Brief regering : Sociale agenda Groningen
35 561 Parlementaire enquête aardgaswinning in Groningen
Nr. 65
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES EN VAN
DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 23 januari 2025
Wij zijn verheugd uw Kamer de sociale agenda voor Groningen en Noord-Drenthe aan te
kunnen bieden. De sociale agenda is gericht op de lange termijn, op het bieden van
een betere toekomst voor de Groningers en Noord-Drenten. Op 14 juni informeerden we
uw Kamer over de voortgang en doelen van de sociale agenda (Kamerstuk 35 561, nr. 62). Op 23 januari presenteert Kwartiermaker Henk Nijboer, samen met de dertien betrokken
gemeenten, de provincie Groningen en het Rijk vertegenwoordigd door Staatssecretaris
Herstel Groningen en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de sociale
agenda in Hoogezand.
Het fundament van de sociale agenda
Het belangrijkste fundament onder de sociale agenda is het stimuleren van gemeenschapszin
en trots. Dit wordt gerealiseerd door het vertrouwen terug te geven aan de inwoners.
Sportclubs, muziekverenigingen, vrijwilligersorganisaties, inwoners en agrariërs spelen
hierin een belangrijke verbindende rol. Het tweede fundament is eerdere signalering
van problemen, zodat hulp vroegtijdig kan worden ingezet. Jongeren geven bijvoorbeeld
aan dat steun of hulp moeilijk of laat te krijgen is. De regio kampt met een aantal
structurele problemen. Deze vallen onder het derde fundament van de sociale agenda.
Denk hierbij aan armoede, onderwijsachterstanden, laaggeletterdheid en gezondheid.
De sociale agenda zet in op het versterken van de kansengelijkheid en het doorbreken
van intergenerationele armoede.
Voor de sociale agenda stelt het kabinet de komende dertig jaar € 3,5 miljard beschikbaar.
Het commitment van het Rijk wordt vastgelegd in De Groningenwet die op een later moment
naar uw Kamer gaat. De opgave van Nij begun is om binnen één generatie (vastgesteld
op dertig jaar, tot en met 2053) tenminste op het nationaal gemiddelde te komen op
belangrijke indicatoren van brede welvaart.
Vier thema’s, zestien maatregelen
In zestien maatregelen verspreid over vier thema’s is de agenda uitgewerkt. De thema’s
zijn; het vergroten van de leefbaarheid, het bieden van kansen voor kinderen en jongeren,
het deelnemen aan werk en het voorkomen van armoede en het verbeteren van de (mentale)
gezondheid. De sociale agenda is meer dan een optelsom van afzonderlijke maatregelen.
De zestien maatregelen versterken en ondersteunen elkaar. Alle maatregelen dienen
meerdere doelen. Daarbij gaat het bijvoorbeeld over het versterken van gemeenschapszin
en trots. Het versterken van de sociale basis en het meer aandacht en oog voor elkaar
hebben. Uitgangspunt hierbij is het inzetten op preventie van problemen, voorkomen
is beter dan genezen.
Vergroten leefbaarheid
Ontmoeting ligt aan de basis van sociale samenhang. Om de leefbaarheid en sociale
cohesie te bevorderen is daarom geld beschikbaar om in elk dorp en elke wijk een ontmoetingsplek
te realiseren. Dit kan door het realiseren van nieuwe plekken en ook door herontwikkeling,
renovatie of verduurzaming van bestaande gebouwen. Daarnaast kunnen inwoners op een
laagdrempelige manier tot tienduizend euro aan initiatieven indienen. We willen hierbij
ook jongeren specifiek stimuleren om mee te doen. Bijvoorbeeld initiatieven met maatschappelijke,
culturele en sportieve doeleinden. Waar dorpen en wijken erom vragen, kunnen dorps-
en wijkondersteuners helpen. Jongeren- en opbouwwerk worden gericht ingezet in wijken
waar het minder mee gaat. Dat geldt ook voor buurtsportcoaches die bewegen stimuleren
en cultuurcoaches die cultuur toegankelijker maken. Bovendien is er steun voor de
Groningse en Noord-Drentse cultuur.
Kansen voor kinderen en jongeren
Met de sociale agenda willen regio en Rijk kinderen en jongeren in het bijzonder ondersteunen.
Zij hebben de toekomst. De financieel grootste maatregel betreft extra ontwikkeluren
naast de reguliere onderwijstijd op basisscholen. Dit betekent voor alle kinderen
minimaal twee uur per week. Voor de scholen die dit nodig hebben komt maximaal zes
uur beschikbaar. In deze uren kunnen kinderen onder andere sport-, muziek of bijles,
bijvoorbeeld in rekenen of taal, krijgen. Dit doen we omdat alle kinderen volwaardig
moeten kunnen meedoen om hun talenten te ontwikkelen, ongeacht wat zij meekrijgen
vanuit hun thuissituatie. Op tientallen scholen in Groningen wordt nu al verrijkt
onderwijs in het programma «Tijd voor Toekomst» aangeboden. Met deze maatregel stellen
we de kinderen die dit het meest nodig hebben in staat om al hun talenten te ontwikkelen.
Ook versterkt de sociale agenda met de brugfunctionarissen en pedagogisch medewerkers
de hulp aan jeugd op basis- en voortgezet onderwijs. Zij slaan «de brug» tussen het
gezin thuis, het kind op school en – waar nodig – met professionals, instanties en
partners in de wijk. Voor het versterken van taal en (digitale) geletterdheid wordt
ingezet op twee onderdelen. Ten eerste het breed en structureel invoeren van de programma’s
Boekstart en Bibliotheek op school. Ten tweede wordt ingezet op de versterking van
innovatieve projecten rondom digitale geletterdheid.
Deelnemen aan werk en verminderen van armoede
Het vergroten van financiële weerbaarheid is van belang om de schuldenproblematiek
aan te pakken. Om armoede te bestrijden staan ervaringsdeskundige buddy’s gezinnen
bij om weer zelf regie over het leven te krijgen, dat vermindert ook stress. Het huidige
programma dat op dit moment in een aantal gemeenten bestaat wordt opgeschaald naar
alle dertien gemeenten. Met Nij Begun-banen bieden we bestaanszekerheid in inkomen
en werk voor een groep die nu nog langs de kant staat. Jongeren worden geholpen om
een startkwalificatie te halen, dat biedt toekomstperspectief. We gaan vroegtijdige
schooluitval tegen en ondersteunen programma’s die de weerbaarheid van jongeren vergroten.
Wanneer jongeren beter in hun vel zitten en de kans hebben om mee te doen in de samenleving,
draagt dat ook bij aan het tegengaan van criminaliteit en ondermijning.
Verbeteren van de (mentale) gezondheid
Met het verbeteren van de (mentale) gezondheid wordt gestart bij de zwangerschap.
Aankomende ouders ontvangen hulp en krijgen de gelegenheid om met andere aankomende
ouders te ervaren wat erop je af komt en van elkaar te leren. Bij de huisarts is via
Welzijn op Recept toegang tot sociaal-maatschappelijke steun als de vraag niet medisch
is, maar er bijvoorbeeld persoonlijke, financiële of relationele problemen spelen.
Hulp is makkelijk aanspreekbaar en dicht in de buurt. Ook voor jongeren. Dit maakt
mentale problemen bespreekbaar en leidt ertoe dat er eerder bijgesprongen kan worden
en als het nodig is in te grijpen.
Totstandkoming van de sociale agenda
In mijn hoofdlijnenbrief heb ik aangegeven het beleid rondom het toekomstperspectief
voor Groningen en Noord-Drenthe zoals in «Nij Begun» aangekondigd door te willen zetten
(Kamerstuk 33 529, nr. 1245). Onderdeel hiervan is het ontwikkelen van een sociale agenda en ook de ontwikkeling
van een economische agenda. Beide agenda’s versterken elkaar.
In december 2023 is de kwartiermaker met een team van mensen uit de regio en van het
Rijk aan de slag gegaan om tot deze agenda te komen. In het afgelopen jaar hebben
de kwartiermaker en zijn team vele gesprekken gevoerd met gemeenten, provincies, het
Rijk, maatschappelijke instellingen, scholen, huisartsen, zorgverleners, kredietbanken,
welzijnsorganisaties, maatschappelijke initiatieven, experts, inwoners en jongeren.
Tijdens werkbezoeken van de kwartiermaker, de Minister en de Staatssecretaris voerden
we ook vele gesprekken. Daaruit blijkt de noodzaak van de sociale agenda. Begin 2024
organiseerde het team vier avonden die door meer dan 700 mensen werden bezocht. Zij
dachten mee over de sociale agenda, waarbij ook 215 mensen schriftelijk lieten weten
wat zij van de sociale agenda verwachten. Daaruit spreekt een grote maatschappelijke
betrokkenheid. Inwoners gaven onder andere aan de bestrijding van armoede, het investeren
in de jeugd en de leefbaarheid heel belangrijk te vinden. Ook deden inwoners de oproep
om vooral structureel te investeren en ervoor te zorgen dat het geld terechtkomt waar
het bedoeld is. Daarom zetten we nadrukkelijk in op meerjarige interventies, in het
bijzonder op die drie terreinen.
Tot slot
Op 21 januari namen de colleges van de provincie Groningen en de Groningse en Noord-Drentse
gemeenten het voorgenomen besluit over de sociale agenda. Ook wij nemen nu dit voorgenomen
besluit. Op dit moment buigen de raden en staten zich over deze agenda. Zij kunnen
voor 6 maart bij hun eigen college hun zienswijze kenbaar maken. Vervolgens zal na
besluitvorming door de regio en het kabinet de sociale agenda definitief zijn. Voor
de eerste jaren is budget beschikbaar op de BZK-begroting om te starten met de agenda.
Het merendeel van het overige budget voor de agenda tot en met 2030 wordt voor de
langere termijn opgevraagd tijdens de Voorjaarsbesluitvorming 2025. De verdere uitvoering
van de sociale agenda volgt na parlementaire goedkeuring van de Voorjaarsnota 2025.
In 2025 kan de kwartiermaker verder met de uitvoering van de zestien maatregelen van
de sociale agenda. Hij komt tevens met een voorstel hoe dit de komende dertig jaar
in uitvoering gebracht kan worden in een effectieve structuur. Daarnaast gaat de kwartiermaker
aan de slag met het vormen van allianties van betrokken partijen en inwoners om de
maatregelen succesvol in te voeren (Kamerstuk 35 561, nr. 64).
Een aantal programma’s bestaat al en kan direct worden gestimuleerd of uitgebreid.
Sommige programma’s zijn afkomstig van Nationaal Programma Groningen (NPG). Daarmee
geeft het kabinet invulling aan de motie van het lid Boulakjar over de sociale projecten
binnen NPG (Kamerstuk 33 529, nr. 1186). Helaas kunnen niet alle NPG-programma’s in de sociale agenda een plek krijgen.
De motie van het lid Vedder c.s. (Kamerstuk 35 561, nr. 46) over de NPG-doelen wordt meegenomen in de bepaling van monitoring en streefwaarden.
Op de kennis die is opgebouwd is bij de NPG-programma’s bouwen we verder. Zoals eerder
beschreven zijn jongeren op verschillende momenten betrokken bij de totstandkoming
van de agenda. Een groot deel van de agenda is zelfs gericht op hen en de toekomstige
generatie. En ook jongeren kunnen gebruik maken van het budget voor initiatieven.
De exacte invulling daarvan volgt in de nadere uitvoering. Daarmee geven we mede invulling
aan de motie van de leden Boulakjar en Bikker (Kamerstuk 35 561, nr. 35). In bijlage 3 informeren we uw Kamer hoe de verantwoordelijkheden aan de verschillende
overheden zijn is toebedeeld, conform mijn toezegging aan het lid Vermeer (TZ202412-017)
(Kamerstuk 36 600 VII, nr. 126).
We zijn verheugd de Kamer een breed gedragen programma te kunnen aanbieden. En spreken
grote waardering uit voor de bewoners, organisaties en medeoverheden voor de enorme
inzet en betrokkenheid bij de totstandkoming.
Wij wensen de kwartiermaker veel succes bij het verder brengen van zijn opdracht.
En bij het starten van de programma’s samen met maatschappelijke partners uit de regio.
We kijken uit naar een constructieve samenwerking met de regio en de eerste resultaten
eind volgend jaar.
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
E. van Marum
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
Y.J. van Hijum
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
E. van Marum, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
Mede ondertekenaar
Y.J. van Hijum, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid