Brief regering : Beleidsreactie op het onderzoek Universiteit Leiden sociale veiligheid in vrouweninrichtingen
24 587 Justitiële Inrichtingen
Nr. 1023 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 7 maart 2025
Met deze brief reageer ik op het onderzoek «Afstand, nabijheid en sociale veiligheid:
Een onderzoek in penitentiaire inrichtingen voor vrouwen» van de Universiteit Leiden,
dat op 5 februari is aangeboden aan uw Kamer. Ten eerste vind ik het van groot belang
dat iedereen zich overal veilig voelt. Of dat nu op straat, thuis of in de gevangenis
is. Ik ben zelf in de Penitentiaire Inrichting (PI) Nieuwersluis geweest en heb daar
gesproken met vrouwelijke gedetineerden en medewerkers over sociale veiligheid. Deze
gesprekken hebben mij geraakt. Gedetineerden zijn iedere dag, de gehele dag afhankelijk
van medewerkers, voor alles wat zij nodig hebben en wat zij moeten ondernemen. Zo
zijn ze afhankelijk van de medewerkers voor hun eten, voor hun hygiëne en alle andere
basale levensbehoeften. Dit betekent ook dat van medewerkers veel wordt gevraagd in
het nemen van allerlei besluiten, elke dag, waarbij zij maatwerk moeten leveren. Een
gevangenis creëert een bijzondere omgeving, waar de medewerkers van DJI élke dag in
werken en gedetineerden elke dag in vast zitten. De scheve machtsverhouding maakt
dat het risico op (seksueel) grensoverschrijdend gedrag aanwezig is. Het is daarom
belangrijk dat er helderheid is over welke omgangsvormen gelden, dat gedetineerden
kunnen rekenen op een veilige detentie en medewerkers in een veilige werkomgeving
kunnen werken. Het werken in een veilige, prettige omgeving is ook belangrijk in het
kader van het capaciteitstekort. Ons personeel is onmisbaar en het is belangrijk dat
zij graag bij DJI werken, in een veilige werkomgeving, en dat DJI aantrekkelijk is
voor nieuwe medewerkers.
Het onderzoek draagt bij aan de duurzame verbetering van de sociale veiligheid in
vrouwengevangenissen. De maatregelen die ik in deze brief aankondig passen in de praktijk
van de gevangenis, het vakmanschap dat verwacht wordt van het personeel en het perspectief
van de leefwereld van de vrouwen in detentie.
Aanleiding
In 2023 heeft de Inspectie Justitie en Veiligheid een incidentenonderzoek gedaan naar
de Penitentiaire Inrichting PI Nieuwersluis en geconcludeerd dat er binnen de PI Nieuwersluis
een cultuur bestaat waardoor het mogelijk is dat penitentiair inrichtingswerkers niet-integer
gedrag, waaronder seksueel grensoverschrijdend gedrag, vertonen. Naar aanleiding van
het rapport zijn meerdere maatregelen genomen1. Deze maatregelen zijn gericht op het realiseren van een cultuurverandering door
onder meer georganiseerde gesprekken met medewerkers en gedetineerden en het ontwikkelen
van een speciale opleiding voor het werken met vrouwelijke gedetineerden. Ook is ingezet
op het verlagen van de drempel tot melden. Vervolgens is de regeringscommissaris voor
seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld (RCGOG) gevraagd te adviseren
over de implementatie van deze maatregelen2, waarna de aanpak hierop is aangescherpt. De Inspectie heeft de aanbeveling gedaan
om te bezien of de bevindingen en aanbevelingen van de Inspectie ook van toepassing
zijn op de andere inrichtingen waar vrouwelijke gedetineerden verblijven. Dat onderzoek
is in opdracht van DJI uitgevoerd door de Universiteit Leiden en bied ik u hierbij
aan. Er is voor gekozen om ook PI Nieuwersluis mee te laten nemen in dit onderzoek,
om het ontstane beeld te kunnen vergelijken.
Opzet onderzoek «Afstand, nabijheid en sociale veiligheid»
Het onderzoek heeft beoogd de sociale veiligheid – zoals ervaren door medewerkers
en gedetineerde vrouwen – in de PI’s voor vrouwen in kaart te brengen en verschillen
hierin inzichtelijk te maken. Sociale veiligheid in dit onderzoek heeft betrekking
op de interne cultuur, omgangs- en gedragsnormen, het onderling respect en de aanwezigheid
dan wel afwezigheid van seksueel grensoverschrijdend gedrag, pestgedrag en discriminatie
in de PI’s. De onderzoekers van de Universiteit Leiden hebben niet onderzocht of en
in welke mate seksueel grensoverschrijdend gedrag in individuele gevallen in inrichtingen
voor vrouwen voorkomt.
Universiteit Leiden heeft onderzoek gedaan aan de hand van observaties en 145 semi-gestructureerde
interviews. Het zwaartepunt van de interviews lag op gedetineerde vrouwen en penitentiair
inrichtingswerkers (piw’ers).
Conclusies onderzoek
De onderzoekers concluderen dat sommige processen en factoren bijdragen aan meer of
minder ervaren sociale veiligheid, maar dat het ook voorkomt dat de sociale veiligheid
voor de één gepaard gaat met sociale onveiligheid voor de ander. De onderzoekers stellen
vast dat sommige gedetineerden en medewerkers in een PI zich vaker onveilig voelen
en een groter risico lopen om geconfronteerd te worden met grensoverschrijdend gedrag
dan andere gedetineerden en medewerkers binnen de vrouweninrichtingen.
Het is volgens de onderzoekers belangrijk om daarbij een aantal zaken in gedachten
te houden. Het leven in detentie wordt voor gedetineerde personen namelijk per definitie
gekenmerkt door een grote afhankelijkheid en veel beperkingen. Door de afhankelijkheidspositie
en verlies van autonomie zijn gedetineerden kwetsbaar. Daarnaast kunnen zij door hun
achtergrond, bijvoorbeeld als ze de Nederlandse taal niet goed beheersen, extra kwetsbaar
zijn. Het vergt een groot aanpassingsvermogen om hiermee om te gaan. Daarnaast concluderen
de onderzoekers dat verschillen in persoonlijke omstandigheden een rol kunnen spelen
in iemands detentie-ervaring en veiligheidsbeleving, zoals gezondheidsproblemen, contact
met en zorgen om familie (waaronder vaak kinderen) en onzekerheid over de uitkomst
van een rechtszaak. Aanpassing aan detentie en veiligheidsbeleving hangen volgens
de onderzoekers echter ook voor een belangrijk deel samen met de sociale processen
op een leefafdeling en binnen een PI. Een prettige omgang (met zowel medewerkers als
andere gedetineerde personen) en respectvolle bejegening kunnen een deel van de detentiepijn
verzachten. Het praten over onderwerpen als macht, seksualiteit en discriminatie gaat
gepaard met ongemak. Sociale veiligheid is echter niet iets wat simpelweg ontstaat
door erover te praten. Juist wanneer er sprake is van onveiligheid kan dit het signaleren
en bespreken van problemen in de weg staan. Daarom geven de onderzoekers aan dat er
verschillende typen veranderingen en handvatten nodig zijn om een veiligere en inclusievere
leef- en werkomgeving te creëren.
De beleving van sociale veiligheid is onderzocht aan de hand van de volgende vier
thema’s: omgang tussen gedetineerden onderling, omgang tussen medewerkers onderling,
omgang tussen medewerkers en gedetineerden en de huidige inrichting van het gevangenissysteem.
Omgang tussen gedetineerden onderling
De ervaren sociale veiligheid van gedetineerden verschilt afhankelijk van de situatie
en iemands sociale positie binnen de groep van gedetineerden. De onderlinge sociale
omgang kan positief en negatief bijdragen aan het gevoel van sociale veiligheid van
gedetineerden.
Omgang tussen medewerkers onderling
Over het algemeen is de sociale cohesie onder medewerkers groot; dit wordt ook gezien
als belangrijk voor werkplezier, sociale veiligheid en mentale weerbaarheid in relatie
tot het uitdagende werk. Anderzijds vallen sommige medewerkers juist daardoor buiten
een groep of worden gediscrimineerd, bijvoorbeeld als ze niet voldoen aan de dominante
normen of hier kritisch over zijn. Hierdoor komt de sociale veiligheid in het geding.
Omgang tussen medewerkers en gedetineerden
Medewerkers hebben aandacht voor het risico op grensoverschrijdend gedrag, maar men
is zich onvoldoende bewust van bijvoorbeeld het feit dat slachtoffers, uit angst voor
«victim blaming», een drempel kunnen ervaren om van grensoverschrijdend gedrag melding
te maken. Medewerkers worstelen met hun machtspositie en het vinden van een balans
tussen afstand en nabijheid ten opzichte van gedetineerde personen. Onder medewerkers
leeft een angst voor (mogelijk onterechte) beschuldigingen van grensoverschrijdend
gedrag, wat leidt tot een vorm van onzekerheid die zich veelal vertaalt naar een grotere
afstand tot gedetineerden. Dit verlaagt de sociale veiligheid verder.
Huidige inrichting van het gevangenissysteem
Sommige door de respondenten genoemde factoren die van invloed zijn op de sociale
(on)veiligheid zijn van toepassing op alle gedetineerden, zoals (een gebrek aan) informatieverstrekking
over de gang van zaken in de PI bij binnenkomst en visitatie; iets wat veel gedetineerde
vrouwen een onveilig gevoel geeft. Andere genoemde factoren gelden voor een specifiek
deel van de populatie, zoals gedetineerden die op een gemengde afdeling binnen het
penitentiair psychiatrisch centrum (PPC) of op de terroristenafdeling (TA) verblijven.
Aanbevelingen onderzoek
Een overkoepelende aanbeveling naar aanleiding van dit onderzoek is om in de PI’s
(onder begeleiding) meer gesprekken tussen medewerkers over ingewikkelde onderwerpen
– zoals macht, seksualiteit en discriminatie – te voeren. Het bevorderen van bewustzijn
op het gebied van diversiteit en inclusie onder medewerkers zal volgens de onderzoekers
ook een positieve uitwerking kunnen hebben op de gedetineerden. Het kan het wederzijdse
begrip bevorderen en daarmee de relationele veiligheid die belangrijk is in het dagelijkse
werk. Er zal daarnaast meer aandacht in opleiding, training en intervisie besteed
moeten worden aan de rol en impact van macht in de alledaagse omgang.
Verder wordt door de onderzoekers aanbevolen om te investeren in het leefklimaat en
de inrichting van de leefomgeving. De onderzoekers verwachten dat er daardoor minder
conflicten ontstaan en de sfeer op de afdelingen verbetert. Daarnaast verwachten de
onderzoekers dat het normaliseren van (praten over) seksualiteit in detentie bijdraagt
aan het herkennen en bespreekbaar maken van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Het
creëren van mogelijkheden en verschaffen van informatie hierover komt tegemoet aan
de behoeftes van veel gedetineerde personen. Voor wat betreft de inrichting van het
systeem en de uitvoering van procedures doen de onderzoekers de aanbeveling om het
intakeproces te verbeteren door duidelijke en toegankelijke schriftelijke informatie
te verstrekken over de huisregels. Ook wordt aanbevolen om visitatie te vervangen
door bodyscans waardoor de veiligheidsbeleving van gedetineerde personen sterk verbeterd
kan worden. Tot slot wordt aanbevolen om terroristenafdeling nader te onderzoeken
en te bezien of er alternatieven mogelijk zijn. Een uitgebreide toelichting op de
aanbevelingen is bijgevoegd in de bijlage bij de Kamerbrief.
Beleidsreactie
Ik ben de onderzoekers van de Universiteit Leiden erkentelijk voor het onderzoek.
Het onderzoek geeft inzicht in welke zaken in een gevangenis invloed hebben op hoe
gedetineerden en personeel de sociale veiligheid en sociale onveiligheid ervaren.
Het geeft een duidelijker beeld van wat bijdraagt aan het risico op grensoverschrijdend
gedrag. Zo komt in het onderzoek duidelijk naar voren dat de gevangenis een setting
is met een specifiek leef- en werkklimaat dat op zichzelf al een duidelijke stempel
drukt op de beleving van sociale veiligheid. Net zoals in het advies van de RCGOG,
wordt in het onderzoek geconcludeerd dat in de gevangenis sprake is van een speciale
situatie, met specifieke kenmerken die het risico op grensoverschrijdend gedrag vergroten;
gedetineerden zitten vast en moeten bijna alle dagelijkse zaken vragen aan personeel.
Dit zorgt ervoor dat gedetineerden erg afhankelijk zijn van de medewerkers en medewerkers
iedere dag, meerdere keren per dag, besluiten moeten nemen over het leven van een
gedetineerde en daardoor een uitzonderlijke macht over de gedetineerden hebben. De
onderzoekers hebben geconcludeerd dat sommige kenmerken niet te veranderen zijn, omdat
deze nu eenmaal samenhangen met het uitzitten van een gevangenisstraf na een veroordeling.
De onderzoekers hebben echter ook een aantal zaken in de gevangenissen gevonden die
wel te veranderen zijn en kunnen bijdragen aan de verbetering van de veiligheidsbeleving.
Een voorbeeld hiervan is het visiteren van vrouwelijke gedetineerden, wat tot voor
kort vaak geheel naakt gebeurde. Zo’n situatie kan een gevoel van onveiligheid opleveren,
terwijl het proces anders ingericht kan worden. Het onderzoek biedt voor de hele DJI-organisatie
handvatten om met thema’s als werken vanuit een machtspositie aan de slag te gaan,
specifiek waar vrouwelijke gedetineerden in grote mate afhankelijk zijn van het personeel.
Deze inzichten helpen DJI en mij om de huidige aanpak verder te versterken en uit
te bouwen zodat de detentie voor gedetineerden en de werkplek voor medewerkers van
DJI nog veiliger wordt gemaakt en het gevoel van sociale veiligheid wordt vergroot.
Zoals u in eerdere brieven3 heeft kunnen lezen raakt deze problematiek aan een diepgewortelde cultuur. De RCGOG
gaf als advies dat verandering nodig is op het niveau van de cultuur, de structuur
en het systeem van de organisatie. Met cultuur wordt bedoeld het geheel van patronen
van gedrag, normen, waarden en beelden die binnen een bepaalde groep gedeeld worden.
Structuur heeft te maken met de wijze waarop de organisatie is ingericht en overige
afspraken die het gedrag in de organisatie beïnvloeden. Het systeem gaat over het
geheel van maatregelen voor de aanpak van (seksueel) grensoverschrijdend gedrag en
seksueel geweld. Met dit onderzoek, het Inspectierapport en het advies van de RCGOG
hebben DJI en ik een gedegen kennisbasis om gerichte stappen te zetten die bijdragen
aan een cultuurverandering in vrouwengevangenissen. Daarbij moet wel worden opgemerkt
dat een cultuurverandering in een organisatie niet zomaar is gerealiseerd. Dit kan
ook vragen om veranderingen in de structuur of het systeem van detentie voor vrouwen.
Ook dit zal DJI in haar aanpak meenemen. DJI zal de reeds ingezette maatregelen doorzetten
en de in de bijlage genoemde maatregelen uitvoeren. Hierbij wordt ingezet op maatregelen
die passen in de dagelijkse praktijk van DJI en die aansluiten bij de ontwikkeling
van het vakmanschap dat wordt verwacht van medewerkers van DJI. DJI zal zich met interne
en externe partners zoals de Universiteit Leiden en de RSJ herbezinnen over het ontwerp
van de vrouwendetentie, waarbij ook wordt gekeken naar best practices in het buitenland.
De herbezinning wordt meegenomen in het traject voor alternatieve detentieconcepten
dat in het kader van het capaciteitstekort is gestart. Een dergelijke cultuurverandering
behoeft daarom een aanhoudende en consistente aanpak, ruimte voor de uitvoering om
de aanpak te implementeren en veel geduld.
De overkoepelende aanbeveling (aanbeveling 1) van de onderzoekers is om in de PI’s
meer gesprekken over ingewikkelde onderwerpen – zoals macht, seksualiteit en discriminatie –
te voeren. Ik herken dat het belangrijk is dat medewerkers met elkaar reflecteren
op hun werkzaamheden en de dilemma’s die zij bij hun werk ervaren. Dat is een belangrijk
onderdeel van het vakmanschap en dient ingebed te zijn in het reguliere werk. DJI
gebruikt hiervoor onder meer intervisiebijeenkomsten, zoals die worden gehouden in
de PI Nieuwersluis en PI Zwolle, of sport- en communicatiedagen zoals in PI Ter Peel.
Voor mijn reactie op de aanbevelingen 2 tot en met 7 verwijs ik naar de bijlage.
Ten slotte
Ik sta voor de veiligheid in mijn gevangenissen. Gedetineerden moeten kunnen rekenen
op een veilige detentie en medewerkers op een veilige werkplek. DJI is alert op signalen
van mogelijk ongewenst gedrag en handelt in voorkomende gevallen. Ik blijf in nauw
contact met DJI over de uitvoering van de maatregelen en zal uw Kamer informeren over
de voortgang bij de jaarlijkse voortgangsbrief over het gevangeniswezen.
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, I. Coenradie
Bijlage 1: Reactie op de aanbevelingen
Aanbeveling 1: Praten over moeilijke en soms oncomfortabele onderwerpen
Een overkoepelende aanbeveling van de onderzoekers is om de medewerkers in de inrichtingen
meer gesprekken met elkaar te laten voeren over ingewikkelde onderwerpen zoals macht,
seksualiteit en discriminatie. Het valt volgens de onderzoekers op dat wederzijds
begrip en inlevingsvermogen met betrekking tot de beleving van sociale veiligheid
ontbreken. Bovendien is werken in een PI complex; er komen allerlei aspecten samen
zoals macht, respect en persoonlijke relaties. Opmerkelijk volgens de onderzoekers
is, dat er onvoldoende taal en handvatten voor lijken te zijn om dit te bespreken.
Dit rapport kan een gespreksopener zijn voor de medewerkers en biedt hiermee hopelijk
inzicht in de verschillende manieren waarop er naar complexe onderwerpen gekeken kan
worden. De gevraagde reflectie heeft vanzelfsprekend tijd en begeleiding nodig en
dient ondersteund te worden met andere structurele veranderingen.
Ik herken dat het belangrijk is dat medewerkers met elkaar reflecteren op hun werkzaamheden
en de dilemma’s die zij bij hun werk ervaren. Dat is een belangrijk onderdeel van
vakmanschap en dient ingebed te zijn in het reguliere werk. DJI gebruikt hier onder
meer teambijeenkomsten – ook wel intervisiebijeenkomsten genoemd – om met elkaar in
gesprek te gaan over dilemma’s die zij ervaren op de werkvloer, om te leren van elkaar
zonder te oordelen. Hier zijn alle goede ervaringen mee opgedaan in de PI Nieuwersluis
en PI Zwolle, of in een andere vorm bijvoorbeeld tijdens sport- en communicatiedagen
zoals in PI Ter Peel.
Aanbeveling 2: Verbetering in leefklimaat en de inrichting van de leefomgeving van
gedetineerde personen
Er zijn situaties en kenmerken van het dagprogramma die tot
conflicten kunnen leiden, waardoor de sociale veiligheid in het geding kan komen.
De onderzoekers verwachten dat door investering in het leefklimaat en de inrichting
van de leefomgeving minder conflicten zullen ontstaan en de sfeer op de afdelingen
zal verbeteren. Dit kan door het ondernemen van gezamenlijke activiteiten, zoals spelletjes
en televisie kijken, te stimuleren. Door de combinatie van deze maatregelen kan «recreatie»
een moment van ontspanning worden en minder een van spanning en conflict. In alle
drie de PI’s die zijn bezocht, werd «bellen» door de meeste respondenten genoemd als
de belangrijkste reden voor conflicten onder gedetineerde vrouwen. De onderzoekers
verwachten dat door meer telefoons op de leefafdeling te plaatsen die bovendien stabieler
werken (minder storingen) er ook minder conflicten zullen ontstaan.
DJI herkent het belang van investeringen in de inrichting van de leefomgeving en ook
specifiek dat «bellen» vaak een bron van conflict kan zijn. DJI neemt al jaren telefonie
op cel mee bij renovaties. Dit jaar komt er telefonie op cel in PI Ter Peel en in
PI Nieuwersluis. Met een telefoon op cel kan alleen gebeld worden. Het is een vaste
telefoon zonder andere functionaliteiten. Bellen op cel gaat verder volgens dezelfde
voorwaarden als bij het bellen in een telefooncel op de afdeling. Telefonie op cel
levert naast het gemak voor de gedetineerden ook een bijdrage aan een lagere werkdruk
voor het personeel op de afdeling. Ook wordt dit jaar bezien wat mogelijk is om de
recreatieruimten te verbeteren, binnen de randvoorwaarden van brand- en veiligheidsvereisten.
Aanbeveling 3: Ruimte voor gezonde seksuele beleving van gedetineerde personen
De onderzoekers verwachten dat het normaliseren van (praten over) seksualiteit4 in detentie bijdraagt aan het herkennen en bespreekbaar maken van seksueel grensoverschrijdend
gedrag. Het creëren van mogelijkheden om hierover te praten en het verschaffen van
informatie komt tegemoet aan de behoeftes van veel gedetineerden personen. De onderzoekers
doen daarom verschillende aanbevelingen om dit te realiseren, zoals het voorzien in
voorlichtingsmateriaal, het bieden van gespreksmogelijkheden over seksualiteit en
het organiseren van een aanspreekpunt voor medewerkers voor advies over seksualiteit.
Ik erken met de onderzoekers het belang van seksuele gezondheid en wil hier ruimte
voor bieden, voor zover dat binnen de context van de inrichtingen haalbaar is. DJI
zal hier in de uitvoering op inzetten.
Aanbeveling 4: Grip op processen van discriminatie en bevordering van diversiteit
en inclusie.
Er zijn meerdere vormen van discriminatie, uitsluiting en pesten geconstateerd onder
zowel medewerkers als gedetineerde personen, zowel over en weer als onderling. Daarom
adviseren de onderzoekers om aandacht te besteden aan diversiteit en inclusie. Zo
adviseren de onderzoekers onder andere om te investeren in een inclusieve cultuur,
met een inclusief taalgebruik en een gender- en cultuursensitieve benadering, de kledingvoorschriften
te herzien en bewustwording te creëren over processen van seksualisering en victim
blaming.
Discriminatie en racisme zijn onacceptabel, des te meer in de context van de gevangenis,
aangezien gedetineerden afhankelijk zijn van medewerkers. Wanneer racisme en discriminatie
geconstateerd wordt, wordt het hard aangepakt. Daarnaast zet DJI er op in om alle
vormen van grensoverschrijdend gedrag te voorkomen5. Dat is belangrijk om er voor te zorgen dat DJI een aantrekkelijke werkgever is.
Zo zet DJI er op in op bewustwording van medewerkers van allerlei vormen van wangedrag,
zoals discriminatie, racisme en grensoverschrijdend gedrag, en dat personeel én gedetineerden
geen drempel ervaren om te melden, onder andere met een toegankelijk meldproces.
Aanbeveling 5: Aandacht voor macht, kwetsbaarheid en nabijheid
De onderzoekers constateren dat praten over en het erkennen van de macht die medewerkers
uit hoofde van hun taak over gedetineerden hebben, veelal vermeden wordt. Daarom bevelen
de onderzoekers aan om meer aandacht te besteden aan dit onderwerp. Ditzelfde geldt
voor nabijheid tussen medewerkers en gedetineerde personen. De onderzoekers adviseren
om aandacht te besteden aan de rol en impact van macht, medewerkers handvatten te
bieden voor persoonlijke reflectie en niet alleen het belang van afstand, maar ook
het belang van voldoende nabijheid te benadrukken.
Ik herken dat het omgaan met macht en de nabijheid tot gedetineerden (en niet alleen
de nadruk leggen op het belang van afstand) een belangrijk onderdeel van het vakmanschap
is. Daar moet meer bewustzijn voor worden gecreëerd. Hier is al aandacht voor in de
basisopleiding en wordt aangevuld met intervisiemomenten die tijdens een vast moment
worden gepland, bijvoorbeeld tijdens sport- en communicatiedagen. Zie hiervoor ook
de reactie op de eerste aanbeveling. Doel hiervan is dat er ruimte wordt geboden voor
reflectie en voor het stimuleren van het empathisch vermogen. Ook moeten de mogelijkheden
tot de-escalerend werken en het verbeteren van de communicatie aan de orde komen.
Aanbeveling 6: Verbeterde uitvoering en herziening van procedures
De onderzoekers stellen dat ook een aantal standaardprocedures bij DJI aanleiding
kan geven voor het ervaren van sociale onveiligheid. In dat kader worden het intakeproces
en de visitatie genoemd.
De inzet van ervaringsdeskundigen bij de Commissie van Toezicht en peer support worden
benoemd als mogelijkheden om gevoelens van sociale onveiligheid te verminderen. Bij
peer support kan gedacht worden aan ondersteuning van nieuwe gedetineerde personen,
zodat zij wegwijs worden gemaakt in het reilen en zeilen in de inrichting.
Net als de onderzoekers zien DJI en ik nog ruimte voor verbetering. DJI zal bezien
of werken met peer support in de vrouweninrichtingen ingezet kan worden. Met betrekking
tot het visitatieproces zijn de onderzoekers van mening dat dit proces moet worden
herzien. Ze merken op dat het gebruik van bodyscans in plaats van lijflijke visitatie
zal bijdragen aan een toename van de ervaren sociale veiligheid. DJI deelt die mening.
Daarom is hiervoor reeds budget gereserveerd en was al begonnen met het Europese aanbestedingsproces
voor het inkopen van de bodyscans, waarbij de vrouweninrichtingen als eerste de bodyscans
zullen krijgen. De verwachting is dat de bodyscans in het vierde kwartaal 2025 of
het eerste kwartaal in 2026 operationeel zijn. Het gebruik van bodyscans in plaats
van visiteren draagt bij aan de ervaren sociale veiligheid in de inrichting en doet
niet af aan de veiligheid. Een bodyscan is met kleding aan, het is daarom minder indringend
voor de justitiabele en levert voor de medewerkers daarom minder gedoe op. In afwachting
van de komst van de bodyscans heeft DJI reeds ingezet op uniformering van het visitatieproces
waarbij deze zo min mogelijk belastend is voor de vrouwelijke gedetineerden binnen
de huidige mogelijkheden.
Ik zal daarnaast, in samenwerking met DJI en de Commissies van Toezicht, bezien welke
ervaringen er zijn met de inzet van ervaringsdeskundigen en hoe die van toepassing
kunnen zijn op de detentiecontext.
Aanbeveling 7: Heroverweging van de terroristenafdeling in de PI Zwolle
De onderzoekers bevelen aan om nader onderzoek te doen naar de terroristenafdeling
(TA) voor vrouwen in de PI Zwolle. Ze constateren onder andere dat de kleine groepen
op deze afdeling zorgen voor een grote mate van sociale controle, wat de ervaren sociale
onveiligheid kan vergroten.
De constateringen die de onderzoekers doen vloeien voort uit de geconcentreerde wijze
van plaatsing van verdachten van en veroordeelden voor een terroristisch misdrijf.
Het doel van de geconcentreerde plaatsing van deze doelgroep op de TA is het voorkomen
van netwerkvorming, verspreiding van radicaal gedachtegoed en rekrutering binnen reguliere
detentie. Deze doelstelling, die uit veiligheids- overwegingen voortvloeit, lijkt
te worden bereikt: voor verspreiding van extremistisch gedachtegoed binnen reguliere
detentie bestaan over het algemeen zeer weinig aanwijzingen. Er is momenteel echter
geen onderscheid in de wijze van plaatsing van vrouwen en mannen op de TA en de inrichting
van deze TA-afdelingen. In lijn met de aanbeveling van de onderzoekers is het zinvol
om te bezien of er ten aanzien van de vrouwen-TA sprake is van over beveiliging en
of er verbetermogelijkheden zijn met het oog op het vergroten van de sociale veiligheid.
Mede ingegeven door het capaciteitsvraagstuk gaat DJI verkennen of ook reguliere vrouwen
bij TA vrouwen geplaatst kunnen worden mits de veiligheid voldoende is geborgd.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
I. Coenradie, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid