Brief regering : Afdoening van de motie van het lid Inge van Dijk over de vooringevulde aangifte tijdelijk loslaten (Kamerstuk 36706-17)
36 706 Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 om een tegenbewijsregeling te introduceren bij het bepalen van het belastbare inkomen uit sparen en beleggen (Wet tegenbewijsregeling box 3)
Nr. 27
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 3 juli 2025
Uw Kamer heeft met de motie van het lid Inge van Dijk verzocht om u vóór het zomerreces
een brief te sturen, waarin de mogelijkheid is uitgewerkt om bij de invoering van
het nieuwe stelsel van box 3 op basis van werkelijk rendement de vooraf ingevulde
aangifte (VIA) initieel en tijdelijk los te laten, en waarin staat hoeveel sneller
het stelsel in dat geval kan worden ingevoerd.1 Hierbij stuur ik u de verzochte brief.
Het is mogelijk, maar niet wenselijk om de vooraf ingevulde aangifte los te laten.
De invoering van het nieuwe stelsel kan niet sneller ingevoerd worden dan per 1 januari
2028 als de vooraf ingevulde aangifte wordt losgelaten. Hieronder zal ik dit toelichten.
Implementatietermijn voor de Belastingdienst
Er is afgesproken met de Belastingdienst en met ketenpartners (zoals de banken en
verzekeraars) dat er een implementatietermijn zal zijn van een jaar en negen maanden,
gerekend vanaf het moment dat het wetsvoorstel is aangenomen door de Tweede Kamer.
Deze implementatietermijn betekent dat inwerkingtreding per 2028 mogelijk is als het
wetsvoorstel uiterlijk op 15 maart 2026 aangenomen wordt door de Tweede Kamer. Als
deze datum niet wordt gehaald, zullen gegevensleveranciers (waaronder banken en verzekeraars)
niet tijdig, juist en volledig hun gegevens aan de Belastingdienst kunnen aanleveren
en kan de aangifte inkomstenbelasting voor het belastingjaar 2028 niet vooraf worden
ingevuld.
De Belastingdienst heeft tijd nodig om de invoering van het wetsvoorstel te kunnen
realiseren en te implementeren – ook als de aangifte niet vooraf wordt ingevuld. Invoering
van het wetsvoorstel per 1 januari 2028 is afhankelijk van het moment dat het wetsvoorstel
door de Tweede Kamer wordt aangenomen. Elke dag later dan 15 maart 2026 dat het wetsvoorstel
door de Tweede Kamer wordt aangenomen verkort voor de Belastingdienst de termijn om
de invoering van het wetsvoorstel tijdig te kunnen realiseren en te implementeren.
Daarbij zal per wijziging in het wetsvoorstel de impact en doorlooptijd moeten worden
bepaald.
De hierboven genoemde implementatietermijn voor de Belastingdienst hangt ook nauw
samen met de ICT-planning binnen de keten Inkomensheffingen (IH). Eén van de randvoorwaarden
voor de implementatie van het nieuwe box 3-stelsel vanaf 1 januari 2028 is namelijk
een vergevorderde uitfasering van de verouderde software Cool:Gen. Binnen de huidige
planning heeft de uitfasering van Cool:Gen prioriteit en zal het uiterlijk eind 2027
voltooid zijn.
Uitfasering van Cool:Gen is noodzakelijk om de continuïteit van de belastingheffing
te waarborgen en de implementatie van nieuwe wetgeving in de toekomst mogelijk te
maken. De uitfasering van Cool:Gen moet vergevorderd zijn vóór invoering van het nieuwe
stelsel om te voorkomen dat het nieuwe stelsel van box 3 (gedeeltelijk) dubbel geïmplementeerd
zal moeten worden, namelijk in eerste instantie in de oude software (Cool:Gen) en
vervolgens in de nieuwe software. Dit zou extra capaciteit vragen die niet beschikbaar
is.
Zoals ik uw Kamer heb bericht in mijn brief van 14 oktober 2024 is de uitfasering
van Cool:Gen vertraagd, omdat een tegenbewijsregeling moet worden geboden als gevolg
van verschillende arresten van de Hoge Raad over box 3.2 De reden van die vertraging komt met name doordat een groot deel van de medewerkers
die aan de modernisering werkt in deze keten nu ingezet wordt om de herstelwerkzaamheden
voor box 3 te realiseren. Het verder opschalen van de capaciteit is geen oplossing,
omdat kennis van Cool:Gen te beperkt beschikbaar is. De ICT-capaciteit voor de keten
IH is bovendien sinds 2021 al met 60 procent opgeschaald. Dit betekent dat de ruimte
voor het opleiden, inwerken en begeleiden van nieuwe medewerkers maximaal benut wordt.
Het loslaten van de VIA heeft daarmee geen (positieve) invloed op de ICT-planning
van de Belastingdienst en zal er dus ook niet toe leiden dat een nieuw box 3 stelsel
eerder kan worden geïmplementeerd.
Belang van de VIA
De VIA heeft verschillende voordelen voor belastingplichtigen en de Belastingdienst,
zoals tijdswinst, minder kans op fouten, snellere verwerking en betere naleving. Doordat
de aangifte al grotendeels vooraf is ingevuld, is de drempel om aangifte te doen lager.
Dit bevordert de naleving van belastingregels. Bij een box 3-stelsel op basis van
werkelijk rendement speelt daarbij dat meer gegevens nodig zijn dan bij een stelsel
op basis van forfaitair rendement. Als belastingplichtigen deze gegevens zelf in moeten
vullen, leidt dit tot meer benodigd toezicht achteraf en is er meer kans op (onbewuste)
fouten. Toezicht achteraf is arbeidsintensief en leidt tot een risico op handhavingstekorten
en het niet corrigeren van fouten. Om de naleving (bereidheid bij belastingplichtigen
om uit vrije beweging juist, volledig en tijdig aangifte te doen) te bevorderen is
ook controle nodig met goede selectie en een bepaald volume.
Gezien het bovenstaande biedt het tijdelijk loslaten van de VIA geen tijdswinst, maar
bemoeilijkt dit wel de uitvoering van een nieuw box 3-stelsel.
De Staatssecretaris van Financiën,
T. van Oostenbruggen
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
T. van Oostenbruggen, staatssecretaris van Financiën