Brief regering : Plan van aanpak aangenomen motie inzake benoemingen in de raad van toezicht van zorginstellingen op bindende voordracht van de cliëntenraad
33 578 Eerstelijnszorg
Nr. 163
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 7 juli 2025
Op 27 mei 2025 heeft uw Kamer een motie aangenomen die de toenmalig Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport tijdens het plenaire debat over het faillissement van de commerciële
huisartsenketen Co-Med en private equity in de zorg van 21 mei 2025 heeft ontraden.
Zoals gebruikelijk laat ik na bespreking in de ministerraad middels deze brief weten
op welke wijze ik voornemens ben deze motie uit te voeren.
Met de aangenomen motie heeft uw Kamer een duidelijke wens uitgesproken om wettelijk
te regelen dat in zorginstellingen met een Raad van Toezicht minimaal een derde en
maximaal de helft van de commissarissen wordt benoemd op bindende voordracht van de
cliëntenraad.
Motie
Deze motie1 van de lid Bushoff (GroenLinks-PvdA) sluit aan bij artikel 30 van de Woningwet en
beoogt een balans aan te brengen in de belangenafweging van de interne toezichthouder
tussen het algemeen belang en het aandeelhoudersbelang.
Ik ben het met de indiener eens dat het belang van de patiënt centraal moet staan.
Zo is bijvoorbeeld – evenals in artikel 31 van de Woningwet – in het Uitvoeringsbesluit
Wtza opgenomen dat de interne toezichthouder zich bij de vervulling van zijn taak
richt naar het belang van de instelling, het te behartigen maatschappelijke belang
en het belang van de betrokken belanghebbenden. Daarnaast volgt uit artikel 10 van
de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen 2018 (Wmcz 2018)2 dat cliëntenraden het recht hebben op een bindende voordracht voor tenminste één
van de leden van de interne toezichthouder. Het staat de instelling uiteraard op basis
van de huidige wetgeving vrij om met de cliëntenraad daarnaast afspraken te maken
over een grotere invloed op haar beleid dan het doen van een bindende voordracht voor
tenminste één lid van het toezichthoudende orgaan.
Zo kunnen de instelling en de cliëntenraad ervoor kiezen dat een groter percentage
dan een derde van de leden van het toezichthoudende orgaan (al dan niet) met een bindende
voordracht door de cliëntenraad wordt benoemd. Ik acht het van belang dat er in de
Wmcz 2018 ruimte blijft voor het uitoefenen van maatwerk voor het inrichten van de
rechten van de cliëntenraad naar de behoefte van de leden van de cliëntenraad, in
samenspraak met de dagelijkse en algemene leiding van de instelling.
In de praktijk worden op grond van dit artikel vooral de leden van de interne toezichthouder
als bedoeld in artikel 3 van de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) voorgedragen.
In artikel 6 van het Uitvoeringsbesluit Wtza is geregeld dat de interne toezichthouder
uit tenminste drie natuurlijke personen bestaat. Dit sluit aan bij artikel 30 van
de Woningwet. Gelet op het voorgaande wordt met de Wmcz 2018 en de Wtza in grote lijnen
voldaan aan de motie.
Wellicht ten overvloede merk ik daarnaast op dat de Wmcz 2018 op dit moment wordt
geëvalueerd. Ik acht het dan ook niet wenselijk om vooruitlopend op de evaluatie een
wetswijziging voor te bereiden, nu bovendien al in grote lijnen wordt voldaan aan
de motie.
Vanzelfsprekend blijf ik mij wel inzetten voor het versterken van de positie van de
patiënt binnen de zorginstelling of jeugdhulpaanbieder. De aangenomen motie geeft
een duidelijke richting, die ik ook meeneem in mijn beleidsreactie op de wetsevaluatie
over de Wmcz 2018. Deze wetsevaluatie ben ik voornemens om eind 2025 aan uw Kamer
toe te zenden.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
D.E.M.C. Jansen
Indieners
-
Indiener
D.E.M.C. Jansen, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport