Brief regering : Voortgang inburgering
32 824 Integratiebeleid
Nr. 457
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 9 juli 2025
De Wet inburgering 2021 (Wi2021) is vanaf 1 januari 2022 van kracht. Drie jaar na
de inwerkingtreding is de uitvoering op stoom en stromen de eerste mensen uit. Zij
hebben de Nederlandse taal leren spreken en kennis opgedaan over de Nederlandse samenleving.
Zo zijn zij in staat gesteld om mee te doen, bijvoorbeeld door betaald werk. Dit is
een belangrijke mijlpaal.
Sinds 19 juni jl. ben ik verantwoordelijk voor inburgeringsbeleid. Ik vind het belangrijk
dat nieuwkomers zo snel mogelijk de Nederlandse taal en cultuur leren en meedoen in
de maatschappij. Ik hecht er daarnaast aan dat inburgeraars die zelfredzaam zijn gefaciliteerd
worden en inburgeraars die minder zelfredzaam zijn ondersteuning krijgen. Maar dan
vind ik ook dat van inburgeringsplichtigen verwacht mag worden dat zij zich actief
inzetten om de taal te leren en werk te vinden.
Tegelijkertijd staat inburgeringsbeleid niet op zich. Zo heeft de hoge instroom van
asielzoekers sinds 2022 geleid tot uitdagingen in de uitvoering. Ook de aangekondigde
asiel- en huisvestingsmaatregelen kunnen een forse impact hebben op de uitvoering
van het inburgeringsstelsel en het stelsel zelf. De afgelopen periode is daarom veelvuldig
met gemeenten en ketenpartners gesproken om de impact van de voorgenomen maatregelen
in beeld te krijgen en eventuele oplossingsrichtingen in kaart te brengen. De daadwerkelijke
impact op het inburgeringsstelsel hangt af van de wijze waarop het flankerend beleid
voor deze maatregelen wordt vormgegeven. En als laatste heeft een recent arrest van
het Hof van Justitie van de Europese Unie1 gevolgen voor het inburgeringstelsel. Het Hof spreekt zich in dit arrest uit over
de terugbetaling van de sociale lening voor asielstatushouders onder de vorige wet.
Ook wordt in dit arrest ingegaan op de boetes onder de Wi2013 en Wi2021. Voor de exacte
duiding van het arrest van het Hof wacht ik de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak
van de Raad van State in de onderhavige zaak af. Ik hecht eraan dat inburgeringsplichtigen
de inburgering voltooien en ga me hard maken voor (aanvullende) prikkels die bijdragen
aan dat doel. Inburgeren is niet vrijblijvend.
In deze brief informeer ik u over de actuele stand van zaken rondom de uitvoering
van de Wi2021.2 Na het zomerreces zal ik u nader informeren over mijn inzet op het inburgeringsbeleid.
Hierin zal ik ook ingaan op een aantal onlangs aangenomen moties.
Leeswijzer
In deze voortgangsbrief inburgering informeer ik u over de volgende onderwerpen:
1. Voortgang Wi2021 en Wi2013
2. Tussenevaluatie Wi2021
3. Herstelactie gezinsmigranten met Turkse nationaliteit
4. Flexibel inburgeringsonderwijs
5. Motie van het lid Ceder
1. Voortgang Wi2021 en Wi2013
Uit informatie van DUO blijkt dat er sinds de inwerkingtreding van de Wi2021 op 1 januari
2022 tot 1 juni jl. in totaal 111.639 personen inburgeringsplichtig zijn geworden
op basis van deze wet. Sindsdien zijn er ook personen uitgestroomd, waardoor er op
1 juni jl. nog 100.929 inburgeringsplichtige personen waren. Het aandeel uitstroom
is het grootste in (het oudste) cohort 20223, namelijk: 20%. Dit is het eerste cohort met inburgeringsplichtigen waarvan de inburgeringstermijn
in 2025 zou kunnen verlopen. Op 1 juni jl. bevatte dit cohort 20.939 personen die
inburgeringsplichtig waren.
Wanneer de (totale) in- en uitstroomcijfers worden uitgesplitst naar doelgroep, ziet
dit er als volgt uit:
Instroom
Uitstroom
Nog inburgeringsplichtig
Asielstatushouder
72.682
5269 (7%)
67.413
Gezinsmigranten
35.828
4561 (13%)
31.267
Overige migranten
3.129
880 (28%)
2.249
Totaal
111.639
10.710 (10%)
100.929
Van de 10.710 personen die op 1 juni jl. waren uitgestroomd hadden 3.570 personen
(33%) voldaan aan de inburgeringsplicht. Dit betekent dat zij niet alleen één van
de drie leerroutes, maar ook het Participatieverklaringstraject én (indien van toepassing)
de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) succesvol hadden afgerond. Andere personen
waren uitgestroomd omdat zij (al dan niet tijdelijk) van de inburgeringsplicht waren
vrijgesteld (41%), ontheven (2%) of omdat de inburgeringsplicht was komen te vervallen
(24%), bijvoorbeeld omdat hun verblijfsvergunning was ingetrokken.
Van alle 100.929 personen die op 1 juni jl. nog inburgeringsplichtig waren, had 73%
een persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP). Het aandeel inburgeringsplichtigen
met een PIP is dus nog iets gestegen ten opzichte van de laatste keer dat uw Kamer
hierover werd geïnformeerd in de Uitvoeringsbrief van juni 20244 (63%). Ik ben blij met deze stijging. Ik vind het belangrijk dat nieuwkomers snel
starten met hun inburgering.
De verdeling over de leerroutes van de personen die op 1 juni jl. nog inburgeringsplichtig
waren zag er op 1 juni jl. als volgt uit:
Asielstatushouders
Gezinsmigranten
Overige migranten
Totaal
B1-route
27.485 (57%)
22.197 (93%)
1.232 (86%)
50.914
Onderwijsroute
5.477 (11%)
72 (0%)
5 (0%)
5.554
Z-route
15.208 (32%)
1.627 (7%)
194 (14%)
17.029
Bij 37.232 (77%) van de inburgeringsplichtige asielstatushouders met een PIP was op
1 juni jl. een inburgeringsaanbod geregistreerd. Ook dit aandeel is iets gestegen
sinds vorig jaar (65%).
Het CBS heeft daarnaast 23 juni jl. op basis van de Statistiek Wet inburgering de
Jaarrapportage5 en het dashboard6 over het jaar 2024 gepubliceerd. Deze statistiek heeft het CBS in opdracht van het
Ministerie van SZW ingericht en bevat kwantitatieve gegevens op het niveau van individuele
inburgeraars. Gemeenten, DUO, COA, Nuffic en SBB leveren hiervoor periodiek gegevens
aan bij het CBS, waar vervolgens jaarlijks over wordt gerapporteerd. Het rapport en
dashboard bevatten onder meer informatie over de samenstelling van de populatie inburgeraars,
de deelname aan voorinburgering, de voortgang bij de brede intake en de PIP, de verdeling
over de leerroutes en de timing van het Participatieverklaringstraject (PVT) en de
Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP). Ook wordt de mate waarin inburgeringsplichtigen
al hebben voldaan aan de inburgeringsplicht in beeld gebracht, evenals de arbeidsparticipatie
en onderwijsdeelname van inburgeraars. Als onderdeel van de uitkomsten van de tussenevaluatie
van de Wi2021, die eind dit jaar wordt verwacht, geven deze cijfers een goed eerste
beeld van de werking van de Wi2021. Naar aanleiding van de uitkomsten van deze tussenevaluatie
zal ik uw Kamer een uitgebreide beleidsreactie sturen.
Wi2013
Ook zijn er nog altijd personen inburgeringsplichtig op grond van de Wet inburgering
2013 (Wi2013). In totaal is door DUO in de jaren 2013 t/m 1 juni 2025 aan 197.574
personen de inburgeringsplicht op grond van de Wi2013 opgelegd. Daarvan:
– hadden 123.343 (63%) personen voldaan aan de inburgeringsplicht;
– waren 42.330 (21%) personen ontheven van de inburgeringsplicht;
– waren 6.361 (3%) personen vrijgesteld van de inburgeringsplicht;
– was in 12.392 (6%) gevallen de inburgeringsplicht komen te vervallen.
Dat betekent dat er in totaal nog 13.148 (7%) personen inburgeringsplichtig zijn onder
de Wi2013. Dit aantal is aanzienlijk gedaald ten opzichte van de vorige Uitvoeringsbrief,
toen er nog 32.716 (17%) inburgeringsplichtigen waren op grond van de Wi2013.
2. Tussenevaluatie Wi2021
Eind 2025 stuur ik de tussenevaluatie van de Wi2021 naar uw Kamer. Een belangrijk
moment, want dit onderzoek geeft een eerste inzicht in de werking, doeltreffendheid
en doelmatigheid van de wet. In de tussenevaluatie worden alle onderzoeken over de
Wi2021 meegenomen die tot halverwege dit jaar zijn uitgevoerd. In dit kader zijn recent
dan ook meerdere onderzoeken uitgevoerd, die ik als bijlage bij deze brief heb gevoegd:
• De derde rapportage in het kader van het Onderzoek perspectief inburgeraars van Regioplan,
OpenEmbassy en BMC. Hierin wordt verslag gedaan van een online enquête onder inburgeraars,
met een respons van ruim 5.100, aangevuld met kwalitatief onderzoek. Deze rapportage
gaat uitgebreid in op onder meer de ervaringen van inburgeraars met maatschappelijke
begeleiding, de leerroutes en de begeleiding door gemeenten. Uit het onderzoek blijkt
dat inburgeraars over het algemeen positief zijn over de Wi2021. Opvallend is de grote
diversiteit in ervaringen van inburgeraars, waarbij o.a. een duidelijk verschil blijkt
in de ervaringen van asielstatushouders en gezinsmigranten.
• De vierde meting van de Marktmonitor, uitgevoerd door Significant. Met dit onderzoek
worden de belangrijkste ontwikkelingen op de inburgeringsmarkt gevolgd. Dit keer zijn
er enquêtes afgenomen bij gemeenten en taalaanbieders. De focus van deze vierde meting
lag op de mate waarin er een landelijk dekkend aanbod is voor alle onderdelen van
de inburgering, de ervaringen met maatwerk voor specifieke groepen inburgeraars en
de nieuwe aanbestedingen die gemeenten in 2025 en 2026 gaan uitzetten. Uit het onderzoek
blijkt dat gemeenten een vrijwel volledig dekkend aanbod hebben gerealiseerd voor
de asielstatushouders die onder de Wi2021 vallen en dat er voldoende aanbod is voor
de inburgeraars die dat zelf moeten inkopen, te weten inburgeraars onder de Wi2013
en Wi2021. Ook blijkt dat veel gemeenten in het komende jaar nieuwe aanbestedingen
voor het inburgeringsaanbod gaan starten. Op basis van de ervaringen die in de afgelopen
jaren zijn opgedaan, willen gemeenten en aanbieders in de nieuwe contracten duidelijkere
afspraken maken over de verdeling van risico’s en verantwoordelijkheden.
• Een onderzoek naar de werkzame elementen van de ondersteuning van asielzoekers en
asielstatushouders richting financiële zelfredzaamheid, uitgevoerd door het Verwey-Jonker
Instituut.
• Het onderzoeksrapport beschrijft wat er financieel op asielzoekers en statushouders
afkomt van de opvangfase tot en met huisvesting in de gemeente en welke kennis en
vaardigheden zij moeten opdoen om zich financieel te kunnen redden. Verder bevat het
rapport een praktische checklist voor COA, gemeenten en uitvoerders waarmee de ondersteuning
richting financiële zelfredzaamheid beter aangesloten kan worden op de situatie van
asielzoekers en statushouders.
Deze onderzoeken worden meegenomen in de tussenevaluatie. Een ander onderdeel van
de tussenevaluatie is een betaalbaarheidsonderzoek naar de financiering van gemeenten
om de inburgeringswet uit te voeren. Naast inzicht in de kosten van gemeenten om de
inburgeringswet uit te voeren en in hoeverre zij daarvoor voldoende financiële middelen
ontvangen, zal dit onderzoek ook perspectief bieden op de vraag welke financiële instrumenten
passend zijn voor de financiering van gemeenten.
Dit naar aanleiding van de kabinetsmaatregel om alle specifieke uitkeringen (SPUKS)
om te zetten naar een fondsuitkering. De SPUK-inburgering blijft voorlopig behouden
en voor de jaren 2026 en 2027 is de budgetkorting van 10% opgelost binnen de eigen
inburgeringsbegroting, zodat deze niet afgewenteld wordt op de uitvoering. In de afweging
of een ander instrument dan een specifieke uitkering beter passend is, worden de resultaten
van het betaalbaarheidsonderzoek meegenomen.
In de tussenevaluatie worden alle onderdelen van de inburgeringswet meegenomen. Hierdoor
krijg ik een goed beeld van wat er goed werkt en wat minder goed werkt in de inburgeringswet,
zodat ik gefundeerde aanpassingen in het inburgeringsbeleid kan aanbrengen. Op basis
van de uitkomsten van de tussenevaluatie die eind van dit jaar wordt opgeleverd, stuur
ik uw Kamer een uitgebreide beleidsreactie.
3. Herstelactie gezinsmigranten met Turkse nationaliteit
Met deze voortgangsbrief informeer ik uw Kamer over de uitspraak die de Afdeling bestuursrechtspraak
van de Raad van State op 4 september 2024 heeft gedaan in een zaak van een gezinsmigrant
met een Turkse nationaliteit die in combinatie met een machtiging tot voorlopig verblijf
(mvv) een verblijfsvergunning heeft verkregen en over de gevolgen hiervan voor de
uitvoeringspraktijk. De rechter heeft geoordeeld dat het beleid om de datum van het
ophalen van de verblijfspas in Nederland in 2022 onterecht gebruikt is om te bepalen
dat de betrokkene inburgeringsplichtig was onder de Wi2021. Volgens de Afdeling dient
de inburgeringsplicht afgeleid te worden van het moment dat de gezinsmigrant zijn
mvv in 2021 ophaalde van het Nederlandse consulaat in het buitenland. In 2021 waren
Turkse gezinsmigranten nog niet inburgeringsplichtig.
Uit een analyse blijkt dat circa 200 mvv-plichtige gezinsmigranten met een Turkse
nationaliteit vóór 2022 een mvv hebben ontvangen op een Nederlandse diplomatieke post
in het buitenland maar in 2022 hun verblijfsdocument in Nederland hebben afgehaald.
Naar analogie met de uitspraak zijn ook deze Turkse migranten onterecht inburgeringsplichtig.
Ik betreur deze gang van zaken en het eventuele ongemak dat dit voor betrokkenen met
zich meebrengt. DUO heeft de betrokkenen persoonlijk geïnformeerd over het feit dat
zij niet hoeven te voldoen aan de inburgeringsplicht en compensatie kunnen krijgen
van gemaakte kosten. Hierbij gaat het om kosten die aantoonbaar verband houden met
hun inburgering, zoals kosten voor taalles en examens.
De uitspraak houdt tevens in dat de kennisgeving inburgeringsplicht en inburgeringstermijn
van DUO een voor bezwaar vatbaar besluit is. De uitvoeringspraktijk is door DUO inmiddels
aangepast en de kennisgevingen zijn voorzien van een rechtsmiddelenclausule.
4. Flexibel inburgeringsonderwijs
De Wi2021 gaat uit van het combineren van het leren van de taal met participatie.
Ik vind participatie, en met name (betaald) werk, belangrijk voor de integratie van
nieuwkomers. Ik wil mij er daarom voor inzetten belemmeringen in de Wi2021 voor werk
zoveel als mogelijk weg te nemen. Flexibel taalonderwijs zie ik als een manier om
het combineren van de taal leren met werk te bevorderen.
Het gaat over taalaanbod dat op de persoonlijke- en werksituatie van de inburgeraar
is toegesneden, zoals avond, weekend en online onderwijs buiten werktijden. Onder
gemeenten is daarom een quickscan uitgevoerd, waaruit blijkt dat veel gemeenten met
hun taalaanbieders flexibel aanbod realiseren.
Om gemeenten hier verder in te ondersteunen is de handreiking Kwaliteit van taal van Divosa geactualiseerd. Deze biedt gemeenten handvatten om het inburgeringsonderwijs
flexibeler vorm te geven. Daarnaast is binnen de EU-subsidie AMIF-Integratie 2021–2027
ruimte gecreëerd voor innovatieve projecten. Partijen mogen binnen deze subsidie met
online-inburgeringsonderwijs afwijken van de bestaande normen van Blik op Werk. Dit
stimuleert vernieuwing en maatwerk in het lesaanbod.
Ik wil mij actief inzetten voor het combineren van taalverwerving en werk en eventuele
knelpunten hieromtrent wegnemen. De komende periode onderzoek ik of aanvullende aanpassingen
in wet- en regelgeving nodig zijn om dit verder te ondersteunen.
5. Motie van het lid Ceder
Op 25 november 2024 is er een motie7 aangenomen van lid Ceder (ChristenUnie) waarin de regering wordt verzocht om bij
het borgen van de kennis en expertise van Maatschappelijke diensttijd (MDT) trajecten
specifiek in te gaan op de manier waarop vrijwillige maatschappelijke inzet kan worden
ingezet om integratie en inburgering te bevorderen.
Van 1 april 2024 tot en met 1 april 2025 heeft een pilot plaatsgevonden waarbij de
Meedoenbalies van vier azc’s zich hebben ingezet om jonge azc-bewoners te informeren
over lokale MDT-trajecten en hen actief naar deze trajecten door te verwijzen. Deze
pilot was een samenwerking met het programma MDT van het Ministerie van OCW en Vereniging
Nederlandse Organisaties Vrijwilligerswerk (NOV). Uit de evaluatie blijkt dat de pilot
van meerwaarde is voor de integratie van nieuwkomers in het azc.
Er is positief effect op taalvaardigheid, sociale netwerken, zelfvertrouwen en toekomstperspectief.
Er is een handreiking8 beschikbaar gesteld ten behoeve van de Meedoenbalies en de regiofacilitatoren van
MDT waarin de geleerde lessen worden gedeeld, verspreid en toegepast. Hiermee is invulling
gegeven aan deze motie.
Tot slot
Het afgelopen jaar heb ik mij als Staatssecretaris Participatie & Integratie er hard
voor gemaakt dat nieuwkomers snel integreren en meedoen via werk en taal. Ik hecht
eraan deze lijn ook door te trekken in het inburgeringsbeleid. Ik wil mij inzetten
voor een effectief en activerend inburgeringsstelsel, waarmee een goede start wordt
geboden aan inburgeringsplichtigen. Zo worden zij toegerust om een bijdrage te leveren
aan de Nederlandse samenleving. Want zonder goede inburgering, geen goede integratie.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.N.J. Nobel
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.N.J. Nobel, staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid