Brief regering : Verslag van de Raad Buitenlandse Zaken Ontwikkeling van 26 mei 2025
21 501-04 Ontwikkelingsraad
Nr. 292
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 6 juni 2025
Hierbij bied ik u het verslag aan van de Raad Buitenlandse Zaken Ontwikkeling van
26 mei 2025.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
C.C.J. Veldkamp
VERSLAG RAAD BUITENLANDSE ZAKEN ONTWIKKELING VAN 26 MEI 2025
Introductie
Op 26 mei vond de Raad Buitenlandse Zaken Ontwikkeling (RBZ-Ontwikkeling) plaats in Brussel onder voorzitterschap van de Hoge Vertegenwoordiger (HV)
Kaja Kallas, en in aanwezigheid van de Commissaris voor Internationale Partnerschappen
Jozef Síkela, de European Investment Bank (EIB) en de European Bank for Reconstruction and Development (EBRD). Namens Nederland nam de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
deel. De Raad sprak over financiering voor ontwikkeling, de relaties tussen de Europese
Unie en Afrika, Oekraïne en het nieuwe EU Meerjarig Financieel Kader. Tijdens de rondvraag
(AOB) werd het Nutrition for Growth Summit en de rol van het midden- en kleinbedrijf (mkb) in Global Gateway opgebracht.
In dit verslag wordt tevens ingegaan op de moties Ceder-Hirsch (Kamerstuk 21 501-04, nr. 279), motie-Ceder (Kamerstuk 21 501-04, nr. 278), Dobbe c.s. (Kamerstuk 21 501-04, nr. 280), Hirsch-Bamenga (Kamerstuk 21 501-04, nr. 283), Ram (Kamerstuk 21 501-04, nr. 284), Ram (Kamerstuk 21 501-04, nr. 286), Bamenga c.s. (Kamerstuk 21 501-04, nr. 289), evenals de toezeggingen aan het lid Dobbe gedaan tijdens het Commissiedebat RBZ-
O op 14 mei jl. rondom de situatie in Gaza en Soedan. Er wordt ook ingegaan op de
eerder aangenomen moties Ceder c.s. (Kamerstuk 36 600-XVII, nr. 73), Beckerman en Dobbe (Kamerstuk 36 600 XVII, nr. 68) en Kahraman (Kamerstuk 32 623, nr. 342). Ten slotte zal een toezegging aan het lid Belhirch (Kamerstuk 36 600 XVII) van de Eerste Kamer worden afgedaan om een overzicht te bieden van gevolgen van
het grotendeels stopzetten van USAID-financiering.
Financiering voor ontwikkeling
VN-conferentie over ontwikkelingsfinanciering
De Raad besprak de Europese inzet voor de vierde VN-top over ontwikkelingsfinanciering
(FfD4), die van 30 juni tot en met 3 juli in Sevilla zal plaatsvinden. Dit is het
belangrijkste VN-forum voor internationale afspraken over financiering van wereldwijde
ontwikkeling, o.a. op het gebied van schulden, belastingen, het vrijmaken van privaat
kapitaal voor ontwikkeling, innovatieve financiering, officiële ontwikkelingshulp
(ODA) en internationale handel.
In het licht van de achterblijvende voortgang op de internationale ontwikkelingsdoelstellingen,
toenemende instabiliteit en geopolitieke spanningen werd opgeroepen tot een geloofwaardige
en eensgezinde EU-boodschap richting partnerlanden. Breed werd erkend dat ontwikkelingsfinanciering
ook bijdraagt aan Europese belangen, zoals veiligheid, stabiliteit, handel en migratie.
Tegelijkertijd werd opgeroepen tot realisme over de beschikbare publieke middelen.
Nederlandse prioriteiten voor deze conferentie als het verbeteren van belastingheffing
in partnerlanden, houdbare schulden en het vergroten van private investeringen kwamen
nadrukkelijk aan bod. Ook werd de rol van de multilaterale ontwikkelingsbanken besproken
als een van de meer kosteneffectieve vormen van ontwikkelingsfinanciering, onder meer
door hun vermogen om privaat kapitaal aan te trekken.
USAID-bezuinigingen
De Raad wisselde van gedachten over de gevolgen van de herziening van de buitenlandse
hulp van de VS, die grotendeels via USAID verliep. Diverse lidstaten, waaronder Nederland,
spraken hun zorgen uit over de mondiale gevolgen hiervan voor stabiliteit, gezondheid,
mensenrechten, humanitaire hulp en het multilaterale systeem.
Nederland wees op de beperkte Europese middelen en benadrukte dat de EU niet in staat
is om het wegvallen van Amerikaanse hulp in zijn geheel op te vangen. Nederland pleitte
voor strategische inzet van beperkte nog niet geprogrammeerde Europese middelen op
zaken die de VS niet meer financieren, met focus op regio’s die van direct belang
zijn voor de EU, zoals de landen dichtbij Europa. Nederland stelde dat de focus daarbij
zou moeten liggen op veiligheid en stabiliteit, humanitaire hulp, migratie, en mondiale
gezondheid. Conform motie-Ceder c.s.1 is extra aandacht gevestigd op het verminderen van acute humanitaire noden. Conform
motie Beckerman-Dobbe2 onderstreepte Nederland de negatieve gevolgen van USAID-bezuinigingen voor HIV/aidsbestrijding.
Deze eerste bespreking gaf richting aan de verdere inzet van Europese middelen, waar
verder over gesproken zal worden in de verantwoordelijke raadsgremia.
EU-Afrika-relaties
De Raad blikte terug op de EU-Afrikaanse Unie ministeriële op 21 mei jl.
De Raad besprak de strategische samenwerking tussen de EU en het Afrikaanse continent,
verwelkomde de constructieve dialoog tijdens de EU-Afrikaanse Unie ministeriële bijeenkomst
en sprak steun uit voor het verdiepen van partnerschappen met Afrikaanse landen, gericht
op gelijkwaardigheid en wederzijdse belangen.
De Hoge Vertegenwoordiger (HV) riep op tot betere communicatie over behaalde resultaten
binnen het Global Gateway-programma en meer inzet op hervorming van het multilaterale
financiële systeem om private financiering toegankelijker te maken voor Afrikaanse
landen.
Nederland benadrukte het belang van samenwerking tussen Europa en Afrika en bepleitte
het belang van implementatie van en duidelijke communicatie over het Global Gateway-investeringspakket.
Daarnaast onderstreepte Nederland het belang van migratiesamenwerking, inclusief effectieve
terugkeermechanismen. Conform de toezegging aan Kamerlid Dobbe tijdens het Commissiedebat
voor de RBZ-Ontwikkeling van 14 mei jl. vroeg Nederland, ondanks dat het onderwerp
niet geagendeerd stond, aandacht voor de situatie in Soedan en pleitte voor meer politieke
aandacht, gezien de omvang en urgentie van de humanitaire crisis.
Current Affairs: Oekraïne
De Raad bevestigde de blijvende brede EU-steun aan Oekraïne. De HV en de Commissie
onderstreepten dat de EU, met bijna EUR 147 miljard aan geleverde steun, veruit de
grootste donor blijft voor Oekraïne. Ook benadrukten zij dat het menselijk kapitaal
van Oekraïne hard getroffen is door de oorlog en dat op dit vlak meer steun nodig
is. Verschillende lidstaten riepen op tot opschaling van EU-steun aan Oekraïne en
benadrukten het belang van voorspelbare en voldoende macro-financiële steun. Enkele
lidstaten brachten de re-integratie van veteranen in als aandachtspunt. Nederland
herbevestigde Oekraïne politiek, militair, financieel en moreel te blijven steunen
in tijden van oorlog, herstel en wederopbouw. Ook benadrukte Nederland dat de EU zich
ook ten aanzien van niet-militaire steun moet voorbereiden op een toekomstig staakt-het-vuren,
onder andere door effectief gebruik van EU-instrumenten en betrokkenheid van het bedrijfsleven.
EU-externe instrumenten post-2027
Tijdens de informele werklunch hadden Ministers een eerste gedachtewisseling over
de externe dimensie van het volgende Meerjarig Financieel Kader (MFK). De HV pleitte
voor versimpeling en meer flexibiliteit.
Nederland benadrukte dat de EU geen grotere, maar een effectievere begroting nodig
heeft. Nederland wees op het belang van een EU extern instrumentarium dat effectief
de belangen van zowel Nederland en de lidstaten enerzijds behartigt, als tegemoetkomt
aan de behoeften van partnerlanden anderzijds. Alleen wanneer met beiden rekening
gehouden wordt, kan het beleid effectief zijn. In lijn met de bespreking van de motie
Ceder-Hirsch3 zet het kabinet daarmee in op ontwikkelingshulp via de EU conform de criteria voor
officiële ontwikkelingshulp, Official Development Aid (ODA). Armoedebestrijding is daarvan wezenlijk onderdeel conform artikel 208 VWEU.
Daarnaast werd onderstreept dat voor Nederland de nadruk ligt op handel en economie,
veiligheid en stabiliteit, en migratie. Ook stelde Nederland dat humanitaire hulp
gebaseerd dient te blijven op humanitaire principes. In lijn met motie Ram4 benadrukte Nederland zoals gebruikelijk het belang van doelgerichte, strategische
inzet van middelen. Tevens sprak Nederland, conform verzoek van Kamerlid Kamminga
tijdens het Commissiedebat RBZ-Handel op 13 mei jl., steun uit voor opschaling van
Global Gateway, met bijzondere aandacht voor digitale infrastructuur.
De voorstellen over het extern instrumentarium worden in de zomer verwacht. In de
kabinetsappreciatie hiervan zal ook worden ingegaan op de positie van het kabinet
op de rol van maatschappelijke organisaties hierin, conform de motie Ceder.5
AOB
Toezeggingen
Conform toezegging aan het lid Dobbe tijdens het Commissiedebat RBZ-Ontwikkeling van
14 mei jl. en in lijn met de motie-Dobbe c.s.6 en motie Bamenga c.s.7, sprak Nederland zich tijdens deze Raad expliciet uit tegen de illegale blokkade
van humanitaire hulp in Gaza alsmede procedures, zoals de door Israël ingestelde maatregelen
die het werk van internationale hulporganisaties ernstig bedreigen, inclusief de strenge
nieuwe registratievereisten. Nederland uitte zorgen over het door Israël aangekondigde
distributiemechanisme voor humanitaire hulp en benadrukte het belang van onvoorwaardelijke,
veilige en ongehinderde humanitaire toegang. Ook tijdens de Raad Buitenlandse Zaken
van 20 mei werd gesproken over de situatie in het Midden-Oosten en de desastreuze
humanitaire situatie in de Gazastrook, zie daarvoor het verslag van 27 mei jl.8
Conform motie-Kahraman9 benadrukte Nederland tijdens deze Raad tevens het belang van inclusieve hulpverlening,
ook voor alle etnische en religieuze gemeenschappen in Syrië, zoals christenen, alawieten,
druzen, en Koerden.
Nutrition for Growth Summit
Een lidstaat gaf een terugkoppeling over de Nutrition for Growth Summit die plaats vond in maart jl. Het doel van de top was om voeding hoger op de mondiale
ontwikkelingsagenda te plaatsen. De Europese Commissie en de Europese lidstaten hebben
gezamenlijk EUR 6,5 miljard aan toezeggingen gedaan tijdens deze top.
Mkb in de uitvoering van Global Gateway
Een aantal lidstaten bracht een brief onder de aandacht over de rol van het mkb in
de uitvoering van Global Gateway. Gewezen werd op het belang van betere toegang van
het mkb tot internationale programma’s, gezien hun grote aandeel in het Europese bedrijfsleven.
Ook Nederland vroeg tijdens deze Raad aandacht voor het betrekken van het bedrijfsleven
bij Global Gateway. Commissaris Šikela verwelkomde de brief en benadrukte dat bestaande
instrumenten voor het betrekken van het mkb reeds worden ingezet, maar verdere integratie
nodig is.
Overige zaken
Het kabinet gebruikt deze brief tevens om de reacties op een aantal moties toe te
lichten.
Motie Hirsch-Bamenga (Kamerstuk 21 501-04 nr. 283)
In lijn met motie Hirsch-Bamenga10, heeft het kabinet in zijn contacten met Israël en ook publiekelijk meermaals zorgen
geuit over het verbod op activiteiten van UNRWA. Het kabinet heeft er voorafgaande
aan de implementatie van de wettelijke maatregel bij Israël op aangedrongen de gevolgen
van dergelijke maatregelen op Israëls internationale verplichtingen, alsmede impact
op de situatie in Gaza te wegen. Het kabinet blijft zich inzetten voor onmiddellijke,
ongehinderde humanitaire toegang voor alle professionele, gemandateerde hulporganisaties
inclusief de VN-organisaties.
Motie Ram (Kamerstuk 21 501-04 nr. 286)
In lijn met motie Ram11, benadrukt het kabinet het belang van transparantie bij de besprekingen over het
speciaal rapport van de Europese Rekenkamer over transparantie in EU-financiering
aan ngo’s. Ook wijst Nederland op de noodzaak van opvolging van de Rekenkamer-aanbevelingen.
In de recent aangenomen Raadsconclusies over EU-democratische weerbaarheid (9463/25)12 wordt ook erkend dat transparantie en verantwoording bij de financiering van ngo’s
noodzakelijk zijn.
Toezegging aan het lid Belhirch aan de Eerste Kamer (Kamerstuk 36 600 XVII)
Conform de toezegging aan het lid Belhirch13 in de Eerste Kamer, volgt hieronder een overzicht in hoofdlijnen van de gevolgen
van het grotendeels stopzetten van USAID-financiering.
Op 20 januari 2025 kondigde de Amerikaanse regering een beoordelingsperiode van de
Amerikaanse buitenlandse hulp van 90 dagen af die – na een verlenging met 30 dagen
– inmiddels is verstreken zonder definitieve besluitvorming. Desondanks is duidelijk
dat de herziening van de Amerikaanse buitenlandse hulp – die grotendeels via USAID
verliep – wereldwijd gevolgen heeft.
De bezuiniging heeft naar verwachting impact op de EU-nabuurschapsregio, waaronder Oekraïne, Moldavië en de Westelijke Balkan. In (Zuid-)Oost-Europa
(inclusief Rusland) wordt naar schatting 80% van het maatschappelijk middenveld geraakt.
Dit zijn vooral organisaties gericht op democratie, rechtsstaat, media en minderheden.
Ook heeft de terugtrekking van USAID naar verwachting gevolgen voor stabiliteit en
veiligheid in het Zuidelijke Nabuurschap. Door afname van steun aan opvang van vluchtelingen
in Syrië en de regio leidt dit tot verhoogde druk op omliggende landen.
In verschillende Afrikaanse landen heeft de opschorting van USAID-financiering gevolgen
voor humanitaire noden, gezondheidssystemen en stabiliteit. Daarnaast is de onderliggende
noodhulpinfrastructuur, die essentieel is voor de uitvoering van hulp, getroffen.
In landen waar zorgpersoneel en medische hulpmiddelen grotendeels werden gefinancierd
door USAID, leidt dit tot systemische impact op zorgsystemen met verminderde toegang
tot zorg ten gevolg. Ook neemt toegang tot voorbehoedsmiddelen, hiv-remmers en preventieprogramma’s,
vaccinaties en moeder- en kindzorg af.
In Latijns-Amerika worden migratieprogramma’s geraakt. In combinatie met het wegvallen
van financiering voor de humanitaire hulp aan migranten, zoals via IOM en UNHCR, vergroot
dit de druk op landen in de regio om migranten op te vangen. Ook zijn meerdere programma’s
gericht op het tegengaan van (transnationale) georganiseerde misdaad geraakt.
Ook in Azië en Oceanië heeft de bezuiniging impact op een breed scala van terreinen.
USAID vertegenwoordigde 36% van alle hulp in Afghanistan. De terugtrekking daarvan
leidt tot acute noden in bijvoorbeeld gezondheidszorg, voedselhulp en de opvang van
Afghanen die (gedwongen) terugkeren uit o.a. Iran en Pakistan. Ook in Pakistan zelf
zijn de gevolgen voelbaar. Voorts heeft de terugtrekking van USAID gevolgen voor het
werk van mensenrechtenorganisaties in Azië en de toegang tot onafhankelijke berichtgeving.
Het multilaterale systeem wordt ook getroffen, onder andere doordat de VS uit de Wereldgezondheidsorganisatie
stapt en (vrijwillige) financiering van UNRWA, UNFPA, en UNAIDS stopt. Voor overige
VN-organisaties worden ook grote dalingen in bijdragen verwacht.
Naast de inzet van Nederland bij de RBZ-Ontwikkeling om de beperkte nog niet geprogrammeerde
Europese middelen strategisch in te zetten op zaken die de VS niet meer financieren,
zal het kabinet in de strategische meerjaren landenprogrammering rekening houden met
deze nieuwe situatie en daar waar mogelijk op inspelen.
Autonome EU-handelsmaatregelen Westelijke Balkan
Graag maak ik van de gelegenheid gebruik om de vaste commissie voor Buitenlandse Handel
en Ontwikkelingshulp te informeren over het volgende onderwerp op het terrein van
Buitenlandse Handel. De Europese Commissie stelt voor om twee autonome handelsmaatregelen
voor de Westelijke Balkan te verlengen tot 31 december 2030.14 Het gaat om allereerst de opschorting van de specifieke rechten voor alle groenten
en fruit die onder het stelsel van invoerrechten vallen, en ten tweede om de toegang
tot een algemeen tariefcontingent voor wijn dat beschikbaar is zodra de landen van
de Westelijke Balkan het nationale contingent in hun respectieve stabilisatie- en
associatieovereenkomsten (SAO) hebben uitgeput. Over de bestaande autonome maatregelen
ontving uw Kamer eerder een BNC-fiche.15 In beide autonome maatregelen worden voorts de regels inzake opschorting verduidelijkt.
De autonome handelsmaatregelen zijn in overeenstemming met de SAOs en het groeiplan
voor de Westelijke Balkan. Nederland heeft een positieve grondhouding over de voorgestelde
verlenging en is voornemens in te stemmen met deze voorstellen, die naar verwachting
op korte termijn voor besluitvorming worden voorgelegd.
Indieners
-
Indiener
C.C.J. Veldkamp, minister van Buitenlandse Zaken