Brief regering : Joint Letter of Intent AnQore
29 826 Industriebeleid
32 813
Kabinetsaanpak Klimaatbeleid
31 239
Stimulering duurzame energieproductie
Nr. 262
BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI EN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR
EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 9 juli 2025
Met de maatwerkaanpak verduurzaming industrie wil het kabinet de grootste industriële
uitstoters die ambitieuze plannen hebben, faciliteren om te verduurzamen in Nederland.
In dat kader informeren de Minister van Klimaat en Groene Groei en de Staatssecretaris
van Infrastructuur en Waterstaat u, conform het gefaseerde proces van de matwerkafspraak,
over de Joint Letter of Intent (JLoI) die op 8 juli jl. met AnQore en de Provincie
Limburg is getekend.1 Een JLoI is voor alle betrokken partijen een belangrijke tussenstap op weg naar een
bindende maatwerkafspraak.
U treft de JLoI bijgevoegd bij deze brief. Dit is de derde JLoI die is gesloten met
een maatwerkbedrijf, na Nobian2 en Cosun3. Deze bedrijven hebben in hun JLoI ook bevestigd versneld toe te werken naar verduurzaming
van hun productie-processen. Met deze mogelijke financiële ondersteuning vanuit maatwerk,
geeft het kabinet uitvoering aan de motie van het lid Thijssen4 die oproept maatwerk-bedrijven die een Klimaatplan hebben in lijn met het Parijsakkoord
(indien nodig) financieel tegemoet te komen.
Ambitie JLoI
Het maatwerktraject met AnQore op Chemelot is gericht op één verduurzamingsproject.
Het gaat om de bouw van een nieuwe Thermal Oxidizer (TO). Deze nieuwe ketel zal de
lachgasemissie van AnQore grotendeels reduceren. Hierdoor kan AnQore haar jaarlijkse
emissie per 2029 met 68% (minimaal 365 kton CO2 eq.) reduceren ten opzichte van het jaar 2020. Daarnaast levert het project positieve
bijdragen op het gebied van de leefomgeving. Zo wordt de emissie van stikstof (NOx) gereduceerd met minimaal 50% (100 ton) in 2030 ten opzichte van 2020. Ook worden
Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) extra gereduceerd, is er 17% (100.000 m3 per jaar) verminderd zoetwatergebruik en 25% (4 mln m3) minder gasverbruik. De realisatie van het project is dus een belangrijke investering
in de kwaliteit van de leefomgeving en gezondheid van omwonenden rondom Chemelot,
wat bij hen een zorgpunt is. Tot slot draagt het project bij aan de versterking van
het sterk geïntegreerde cluster Chemelot, waar AnQore één van de grotere spelers is.
Met ondersteuning vanuit de maatwerkaanpak kan dit project met 11 jaar worden versneld,
van 2040 naar 2029. Afgezet tegen het reductiepad van de Nederlandse CO2-heffing in 2030, levert dit project met 365 kton CO2 eq. reductie een additionele reductie van 101 kton per 2029.
Dit project is dus positief voor zowel het klimaat, omwonenden als de industrie.
Planning en inspanningen van partijen
Met de ondertekening van de JLoI gaan het Rijk, AnQore en de Provincie Limburg inspanningen
aan om bovengenoemde ambities uit te werken tot een bindende maatwerkafspraak in september
2025.
De inspanningen van AnQore betreffen onder andere het verder uitvoering geven aan
het project, de financiering rondkrijgen van het project met een totaal investeringsbedrag
van 122 mln euro en het aanvragen van de benodigde vergunningen.
De Staat zal zich inspannen om de lachgasemissie bij productie van acrylonitril –
waaronder die van AnQore – onder het EU-ETS te brengen. Daarnaast spant de Staat zich
in om financiële steun voor de onrendabele top (maximaal 46 mln euro) mogelijk te
maken en – binnen haar bevoegdheden – bij te dragen aan een zo soepel mogelijk vergunningstraject.
Voor de tijdige toekenning van de benodigde middelen worden bij Miljoenennota middelen
overgeheveld uit het Klimaatfonds ten behoeve van AnQore. Mocht blijken dat de middelen
eerder nodig zijn, dan zullen deze worden opgevraagd met een Incidentele Supplementaire
Begroting (ISB).
Tot slot spant de Provincie Limburg zich in voor een tijdige afronding van de vergunningstrajecten
en onderzoekt zij een mogelijke rol in de financiering.
Adviescommissie Maatwerkafspraken Verduurzaming Industrie
Om de kwaliteit van de voorgenomen maatwerkafspraken te borgen, is de onafhankelijke
adviescommissie maatwerkafspraken verduurzaming industrie (AMVI) ingesteld5. Hiermee is invulling gegeven aan de wens van de Kamer om de maatwerkafspraken te
laten toetsen op onder andere haalbaarheid, doelmatigheid en ambitieniveau. De AMVI
adviseert over een concept JLoI. Dit is het moment dat de beoogde maatwerkaanpak voldoende
gedetailleerd is uitgewerkt, maar er tegelijkertijd nog ruimte is om de overwegingen
van de AMVI mee te nemen in de uitwerking van de definitieve JLoI en/of bindende maatwerkafspraak.
Op 8 mei jl. is de concept JLoI met AnQore voorgelegd aan de AMVI. De AMVI heeft ten
behoeve van de advisering relevante achtergronddocumentatie ontvangen, zoals de vertrouwelijke
business case. De AMVI is bij AnQore op werkbezoek geweest en heeft vervolgens meerdere
gesprekken gevoerd met de teams van AnQore, de Rijksoverheid en de Provincie. Op 23 juni
jl. heeft de AMVI haar advies aangeboden, welke als bijlage bij deze brief is gevoegd.
Het advies van de AMVI
De AMVI adviseert positief over de JLoI en hoopt met haar advies bij te dragen aan
het tot stand komen van een definitieve afspraak met AnQore. De AMVI geeft in haar
advies een positief oordeel over de haalbaarheid en de doelmatigheid. De AMVI onderschrijft
het belang van AnQore voor de Nederlandse industrie. Zij stelt vast dat de beoogde
bijdrage aan het reduceren van uitstoot van CO2 en stikstof en vermindering van gebruik van aardgas significant zijn. De AMVI geeft
richting de bindende maatwerkafspraak een voorwaarde, twee adviezen en een overweging
mee:
– De AMVI stelt als voorwaarde dat de Europese Commissie goedkeuring aan Nederland moet
geven om de lachgasemissie bij productie van acrylonitril, waarvan AnQore in Nederland
de enige producent is, onder EU-ETS te brengen. Hierdoor kan AnQore een deel van deze
verduurzamingsinvestering terugverdienen via de verkoop van vrije EU-ETS rechten.
Naast de financiële steun van de Staat, zijn deze opbrengsten uit EU-ETS noodzakelijk
om de business case sluitend te krijgen. Daarom zijn partijen het met de AMVI eens
dat dit een essentiële voorwaarde is voor AnQore om een positief investeringsbesluit
te nemen. Op basis van gesprekken met de Europese Commissie verwacht de Staat in september
duidelijkheid te krijgen over EU-ETS.
– Begin april 2025 is door de Europese Commissie besloten dat lachgas, naast de status
van broeikasgas (CO2 eq.), ook de status van ZZS krijgt6. Dit betekent dat er in de toekomst mogelijk maximale grenzen komen voor emissie
en immissie en voor het lachgas een ZZS-minimalisatieplicht gaat gelden. De AMVI concludeert,
net als het stelselverantwoordelijke Ministerie van IenW en de Provincie Limburg als
bevoegd gezag, dat maatwerk tot een eerder investeringsbesluit en dus versnelde reductie
zal leiden. Daarnaast adviseert de AMVI om richting een bindende maatwerkafspraak
een inschatting te maken van de impact van de aanstaande ZZS-classificatie van lachgas
als ZZS en mogelijke gevolgen voor de financiële steun vanuit de Staat voor dit project.
Dit advies neemt het kabinet over. Dat betekent dat in de verdere uitwerking samen
met de relevante betrokken partijen een inschatting zal worden gemaakt. Hiervoor is
reeds een traject gestart. Deze ZZS-classificatie maakt de versnelde reductie van
AnQore's lachgas via maatwerk niet alleen van belang vanuit het perspectief van versnelde
reductie van broeikasgassen, maar ook vanuit het perspectief van de leefomgeving.
– De AMVI adviseert, mede gezien de financiële positie van AnQore, om bij een eventuele
subsidie de financiële risico's van de Staat als gevolg hiervan voldoende te mitigeren.
In de gesprekken met AnQore over de JLoI is vanuit de Staat aangegeven dat bij een
eventuele bindende maatwerkafspraak financiële zekerheden voor de Staat nodig zijn
in de verschillende fases van het project. Aanvullend is, na het advies van de AMVI,
met de aandeelhouders van AnQore afgesproken om in het vervolgtraject in gesprek te
gaan over hun mogelijke rol bij het bieden van financiële zekerheden aan de Staat.
Voldoende financiële zekerheden blijft voor de Staat een voorwaarde voor een eventuele
maatwerksubsidie. Dit punt zal verder worden uitgewerkt richting een bindende maatwerkafspraak.
– Tot slot, geeft de AMVI als overweging mee om de onafhankelijk door het bedrijf AFRY
vastgestelde gas-, elektriciteits- en ETS-prijzen die in het financiële model zijn
gebruikt, richting een bindende maatwerkafspraak te actualiseren omdat deze afkomstig
zijn uit het laatste kwartaal van 2024. Tot nu toe is een ritme gehanteerd om de prijzen
jaarlijks te actualiseren. In overleg met AFRY en betrokken maatwerkbedrijven, zal
bekeken worden of er reden is om hiervan af te wijken.
Conclusie
De JLoI met AnQore is ambitieus en realisatie van het project draagt bij aan de toekomst
van het bedrijf, klimaatwinst en verbetering van de leefomgeving.
Het ondertekenen van de JLoI is een mooie tussenstap die, ondersteund door het advies
van de AMVI, laat zien dat we op de goede weg zijn. Om daadwerkelijk tot realisatie
te komen, moet tegelijkertijd nog het nodige werk worden verzet. Dat is uitdagend,
zeker in de huidige context waarin industriële bedrijven zoals AnQore het (financieel)
minder ruim hebben. Maar met deze uitdaging zijn én gaan we de komende maanden, samen
met alle betrokken partijen, hard aan de slag.
De Minister van Klimaat en Groene Groei, S.Th.M. Hermans
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,
A.A. Aartsen
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
S.T.M. Hermans, minister van Klimaat en Groene Groei -
Mede ondertekenaar
A.A. Aartsen, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat