Brief regering : Verslag Formele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid 19 juni 2025
21 501-31 Raad voor de Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken
Nr. 794
BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 1 juli 2025
Hierbij ontvangt u het Verslag van de Formele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid
van 19 juni jl. te Luxemburg.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
Y.J. van Hijum
Op de agenda van de Formele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid van 19 juni jl.
in Luxemburg stonden een algemene oriëntatie over het Richtlijnvoorstel Kwaliteitskader
Traineeships, twee beleidsdebatten, aanname van een tweetal Raadsconclusies, en enkele
w.v.t.t.k.-punten.
Agendapunt: algemene oriëntatie EU-Richtlijnvoorstel Kwaliteitskader Traineeships
(COM/2024/133)
De Raad bereikte een algemene oriëntatie (Raadspositie) op het Richtlijnvoorstel Kwaliteitskader
Traineeships.
Op 20 maart 2024 heeft de Europese Commissie een pakket gepubliceerd om de kwaliteit
van stages/traineeships binnen de EU te verbeteren, bestaande uit een richtlijn en
een herziening van de niet-bindende Raadsaanbeveling inzake een kwaliteitskader voor
stages (Quality Framework for Traineeships, QFT) uit 2014. Over de inhoud en kabinetsappreciatie
heb ik uw Kamer eerder geïnformeerd in het BNC-fiche1.
Zoals toegelicht in het BNC-fiche onderschrijft het kabinet de doelstelling van het
pakket om de positie van stagiairs goed te borgen. In de laatste compromistekst is
de reikwijdte van het voorstel verder afgebakend en verduidelijkt. Dit betekent dat
enkel stagiairs met een arbeidsovereenkomst, waaronder trainees, onder de reikwijdte
van de richtlijn vallen. Deze groep valt al onder het Nederlandse arbeidsrecht en
het huidige voorstel sluit goed aan op het Nederlandse stelsel wat betreft minimumbescherming
(zoals de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, de Arbeidsomstandighedenwet en
de Arbeidstijdenwet), controle en handhaving. Stages die onderdeel uitmaken van een
opleiding, stages die verplicht zijn om een bepaalde kwalificatie te behalen of een
bepaald beroep uit te oefenen en stages in het kader van re-integratie zijn in de
nieuwe tekst uitgezonderd. Een belangrijk aandachtspunt voor Nederland zoals verwoord
in het BNC-fiche, was dat er meer ruimte en flexibiliteit voor lidstaten zou komen
voor inspecties en toezichthouders ten aanzien van de handhaving. In de laatste compromistekst
wordt, mede op verzoek van Nederland, voldoende ruimte geboden aan lidstaten om de
gestelde maatregelen in overeenstemming met het nationale recht in te richten en wordt
ook de rol van sociale partners benoemd. Daarmee komt de laatste compromistekst tegemoet
aan de wens van het kabinet om ervoor te zorgen dat de invulling van het handhavingsbeleid
aansluit bij de Nederlandse praktijk. Daarnaast wordt voldoende ruimte geboden aan
het Nederlandse stelsel, waarin cao-partijen verantwoordelijk zijn voor de naleving
van overige arbeidsvoorwaarden, zodat zij de gestelde maatregelen goed naar eigen
handelen kunnen inrichten.
Op 11 juni jl. heeft het Poolse Voorzitterschap het Richtlijnvoorstel in het Coreper-overleg
geagendeerd voor een algemene oriëntatie. Op dat moment werd er nog geen gekwalificeerde
meerderheid bereikt. Desondanks heeft het Voorzitterschap het Richtlijnvoorstel doorgeleid
naar de Raad. In aanloop naar de Raad heeft het Voorzitterschap nog één wijziging
aangebracht in de tekst van het Richtlijnvoorstel, namelijk om traineeships die plaatsvinden
in het kader van actief arbeidsmarktbeleid uit te zonderen van de bepalingen die zien
op het identificeren van onechte traineeships. Deze wijziging bleek nodig om enkele
lidstaten in te laten stemmen met de algemene oriëntatie. De wijziging is niet van
toepassing op de Nederlandse nationale context, aangezien Nederland geen traineeships
kent in het kader van actief arbeidsmarktbeleid. Namens Nederland heb ik daarom ingestemd
met de gewijzigde tekst.
Het Europees Parlement (EP) heeft nog geen positie bepaald. Naar verwachting zal het
EP tijdens de triloogfase inzetten op meer ambitie in de richtlijn. In haar resolutie
van 14 juni 2023 riep het EP namelijk op tot betere voorwaarden en een passende vergoeding
voor stagiairs2. Pas na de positiebepaling door het EP kan worden overgegaan tot triloogonderhandelingen
om tot een definitief akkoord tussen de medewetgevers te komen.
Agendapunt: beleidsdebat Richtlijnvoorstel Gelijke Behandeling buiten Arbeid (COM/2008/426)
De Raad hield een beleidsdebat over het Richtlijnvoorstel Gelijke Behandeling buiten
Arbeid. Het Richtlijnvoorstel stamt uit 2008 en ligt, ondanks meerdere pogingen om
tot een akkoord te komen, vanwege de vereiste unanimiteit in de Raad vast door een
blokkade van enkele lidstaten. De Commissie heeft eerder aangekondigd om het Richtlijnvoorstel
Gelijke Behandeling buiten Arbeid, ongeacht godsdienst of levensovertuiging, handicap,
leeftijd of seksuele gerichtheid (COM 2008/426) in te trekken vanwege het langdurig
ontbreken van zicht op een akkoord3.
Tijdens het beleidsdebat heeft Zweden mede een grote groep lidstaten, waaronder Nederland,
uitgesproken de voorgenomen intrekking van het Richtlijnvoorstel te betreuren. Er
gaat een belangrijke signaalwerking uit van aanname van dit Richtlijnvoorstel. De
richtlijn helpt om discriminatie op godsdienst of levensovertuiging, handicap, leeftijd
of seksuele gerichtheid tegen te gaan. Het kabinet is dan ook overtuigd van de toegevoegde
waarde van deze richtlijn. Dit voorstel heeft symbolisch veel waarde omdat het een
belangrijk gat in het EU-acquis dicht ten aanzien van antidiscriminatiewetgeving.
De groep lidstaten heeft gelet op bovenstaande overwegingen steun uitgesproken om
een akkoord te bereiken op het Richtlijnvoorstel.
De Commissie heeft aangegeven het signaal te hebben gehoord, en zal komende weken
een besluit kenbaar maken over de voorgenomen intrekking van het Richtlijnvoorstel.
Nederland blijft zich ervoor inzetten om op korte termijn een akkoord te bereiken
op het Richtlijnvoorstel.
Agendapunt: Europees Semester 2025
De Raad hield een beleidsdebat over het nieuwe Actieplan voor de Europese pijler voor
de sociale rechten en de anti-armoedestrategie. Tevens stemde de Raad in met de aanname
van de werkgelegenheids- en sociale beleidsaspecten van de landspecifieke aanbevelingen.
Ten slotte heeft de Raad de opinie van het Werkgelegenheidscomité en het Sociaal Beschermingscomité
goedgekeurd, welke terugblikt op de aanbevelingen van 2024 en vooruitblikt naar die
van 2025.
In de afgelopen periode zijn op Europees niveau stappen gezet ter bevordering van
werkgelegenheid, sociale bescherming en gelijke kansen. De sociale en werkgelegenheidsdimensie
van de Europese Unie werd versterkt met de ondertekening van de Europese pijler van
sociale rechten op 17 november 2017 te Göteborg, door de staatshoofden en regeringsleiders
van de lidstaten, de Europese Commissie en het Europees Parlement. De 20 beginselen
waaruit deze pijler is opgebouwd zijn gericht op het bevorderen van gelijke kansen
op de arbeidsmarkt, het waarborgen van eerlijke arbeidsvoorwaarden, alsmede het versterken
van sociale bescherming en inclusie. Deze beginselen leveren een bijdrage aan de verdere
verdieping en eerlijkere werking van de interne markt. Met de bekrachtiging van de
Porto-verklaring in mei 2021 werken lidstaten in gezamenlijkheid toe naar drie EU-doelstellingen
voor 2030 met betrekking tot werkgelegenheid, om- en bijscholing, en de bestrijding
van armoede, waaronder armoede onder kinderen4. Om de 2030 doelen te realiseren presenteert de Europese Commissie naar verwachting
eind 2025 het Actieplan voor de verdere implementatie van de Pijler en in 2026 de
Europese anti-armoede strategie.
Tijdens het beleidsdebat heb ik de Nederlandse prioriteiten in de EU op sociaal en
werkgelegenheidsterrein onder de aandacht gebracht5. Het kabinet zet in Europees verband in op het in goede banen leiden van arbeidsmigratie
middels een verduidelijking van het juridisch kader voor detachering van derdelanders
en een versterking van de Europese Arbeidsautoriteit. Ook spant het kabinet zich in
om een gelijk speelveld tussen lidstaten en bedrijven te creëren en werkenden in de
Unie beter te beschermen door het vaststellen van minimumnormen voor gevaarlijke stoffen
te versnellen. Daarnaast zet het kabinet in op het bevorderen van een sterke leer-en
ontwikkelcultuur met aandacht voor informeel leren en de ontwikkeling van een vaardighedentaal.
Tevens zet het kabinet zich in voor een modernisering van de regelgeving omtrent de
coördinatie van socialezekerheidsstelsels. Het kabinet zet zich ervoor in dat deze
thema’s terugkomen in het Actieplan voor de Europese pijler voor de sociale rechten.
Ook op het gebied van armoedebestrijding staan lidstaten voor gedeelde uitdagingen.
Nederland heeft ingebracht dat het belangrijk is dat de anti-armoedestrategie lidstaten
ondersteunt om adequaat armoede te bestrijden en effectief kennis uit te wisselen,
met oog voor beperking van de administratieve lasten. Daarbij dienen vier elementen
terug te komen in de anti-armoedestrategie: 1) vergroot het bewustzijn van dwarsverbanden
met betrekking tot armoede en de invloed op andere beleidsterreinen zoals de leefomgeving
en gezondheid 2) preventie van armoede en schulden in brede zin met aandacht voor
financiële verleidingen online 3) delen van kennis en goede voorbeelden over bijvoorbeeld
implementatieproblemen, datadeling en effectieve interventies en 4) het betrekken
van ervaringsdeskundigen in het beleidsproces.
Agendapunt: aanname Raadsconclusies over het bevorderen van gendergelijkheid in het
door kunstmatige intelligentie aangedreven digitale tijdperk: 6e horizontale beoordeling
van de uitvoering van het Beijing Platform for Action door de lidstaten en EU-instellingen
Het Poolse Voorzitterschap presenteerde Raadsconclusies over het bevorderen van gendergelijkheid
in de context van toenemende digitalisering en inzet van kunstmatige intelligentie
(AI). Daarbij gaat het onder meer om gelijke toegang tot digitale ruimtes, het tegengaan
van gendergerelateerd technologisch geweld, en het bestrijden van biases in AI-systemen.
De Raadsconclusies zijn ingebed in het kader van het 30-jarig jubileum van het Beijing Platform for Action. Diverse strategische EU-kaders, zoals de Europese gendergelijkheidsstrategie 2020–2025,
het EU Gender Action Plan III en het EU Actieplan Vrouwen, Vrede en Veiligheid 2019–2024,
lopen eveneens dit jaar af. Tegen die achtergrond onderstrepen de Raadsconclusies
het belang van gendergelijkheid in het digitale domein voor toekomstige beleidsplannen.
Nederland acht het van belang dat gendergelijkheid en de bescherming van fundamentele
rechten worden geborgd in de digitale transitie, zowel op nationaal als Europees niveau.
Daarbij zijn bewustwording van genderstereotypen, het tegengaan van online geweld
tegen vrouwen en meisjes, en het stimuleren van deelname van vrouwen aan STEM- en
ICT-sectoren cruciale speerpunten. Nederland is sterk gecommitteerd aan de volledige
uitvoering van het VN-Vrouwenverdrag (CEDAW) en het Beijing Platform for Action. Deze inzet sluit aan bij de nationale en EU-brede doelstellingen en bouwt voort
op bestaande beleidskaders, waaronder de Nederlandse inzet voor de bescherming en
bevordering van mensenrechten en de inzet voor emancipatie. Daarom heb ik namens Nederland
ingestemd met de aanname van de Raadsconclusies.
Agendapunt: aanname Raadsconclusies over het ondersteunen van ouderen bij het bereiken
van hun volledige potentieel op de arbeidsmarkt en in de maatschappij
Het Poolse Voorzitterschap presenteerde concept-Raadsconclusies over het ondersteunen
van ouderen bij het bereiken van hun volledige potentieel op de arbeidsmarkt en in
de maatschappij. Het doel van de Raadsconclusies is om, middels niet-bindende aanbevelingen,
bij te dragen aan de beleidsvorming in de EU-lidstaten met betrekking tot de arbeidsparticipatie
van ouderen.
Deze conclusies richten zich op het bevorderen van gelijke kansen, inclusie en toegankelijkheid
voor ouderen op de arbeidsmarkt, waarbij werkgelegenheid wordt gezien als een cruciaal
onderdeel voor sociale inclusie. Ze benadrukken de noodzaak van gecoördineerde maatregelen
op verschillende gebieden van het openbaar beleid om de werkgelegenheid van oudere
mensen te ondersteunen, evenals het belang van sociale dialoog op dit gebied.
Nederland hecht veel waarde aan het langer en in goede gezondheid laten doorwerken
van ouderen, vooral gezien de krappe arbeidsmarkt. We richten ons hierbij meer op
het versterken van de weerbaarheid van ouderen door middel van vaardigheden en gezondheid,
in plaats van mobiliteit. Deze aanpak sluit aan bij de doelstellingen van de Raadsconclusies
en versterkt onze inzet voor een inclusieve arbeidsmarkt. Het kabinet is sterk gecommitteerd
aan dit onderwerp en de inzet sluit aan bij de nationale en EU-brede doelstellingen
en bouwt voort op bestaande beleidskaders. Nederland heeft daarom ingestemd met de
aanname van de Raadsconclusies.
W.v.t.t.k.-punt: evaluatie Europese Arbeidsautoriteit
De Commissie gaf een presentatie over de evaluatie van de Europese Arbeidsautoriteit
(ELA). De ELA is opgericht in 2019 en heeft zich de afgelopen jaren als organisatie
ontwikkeld. De ELA bevordert de samenwerking tussen EU-landen, coördineert gezamenlijke
inspecties, maakt analyses en risicobeoordelingen, en bemiddelt in geschillen tussen
EU-landen op het gebied van grensoverschrijdende arbeidsmobiliteit en handhaving.
In de oprichtingsverordening van de ELA is opgenomen dat de Autoriteit iedere vijf
jaar zal worden geëvalueerd op diens effectiviteit, efficiëntie en relevantie. De
Nederlandse prioriteiten voor de evaluatie zijn in januari 2024 met uw Kamer gedeeld6. Op maandag 26 mei 2025 heeft de Commissie haar eerste evaluatie van de ELA gepubliceerd7.
Tijdens de Raad heeft Nederland de uitkomsten van de evaluatie verwelkomd. Ik heb
genoemd dat Nederland zich in Europees verband blijft inzetten voor eerlijke arbeidsmobiliteit
en voor het in goede banen leiden van arbeidsmigratie. Ik heb de presentatie van de
Commissie aangegrepen om de Nederlandse prioriteiten voor een sterkere ELA, en ten
aanzien van eerlijke arbeidsmobiliteit in den brede, opnieuw onder de aandacht te
brengen. Daarbij heb ik ook opnieuw aandacht gevraagd voor het aanpakken van onrechtmatige
detachering van derdelanderwerknemers door het verduidelijken van het juridisch kader.
Het verduidelijken van het juridisch kader en het versterken van grensoverschrijdende
handhaving gaan immers hand in hand.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
Y.J. van Hijum, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid