructuur (PBNI). Daarin werken de verantwoordelijke ministeries samen met verschillende
sectorpartijen zoals de energie- en telecomindustrie. Het PBNI werkt actief samen
met de omringende Noordzeelanden.
In de grotere Noordzeeregio werkt Nederland sinds 2023 samen met de andere landen
rond de grote Noordzee, inclusief Ierland, in het Greater North Sea Basin Initiative (GNSBI). Het doel van het GNSBI is om de internationale en sectoroverschrijdende
samenwerking (natuur, energie, visserij en maritieme ruimtelijke planning) te versterken
en voort te bouwen op bestaande netwerken en initiatieven, om zo samen te werken aan
het omgaan met de ruimtelijke druk en te zorgen dat de ecologische draagkracht niet
overschreden wordt. Het GNSBI is er om de internationale en integrale samenwerking
op de schaal van de grotere Noordzeebekken te verkennen, samen te zoeken naar win-winsituaties
en een betere coördinatie en samenhang van de maritieme ruimtelijke plannen van landen
te bereiken.
De Noord-Atlantische Oceaan en de Noordzee verbinden de Oost- en Noordflank van het
NAVO-verdragsgebied en zijn van belang voor het verdedigen van zowel het nationale
als bondgenootschappelijk grondgebied en het veiligstellen van vitale aanvoerlijnen.
Nederland levert een belangrijke bijdrage aan de verdediging van dit grondgebied door
het verlenen van Host Nation Support in NAVO-verband, waarbij militaire eenheden en materialen van bondgenoten via Nederlandse
havens ontvangen worden. Naast veilige scheepvaart en de nodige afstanden tot functies
op zee, en de bescherming van infrastructuur omvat veiligheid op de Noordzee ook de
openbare orde, strafrechtelijke handhaving, maritieme veiligheid en beveiliging, inclusief
cyber security, crisisbeheersing en rampenbestrijding en grensbewaking die door (veelal
handhavende) organisaties geheel of gedeeltelijk binnen het Kustwachtsamenwerkingsverband
worden verricht. Het kabinet werkt aan verbeterde beeldopbouw en aan juridische, civiele
en defensie- handelingsopties om in maritieme veiligheidssituaties, incidenten of
dreigingen in te kunnen grijpen. Voor het ruimen van explosieven doet Nederland, ook
in internationaal verband, onderzoek naar alternatieve technologie om met minder impact
op gevoelige mariene diersoorten gevaarlijke historische munitie onschadelijk te maken
en veilig gebruik van de zee daarmee zeker te stellen.
Het Nederlandse oceaan- en zeebeleid is kennis-gedreven, gestoeld op de aanpak van
vervuiling vanaf de bron tot de zee, het voorzorgsbeginsel en een ecosysteembenadering.
Data, informatie, wetenschap en ruimtelijk-ecologische en economische modellering
ondersteunen het beleid omtrent oceaan en Noordzee.
De essentie van het Nederlands beleid op het gebied van duurzaam oceaanbeheer is vastgelegd
in de notitie «Toekomstbestendige Oceanen» uit 2017.12 Sindsdien is het oceaanbeleid van Nederland onder andere aangevuld met het kabinetsstandpunt
diepzeemijnbouw,13 met de implementatie van het Kunming-Montréal Global Biodiversity Framework (CBD) en werkt Nederland sinds de ondertekening van de BBNJ-overeenkomst in september
2023 aan de nationale wetgeving ter uitvoering van de overeenkomst en ter voorbereiding
op de aanvaarding daarvan voor het gehele Koninkrijk. Zoals aangegeven in de Kamerbrief
inzake het kabinetsstandpunt diepzeemijnbouw14 staat het voor Nederland voorop dat diepzeemijnbouw alleen zou mogen plaatsvinden
indien aantoonbaar strikt binnen de draagkracht van het mariene ecosysteem, verankerd
in sterke internationale regels met strikte milieuvoorwaarden en effectief toezicht
op naleving daarvan. Het kabinet is van mening dat de wetenschappelijke kennis met
betrekking tot de effecten van diepzeemijnbouwactiviteit op dit moment niet toereikend
is om de stap van exploratie naar exploitatie te maken.
b) Beoordeling + inzet ten aanzien van dit voorstel
Het kabinet staat in algemene zin positief tegenover het voorstel. Zonder impact assessment
voor het geheel en voor de aangekondigde acties en voornemens afzonderlijk is integrale
effect-beoordeling op voorhand niet mogelijk. Daarbij wil het kabinet de volgende
voor Nederland positieve elementen uit het voorstel kort expliciet noemen: de aandacht
voor regionale samenwerking en oplossingen; voedsel uit zee; nultolerantie voor illegale
visserij; de strategische benadering van visserij-akkoorden met derde landen; de energietransitie
met daarbij de rol van windenergie op zee; de vereenvoudiging van de KRM, het verminderen
van administratieve lasten rond rapportage en datamanagement en de coherentie tussen
uitvoering van de VHR, NHV en KRM; en de inzet op het VN-Plasticsverdrag. Het kabinet
waardeert de nadruk op het voorzorgsbeginsel, met name in relatie tot opkomende technologieën
zoals mariene geo-engineering. Hierna wordt ingegaan op voornemens met specifieke
aandachtspunten.
Het kabinet steunt de actie om de Richtlijn voor Maritieme Ruimtelijke Planning voor
2027 te evalueren en mogelijk aan te passen. Het kabinet zet er op in dat het MRP
wetstraject in samenhang wordt gedaan met de herziening van de KRM: dit ondersteunt
de samenhangende uitvoering zoals door Nederland geïmplementeerd in het PNZ, ondersteunt
de internationale samenwerking zoals Nederland die nastreeft in het GNSBI. Dat de
MRP-richtlijn na herziening als uitgangspunt voor een Oceaanwet dient, daarover is
het kabinet in algemene zin positief.
Het kabinet had meer actie verwacht ter ondersteuning van het GNSBI, en gaat daarover
met de Commissie in gesprek. Bijvoorbeeld over een gezamenlijk assistentiemechanisme
met de initiatieven in de Oost- en Atlantische zee. Met de GNSBI-landen start het
kabinet een gesprek over een gecoördineerd standpunt over de MRP-richtlijn en meer
stroomlijning en coördinatie van EU-projecten, financiering en programma’s die van
nut zijn voor de grote Noordzee.
Het kabinet heeft in september 2024 een standpunt ingenomen15 over de evaluatie en mogelijke herziening van het GVB, die snel nodig is om invulling
te geven aan een toekomstbestendige visserij. Het kabinet verwelkomt maatregelen op
het gebied van decarbonisatie en modernisering van de vloot, de strategie voor onderzoek
en innovatie, een initiatief voor duurzame aquacultuur en zeewierkweek en het verduurzamen
van de importen. Het kabinet wil dat het Europees Fonds voor Maritieme Zaken, Visserij
en Aquacultuur (EMVAF) wordt uitgebreid, zodat investeringen in nieuwbouw of in schonere
motoren ook mogelijk is voor vaartuigen groter dan 24 meter.
Bij de actie om de uitdagingen rond «goedkoop vlaggen»16 in de visserij te adresseren, is het nog niet duidelijk wat de beoogde intensivering
van de inspanningen precies inhoudt. Het kabinet verwacht dat een intensiever toezicht-
en handhavingsbeleid door de Commissie zal leiden tot extra druk. Als de Commissie
haar betrokkenheid bij de (internationale) coördinatie en het faciliteren van realisatie
van vergrote transparantie over de eigendomsketen in de visserijsector wil intensiveren,
staat het kabinet daar positief tegenover.
Het kabinet kijkt uit naar de door de Commissie aangekondigde strategieën voor havens,
inclusief secundaire havens met een duidelijke functie voor nationale veiligheid,
offshore logistiek en duurzame energie. Dat geldt ook voor andere acties en strategieën
die de Commissie aankondigt voor de maritieme maakindustrie. Het kabinet is het eens
met de Commissie dat er naast beprijzen en normeren ook ondersteuning nodig is voor
de verduurzaming van de maritieme sector: dit sluit aan bij het Nederlandse maritieme
masterplan en de bijdrage uit het klimaatfonds.
Oceaanobservatie levert de kritische data over ecologie, voor weersverwachting, klimaatadaptatie,
zeespiegelstijging, maritieme sectoren en in toenemende mate ook defensie en veiligheid.
Hiervoor is Europa nu afhankelijk van internationale partners die zich in de huidige
geopolitieke context terugtrekken uit belangrijke kennis- en observatieprogramma’s,
waardoor datasets in gevaar komen. Het kabinet steunt het streven naar Europees leiderschap
op het gebied van oceaanobservatie en datamanagement met Horizon Europe middelen. Nederlandse onderzoeksinstituten kunnen hieraan bijdragen en van profiteren.
In bijzonder voor maritieme veiligheid en beveiliging is het verzamelen en delen van
data van belang voor een algemeen en near real time beeld van activiteiten op de EU-wateren. Sensoren, drones en handhavingsschepen van
de Kustwacht dragen daaraan bij. Het kabinet is van mening dat een maritiem mechanisme
kan helpen, waarbij EU-lidstaten op verzoek elkaar assisteren in elkaars territoriale
wateren en exclusief economische zone. Een goede Europese juridische basis is relevant
voor het delen van informatie tussen de verschillende betrokken (opsporings)diensten.
Nederland vindt het belangrijk dat het Verenigd Koninkrijk opnieuw aansluit bij CISE,
en dat het juridisch raamwerk voor CISE wordt versterkt. In april 2025 is de Kamer
geïnformeerd over het kabinetsstandpunt over het EU-actieplan voor beveiliging zeekabel
infrastructuur.17
Door geopolitieke ontwikkelingen staat het VN-Zeerechtverdrag de laatste jaren meer
onder druk, terwijl Nederland een bijzonder belang heeft bij het internationaal zeerecht
en internationale afspraken over het beheer van de oceaan. De BBNJ-overeenkomst en
de Conventie voor Biodiversiteit (CBD) zullen in het beheer van de oceaan een belangrijke
rol gaan vervullen, ook door het versterken van de samenwerking tussen organisaties
met mandaten op de oceaan. Het kabinet benadrukt hierbij dat veel aspecten van oceaanbeheer
vallen onder de gedeelde bevoegdheden van de EU en haar lidstaten. De uitvoering van
het Oceaanpact mag niet leiden tot een verschuiving in de bevoegdheidsverdeling; Nederland
dient bevoegd te blijven om in internationale fora op te treden.18 In het Oceaanpact stelt de Commissie de BBNJ-Richtlijn te gebruiken om naleving van
de overeenkomst te realiseren. Het kabinet zal vragen of de Commissie kan verduidelijken
naar wie dat streven is gericht: de EU-lidstaten of de EU.
De oproep van de Commissie aan de Raad om een voorzorgspauze op diepzeemijnbouw te
steunen, verdient apart aandacht. In 2021 heeft een overgrote meerderheid van de EU-lidstaten,
waaronder Nederland, zich uitgesproken tegen een voorstel van de Commissie voor een
Raadsbesluit tot EU-standpuntbepaling over diepzeemijnbouw. Het bepalen van een standpunt
ten aanzien van diepzeemijnbouw is daarmee een nationale competentie en EU-lidstaten
kunnen zelfstandig positie innemen in de Internationale Zeebodemautoriteit. Voor het
kabinet zijn er geen ontwikkelingen die aanleiding geven dit punt te heroverwegen.
c) Eerste inschatting van krachtenveld
De lidstaten hebben zich op 26 maart 2025 in een informele ministeriële bijeenkomst
in Brussel in grote meerderheid positief uitgesproken over een EU Oceaanpact. Op 20 maart
2025 verwelkomde De Europese Raad het voornemen voor een EU Oceaanpact en onderstreepte
in haar conclusies het strategische belang van de oceanen, zeeën, waterweerbaarheid
en de blauwe economie.19 Op onderdelen en bij uitwerking van het Oceaanpact zullen lidstaten mogelijk een
andere kijk hebben, bijvoorbeeld over de financiering en het voorstel voor een EU-Oceaanwet
op basis van een herziene Maritieme Ruimtelijke Planning (MRP) Richtlijn. Het is de
verwachting dat een aantal lidstaten zich zal uitspreken over het respecteren van
de bestaande bevoegdheidsverdeling tussen de EU en de EU-lidstaten.
In het Europees Parlement (hierna: EP) vond op 3 april 2025 een plenair debat over
het Europese Oceaanpact plaats. Er is geen EP-resolutie rond het Oceaanpact aangenomen.
Er is een gedeeld beeld dat de belangen van de Europese vissers en het gezonde mariene
milieu centraal moeten staan. De EP Intergroep voor zeeën, rivieren en kustgebieden
(Searica) pleit voor wetgevende actie van het Oceaanpact. De Europarlementariërs van
de Searica intergroep zullen het wetgevende initiatief naar verwachting waarderen,
vooral als dat een gezamenlijke aanpassing van de KRM en de MRP-richtlijnen wordt.
4. Grondhouding ten aanzien van bevoegdheid, subsidiariteit, proportionaliteit, financiële
gevolgen en gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
a) Bevoegdheid
De grondhouding van het kabinet is positief ten aanzien van de bevoegdheid. De mededeling
heeft betrekking op onder meer visserij, milieu, energie, transport, veiligheid, onderzoek
en, technologische ontwikkeling. De instandhouding van de biologische rijkdommen van
de zee in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid is een exclusieve bevoegdheid
van de EU op grond artikel 3, eerste lid, onderdeel d, van het Verdrag betreffende
de Werking van de Europese Unie (VWEU). Op het terrein van milieu, energie en transport,
is sprake van een gedeelde bevoegdheid tussen de EU en de lidstaten (artikel 4, tweede
lid, onderdelen d, e, g, h en i, VWEU). Op het terrein van onderzoek en technologische
ontwikkeling is sprake van een parallelle bevoegdheid tussen de Eu en de lidstaten
(artikel 4, derde lid, VWEU). Op grond van artikel 4, tweede lid, Verdrag betreffende
de Europese Unie (VEU) dient de EU de essentiële staatsfuncties, zoals de bescherming
van de nationale veiligheid, te eerbiedigen. Bij concretisering van de verschillende
acties die de Commissie voorstelt, zal per keer een nadere analyse van de bevoegdheidsvraag
aan de orde zijn.
b) Subsidiariteit
Voor de onderwerpen die vallen onder de gedeelde bevoegdheid is de grondhouding van
het kabinet positief. Het voorstel heeft tot doel om bij te dragen aan een samenhangende
en grensoverschrijdende aanpak van oceaan- en zeebeleid, waaronder milieu, energie,
transport en onderzoek. Gezien de schaal, verwevenheid en grensoverschrijdende aard
van de problematiek kan dit onvoldoende door de lidstaten op centraal, regionaal of
lokaal niveau worden verwezenlijkt, daarom is een EU-aanpak wel nodig. Door versterkte
samenwerking en afstemming tussen lidstaten, onder meer via gezamenlijke programma’s,
wordt grensoverschrijdende coherentie in beleid en ruimtegebruik bevorderd, en kunnen
gezamenlijke uitdagingen effectiever worden aangepakt. Om die redenen is optreden
op het niveau van de EU gerechtvaardigd. Op het gebied van de instandhouding van de
biologische rijkdommen van de zee in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid
is de subsidiariteit niet van toepassing, gegeven de exclusieve bevoegdheid van de
EU.
c) Proportionaliteit
De grondhouding van het kabinet is positief. Het voorstel heeft tot doel om bij te
dragen aan een samenhangende en grensoverschrijdende aanpak van oceaan- en zeebeleid,
zoals bescherming van het mariene milieu en natuur, bevordering van de energietransitie,
vergroening van havens en scheepvaart, aquacultuur, kustontwikkeling en monitoring
en onderzoek. Het voorgestelde optreden is geschikt om deze doelstellingen te bereiken,
omdat de Commissie in het voorstel een strategie uitdraagt met beleidsinitiatieven
en nieuwe acties met aandacht voor regionale en internationale samenwerking en oplossingen.
Daarbij gaat het voorgestelde optreden niet verder dan noodzakelijk, omdat zee- en
oceaanbeleid per definitie internationaal is en Nederland afhankelijk is van samenwerking
met buurlanden, EU en internationale verdragen om de eigen nationale doelstellingen
te bereiken op de hierboven genoemde doelstellingen. Het pact werkt hiermee complementair
aan bestaand Nederlands beleid ten aanzien van de genoemde thema’s. Wanneer concrete
nieuwe maatregelen in het kader van dit voorstel worden voorgesteld door de Commissie
zullen deze maatregelen per geval op de proportionaliteit worden beoordeeld.
d) Financiële gevolgen
Het voorstel zelf heeft geen directe financiële consequenties. Tegelijkertijd worden
een aantal nieuwe voorstellen, acties, plannen en strategieën aangekondigd. Het kabinet
is van mening dat eventueel benodigde EU-middelen gevonden dienen te worden binnen
de in de Raad afgesproken financiële kaders van de EU-begroting 2021–2027 voor zover
deze voorstellen uitkomen voor het volgende Meerjarig Financieel Kader (MFK) is vastgesteld,
en dat deze moeten passen bij een prudente ontwikkeling van de jaarbegroting. Het
kabinet wil niet vooruitlopen op de integrale afweging van middelen na 2027. (Eventuele)
budgettaire gevolgen worden ingepast op de begroting van het/de beleidsverantwoordelijk(e))
departement(en), conform de regels van de budgetdiscipline.
e) Gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
Het voorstel bevat geen wetgevingsmaatregelen en heeft daarom geen rechtstreekse impact
op de regeldruk voor bedrijven, burgers en de overheid. Bij de uitwerking in de komende
jaren komen wel wetgevende trajecten aan bod. Voor de verdere uitwerking van de acties
vraagt het kabinet aan de Commissie om een impact-assessment uit te voeren bij de
voorstellen, zodat eventuele regeldrukgevolgen in kaart kunnen worden gebracht.
Het voorstel heeft als doel om de concurrentiekracht te versterken. Het beschermen
en herstellen van de gezondheid van de oceaan en zee is onderdeel daarvan. Het kabinet
kan niet inschatten of dit een direct gevolg zal zijn van dit voorstel. Daarvoor zijn
de acties en voornemens onvoldoende concreet of verankerd in maatregelen. De investeringen
en plannen in de blauwe economie via het EIB-instrumentarium en via Europees gefinancierd
onderzoek hebben wel de potentie om positief uit te werken op de concurrentiekracht
van de EU en haar lidstaten, mits voldoende richtinggevend en gediversifieerd. In
zijn algemeenheid is de inzet om via innovatie de duurzame blauwe economie verder
te helpen en zo de druk op het mariene ecosysteem te verlagen en tegelijkertijd de
concurrentiekracht van duurzame en innovatieve sectoren te vergroten. Ook voor de
beoordeling van effecten op concurrentiekracht zijn impact assessments belangrijk
voor goede oordeelsvorming.
Oceanen zijn van groot geopolitiek, economisch en natuur belang. Zeeroutes en maritieme
knooppunten zijn de slagaders van de wereldeconomie. Een vrije, veilige en stabiele
maritieme omgeving is van strategisch belang voor de EU en voor Nederland als handelsland.
Territoriale conflicten en militaire activiteiten kunnen spanningen doen toenemen.
Daarnaast herbergen oceanen waardevolle grondstoffen, waaronder zeldzame metalen.
Een groeiende vraag naar kritieke grondstoffen wereldwijd veroorzaakt concurrentie
om grondstoffen uit de oceaanbodem en toegang tot zee- en handelsroutes te verkrijgen.
Tegelijkertijd worden sectoren als maritieme infrastructuur en hernieuwbare energie
steeds belangrijker in het huidige geopolitieke en geo-economische landschap.
De vrijheid van navigatie en het gebruik van maritieme handelsroutes worden bedreigd
door de toenemende complexiteit van maritieme veiligheidsuitdagingen. Bovendien is
het maritieme domein ook van belang vanuit het oogpunt van militaire aanvoerroutes
en de verdediging van eigen en bondgenootschappelijk grondgebied. De volle zee leent
zich vanwege de beperkte toezicht-mogelijkheden ook voor illegale activiteiten als
piraterij en smokkel van mensen en van illegale waar, omdat effectieve grensbewaking
op zee een uitdaging is en blijft. Daarbij komt de noodzaak om vitale infrastructuur
op de zeebodem, zoals elektriciteit- en internetkabels, te beschermen. Hybride activiteiten,
waarbij staten en niet-statelijke actoren gebruikmaken van een combinatie van conventionele
en onconventionele middelen om hun doelen te bereiken, zijn een groeiende bedreiging
voor de maritieme veiligheid. Gedrag op zee heeft dus geopolitieke aspecten en kan
in potentie zelfs leiden tot conflicten. Het maken en beschermen van goede afspraken
over het gebruik van het maritieme domein en over maritieme grenzen dient daarom de
Nederlandse veiligheidsbelangen.
In aanvulling op de hiervoor vermelde zaken, is het kabinet van mening dat samenwerking
op basis van wederzijdse belangen met landen in Azië en Oceanië steeds belangrijker
wordt. Nederland en de EU kunnen zich meer dan ooit bewijzen als betrouwbare partner
voor de Indo-Pacific.20 Vooral op het gebied van veiligheid, welvaart en het beschermen van vrije doorvaart.
Voor Afrika wijst het kabinet op de Nederlandse Afrika Strategie 2022–2032.21
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
C.C.J. Veldkamp, minister van Buitenlandse Zaken