Brief regering : Verslag van de Raad Buitenlandse Zaken van 23 juni 2025
21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken
Nr. 3180 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 26 juni 2025
Hierbij bied ik u het verslag aan van de Raad Buitenlandse Zaken van 23 juni 2025.
De Minister van Buitenlandse Zaken, C.C.J. Veldkamp
Verslag Raad Buitenlandse Zaken van 23 juni 2025
Op maandag 23 juni jl. nam de Minister van Buitenlandse Zaken deel aan de Raad Buitenlandse
Zaken (RBZ) in Brussel. De Raad sprak over de Russische agressie tegen Oekraïne, de
situatie in het Midden-Oosten en China. Ook werd kort gesproken over Georgië en het
Internationaal Strafhof. Middels dit verslag wordt uw Kamer tevens geïnformeerd over
de EU-Canada top, die ook plaatsvond op 23 juni jl. Tot slot wordt uw Kamer geïnformeerd
over motie Dobbe m.b.t. Soedan, motie van der Brug m.b.t. Turkije en over trainingen
door Nederlandse Special Operations Forces aan de Lebanese Armed Forces Special Operations Forces.
Russische agressie tegen Oekraïne
De Raad sprak over de voortdurende Russische agressieoorlog tegen Oekraïne. Tegen
de achtergrond van recente hevige aanvallen op Kiev, de NAVO-top en de Europese Raad
die in dezelfde week plaatshebben onderstreepten de Hoge Vertegenwoordiger (HV) en
EU-lidstaten de urgentie van meer steun voor Oekraïne en werd het belang benadrukt
om juist nu de druk op Rusland te intensiveren.
De Oekraïense Minister van Buitenlandse Zaken Sybiha sloot fysiek aan voor een deel
van de sessie. Minister Sybiha lichtte de Oekraïense prioriteiten toe. Hij onderstreepte
de noodzaak om Oekraïne in een positie van kracht te zetten, de druk op Rusland te
verhogen en trans-Atlantische eenheid te bewaren. De HV en een groep lidstaten, waaronder
Nederland, herhaalden de Oekraïense oproep tot geïntensiveerde militaire en niet-militaire
steun. Nederland onderstreepte dat alle lidstaten hun bijdragen moeten leveren en
riep op tot een spoedige oplossing ten aanzien van de Raadsbesluiten onder de Europese
Vredesfaciliteit ten behoeve van Oekraïne. Ook riep Nederland op tot investeringen
in de Oekraïense defensie-industrie, waaronder via Security Action for Europe (SAFE).
Onder lidstaten bestond een breed gedeeld gevoel van urgentie om de druk op Rusland
om de agressieoorlog te beëindigen te vergroten. Een brede groep lidstaten, waaronder
Nederland, pleitten in dit kader voor spoedige aanname van het 18de sanctiepakket. Nederland riep hierbij op de druk op Rusland te behouden en vergroten,
met aanvullende maatregelen gericht op de Russische energie-inkomsten. Daarnaast vroeg
HV Kallas samen met enkele lidstaten aandacht voor het lot van gedeporteerde Oekraïense
kinderen en mogelijke maatregelen tegen betrokkenen.
Een brede groep lidstaten onderstreepte de noodzaak om voortgang te maken met de EU
toetredingsonderhandelingen met Oekraïne, in het bijzonder met het openen van eerste
cluster in het toetredingstraject. Zowel de Commissie als verschillende lidstaten
stelden dat Oekraïne aan de voorwaarden hiervoor heeft voldaan. Tot dusverre staan
de onderhandelingen stil doordat Hongarije verdere stappen blokkeert.
Tot slot kwam de hybride conflictvoering van Rusland tegen Europese landen aan bod.
De sabotage, heimelijke inmenging en cyberaanvallen van Rusland vormen een directe
dreiging voor Europa. De nieuwe hybride strategie van de EU moet als blauwdruk dienen
voor de Europese reactie, waarbij onder meer Nederland opriep tot spoedige implementatie.
De strategie zelf is vertrouwelijk, maar Nederland stuurt bij implementatie aan op
een versie die gedeeld kan worden met het bredere publiek.
Situatie in het Midden-Oosten
De Raad sprak over de zorgwekkende situatie in het Midden-Oosten. HV Kallas presenteerde
de uitkomsten van de evaluatie van Israëls naleving van artikel 2 van het EU-Israël
Associatieakkoord. De Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO) concludeert dat
er aanwijzingen zijn dat Israël in strijd zou handelen met zijn verplichtingen onder
artikel 2 van het akkoord. Deze conclusie werd onderschreven door de lidstaten. Nederland
heeft benadrukt dat de uitkomsten van de evaluatie moeten worden gebruikt om de diplomatieke
druk op Israël op te voeren om de situatie in de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever
te verbeteren. Dat betekent met name dat Israël moet bewegen naar een staakt-het-vuren
en de humanitaire blokkade van de Gazastrook volledig en onvoorwaardelijk moet opheffen.
In lijn met de motie van Baarle heeft Nederland onderstreept dat Israël moet zorgen
dat de recente aankondiging van de Israëlische Minister van Financiën Smotrich aangaande
het intrekken van de banking waiver niet wordt geformaliseerd.1 Het is daarom ook van belang dat de uitkomsten van de evaluatie worden gepresenteerd
aan Israël. HV Kallas zegde mede naar aanleiding van een Nederlandse oproep toe dat
zij zo snel mogelijk met Israël in contact treedt over de uitkomsten en dat er ondertussen
zal worden gewerkt aan voorstellen voor mogelijke maatregelen, als ook dat e.e.a.
op de agenda van de Raad van 15 juli terugkeert.
HV Kallas zegde in reactie op het verzoek van een lidstaat om een analyse van de consequenties
van het IGH-advies inzake de bezetting van de Palestijnse Gebieden door Israël toe
zij de Europese Commissie zal verzoeken zich over dit vraagstuk te buigen. Nederland
verwelkomt dit voornemen en roept hier in EU-verband al langere tijd toe op, in lijn
met motie van Baarle.2
Nederland riep tijdens de Raad op tot aanvullende sancties tegen gewelddadige kolonisten
en kolonistenorganisaties.3 Sancties vereisen EU-unanimiteit en tot op heden is er nog geen overeenstemming over
een derde pakket aan sancties tegen gewelddadige kolonisten en kolonistenorganisaties.
Nederland blijft zich samen met Frankrijk onverminderd inzetten om dit draagvlak te
vergroten. Daarnaast heeft Nederland het Zweedse initiatief gesteund m.b.t. het sanctioneren
van Israëlische Ministers, in lijn met de gewijzigde motie Klaver4; onder de aanwezigen bestond ook daartoe vooralsnog onvoldoende steun.
De Raad sprak ook over de situatie in Syrië. Nederland verwelkomde vijf nieuwe EU-sancties
tegen individuen die verantwoordelijk worden gehouden voor mensenrechtenschendingen
en sektarisch geweld. Deze sancties zijn mede op initiatief van Nederland tot stand
gekomen. Nederland benadrukte daarbij het belang van bescherming van alle gemeenschappen
in Syrië, waaronder christenen, Koerden, jezidi’s, Alawieten en druzen. In dat kader
onderstreepte Nederland de verklaring van de HV waarin zij de zelfmoordaanslag op
een Grieks-Orthodoxe kerk in Damascus veroordeelt. Verschillende EU-lidstaten, waaronder
Nederland, uitten hun afschuw over deze aanval op christenen.
Met betrekking tot de situatie in Libië besprak de Raad hoe de EU het VN-geleide vredesproces
verder kan ondersteunen. Ook werden de politieke- en veiligheidsgevolgen van de huidige
situatie voor de EU besproken.
China
De Raad sprak tijdens een werklunch over China en EU-veiligheid, mede met het oog
op de aankomende EU-China Top die mogelijk deze zomer plaatsvindt. De HV benoemde
de EU-China handelsrelatie, en dat samenwerking nodig is in het tegengaan van bijvoorbeeld
klimaatverandering. Tegelijkertijd onderstreepte de HV dat de EU-China relatie in
toenemende mate gekenmerkt wordt door concurrentie, rivaliteit en risico’s voor de
Europese veiligheid. Met name zijn er zorgen over het ongelijke economische speelveld,
de steun van Chinese bedrijven aan de Russische oorlog in Oekraïne en China’s hybride
activiteiten, zoals cyberaanvallen, ongewenste buitenlandse inmenging en informatiemanipulatie.
Het negeren van de veiligheidszorgen van de EU door China, leidt tot een vertrouwensbreuk.
Dit dient een hoofdboodschap te zijn tijdens de EU-China top.
Nederland benadrukte dat China onmisbaar is voor het voortzettingsvermogen van de
Russische agressieoorlog tegen Oekraïne en diens steun in toenemende mate militair
van aard is. Wat betreft China’s hybride activiteiten zoals kwaadwillige cyberaanvallen,
moet de EU een duidelijke boodschap afgeven dat zij deze niet accepteert en bereid
is dergelijke activiteiten ook publiekelijk aan de orde te stellen.
Informeel ontbijt over de situatie in Iran
De Raad sprak tijdens een informeel ontbijt over de situatie in Iran. Na een briefing
werd gesproken over de laatste ontwikkelingen in het gewapende conflict tussen Israël
en Iran, specifiek naar aanleiding van de aanvallen die de VS uitvoerden op Iraanse
nucleaire faciliteiten. Lidstaten benadrukten het risico dat de crisis gevolgen heeft
voor instabiliteit breder in de regio. Lidstaten herbevestigden hun steun voor een
diplomatieke oplossing voor deze crisis en de rol die de EU hierin kan spelen, namelijk
in het onderhandelen met Iran over zijn nucleaire programma. Ministers waren het er
over eens dat Iran geen kernwapenstaat mag worden en dat Iran redelijke verrijkingsniveaus
voor civiele doeleinden heeft overschreden. Lidstaten herbevestigden hun steun voor
de veiligheid van Israël en benadrukten het belang van respect voor het VN-Handvest
en internationaal recht.
EU-Canada Top
Op 23 juni vond ook de EU-Canada Top plaats tussen de Commissie en de nieuwe regering
van Canada. Het doel was om in een veranderende geopolitieke context de strategische
relatie met Canada op veiligheid, defensie en handel te benadrukken. Specifiek is
overeengekomen dat de EU en Canada de samenwerking versterken op economische veiligheid,
waardeketens (inclusief kritische grondstoffen) en afstemming van regelgeving, onder
andere via het EU-Canada handelsakkoord, CETA. Ook hebben de EU en Canada een veiligheids-
en defensie partnerschap afgesloten. In dit partnerschap zijn er afspraken gemaakt
over nauwere samenwerking op onder andere cyberveiligheid, militaire mobiliteit en
steun aan Oekraïne.
Lopende zaken
Georgië
De Raad besprak de sterk verslechterde situatie in Georgië. Verschillende leden van
de oppositie in Georgië zijn opgepakt, repressieve wetgeving wordt in rap tempo aangenomen
en voor demonstreren worden aanzienlijke boetes opgelegd. De HV benadrukte het belang
van aanvullende maatregelen, ook met het oog op de geloofwaardigheid van de Unie.
Een groep lidstaten sprak hun bezorgdheid uit over deze verslechtering en pleitte
voor aanvullende maatregelen. Nederland wees op de ingevoerde visumplichtigheid voor
houders van een Georgisch diplomatiek of servicepaspoort in Benelux-verband.
Internationaal Strafhof
De Raad besprak kort de recente Amerikaanse sancties tegen rechters van het Internationaal
Strafhof (ISH). De Commissie bevestigde volledige steun voor het ISH en onderstreepte
het belang om in nauw contact te blijven over de impact van de sancties. Nederland
gaf aan de sancties af te keuren en onderstreepte in lijn met motie Piri c.s.5 dat alles in het werk moet worden gesteld om de gevolgen van de sancties te mitigeren.
Als gastland speelt Nederland hierin steeds een actieve rol. Er is brede steun onder
de lidstaten voor een gecoördineerde EU-reactie. Inzet van de EU-antiboycotverordening
wordt door de Europese Commissie op dit moment nog niet opportuun geacht.
Overige zaken
Motie Dobbe c.s. m.b.t Soedan
In uitvoering van de motie van Dobbe/Paternotte c.s.6, de motie van Bamenga c.s.7 en de motie Dobbe c.s.8 met betrekking tot de Fact Finding Mission Sudan (FFM), zal tijdens de 60e zitting van de VN-Mensenrechtenraad (MRR), van 8 september tot en met 3 oktober 2025,
de resolutie met de FFM mandaatverlenging op de agenda staan. Nederland zal opnieuw
actief inzetten op verlenging van dit reeds stevige internationale onderzoeksmandaat.
Tevens zal de FFM tijdens deze zitting van de MRR een uitgebreid onderzoeksrapport
presenteren. In het daaropvolgende debat met de FFM zal Nederland het grote belang
van het werk van de FFM onderstrepen en zal Nederland oproepen tot volledige en zorgvuldige
documentatie en bewijsvergaring van alle schendingen van het humanitair oorlogsrecht
en mensenrechten. Hierna zal terugkoppeling naar uw Kamer volgen.
Motie van der Burg c.s. m.b.t. Turkije
Conform motie Van der Burg en Ceder9, heeft het kabinet de Europese Commissie verzocht om in gesprekken met Turkije, specifiek
over de douane-unie, de rechtsstaat, inclusief de arrestatie van burgemeester İmamoğlu
en de implementatie van uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens,
aan de orde te stellen.
Libanon, Syrië en de Rode Zee
Het kabinet maakt van de gelegenheid gebruik om uw Kamer te informeren over het besluit
de advise and mentoring activiteiten met de Lebanese Armed Forces voort te zetten tot eind 2027. Het betreft +/– 4 tot 6 trainingen per jaar op het
gebied van Search & Breach en het trainen van K9 Military Working Dogs. De Search & Breach training creëert expertise van inpandige geïmproviseerde explosieven detectie en
verlaagt de kwetsbaarheid tijdens het betreden van objecten; bij K9 worden honden
getraind in interventie in contra-narcotica of contra-explosieven. Over deze trainingsactiviteiten
is uw Kamer eerder geïnformeerd in het Verslag van de Raad Buitenlandse Zaken van
24 april 202310 en de Geannoteerde Agenda informele Raad Buitenlandse Zaken Defensie d.d. 30 augustus
202411. De Lebanese Armed Forces en de Libanese autoriteiten zijn zeer positief over de gegeven trainingen waarmee,
gebaseerd op de behoefte van de lokale veiligheidsactoren, op een bescheiden maar
tastbare manier wordt bijgedragen aan de versterking van deze actoren.
Daarnaast deel ik met u dat het werkveld van het Special Operations Liaison Element Mashreq met standplaats Libanon12 (maximaal 3 militairen) wordt verbreed naar Syrië. De activiteiten beperken zich
tot netwerk- en beeldopbouw voor het voorbereidingen op eventuele beveiligings- en
crisistaken, ondersteunend aan de Nederlandse inzet in Syrië.
Tenslotte informeer ik uw Kamer, mede namens de Minister van Defensie, dat het nationale
kader voor de niet-operationele militaire steun aan operatie Poseidon Archer (OPA)
per 9 juli 2025 afloopt. Sinds de start van OPA droeg Nederland met een niet-operationele
stafofficier bij aan deze VS-geleide operatie voor aanvallen op Houthi-doelen ter
verdediging van de vrije doorvaart. Deze bijdrage werd doorlopend getoetst aan de
in de Kamerbrief over maritieme veiligheid Rode Zee13 genoemde rechtsbasis en voorwaarden. In maart kozen de VS er voor hun aanvallen op
de Houthi’s unilateraal op te schroeven, uitmondend in een niet-aanvalsovereenkomst
tussen de VS en Houthi’s op 6 mei jl. Omdat mede in dat licht al lange tijd geen aanvallen
hebben plaatsgevonden in het kader van OPA, kan worden gesteld dat de noodzakelijkheid
van dit optreden is komen te vervallen. Zoals ook aangegeven in de brief «internationale
inzet van militairen civiel experts en politiefunctionarissen 2025–2028 blijft het
kabinet bijdragen aan de internationale inspanningen om de vrije doorvaart in de Rode
Zee te bevorderen.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
C.C.J. Veldkamp, minister van Buitenlandse Zaken