Brief regering : Fiche: Mededeling horizontale interne-marktstrategie
22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
Nr. 4096
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 1 juli 2025
Overeenkomstig de bestaande afspraken ontvangt u hierbij 2 fiches die werden opgesteld
door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissie voorstellen (BNC).
Fiche: Mededeling horizontale interne-marktstrategie
Fiche: Verordening veilige derde landen (Kamerstuk 22 112, nr. 4097)
De Minister van Buitenlandse Zaken,
C.C.J. Veldkamp
Fiche: Mededeling horizontale interne-marktstrategie
1. Algemene gegevens
a) Titel voorstel
De eengemaakte markt: onze Europese thuismarkt in een onzekere wereld. Een strategie
om de eengemaakte markt eenvoudig, naadloos en sterk te maken
b) Datum ontvangst Commissiedocument
21 mei 2025
c) Nr. Commissiedocument
COM(2025) 500
d) EUR-Lex
EUR-Lex – 52025DC0500 – NL – EUR-Lex
e) Nr. impact assessment Commissie en Opinie
Niet opgesteld
f) Behandelingstraject Raad
Raad voor Concurrentievermogen
g) Eerstverantwoordelijk ministerie
Ministerie van Economische Zaken
2. Essentie voorstel
De Europese Commissie (hierna: Commissie) heeft op 21 mei 2025 de horizontale interne-marktstrategie
(hierna: strategie) gepubliceerd. In deze strategie benadrukt de Commissie de noodzaak
om de Europese interne markt te versterken, als fundament van Europese economische
stabiliteit, weerbaarheid en concurrentievermogen. De Commissie stelt 58 concrete
acties voor om de interne markt verder te vereenvoudigen, versterken en stroomlijnen.
De strategie bouwt voort op de aanbevelingen uit de rapporten van Enrico Letta1 en Mario Draghi.2 Daarin staat op urgente wijze beschreven dat het economisch gewicht van de EU en
interne markt aanzienlijk is afgenomen ten opzichte van de rest van de wereld. Er
is onmiddellijk stevige Europese inzet en actie nodig op alle fronten van de interne
markt.
De strategie bestaat uit vijf hoofdstukken met in ieder een probleemanalyse en vervolgens
concrete acties om deze problematiek op de interne markt aan te pakken. De strategie
bevat zelf geen nieuwe wetgeving, maar kondigt verschillende (wetgevende) voorstellen
aan die in 2025, 2026 en 2027 worden verwacht. Uw Kamer zal over de hierna beschreven
individuele voorstellen te zijner tijd via de geëigende wegen worden geïnformeerd.
In het eerste hoofdstuk identificeert de Commissie de volgens haar tien meest schadelijke
belemmeringen («terrible ten») voor bedrijven en burgers op de interne markt, die zij met voorrang wil aanpakken:
1) complexe EU-regels; 2) gebrek aan betrokkenheid en politiek eigenaarschap van de
EU-lidstaten; 3) ingewikkelde vestiging en exploitatie van bedrijven; 4) beperkte
erkenning van beroepskwalificaties; 5) gebrek aan geharmoniseerde normen; 6) versnipperde
regels voor verpakkingen, etikettering en afval; 7) gebrek aan productconformiteit;
8) restrictieve en uiteenlopende nationale dienstenregelgeving; 9) belastende regels
voor de detachering van werknemers; 10) ongerechtvaardigde territoriale leveringsbeperkingen.
Het wegnemen van deze belemmeringen zal het vrije verkeer van goederen, personen,
diensten en kapitaal in de EU ten goede komen.
Met het tweede hoofdstuk beoogt de Commissie de Europese dienstensector nieuw leven
in te blazen, omdat de interne markt voor diensten tot op heden onderontwikkeld is.
De strategie richt zich op specifieke dienstensectoren en kondigt een wetsvoorstel
aan voor bouwdiensten, een wetsvoorstel inzake digitale netwerken en een wetsvoorstel
over de EU-bezorgmarkt om de regels voor de post- en pakketsector te moderniseren.
Daarnaast komen er initiatieven voor een uniform boekingssysteem voor treinreizen,
grensoverschrijdende autoverhuur, en papierloze mobiliteit van passagiers en goederen.
Ook zal de Commissie de lidstaten ondersteunen bij de vrijwaren van gereguleerde zakelijke
diensten van onnodige regelgeving. Verder wil zij grensoverschrijdende diensten in
de industrie, zoals installatie, onderhoud en reparatie, meer faciliteren.
Het derde hoofdstuk richt zich op het midden- en kleinbedrijf (mkb). De Commissie
beoogt het mkb beter te ondersteunen en opschaling aan te moedigen en te belonen.
De Commissie verwijst naar de voorgestelde nieuwe definitie van kleine midcaps.3 Met deze nieuwe definitie moet het makkelijker worden om enkele van de voordelen
voor het mkb uit te breiden tot deze kleine midcaps. Ook is tegelijkertijd met de
strategie een mkb-ID-instrument gepresenteerd. Dat is een online-instrument waarmee
een mkb-status eenvoudig kan worden gecontroleerd. De Commissie zal daarnaast ook
het netwerk van mkb-gezanten versterken en het huidige mkb-fonds verlengen tot 2026.
Het vierde hoofdstuk ziet op de digitalisering van de interne markt. De Commissie
zal een (digitale) Europese portemonnee voor ondernemingen («European Business Wallet») introduceren, de Interne Markt Informatiesysteem (IMI) verordening herzien, EU-wetgeving
herzien om het gebruik van het digitale productpaspoort uit te breiden en e-facturering
bij overheidsaanbestedingen te verplichten. Ook heeft de Commissie als onderdeel van
het vierde omnibuspakket twee voorstellen gepubliceerd waardoor bedrijven onder meer
documenten digitaal kunnen indienen om te voldoen aan verplichtingen uit bepaalde
geharmoniseerde EU-productwetgeving.
Het vijfde hoofdstuk richt zich op betere toepassing en handhaving van interne-marktregels
en politieke betrokkenheid bij de interne markt. De Commissie roept de lidstaten op
om een vertegenwoordiger op hoog niveau («Single Market Sherpa») aan te wijzen om toezicht te houden op de toepassing van interne-marktregels en
het voorkomen en adresseren van interne-marktbelemmeringen, bij voorkeur te positioneren
in het kantoor van de president of premier. Daarnaast zal de Commissie een jaarlijkse
bijeenkomst op hoog politiek niveau organiseren om de Europese taskforce interne-markthandhaving
(SMET) en het werk in SMET te versterken en zal zij de nationale SOLVIT-centra versterken
en ook systematisch vervolg geven op structurele problemen geïdentificeerd door SOLVIT.4 De Commissie zal ook jaarlijks een interne markthandhavingsagenda presenteren, gelinkt
aan het jaarlijkse interne-markt- en concurrentievermogenrapport.
3. Nederlandse positie ten aanzien van het voorstel
a) Essentie Nederlands beleid op dit terrein
Nederland haalt bijna 80% van zijn handelsbaten uit de interne markt.5 De interne markt vormt de hoeksteen van het Europese concurrentievermogen. In zowel
het Letta- als Draghi-rapport wordt gepleit voor verdere versterking van de interne
markt en gesteld dat niets doen geen optie is. De interne markt vergt continu onderhoud.
Het kabinet blijft conform het Regeerprogramma werken aan de versterking van de interne
markt op grond van de kabinetsbrede actieagenda6 en kabinetsvisie EU-concurrentievermogen.7 Het kabinet hanteert daarbij de volgende uitgangspunten: 1) het interne-marktbeleid
moet zoveel mogelijk worden gebaseerd op en regelmatig worden getoetst aan feiten
en behoeften van Nederlandse ondernemers, burgers en werknemers; 2) deze feiten en
behoeften moeten uitmonden in maatwerk, bijvoorbeeld via verbetering van informatievoorziening
en digitalisering en vereenvoudiging van procedures om zo de regeldruk te verminderen;
3) het streven is naar meer doelgerichte en uniforme toepassing waaronder handhaving
van interne-marktregels in alle EU-landen.
Volgens het kabinet is de kern van de interne markt een ruimte zonder binnengrenzen
met vrij verkeer van goederen, diensten, personen en kapitaal. Het goed functioneren
van de interne markt vergt doorlopend aandacht en is essentieel voor een aantrekkelijk
ondernemingsklimaat, economische groei en brede welvaart in Nederland en de EU. Daarom
zet het kabinet in op het wegnemen en voorkomen van ongerechtvaardigde belemmeringen
en voor betere toepassing van huidige interne-marktregels. Zo kunnen ondernemers en
burgers kansen benutten en ervaren zij zo min mogelijk regeldruk. Daarbij is een goed
functionerende interne markt ook een voorwaarde voor de realisatie van andere ambities,
zoals de Clean Industrial Deal,8 de klimaatdoelen en het EU-kompas voor concurrentievermogen.9
Nederland heeft samen met andere lidstaten de Commissie opgeroepen om met een horizontale
interne-marktstrategie te komen voor een goed werkende, sterke, eerlijke, circulaire
en duurzame interne markt. Daarbij is het belang van politiek eigenaarschap onderstreept
om op alle beleidsterreinen ongerechtvaardigde belemmeringen weg te nemen en te voorkomen.
Verder is onder meer ingezet op een sectorspecifieke benadering bij het wegnemen van
belemmeringen op de dienstenmarkt en op meer transparantie over de handhavingsprioriteiten
van de Commissie. Het kabinet heeft vervolgens tien concrete suggesties voor belemmeringen
en onderwerpen gepresenteerd die de strategie zou moet adresseren.10 Nederland heeft als één van de trekkers, samen met vijftien andere lidstaten, de
Commissie concrete input gegeven voor de strategie via een non-paper.11
b) Beoordeling + inzet ten aanzien van dit voorstel
Het kabinet is positief over de strategie en verwelkomt de nadruk van de Commissie
op de versterking, vereenvoudiging en stroomlijning van de interne markt. Het kabinet
verwelkomt de inventarisatie door de Commissie van de tien meest schadelijke belemmeringen
voor bedrijven en burgers op de interne markt, zonder afbreuk te doen aan de inzet
op hoge sociale en milieustandaarden. Het kabinet vindt het positief dat het acht
van de eigen tien punten terugziet in deze lijst van belemmeringen. Het zal zich actief
inzetten voor een ambitieuze uitvoering van de strategie.
Het kabinet steunt de aandacht van de Commissie voor het verlagen van administratieve
lasten en de nalevingskosten van regels. Het kabinet is voorstander van ambitieuze
voorstellen op dit gebied en verwelkomt dan ook in algemene zin de omnibusvoorstellen
die voor vermindering van administratieve lasten voor het bedrijfsleven zorgen, zonder
de daarmee verband houdende beleidsdoelstellingen te ondermijnen. Het kabinet verwelkomt
toetsing van het concurrentievermogen als onderdeel van de beoordelingsfase over de
effecten van nieuwe wetgeving. Deze check zou de bescherming en versterking van de
interne markt moeten waarborgen. Het kabinet ziet op dit gebied graag een sterke inzet
van de Commissie, over alle relevante directoraten-generaal.
Daarnaast komt de Commissie met een herziening van de aanbestedingsrichtlijnen en
wil zij het Europees voorkeursprincipe bij publieke aanbestedingen invoeren. Het kabinet
erkent dat een Europees voorkeursprincipe in bepaalde gevallen wenselijk kan zijn.
Een dergelijke maatregel kan echter ook negatieve effecten met zich meebrengen zoals
prijsopdrijvende effecten, ondermijning van de Europese inzet op betere aanbestedingsmarkttoegang
in derde landen en extra administratieve lasten. Het kabinet geeft daarom vooralsnog
de voorkeur aan een gerichte inzet van kwalitatieve eisen in strategische sectoren.
Het kabinet staat positief tegenover voorstellen om de regels en procedures voor defensieaanbestedingen
te vereenvoudigen en harmoniseren en zal concrete voorstellen met belangstelling bekijken.
Ook in de herziening van de aanbestedingsrichtlijnen moeten volgens het kabinet goede
elementen van de EU-richtlijn over defensie- en gevoelige veiligheidsaanbestedingen
worden overgenomen, zoals extra uitsluitingsgronden en meer aandacht voor beveiligingseisen.
Het kabinet steunt de oproep van de Commissie voor meer betrokkenheid en politiek
eigenaarschap van de EU-lidstaten bij de interne markt. Het kabinet zet zich hier
via de interne-marktactieagenda kabinetsbreed voor in en ziet deze interdepartementale
aanpak graag terug op EU-niveau binnen de Raadsformaties en de verschillende directoraten-generaal
van de Commissie. Het kabinet is positief over een jaarlijkse bijeenkomst op hoog
politiek niveau om (het werk in) SMET te versterken, maar heeft vragen over hoe deze
bijeenkomst zich zal verhouden tot de jaarlijkse cyclus voor interne markt en concurrentievermogen
en de Raad van Concurrentievermogen en of de Commissie voorstellen doet om dan concreet
tot besluitvorming op hoog politiek niveau te komen zodat de bijeenkomst ook daadwerkelijk
tot actie leidt. Het kabinet steunt versterking van SMET, bijvoorbeeld door duidelijke
opvolging van en transparantie over gekozen SMET-projecten. De oproep van de Commissie
aan de lidstaten om een vertegenwoordiger op hoog niveau («Single Market Sherpa») aan te wijzen roept bij het kabinet vragen op. Het kabinet ziet graag ruimte voor
lidstaten voor een passende invulling hiervan, zonder afbreuk te doen aan het ambitieniveau.
Dat de Commissie, indien nodig, met een wet ter voorkoming van interne-marktbelemmeringen
komt (de «Single Market Barriers Prevention Act») is een aandachtspunt voor het kabinet. Het kabinet staat achter het doel van meer
transparantie op de interne markt, maar kan zich niet vinden in dit mogelijke wetsvoorstel.
Zo leidt het verbreden van de notificatiepraktijk binnen die Dienstenrichtlijn en
het aanscherpen van de proportionaliteitstoets tot hogere administratieve lasten voor
(decentrale) overheden. Het is niet zeker dat dit potentiële voorstel gaat bijdragen
aan het wegnemen van daadwerkelijk in de praktijk ervaren belemmeringen. Toepassing
en handhaving moeten doelgericht zijn en zich richten op regels met echte impact op
het vrij verkeer. Het is zeer de vraag of genoemd voorstel daaraan bijdraagt. Het
kabinet zal de ontwikkelingen op dit gebied nauw blijven volgen en, waar nodig, proberen
te beïnvloeden.
Bij het voorstel van de Commissie voor een 28ste regelgevend regime ziet het kabinet kansen voor de groei van innovatieve bedrijven,
omdat deze bedrijven op de interne markt nu belemmeringen ervaren. Wel zijn er zoals
aangegeven in de kabinetsappreciatie van het EU-kompas voor concurrentievermogen en
de kabinetsinzet kapitaalmarktunie12 bij de vormgeving van een 28e regime, vraagpunten op bijvoorbeeld het gebied van eventuele fiscaliteit, rechtszekerheid
en arbeidsrechtelijke harmonisatievoorstellen. Voor het succes van het 28ste regime, acht het kabinet het van doorslaggevend belang dat een dergelijk regelgevend
kader in de behoeften van belanghebbenden voorziet. Het EU-raamwerk dient juridisch
duidelijk vormgegeven te worden, met een heldere status en juridische basis. Ook dient
het regime zoveel mogelijk aspecten die relevant zijn voor het ondernemerschap te
regelen.
Het kabinet heeft een positieve grondhouding tegenover het voornemen en nadere acties
van de Commissie ter verbetering van erkenningsprocedures voor beroepskwalificaties.
Het kabinet vindt het van belang dat lidstaten bevoegd blijven om te beoordelen of
en in hoeverre een aanvrager van een erkenning van kwalificaties voor een gereglementeerd
beroep aan de inhoudelijke nationale vereisten voldoet. Ook het voorstel van de Commissie
om de erkenning van beroepskwalificaties te vergemakkelijken door automatische erkenningsregelingen
uit te breiden vindt het kabinet positief. Het kabinet wijst er wel op dat het uiteindelijk
aan de lidstaten is om in te stemmen met de invoering van automatische erkenningsregelingen.
Een belangrijke voorwaarde van het kabinet is dat, ten behoeve van de volksgezondheid,
de openbare orde en veiligheid, er voldoende vertrouwen is in de kwaliteit van de
aan de betreffende beroepskwalificaties gerelateerde (beroeps)opleidingen in andere
EU-lidstaten.
Met de komst van veel nieuwe EU-wet- en regelgeving zijn volgens het kabinet snel
meer werkbare en nieuwe Europees geharmoniseerde normen voor producten, processen
en diensten nodig. Deze normen geven bedrijven toegang tot de interne markt tegen
relatief lage kosten. Het voorstel van de Commissie om, indien nodig, gemeenschappelijke
specificaties vast te stellen, vindt het kabinet een noodoplossing in uitzonderlijke
gevallen en onder strikte voorwaarden. Hierover (het vierde omnibusvoorstel over digitalisering
productinformatie en gemeenschappelijke specificaties) is een separaat BNC-fiche opgesteld.13 Daarnaast is het kabinet positief over de voorgenomen herziening en modernisering
van de Normalisatieverordening en het Nieuw Wetgevend Kader (NWK). Het kabinet zal
onder andere pleiten voor een toekomstbestendig normalisatiesysteem met transparante
en snellere procedures, gebalanceerde representatie van belanghebbenden, versterking
van de digitale infrastructuur en voldoende experts om geharmoniseerde normen tijdig
te ontwikkelen. Daarnaast onderschrijft het kabinet de lezing van de Commissie dat
het verbinden van standaardisering met EU-onderzoeks- en innovatieactiviteiten, inclusief
het metrologie-initiatief en bijbehorende meetstandaarden, het vrije verkeer van diensten
en producten bevordert.
Het kabinet zet zich in voor geharmoniseerde regels en meer eenduidige toepassing
van regels over etikettering, zodat het makkelijker wordt om producten over de grens
te verhandelen. Het is voor het kabinet wenselijk om concrete belemmeringen nader
in kaart te brengen die voortvloeien uit diverse, specifieke Europese regels over
etikettering. Het kabinet steunt de aankondiging van de Commissie om de fragmentatie
door nationale uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) aan te pakken door
verdere harmonisatie, vereenvoudiging en digitalisering via een éénloketsysteem voor
informatie, registratie en rapportage, met behoud van de effectiviteit van het UPV-instrument.
Ook steunt het kabinet het voorstel om ongerechtvaardigde eisen aan gemachtigde vertegenwoordigers
op basis van UPV-regelgeving aan te passen, met een voorkeur om dit te doen via het
aankomende wetsvoorstel over de Europese circulaire economie om zo samenhang met andere
UPV-verplichtingen te waarborgen.
Het voorstel voor harmonisatie van etiketteringsregels via sectorale wetgeving en
het faciliteren van de uitrol van digitale etiketteringsoplossingen via het digitale
productpaspoort, vindt het kabinet een goede zaak, mits rekening gehouden wordt met
de mate van digitale vaardigheden van gebruikers en eventuele gezondheidsrisico’s.
Ook de ontwikkeling van één Europese markt voor hoogwaardige afval, recycling en veilige
toepassing van recyclaat in nieuwe producten is voor het kabinet één van de benodigde
stappen om tot een circulaire economie te komen en export/weglek van afval of, specifiek
voor de staal- en metaalsector, schroot te voorkomen. Het voorstel om de criteria
voor einde-afval en bijproducten te verduidelijken en tot een meer geharmoniseerd
kader te komen, kan volgens het kabinet helpen met het uitvoeren van juiste einde-afval-
en bijproductbeoordelingen.
Voor het kabinet is het van belang dat het verkeer van goederen in de EU zonder belemmeringen
verloopt. Het kabinet pleit er voor om het digitale productpaspoort versneld op te
nemen in alle productregelgeving, waarmee voor markttoezichthouders toegang komt tot
alle essentiële documenten die vereist zijn onder EU-productregelgeving. Het kabinet
is verder positief over het voorstel om effectieve maatregelen te nemen om de naleving
van productvoorschriften te verbeteren, door bijvoorbeeld de samenwerking tussen de
EU en nationale douane- en markttoezichtautoriteiten te versterken. Het kabinet ziet
vooral meerwaarde in Europese samenwerking als het gaat om gezamenlijke en gecoördineerde
toezichtcontroles, het uitwisselen van data en gebruik van nieuwe technologieën, zoals
AI en scantechnologieën. Het is echter nog niet duidelijk wat de rol en toegevoegde
waarde van de eventueel op te richten EU-markttoezichtautoriteit is. Het is belangrijk dat de Commissie hier meer duidelijkheid over
geeft.
Het kabinet herkent de zorgen van de Commissie over restrictieve en uiteenlopende
nationale dienstenregelgeving. De aangekondigde initiatieven van de Commissie op dit
gebied roepen echter vragen op bij het kabinet. Zo is onduidelijk in hoeverre het
initiatief om het bieden van diensten die in één lidstaat zijn geautoriseerd of gecertificeerd
op basis van EU-wetgeving te vergemakkelijken in de gehele EU aansluit bij behoeften
uit de praktijk. Ook is de vraag welke diensten hieronder zouden vallen en wat de
raakvlakken zijn met het NWK. Specifiek is voor het kabinet onduidelijk of dit initiatief
ook betrekking heeft op bedrijven die werknemers uitzenden of detacheren naar een
andere lidstaat en daarmee mogelijk invloed heeft op het wetsvoorstel toelating terbeschikkingstelling
arbeidsmigranten (Wtta). Voor het kabinet is het belangrijk dat de Wtta zonder vertraging
kan worden ingevoerd en dat het beschermingsniveau daarvan niet wordt ondermijnd.
Dezelfde vragen heeft het kabinet over de ontwikkeling door de Commissie van juridische
richtsnoeren en aanbevelingen aan lidstaten om duidelijkheid te geven over het recht
om tijdelijk grensoverschrijdende diensten te verlenen. Conform de beantwoording van
uw Kamervragen op 10 juni 202514 zal het kabinet bij de Commissie hier aandacht voor vragen.
De Commissie wijst op het belang om het proces van nieuwe wetsvoorstellen over coördinatie
van de sociale zekerheid en een openbare interface voor de verklaring van de detachering
van werknemers15 af te ronden. Het kabinet zet in op modernisering van de sociale zekerheidsverordening
en heeft hierover in januari 2025 een non-paper16 gedeeld met de Commissie. Daarnaast moeten administratieve lasten voor ondernemers
die werknemers detacheren in een andere lidstaat volgens het kabinet waar mogelijk
worden verminderd. Daarvoor is de inzet van het kabinet gericht op het wegnemen van
ongerechtvaardigde belemmeringen bij de meldplicht voor detacheringen en het verbeteren
van de informatievoorziening over de meldplicht. Het kabinet staat daarom ook positief
tegenover het doel van een gezamenlijk vrijwillig formulier voor het melden van grensoverschrijdende
detacheringen. Uitgangspunt voor het kabinet is dat het initiatief geen afbreuk mag
doen aan effectieve handhaving en daarmee de bescherming van gedetacheerde werknemers.
Uw Kamer is via het verslag van de Raad voor Concurrentievermogen van 22 mei 2025
geïnformeerd over de algemene oriëntatie die is bereikt in de Raad.17
Daarnaast kondigt de Commissie de lancering van een pakket voor eerlijke arbeidsmobiliteit
aan, inclusief een voorstel voor een Europese socialezekerheidspas (ESSPASS)18 en een voorstel voor het versterken van de Europese Arbeidsautoriteit (ELA). Het
kabinet pleit actief voor meer aandacht voor eerlijke arbeidsmobiliteit en verwelkomt
de ambitie van de Commissie op dit punt. Ten aanzien van de ELA, wordt het eventueel
versterken van het mandaat op specifieke onderdelen genoemd, zoals verbeterde competenties
in gegevensverwerking, de rol van de ELA ten aanzien van derdelanders en informatievoorziening.
Deze punten sluiten aan bij de Nederlandse prioriteiten die in een non-paper kenbaar
zijn gemaakt aan de Commissie.19
Het kabinet is positief over het voorstel om ongerechtvaardigde territoriale leveringsbeperkingen
prioritair aan te pakken. Dit sluit aan bij de sterke inzet van het kabinet als drijvende
kracht om dit in Brussel op de agenda te krijgen. Het kabinet zal inzetten op een
ambitieuze invulling en tijdlijn: een wetgevend voorstel dat proportioneel is en werkt
in de praktijk. Het kabinet beschouwt hiermee de relevante moties20, die zijn ingediend tijdens het debat over de positie van de middenklasse op 6 maart
2025, als afgedaan met dit fiche.
Het kabinet verwelkomt de sectorspecifieke aanpak van de Commissie om de Europese
dienstensector nieuw leven in te blazen. Het benadrukt dat de voorstellen moeten aansluiten
bij de feiten en behoeften uit de praktijk. Het kabinet kijkt uit naar het wetsvoorstel
inzake digitale netwerken, maar benadrukt dat een relatief groot aantal telecombedrijven
niet noodzakelijk als problematisch wordt gezien.21 Het wetsvoorstel voor de EU-bezorgmarkt om de regels voor de post- en pakketsector te moderniseren moet ertoe leiden
dat lidstaten meer ruimte krijgen bij de invulling van verplichting tot het waarborgen
van de universele bezorgdienst. Het kabinet ziet geen noodzaak voor regulering van
de pakketmarkt, want deze voorziet al in diensten van hoge kwaliteit tegen concurrerende
prijzen.
Het kabinet is positief over het plan van de Commissie om onnodige technische barrières
in het goederenvervoer weg te nemen. Verbeterde data-uitwisseling maakt het mogelijk
om van papieren documenten af te komen. Het kabinet verwelkomt het initiatief voor
papierloos goederenvervoer, maar roept de Commissie op om hierbij aansluiting te zoeken
bij bestaande wetgeving. Bij de aankondiging dat de Commissie lidstaten zal ondersteunen
bij het vrijstellen van gereguleerde zakelijke diensten van onnodige regelgeving,
is voor het kabinet nog onduidelijk over welke specifieke diensten dit gaat. Financiële
diensten zijn namelijk uitgesloten van de Dienstenrichtlijn en de markt voor zakelijke
dienstverlening omvat een breed en divers palet aan subsectoren. Het doel van het
initiatief van de Commissie om grensoverschrijdende diensten in de industrie verder
te faciliteren, zoals installatie, onderhoud en reparatie, ziet het kabinet als positief.
Het kabinet verwelkomt eveneens de expliciete aandacht voor het mkb. Het kabinet blijft
zich actief inzetten om onnodige regeldruk en ongerechtvaardigde belemmeringen voor
het mkb weg te nemen en onderzoekt daarbij zorgvuldig hoe Europese wetgeving uitpakt
voor kleinere ondernemers, zodat bij EU-regelgeving rekening kan worden gehouden met
de concurrentiekracht en positie van het mkb. Het voornemen van de Commissie om het
netwerk van mkb-gezanten te versterken sluit goed aan bij het doel van het netwerk
om het overlegproces te verbeteren en mkb-vriendelijke regelgeving te bevorderen.
Het kabinet verwelkomt in het bijzonder de focus op het verminderen van administratieve
lasten.
Het kabinet steunt de focus op digitalisering van de interne markt. Zo is het kabinet
positief over het voorstel van de Commissie om een (digitale) Europese portemonnee
voor ondernemingen («European Business Wallet») te introduceren, in acht nemend dat de inhoudelijke invulling van de nieuwe wetgeving
nog niet bekend is. Het kabinet gaat ervan uit dat onder meer het bedrijfsleven actief
wordt betrokken in de voorbereiding van de hiervoor benodigde nieuwe wetgeving en
dat deze voort zal borduren op de herziening van de eIDAS-verordening. Ook verwelkomt
het kabinet de herziening van EU-wetgeving om het gebruik van het digitale productpaspoort
uit te breiden voor verschillende productgroepen en het digitale productpaspoort in
te zetten voor productgerelateerde informatie over veiligheid, duurzaamheid en andere
te beschermen publieke belangen. Over het gebruik van het IMI is het kabinet in algemene
zin positief. De voorgestelde generieke wijziging van de IMI-verordening door de Commissie
is slechts een juridische aanpassing om toepassing op nieuwe beleidsterreinen mogelijk
te maken. Bij het voorstel van de Commissie om e-facturering bij overheidsaanbestedingen
te verplichten, is de inschatting van het kabinet dat op Europese schaal harmoniseren
van processen en standaarden meer tijd nodig heeft dan de geplande herziening van
wetgeving in 2026 door het ontbreken van softwareoplossingen, de lange doorlooptijd
bij het ontwikkelen van standaarden en de voorgeschiedenis met de implementatie en
adoptie van e-facturatie.
De focus van de Commissie op betere toepassing en handhaving van interne-marktregels
en politieke betrokkenheid bij de interne markt, sluit goed aan bij de kabinetsinzet.
Het kabinet steunt het voorstel om nationale SOLVIT-centra te versterken en ook om
meer systematisch en transparant vervolg te geven op structurele problemen geïdentificeerd
door SOLVIT. Het is wenselijk om duidelijke criteria en structurele terugkoppeling
in dit proces te ontvangen. Het kabinet ziet graag meer transparantie op het gebied
van handhavingsprioriteiten van de Commissie en kijkt daarom uit naar de voorgestelde
jaarlijkse presentatie van haar interne markt handhavingsagenda, gelinkt aan het jaarlijkse
interne markt en concurrentievermogenrapport. Deze agenda maakt het mogelijk om de
dialoog met de Commissie aan te gaan over haar handhavingsprioriteiten en in te zetten
op meer doelgerichte toepassing van interne-marktregels.
c) Eerste inschatting van krachtenveld
De meerderheid van lidstaten heeft tijdens de Raad van Concurrentievermogen van 22 mei
2025 de strategie verwelkomd. Lidstaten riepen bijna unaniem op tot snelle uitvoering
van de strategie en verlaging van administratieve lasten voor bedrijven. Er zijn wel
lidstaten die waarschuwen voor verdubbeling van wetgeving, die meer ambitie willen
op het gebied van digitalisering, of die meer aandacht willen voor Europese voorkeursprincipes
in de strategie. Het Europees Parlement heeft op 21 mei 2025 plenair gedebatteerd
over de strategie. Het Parlement heeft plenair met grote meerderheid op 8 mei 2025
een resolutie aangenomen waarin het belang van de versterking van de interne markt
werd benadrukt en het Parlement input geeft voor de strategie.22
4. Grondhouding ten aanzien van bevoegdheid, subsidiariteit, proportionaliteit, financiële
gevolgen en gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
a) Bevoegdheid
De grondhouding van het kabinet is positief. Het voorstel heeft betrekking op de interne
markt. Op dit terrein is sprake van een gedeelde bevoegdheid tussen de EU en de lidstaten
conform artikel 4, lid 2 onder a), EU-Werkingsverdrag (VWEU).
b) Subsidiariteit
De grondhouding van het kabinet is positief. De strategie heeft tot doel de interne
markt te versterken door onder meer interne-marktbelemmeringen aan te pakken en te
voorkomen. Gezien deze grensoverschrijdende problematiek kan dit onvoldoende door
de lidstaten op centraal, regionaal of lokaal niveau worden verwezenlijkt. Daarom
is een EU-aanpak nodig. Door de aangekondigde acties in de strategie wordt onder andere
het gelijk speelveld op de interne markt verbeterd en worden belemmeringen op de interne
markt en voor het grensoverschrijdende (vrij) verkeer weggenomen en voorkomen. Om
die redenen is optreden op het niveau van de EU gerechtvaardigd.
c) Proportionaliteit
De grondhouding van het kabinet is positief. De strategie heeft tot doel de interne
markt te versterken door onder meer interne-marktbelemmeringen aan te pakken en te
voorkomen. Het voorgestelde optreden is geschikt om deze doelstelling te bereiken,
omdat de strategie met concrete acties komt om de interne markt te vereenvoudigen,
versterken en stroomlijnen. Bovendien gaat het voorgestelde optreden niet verder dan
noodzakelijk, omdat de strategie nog voldoende ruimte laat aan de EU-lidstaten om
hier op bepaalde punten individueel invulling aan te geven en verdere uitwerking daarvan
mede vorm te geven mits gerechtvaardigd en zorgvuldig gemotiveerd.
d) Financiële gevolgen
De strategie zelf heeft geen directe financiële consequenties voor de EU-begroting
of de nationale begroting. Tegelijkertijd worden er nieuwe voorstellen, plannen en
initiatieven aangekondigd. Het kabinet is van mening dat eventueel benodigde EU-middelen
gevonden dienen te worden binnen de in de Raad afgesproken financiële kaders van de
EU-begroting 2021–2027 en dat deze moeten passen bij een prudente ontwikkeling van
de EU-jaarbegroting. Het kabinet wil in het kader van de MFK-onderhandelingen niet
vooruitlopen op de integrale afweging van middelen na 2027. Eventuele budgettaire
gevolgen voor het Rijk worden ingepast op de begroting van het beleidsverantwoordelijk
departement, conform de regels van de budgetdiscipline.
e) Gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
Het verminderen van regeldruk, vereenvoudigen van bestaande regels en beter toepassen
en handhaven van interne-marktregels zijn een belangrijk onderdeel van de strategie.
Het kabinet beschouwt het verminderen van regeldruk als een van zijn speerpunten en
verwelkomt daarom deze inzet van de Commissie. Tegelijkertijd worden er wel nieuwe
voorstellen, plannen en initiatieven aangekondigd. De regeldrukeffecten hiervan zullen
op zichzelf moeten worden beoordeeld.
Het doel van de strategie is om de Europese interne markt te versterken, als het anker
van Europese economische stabiliteit, weerbaarheid en concurrentievermogen. De verwachte
effecten op de concurrentiekracht van de EU zijn in potentie positief en worden door
het kabinet gesteund.
De huidige geopolitieke uitdagingen moedigen aan om de volledige potentie van de interne
markt te gebruiken, waar deze strategie aan bij kan dragen. De uitwerking van de acties
heeft mogelijk geopolitieke gevolgen, omdat het doel van de strategie is om de positie
van de Europese interne markt te versterken, om onder meer zich met andere economische
grootmachten te meten. Het kabinet staat hier positief tegenover, omdat dit bijdraagt
aan het versterken van de weerbaarheid en internationale slagkracht van de EU en Nederland
als geopolitieke en economische speler. Tot slot vindt het kabinet het belangrijk
dat de EU bij de nadere uitwerking van de voorgestelde plannen voldoende rekening
houdt met de impact daarvan op (de handelsrelatie met) derde landen.
Indieners
-
Indiener
C.C.J. Veldkamp, minister van Buitenlandse Zaken