Brief regering : Voortgang klimaat- en energiebeleid glastuinbouw
32 627 (Glas)tuinbouw
32 813
Kabinetsaanpak Klimaatbeleid
Nr. 70
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 8 juli 2025
Met deze Kamerbrief informeert het kabinet u over de voortgang van het klimaat- en
energiebeleid voor de glastuinbouw. Leidend hierbij is het Convenant Energietransitie
Glastuinbouw 2022–2030 van de Rijksoverheid en de glastuinbouwsector. Hieruit volgt
een sectorklimaatdoelstelling van 4,3 Mton CO2 in 2030 en de ambitie om in 2040 een economisch rendabele en klimaatneutrale sector
te hebben. Ik stuur u deze brief mede namens de Minister van Klimaat en Groene Groei
en de Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane.
Voortgang EG en MEI subsidies
Van 15 april tot 13 mei 2025 zijn de subsidies Energie-efficiëntie Glastuinbouw (EG)
en de Marktintroductie energie-innovaties (MEI) voor de glastuinbouw opengesteld ter
stimulering van de verduurzaming van kassen op het gebied van energie en klimaat.
De EG stimuleert verscheidene maatregelen die al op de markt aanwezig zijn, maar nog een terugverdientijd hebben
boven de 5 jaar. Dit is afgestemd op de geldende energiebesparingsplicht die verplicht
maatregelen te nemen met een terugverdientijd korter dan 5 jaar. De MEI stimuleert
de toepassing van energie-innovaties die nieuw op de markt zijn. Voor beide regelingen
samen is voor 45,8 miljoen euro aangevraagd. Om het instrumentarium passend te houden
bij de ontwikkelingen in de markt en verduurzaming te blijven stimuleren werkt het
kabinet aan een aanpassing van de subsidiabele technieken onder de EG. Hier is de
sector bij betrokken. Daarnaast vindt een evaluatie plaats van de EG en de MEI; hierover
informeert het kabinet u naar verwachting begin 2026.
Motie-Flach-Grinwis en voorjaarsbesluitvorming glastuinbouw
Het kabinet heeft bij voorjaarsnota, in combinatie met een besluit over het benodigde
heffingstarief, ETS2 opt-in, de bijmengverplichting groen gas en compensatie, € 200
mln. uit het Klimaatfonds beschikbaar gesteld met als doel de randvoorwaarden voor
de energietransitie voor de glastuinbouw op orde te brengen. Dit betreft bijvoorbeeld
verbeteringen met betrekking tot duurzame warmte, elektriciteit, externe CO2 en gebiedsontwikkeling. Het randvoorwaardenpakket wordt samen met de sector uitgewerkt
en met Prinsjesdag gepresenteerd. Met het Meerjarenprogramma Klimaatfonds 2027 zal
volgend voorjaar besloten worden over de exacte invulling van de 200 mln.
De motie-Flach-Grinwis1, die de regering verzoekt niet over te gaan tot de opt-in ETS 2, tenzij alle partners
in het Convenant ermee instemmen, heeft de aandacht van het kabinet. In het kader
van de voorjaarsbesluitvorming heeft de Minister van Klimaat en Groene Groei de Kamer
geïnformeerd over het aanpassen van de klimaatbeprijzing. Omdat de glastuinbouw niet
uitgezonderd kan worden van ETS2, wordt het CO2-heffingssysteem per 2027 vervangen door een ETS2 opt-in, waarbij de sector gecompenseerd
wordt tot de hoogte van het nieuwe tarief voor de CO2-heffing die nodig is om het 2030 restemissiedoel van de sector (4,3 Mton) met voldoende
zekerheid te halen. De glastuinbouw wordt ook onder de bijmengverplichting groen gas
gebracht. Daarbij stelt het kabinet zichzelf de voorwaarde dat de glastuinbouw volledig
gecompenseerd wordt voor de extra lasten met staatssteungoedkeuring en binnen de grenzen
van het herstel- en veerkrachtplan. In april 2026 wordt geëvalueerd of de uitgewerkte
compensatie redelijk en tijdig is; deze evaluatie is belangrijk voor de motie. Als
de voorgestelde compensatie niet uitgevoerd kan worden komt er een alternatieve vorm
van compensatie voor de sector en als er geen alternatief kan worden gevonden dat
voldoende bedrijfsspecifieke compensatie biedt zullen de afspraken worden heroverwogen.
Het kabinet blijft over ETS2 en andere beprijzing in gesprek met de sector.
Beschikbaarheid CO2 voor gewasgroei
Glastuinbouwbedrijven gebruiken CO2 als meststof om de gewasproductie te optimaliseren. Dit is noodzakelijk om de sector
economisch rendabel te houden. Momenteel komt de CO2 voornamelijk uit gasgestookte warmtekrachtkoppelingsinstallaties (wkk’s) en ketels.
Met de overgang naar energiebronnen zonder CO2-uitstoot worden ketel en wkk’s steeds minder ingezet. Hierdoor neemt het gebruik
van fossiele brandstoffen af conform de ambitie van de sector om in 2040 klimaatneutraal
te zijn, maar verdwijnt ook een belangrijke bron van CO2 voor de gewasproductie. De energietransitie in de glastuinbouw vereist daarom een
grotere beschikbaarheid van externe CO2. In het Convenant energietransitie glastuinbouw 2022–2030 is hierover opgenomen dat
de afgesproken sectordoelstelling van 4,3 Mton in 2030 een alternatieve CO2-voorziening vergt van 2 Mton (bij voorkeur biogene ofwel duurzame) CO2. Het gebruik van afgevangen koolstof (CCU) leidt tot emissiereductie in de glastuinbouw. Voor de afvang en levering van CO2 aan de glastuinbouw is daarom SDE++-subsidie beschikbaar.
Recent is in opdracht van LVVN in kaart gebracht door CE Delft (bijlage 1) hoe vraag
en aanbod naar duurzame CO2 zich naar verwachting zullen ontwikkelen en welke kansen en bedreigingen zich voordoen
richting 2030 en de situatie daarna waarin de glastuinbouwsector volledig klimaatneutraal
opereert (geen uitstoot broeikasgassen scope 1-emissie). CE Delft benoemt dat zowel
op korte als lange termijn schaarste aan CO2 ontstaat. Hoe groot die schaarste wordt, hangt voor een groot deel af van de inzet
van de behoefte aan CO2 voor koolstofverwijdering, de eventuele vestiging van fabrieken voor synthetische
brandstoffen of chemicaliën in Nederland en de productie van bio-energie, biobrandstoffen
en chemicaliën in Nederland, waar CO2 bij vrijkomt. Ook efficiënte toepassing en besparing van CO2 is belangrijk om schaarste te beperken. De eerste twee ontwikkelingen zijn drivers
voor de vraag naar CO2, terwijl de laatste vooral gevolgen heeft voor het aanbod van CO2. Het rapport geeft aanbevelingen over mogelijke technische oplossingen, potentiële
beleidsmaatregelen, innovatie, ontwikkeling van duurzame CO2 certificaten- en markt, rekening houden met de glastuinbouw bij de ontwikkeling van
het beleid voor koolstofverwijdering en industriebeleid.
De diverse bevindingen en aanbevelingen uit het rapport van CE Delft zullen meegewogen
worden bij het opstellen van het randvoorwaardenpakket dat met de sector wordt uitgewerkt
en voor Prinsjesdag wordt gepresenteerd. Ook het advies van de Wetenschappelijke Klimaatraad
(WKR) dat koolstofverwijdering niet of zo weinig mogelijk ten koste mag gaan van de
inspanningen voor vermindering van de uitstoot wordt hierin meegenomen, evenals de
uitgangspunten in de routekaart koolstofverwijdering, die ook relevant zijn voor de
glastuinbouw.
Studies energieverbruik glastuinbouw
Wageningen Social & Economic Research (WSER) heeft twee onderzoeken uitgevoerd op
het gebied van energie in de glastuinbouw: een scenariostudie richting klimaatneutraal
in 2040 (bijlage 2) en een energieverbruiksstudie volgens de Energy Efficiency Directive
(bijlage 3). De scenariostudie geeft invulling aan de afspraak uit het Convenant om
de elektriciteits-, warmte- en CO2-behoefte van de glastuinbouwsector en de netlevering voor 2040 te ramen. Beide studies
hebben een oriënterend karakter en zullen gebruikt worden voor beleidsontwikkelingen
omtrent energieverbruik en de energietransitie in de glastuinbouw.
WSER heeft de scenariostudie uitgevoerd om meer inzicht te krijgen in mogelijke toekomstbeelden
van een klimaatneutrale en rendabele glastuinbouw in 2040 (ambitie huidige convenant).
Het betreft specifiek inzicht in areaal, energieverbruik, energievoorziening en economisch
perspectief voor de glastuinbouw. WSER heeft hiervoor vier scenario’s uitgewerkt vanuit
verschillen in maatschappelijk draagvlak en marktwaardering: «Waarde, Kwaliteit, Kosten
en Efficiëntie.
In alle scenario’s daalt de warmtevraag, terwijl de elektriciteitsvraag verschilt
per scenario. Alle scenario’s bevestigen dat energie besparen belangrijk is om klimaatneutraal
te worden en dat CO2-vrije energiebronnen en bijbehorende infrastructuur noodzakelijk zijn. Het convenantsuitgangspunt
klimaatneutraal én economisch rendabel maakt de meeste kans in het scenario «Waarde»
met hoog maatschappelijk draagvlak, hoge marktwaardering en een beperkte daling (5%)
van het areaal. Inzet van het kabinet met de sector is dan ook gericht op maatschappelijk
draagvlak, hoge kwaliteitsproducten, energiebesparing én verduurzaming van het energieverbruik.
WSER geeft voorts nog aan dat de acties uit het convenant en het Programma Kas als
Energiebron «no regret» zijn voor elk van de vier scenario’s.
Daarnaast heeft Wageningen Social & Economic Research een studie uitgevoerd om meer
inzicht te verschaffen in hoe de afspraken omtrent energiebesparing die gemaakt zijn
in het convenant energietransitie glastuinbouw zich verhouden tot het realiseren van
het verlagen van het nationale finaal energieverbruik onder de Energy Efficiency Directive.
Aanleiding hiervoor is dat de Energy Efficiency Directive (EED) haar eigen indicatoren
en onderliggende methoden kent, die afwijken van de jaarlijkse Energiemonitor Glastuinbouw.
Het convenant beoogt een besparing van 20% in 2030, t.o.v. het gemiddelde van 2015–2017.
Uit de WSER studie blijkt dat het gemiddelde van 2015–2017 van het finaal energieverbruik
van de Nederlandse glastuinbouw volgens EED-definities 94,3 PJ is; tegenover 100,3
PJ voor totaal energieverbruik volgens de energiemonitor glastuinbouw (EM). Als er
20% reductie gerealiseerd wordt in 2030, resteert respectievelijk 75,4 PJ (EED volgend)
en 80,2 PJ (EM volgend) in 2030. Voor 2023 was het verbruik 85,9 (EED) tegenover 92,3
PJ (EM). Er is dus een aanzienlijk verschil in verbruik, afhankelijk van definities.
Bij verdere inzet op energiebesparing zullen de uitkomsten van deze studie overwogen
worden.
Geen CO2-heffing vereveningssysteem 2023
Voor het CO2-sectorsysteem dat geldt tot en met 2024 wordt per kalenderjaar een sectorbreed emissieplafond
bepaald. Als dit plafond wordt overschreden, dan dienen individuele tuinders binnen
de sector een heffing te betalen. Dit systeem is vanwege de EU-staatsteunregels de
tegenprestatie voor de verlaagde energiebelastingtarieven voor de glastuinbouw. De
RVO heeft de sectoremissie van 2023 bepaald. De CO2-emissie over 2023 voor de glastuinbouwsector komt uit op 5.499.537 ton CO2. Dat is iets onder het voor 2023 vastgestelde sectorplafond van 5.500.000 ton CO2. Als gevolg van deze onderschrijding van het plafond is er voor het jaar 2023 geen
heffing voor de individuele tuinders. Per 1 januari 2025 geldt de CO2-heffing glastuinbouw. Deze heffing vervangt het CO2-sectorsysteem.
De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J.F. Rummenie
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.F. Rummenie, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur