Brief regering : Voortgangsrapportage Actieplan Groene en Digitale Banen
29 544 Arbeidsmarktbeleid
Nr. 1283
BRIEF VAN DE MINISTERS VAN ECONOMISCHE ZAKEN, VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI, VAN SOCIALE
ZAKEN EN WERKGELEGENHEID EN VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP EN DE STAATSSECRETARIS
VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 1 juli 2025
Het huidige kabinet zet in op het versterken van een concurrerende en weerbare economie.
Ons concurrentievermogen valt of staat met voldoende mensen met de juiste vaardigheden
die willen en kunnen werken. Voor bedrijven is toegang tot het juiste talent cruciaal
om te kunnen ondernemen.
Talent is schaars, waardoor niet alles altijd kan.1 Het kabinet zet stevig in op de aanpak van de krapte op de arbeidsmarkt.2 Daarbij ziet dit kabinet dat de toekomst technologisch is: in alle sectoren is innovatie
en technologische ontwikkeling cruciaal voor ons verdienvermogen en om de grote maatschappelijke
opgaven waar we voor staan te kunnen realiseren. De digitale transitie en de klimaat-
en energietransitie zijn de grote trends die richting geven aan deze technologische
ontwikkeling.
Daarom is het van cruciaal belang om te investeren in kennis, kunde en innovatie voor
groene3 en digitale4 banen. Want de opgave is groot. Voor de digitale transitie is het doel om meer dan
1 miljoen digitaal geschoolden in 2030 te realiseren.5 Voor de groene transitie houden we vast aan de afgesproken klimaat- en energiedoelen,
waaronder die voor 2030.6 Uit onderzoek van PBL en ROA blijkt dat de klimaattransitie in de toekomst een forse
extra vraag naar personeel met zich meebrengt.7
Het Actieplan Groene en Digitale Banen (hierna: Actieplan) is de overkoepelende paraplu
waarbinnen werkgevers, werknemers, onderwijsinstellingen en de overheid (hierna: stakeholders)
met elkaar samenwerken. Gezamenlijk zetten zij zich in om de technische- en digitale
arbeidsmarkt te versterken. Het Actieplan is opgezet langs 4 pijlers:
1. Verhogen instroom bètatechnisch onderwijs
2. Behoud en vergroten van de instroom vanuit de arbeidsmarkt
3. Arbeidsproductiviteitsgroei
4. Versterken governance en tegengaan versnippering
Begin 2023 is door het vorige kabinet het Actieplan aan uw Kamer aangeboden8 en de Kamer heeft eind 2023 een brief ontvangen over de uitvoering van het Actieplan.9 Het huidige kabinet zet het Actieplan voort en geeft met deze brief invulling aan
de toezegging om de Kamer periodiek te informeren over de voortgang van het Actieplan.
In Bijlage 2 vindt u een overzicht van de verschillende acties binnen de pijlers van
het Actieplan.
Stand van zaken
Met het Actieplan wil het kabinet bedrijven helpen bij hun inzet op vergroening en
digitalisering. De uitdaging blijft groot om hier voldoende mensen met de juiste kwaliteiten
voor te vinden. Er stonden in het vierde kwartaal van 2024 75.600 vacatures open in
de techniek en 22.700 in de digitale banen, een lichte daling ten opzichte van de
piek in 2022.10 Ten opzichte van begin 2016 betekent dit een forse toename. Toen lag het aantal openstaande
vacatures namelijk op respectievelijk 29.200 en 13.300, zie ook grafiek 1 hieronder.
Grafiek 1 – Aantal openstaande technologische vacatures (bron: Monitor AGDB)
Om inzicht te krijgen in ontwikkelingen in de groene en digitale sectoren, is in april
2025 de Monitor Actieplan Groene en Digitale Banen (hierna: Monitor) gelanceerd. In
deze Monitor wordt relevante data opgenomen waarmee iedereen inzicht kan krijgen in
de (kern)indicatoren van het Actieplan en de voortgang van de doelstellingen kan volgen.
Inzet technische sectoren
Een van de samenwerkingen die via het Actieplan zijn geïntensiveerd is die met het
Aanvalsplan Techniek, Bouw en Energie. Om het structurele tekort aan technisch personeel
terug te dringen, werken in het Aanvalsplan zes technische branches (Bouwend Nederland,
BOVAG, FME, Koninklijke Metaalunie, Techniek Nederland en WENB) samen met de werknemersorganisaties
(FNV, CNV, De Unie en VHP2). In november 2023 zijn de hoofdlijnen voor samenwerking
in inhoud en organisatie met elkaar vastgesteld. In 2024 zijn de eerste projecten
opgestart, zoals de Techniekroute (voorheen Gouden Poort) waar mensen terecht kunnen
om in de sector te gaan werken en zich verder te ontwikkelen. Dit is ook van belang
voor het behoud van werknemers. Een essentiële opbrengst van het Aanvalsplan zijn
opgestelde actielijnen voor de inhoud en uitvoering van programma’s, waarin sociale
partners en sectorfondsen gelijkwaardig samenwerken. Actielijnen richten zich bijvoorbeeld
op het bevorderen van diversiteit, duurzaam behoud van technisch personeel en het
bevorderen van arbeidsproductiviteit. Daarnaast is gewerkt aan de positionering en
inbreng van de sectorfondsen. Uitvoering en het bereiken van resultaten voor werknemers
en werkgevers staan centraal in 2025. Zo wordt er gewerkt aan een portal waar de Techniekroute
onderdeel van zal zijn, waarbij aanstaande werknemers garanties krijgen voor werk
en ontwikkeling.
Pijler 1: Verhogen instroom in bètatechnisch onderwijs
Met het oog op de maatschappelijke uitdagingen als de groene- en digitale transitie
is het belangrijk om meer jongeren te enthousiasmeren voor een opleiding en baan in
de techniek of het digitale domein. De Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen
concludeert dat door de demografische transitie de krapte, bij ongewijzigd beleid,
hardnekkig zal zijn en langdurig een uitdaging zal vormen. Daarom is er focus nodig.
Pijler 1 van het Actieplan focust op het verhogen van de instroom in bètatechnisch
onderwijs. Via het Actieplan zet het kabinet zich ervoor in om zoveel mogelijk jongeren
in aanraking te brengen met techniek en digitale vaardigheden en hen voor een toekomst
in de techniek of digitale domein te enthousiasmeren. Onlangs is het impulsprogramma
Techkwadraat gestart met als doel om dekkend, effectief en kwalitatief technologieonderwijs
voor elke leerling in het funderend onderwijs te realiseren. Dit programma loopt tot
2031 met een totale investering van € 352 miljoen. De eerste aanmeldronde voor projecten
was met 57 aanvragen populairder dan verwacht. De beoordeling van de aanvragen is
bijna afgerond. De te organiseren activiteiten variëren van het ontwikkelen van lespakketten
op het gebied van technologie, tot technologiecursussen voor docenten en practica
bij bedrijven.
Voor het spoedig opleiden van extra technisch talent voor de microchipindustrie heeft
het kabinet daarnaast het Nationaal Versterkingsplan van Microchip-talent opgezet
waar incidenteel € 450 miljoen in wordt geïnvesteerd en vanaf 2031 structureel € 80 miljoen
per jaar. Concrete initiatieven omvatten bijvoorbeeld het verbeteren van technische
opleidingen door o.a. het ontwikkelen van nieuwe leertrajecten op het gebied van microchiptechnologie,
maar ook het creëren van herkenbare, regionale knooppunten zoals Brainport Academy
Eindhoven waar bedrijven, onderzoeksinstellingen en overheden samenkomen om talent
op te leiden en de sector te versterken.
In al deze acties is bijzondere aandacht voor ondervertegenwoordigde groepen leerlingen
op het gebied van technische profiel- en studiekeuze, en op de uiteindelijke keuzes
die gemaakt wordt richting de arbeidsmarkt. Denk hierbij aan de inzet op meer gendergelijkheid
en diversiteit. Daarnaast is er gewerkt aan een toename van het aantal techniek- en
informaticadocenten en het structureel maken van samenwerking tussen onderwijs en
bedrijfsleven.
In de afgelopen periode heeft het kabinet zich via het Actieplan sterk gemaakt voor
een integrale aanpak in het onderwijs, gericht op techniek, klimaat en digitalisering,
en voor investeringen in de kwaliteit en toekomstbestendigheid van dat onderwijs.
Dit is opgedeeld via de lijn van de belangrijkste beleidssectoren:
• het funderend onderwijs;
• het vervolgonderwijs en;
• overkoepelend voor de gehele onderwijsketen.
Met het resultaat van acties is de verwachting dat op de middellange termijn de procentuele
instroom in het bètatechnisch onderwijs zal worden verhoogd. De cijfers laten de laatste
jaren een voorzichtige procentuele stijging zien in de instroom binnen het bètatechnisch
onderwijs, maar dit zal zich in de komende jaren moeten blijken.
Pijler 2: Het behoud en vergroten van de instroom vanuit de arbeidsmarkt
Waar pijler 1 focust op de instroom in bètatechnisch onderwijs, focust pijler 2 op
de positie van technische en digitale professionals op de arbeidsmarkt. Dit gaat om
duurzaam behoud van werkenden en het vergroten van de instroom. Er is sprake van «weglek»
gedurdende de loopbaan: een aanzienlijk deel van de technisch afgestudeerden werkt
niet in de techniek.11 Ook vertaalt de grote vraag naar werkenden in technische en digitale beroepen zich
nog maar beperkt naar een toename van het aantal werkenden.12 Daarbij is het ook aan werkgevers om de waarde van technische en digitale kennis
en kunde uit te drukken in aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden, met oog voor de behoeften
van werkenden.
Redenen voor weglek variëren van de fysieke belasting van het technische werk tot
beperkingen in de mogelijkheid om werk en zorg te combineren, bijvoorbeeld via deeltijdwerk.
Dit laatste vraagt om modern werkgeverschap. Inzet daarop maakt onderdeel uit van
het Aanvalsplan Techniek en Aanvalsplan chronisch tekort ICT’ers.
Het kabinet werkt aan een beter functionerende arbeidsmarkt, onder meer om instroom
te bevorderen in sectoren met grote arbeidsmarkttekorten. Voor betere afspraken over
het organiseren van arbeidsdienstverlening gaan publieke en private partijen actiever
samenwerken. Daartoe wordt in iedere regio een netwerkoverleg opgericht: het Regionaal
Beraad. Op basis van een regionale arbeidsmarktanalyse werken partijen aan een betere
benutting van het arbeidspotentieel en de juiste matching. Hierover maken partijen,
waaronder technische en digitale werkgevers, afspraken in de Regionale Meerjarenagenda.
Sectorale Ontwikkelpaden zijn een belangrijk instrument om goede matching te ondersteunen.
Ontwikkelpaden maken inzichtelijk via welke functies en bijbehorende opleidingen werkzoekenden
en werkenden kunnen in- en doorstromen in sectoren of kunnen overstappen tussen sectoren.
Op 3 maart 2025 zijn de eerste 7 door de Minister van SZW erkende Ontwikkelpaden voor
de techniek, bouw en energie gepubliceerd. De technische sectoren hebben eind maart
tevens de digitale Tool Ontwikkelpaden13 gelanceerd en zijn gestart met informeren van werkgevers, werkenden, werkzoekenden
en arbeidsmarktprofessionals. De verwachting is dat in de loop van dit jaar nieuwe
Ontwikkelpaden volgen voor meer technische branches en digitale banen.
Via de SLIM scholingssubsidie investeert het kabinet tussen 2025 en 2027 ruim 73 miljoen
euro in deelname aan opleidingen die bijdragen aan de in- en doorstroom en het overstappen
naar werk in maatschappelijk cruciale sectoren, waaronder de techniek, bouw en energie.
De subsidie is een tegemoetkoming in de kosten voor het volgen van specifieke opleidingen
die in de ontwikkelpaden voor deze sectoren zijn opgenomen.
Ook is in 2023 het Nationaal Groeifonds-programma «Opschaling publiek private samenwerking
(pps) in het beroepsonderwijs» van start gegaan. Dit programma maakt het mogelijk
om 15 publiek-private samenwerkingen op te schalen. Zij zorgen ervoor dat de snel
veranderende vraag vanuit het bedrijfsleven en de transities worden geïntegreerd in
het onderwijs. Het doel is om de kloof tussen het beroepsonderwijs en de arbeidsmarkt
te verkleinen door een impuls te geven op leven lang ontwikkelen, vernieuwing van
onderwijscurricula en de toepassing van innovaties in de praktijk. Een voorbeeld hiervan
is een samenwerkingsverband waarin studenten van Saxion met netbeheerder Alliander
een robot (genaamd LASS-E) hebben ontwikkeld, die gasleidingen kan inspecteren en
gaslekken kan opsporen.
Pijler 3: Arbeidsproductiviteitsgroei
Door demografische ontwikkelingen moet er meer werk worden verricht door minder mensen.
In technische sectoren speelt daarnaast vroegtijdige uitstroom een grote rol, mede
door fysieke belasting en het negatieve imago van zwaar, vies en onveilig werk. In
plaats van het aanbod te vergroten, richt pijler 3 zich daarom op het verlagen van
het tekort aan technisch personeel. De pijler sluit aan bij de ambitie van het kabinet,
zoals beschreven in het Regeerprogramma, om de productiviteit te verhogen door innovatie
en arbeidsbesparende technologieën te prioriteren.
Het belang van innovatie wordt ook benadrukt in het Jaarbericht «Staat van het MKB
2024» van het Comité voor Ondernemerschap. Vooral in sectoren met fysiek werk biedt
een betere samenwerking tussen mens en technologie grote kansen om de werkkwaliteit
en efficiëntie te verbeteren. Ondanks deze mogelijkheden blijft de arbeidsproductiviteitsgroei
echter achter, vooral in het mkb – de grootste werkgever van Nederland, goed voor
70% van de werkgelegenheid en 62% van het bbp. Sinds 2014 steeg de productiviteit
in het mkb slechts met 3%. Omdat het mkb een cruciale rol speelt in de Nederlandse
economie, zijn gerichte maatregelen nodig om innovatie te versnellen en de productiviteit
te verhogen.
Een belangrijke oorzaak van de stagnerende productiviteitsgroei is dat te weinig mkb-bedrijven
arbeidsbesparende en productiviteitsverhogende technologieën implementeren. Digitale
technologieën zoals robotica en AI kunnen mensen op de werkvloer ondersteunen en werk
aantrekkelijker maken, maar het potentieel blijft voor veel bedrijven onbenut. Mkb-bedrijven
stuiten vaak op structurele barrières bij het ontwikkelen, testen en adopteren van
innovaties.
Om dit te doorbreken, is het beleidsexperiment «Shaping the Future of Work» gestart.
Dit experiment richt zich op de bouw- en metaalsector en heeft als doel innovaties
beter aan te laten sluiten bij het mkb, zodat (op termijn) arbeidsbesparende procesinnovaties
op grotere schaal worden ingezet. Het experiment is in december gestart en loopt tot
februari 2026.
Pijler 4: Versterken governance en tegengaan versnippering
Het kabinet ziet – gezien de sociale, economische en maatschappelijke gevolgen – een
rol voor de overheid om de arbeidsmarktkrapte aan te pakken samen met de arbeidsmarktsectoren.
Om aan de arbeidsmarktkrapte in de technische en digitale sector te werken is er behoefte
aan meer coördinatie en overzicht. De ambitie van pijler 4 van het Actieplan is dan
ook om overzicht te bieden, samenwerking te versterken en stakeholders te verbinden
die zich inzetten voor dit vraagstuk.
Zo zijn samen met de provincies en de HCA ICT Regionale Actieplannen ontwikkeld waarin
elke provincie of samenwerkende provinciën haar tekorten en toekomstige vraag naar
digitale professionals hebben geanalyseerd en haar plannen hebben gepresenteerd om
deze regionaal aan te pakken. Het kabinet werkt daarnaast aan de inrichting van een
structuur die gericht is op netwerkregie. Daarbij is gebruik gemaakt van het advies
van Wise up Consultancy.14 Er wordt in 2025 gestart met een landelijk koersoverleg, waar vertegenwoordigers
van de onderwijssector, het Aanvalsplan Techniek, het Aanvalsplan Chronisch tekort
ICT’ers en de overheid zitting nemen. In dit overleg kunnen partijen met elkaar de
doelstellingen uit het Actieplan bespreken en wat er nodig is om deze te bereiken.
Daarnaast zal er ook per pijler een kerngroep worden opgezet met de belangrijkste
stakeholders om binnen iedere pijler sterkere verbindingen te leggen en is in Q2 2025
de eerder genoemde Monitor gepubliceerd worden om trends inzichtelijk te maken.
Doorrekening Actieplan en landelijke wervingscampagne
Hieronder gaan wij in op de toezeggingen betreffende de doorrekening van het Actieplan
en de motie Kröger-Boutkan over een landelijke wervingscampagne.15
Doorrekening Actieplan
In het Commissiedebat over het Actieplan16 van 25 mei 2023 is de Kamer toegezegd om het Actieplan te laten doorrekenen. In Bijlage
1 vindt u de volledige aanpak van deze toezegging. Het kabinet geeft daarin de toezegging
op twee manieren gestalte. Als eerste zal er naar bestaande onderzoeken worden gekeken
om, samen met stakeholders, te bepalen wat het benodigde aantal technici is om de
klimaatambities in 2030 te realiseren, of wat er voor nodig is om dat aantal vast
te stellen. Vervolgens zal het kabinet per actie in de verschillende pijlers bezien
welke aanvullende informatie er nodig is om de effecten in te schatten
Landelijke wervingscampagne
De motie Kröger-Boutkan17 verzoekt de regering verschillende opties uit te werken voor het opzetten van een
landelijke wervingscampagne voor de groene en digitale sector en daarbij de benodigde
middelen, financieringsmogelijkheden en verwachte effecten in kaart te brengen. De
volledige uitwerking van deze motie is beschreven in Bijlage 1. Daarin zijn drie doelgroepen
onderzocht om een landelijke wervingscampagne op te focussen: 1) zij-instromers, 2)
leerlingen/studenten en 3) ouders. Waarbij moet worden opgemerkt dat de verwachtte
effecten van dergelijke wervingscampagnes lastig te meten en evalueren zijn. De kosten
van een landelijke wervingscampagne worden geschat op € 1 miljoen per jaar voor een
periode van 3 jaar. Voor de financiering hiervan zou elders budget vrijgemaakt moeten
worden, omdat het Actieplan in de huidige structuur geen financiële middelen met zich
meebrengt.
Conclusies
Kijkend naar de voortgang van het Actieplan en de brede aanpalende ontwikkelingen
valt te concluderen dat er veel in gang is gezet en gebeurd. Het urgentiegevoel is
sterk aanwezig bij alle stakeholders. Het potentieel van het Actieplan is daarmee
groot. Dit is ook noodzakelijk aangezien de uitdagingen voor het versterken van een
concurrerende en weerbare economie groot zijn met een historisch krappe arbeidsmarkt.
Het kabinet heeft de ambitie om deze uitdagingen, samen met onze maatschappelijke
partners, aan te pakken. Dit vraagt wel een lange adem.
Het Actieplan heeft een horizon tot 2030 en kijkt daarmee naar de middellange tot
lange termijn. Veel acties die onder de paraplu van het Actieplan worden uitgevoerd
genereren pas op de langere termijn resultaat in het aanbod van digitale en technische
professionals op de arbeidsmarkt.
Het doorrekenen van het Actieplan en de oplevering van de Monitor zullen gaan bijdragen
om deze resultaten inzichtelijk te maken. Voor nu zet het kabinet de ingeslagen weg
met het Actieplan graag voort en informeert u over twee jaar weer via een volgende
voortgangsbrief.
De Minister van Economische Zaken,
V.P.G. Karremans
De Minister van Klimaat en Groene Groei, S.Th.M. Hermans
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
Y.J. van Hijum
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
E.E.W. Bruins
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
M.L.J. Paul
Indieners
-
Indiener
V.P.G. Karremans, minister van Economische Zaken -
Medeindiener
M.L.J. Paul, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap -
Medeindiener
Y.J. van Hijum, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid -
Medeindiener
E.E.W. Bruins, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap -
Medeindiener
S.T.M. Hermans, minister van Klimaat en Groene Groei