Brief regering : Voortgangsrapportage Nationaal Actieplan Dakloosheid en Beschermd Wonen
29 325 Maatschappelijke Opvang
Nr. 156
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 11 december 2023
Iedereen in Nederland verdient een thuis. Juist zij die zich in een extra kwetsbare
positie bevinden. Sommige mensen hebben naast een ondersteuningsbehoefte ook een urgente
huisvestingsvraag. Mensen die ondersteuning thuis nodig hebben na een periode van
dakloosheid, dreigend dakloos zijn, en mensen die uitstromen vanuit een zorginstelling
zoals jeugdzorg, ggz of beschermd wonen hebben één ding gemeen: herstel werkt het
best vanuit een eigen stabiele basis. De transitie van «beschermd wonen naar beschermd
thuis» en de beweging van maatschappelijke opvang naar Wonen Eerst kunnen niet los
worden gezien van elkaar. De doelstellingen van deze bewegingen komen in grote lijnen
overeen: mensen met een psychosociale kwetsbaarheid moeten als gelijkwaardig inwoner
zoveel mogelijk kunnen deelnemen in de samenleving vanuit een eigen woning in de wijk.
Voor een duurzame beweging naar kwalitatief goede, beschikbare en betaalbare hulp
dichtbij mensen is het evident dat het Actieplan Dakloosheid en de ontwikkeling naar
een beschermd thuis in samenhang moet worden aangepakt. De doordecentralisatie van
beschermd wonen naar alle gemeenten draagt bij aan de gewenste beweging. Het in samenhang
organiseren van de transformatie van maatschappelijke opvang naar Wonen Eerst en beschermd
thuis ligt daarom voor de hand en is in veel regio’s ook al in gang gezet. Waar dat
nog niet of onvoldoende het geval is, wil ik dat van harte stimuleren.
Het aantal dakloze mensen in Nederland is groot. Dit is en blijft onacceptabel, en
heeft grote persoonlijke en maatschappelijke gevolgen. Hoewel de meest recente cijfers
(peilmoment begin 2022) van het CBS een dalende trend laten zien, krijg ik signalen
van gemeenten en opvanginstellingen dat de druk op de maatschappelijke opvang onverminderd
hoog is1. Dat baart mij grote zorgen. We weten dat een eigen woonplek met ondersteuning op
maat ervoor zorgt dat mensen beter herstellen, minder snel terugvallen én dakloosheid
vaker kan worden voorkomen. Daarom is de inzet van de beweging naar een beschermd
thuis en het Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis (2023–2030) om zo veel
mogelijk in te zetten op preventie en de omslag te maken van een focus op grootschalige
opvang- en woonvoorzieningen naar wonen met flexibele ambulante ondersteuning2. Hiermee sluiten we in onze langetermijnstrategie ook aan op de doelstelling van
de Lissabon Verklaring3.
We zijn in Nederland gewend geraakt aan de maatschappelijke opvang als een tijdelijke,
logische noodoplossing. Maar zoals ik vorig jaar aangekondigde4, is een rigoureuze omslag nodig. Een omslag naar preventie van dakloosheid waar alle
gemeenten een verantwoordelijkheid in hebben. En naar «eerst een woning, dan herstel».
Want uit onderzoek en ervaring blijkt dat juist een eigen thuis het beste startpunt
is voor het werken aan herstel en het opbouwen van een (nieuwe) toekomst. Deze paradigmaverschuiving
vraagt een fundamenteel andere kijk op het oplossen van dakloosheid, waarbij preventie,
een eigen woonplek en eigen regie centraal staan.
Daarnaast hebben gemeenten ook een verantwoordelijkheid voor het organiseren van woonplekken
voor mensen met een psychische kwetsbaarheid die niet zelfstandig kunnen wonen. Ook
zij hebben behoefte aan een passende woonplek met begeleiding. Daarom is de afgelopen
jaren hard gewerkt aan de implementatie van beschermd wonen naar een beschermd thuis.
Voor al deze mensen is een eigen woonplek de wezenlijke basis van waaruit gewerkt
kan worden aan participatie, (terugval) preventie en herstel. Het afgelopen jaar zijn
beide bewegingen verder in gang gezet. Met deze voortgangsrapportage informeer ik
uw Kamer over de stand van de uitvoering van het Nationaal Actieplan Dakloosheid,
en de ontwikkelingen ten aanzien van Beschermd Wonen en de beweging naar een Beschermd
Thuis.
Leeswijzer
Uw kamer ontvangt twee keer per jaar een voortgangsbrief die ingaat op de ontwikkelingen
op het gebied van dakloosheid en beschermd wonen: een korte brief voor het zomerreces
en een uitgebreidere rapportage aan het eind van het kalenderjaar. Deze brief gaat
in op de volgende punten:
1. Monitoring en voortgang van de transformatie: de acties gericht op het beter zicht krijgen op de doelgroep en de beoogde beweging
naar betere preventie, wonen en een beschermd thuis.
2. Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis: de acties gericht op het ondersteunen en faciliteren van de systeemverandering
op de zes actielijnen van het actieplan, en de uitvoering en opschaling van de beweging
van opvang naar preventie en Wonen.
3. Beschermd wonen en beschermd thuis: ontwikkelingen op het gebied van beschermd wonen en enkele onderwerpen op het snijvlak
van zorg, ondersteuning en veiligheid.
1. Monitoring en inzicht in de voortgang van de transformatie
Elke dakloze persoon is er één te veel. Met dat gegeven werk ik samen met partijen
uit het veld aan monitoringsinstrumenten om beter inzicht te krijgen en beter te kunnen
sturen op de opgave. Dit jaar is hard gewerkt aan het op orde krijgen van monitoring
met betrekking tot de voortgang van het Nationaal Actieplan. Dat is van belang om
dakloosheid uit te bannen vóór 2030, en om de transformatie van opvang naar preventie
en Wonen Eerst inzichtelijk te krijgen. Dit doen we middels verschillende trajecten
die op elkaar aansluiten en elkaar aanvullen. Immers, een daling van het aantal dakloze
mensen zegt bijvoorbeeld nog niet genoeg over de mate waarin gemeenten bezig zijn
met preventieve maatregelen. Gezamenlijk geven de instrumenten inzicht in de voortgang
van het Nationaal Actieplan Dakloosheid. Ik geef hieronder kort de verschillende instrumenten
en de huidige stand van zaken weer. Ik geef daarbij ook aan hoe deze verschillende
instrumenten zich tot elkaar verhouden.
CBS-schatting aantal dakloze mensen
In september jl. publiceerde het CBS een nieuwe schatting van het aantal dakloze mensen
in Nederland. Het CBS schat dat er begin 2022 26.600 dakloze mensen waren in Nederland.
Dat is een lichte daling ten opzichte van de schatting van 32.000 mensen begin 2021.
Dit is een eerste stap in de goede richting naar nul dakloze mensen in 2030, maar
zoals gezegd krijg ik vanuit het veld signalen dat de druk op de opvang onverminderd
hoog is en bovendien is iedere dakloze persoon er één te veel. Ook moet bij deze schatting
altijd een aantal nuanceringen worden gemaakt. Ten eerste is de schatting niet actueel.
Begin 2022 zag de wereld er immers heel anders uit dan nu. Ten tweede zijn de cijfers
een schatting, en weten we dat niet alle dakloze mensen kunnen worden meegenomen in deze specifieke
methode van het CBS. Veldpartijen gaan er daarom vanuit dat het daadwerkelijke aantal
veel hoger ligt, omdat zij een toenemende vraag naar opvang en een ander straatbeeld
zien.
Daarom werken de rijksoverheid en partijen uit het veld aanvullend aan een aantal
andere monitoringsinstrumenten:
ETHOS Light tellingen (Hogeschool Utrecht)
Het eerste instrument is de regionale ETHOS telling5 die Hogeschool Utrecht (HU) dit jaar voor het eerst in Nederland uitvoerde met ondersteuning
van Kansfonds. Concreet betekent dit dat in de regio’s Oss en Den Bosch voor het eerst
in kaart is gebracht hoeveel dakloze mensen zich daar bevinden op basis van een brede
definitie van dakloosheid. Deze definitie heeft de rijksoverheid ook omarmd met de
lancering van het Nationaal Actieplan Dakloosheid. De resultaten uit deze twee regio’s
zijn alarmerend, maar bieden tegelijkertijd handelingsperspectief omdat concreet is
gemaakt waar dakloze mensen zich bevinden en wat hun achtergrondkenmerken zijn.6 Zo werd bijvoorbeeld duidelijk dat veel meer vrouwen en kinderen dakloos zijn dan
verwacht. Deze regio’s zijn nu concreet aan de slag met gerichte (preventieve) maatregelen
voor de verschillende subgroepen. Kansfonds en HU voeren in 2024 een tweede ronde
uit met nieuwe regio’s. Op termijn is de ambitie om in iedere regio in Nederland een
ETHOS Light telling uit te voeren.
Kwantitatieve monitor dakloosheid (door CBS, VNG, Valente, VWS)
Het tweede instrument dat beter inzicht moet geven in het aantal dakloze mensen in
Nederland is de Monitor Dakloosheid, waar ik samen met het CBS, VNG en Valente uitvoering
aan geef via de Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein (GMSD). Deze monitor is de opvolger
van de rapporten die in 2019–2021 in opdracht van VWS door KPMG zijn gemaakt, vanuit
de wens om te komen tot een structurele monitor die gemeenten inzichten geeft op regionaal
niveau. In 2023 is een uitvraag gedaan bij gemeenten en opvanginstellingen om in kaart
te brengen welke data zij in bezit hebben. Deze uitvraag laat zien dat bepaalde gegevens
niet, niet eenduidig of niet consequent worden geregistreerd. Ook zijn gegevens vaak
niet eenvoudig te ontsluiten, waardoor het verzamelen en aanleveren veel tijd kost.
Nadrukkelijk onderdeel van dit monitoringstraject is daarom een intensief verbeterproces,
gericht op het beter registreren en eenvoudiger ontsluiten van relevante data. De
eerste uitvraag zal plaatsvinden in het voorjaar van 2024. Zowel gemeenten als opvangorganisaties
zal gevraagd worden om (geanonimiseerde) gegevens aan te leveren bij het CBS over
het aantal dakloze mensen dat zij in beeld hebben, en nog een beperkt aantal andere
kenmerken zoals de start- en einddatum dat iemand in beeld was. Het gaat dan enkel
om de ETHOS-Light categorieën 2 en 3; de mensen die bekend zijn bij kort- en langdurige
opvang. De andere ETHOS-Light categorieën zijn nog niet op korte termijn op landelijk
niveau via deze monitor in beeld te brengen, omdat de registraties daarvoor ontbreken.
Op langere termijn werken we toe naar betere registraties van de andere categorieën.
De resultaten van de uitvraag in het voorjaar worden verwacht in het najaar van 2024.
Dashboard Nationaal Actieplan Dakloosheid
Het Nationaal Actieplan Dakloosheid is door middel van bestuurlijke afspraken tussen
zorgaanbieders, gemeenten, woningcorporaties en het Rijk bekrachtigd7. Eén van de bestuurlijke afspraken is dat alle gemeenten een regionaal plan van aanpak
opstellen in lijn met het Nationaal Actieplan. Het doel van het dashboard Nationaal
Actieplan Dakloosheid is de monitoring van de uitvoering en doelen van het actieplan
om daarmee inzicht te krijgen in de transformatie van opvang naar preventie en Wonen
Eerst. Hiermee is het dashboard dus meer beleidsmatig van aard, en aanvullend op de
hierboven beschreven monitors, die een beter inzicht moeten geven in de aantallen
dakloze personen. Het stemt mij tevreden uw Kamer te kunnen rapporteren dat het in
een intensief proces met vele partijen gelukt is te komen tot een dashboard waar draagvlak
voor is vanuit zowel gemeenten als diverse maatschappelijke partners. Het feit dat
er nu een dashboard dakloosheid is dat inhoudelijk de kern van de paradigmashift raakt,
is van belang voor het monitoren van de voortgang daarop in regio’s. De indicatoren
op de beweging die met het dashboard zichtbaar worden, zijn gericht op:
• Preventie van dakloosheid: dakloosheid wordt te allen tijde voorkomen;
• Wonen Eerst: Mensen hebben een stabiele woonplek met ondersteuning op maat;
• Opvang: om- en afbouw van maatschappelijke opvang.
Daarnaast wordt in beeld gebracht welke regio’s een vastgesteld regioplan hebben,
en de mate van inzet van ervaringskennis in beleid en uitvoering. Het vastgestelde
dashboard treft u aan als bijlage bij deze brief. Hoeveel woningen worden verhuurd
aan dakloze mensen is geen onderdeel van het dashboard. Het voornemen met het wetsvoorstel
versterking regie op de Volkshuisvesting is dat gemeenten vanaf 2026 het aantal toegewezen
woningen aan mensen uit de maatschappelijke opvang en beschermd wonen gaan monitoren.
Daarnaast wordt gewerkt aan een monitor huisvesting aandachtsgroepen waarmee wordt
bijgehouden in welke mate aan de woonbehoefte van alle aandachtsgroepen binnen het
programma «Een thuis voor iedereen» wordt voldaan.
Het dashboard en deze monitor i.o. moeten dus in samenhang met elkaar worden geïnterpreteerd
en op termijn een compleet beeld geven van de gewenste beweging naar Wonen Eerst.
De regioadviseurs van het Platform Sociaal Domein van de VNG gaan op dit moment het
land door om de benodigde informatie bij gemeenten op te halen om het dashboard te
vullen. Een eerste uitvraag laat zien dat iets minder dan de helft van de centrumgemeenten
afgelopen jaar een aangepast danwel nieuw beleidsplan dakloosheid hebben gemaakt dat
aansluit op het nationaal beleid van preventie en Wonen Eerst. Ik verwacht van alle
centrumgemeenten dat zij in 2024 hun plannen in lijn hebben gebracht met het Nationaal
Actieplan. Op moment van schrijven wordt door VNG Realisatie aan de technische applicatie
gewerkt, en zal er hetzelfde uit komen te zien als het dashboard beschermd wonen.
Naar verwachting is deze voor het eind van dit jaar gereed. Dit betekent dat het dashboard
vanaf 2024 online gevuld kan gaan worden. Een eerste volledig beeld op alle indicatoren
van het dashboard verwacht ik medio 2024 aan uw Kamer te kunnen rapporteren.
Door te investeren in zowel het verbeteren van het inzicht in het transformatieproces
enerzijds, en de kwantitatieve gegevens over aantallen dakloze mensen anderzijds,
geef ik invulling aan de motie van de leden Grinwis en Werner8 over het stellen van kwantitatieve en meetbare doelen.
Dashboard beschermd wonen en beschermd thuis
Naast inzicht in de voortgang die gemeenten maken ten aanzien van dakloosheid, wordt
ook een dashboard met betrekking tot beschermd wonen bijgehouden door gemeenten. Zij
hebben samenwerkingsafspraken gemaakt over de uitvoering van beschermd wonen en de
maatschappelijke opvang in het kader van de Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO). De
laatste meting betrof 1 maart 2022. De VNG heeft het dashboard vernieuwd. In de loop
van december zijn de resultaten van de meting van het najaar 2023 te vinden op de
website van de VNG. Beide dashboards worden met ondersteuning van de regioadviseurs
van het Platform Sociaal Domein gevuld. Op termijn moeten beide dashboards een volledig
beeld geven hoe ver regio’s zijn in de transformatieopgaven dakloosheid en beschermd
wonen.
Verhalen in beeld brengen
Het Nationaal actieplan Dakloosheid kenmerkt zich door een benadering vanuit vertrouwen
en samenwerking. Het perspectief van de mensen met ervaringskennis en uitvoerende
professionals is leidend. Ik vind het belangrijk om in aanvulling op de kwantitatieve
monitor verhalen over kansrijke initiatieven en goede voorbeelden in het land in beeld
te brengen. Achter ieder cijfer zit immers een verhaal. Dat kan een verhaal zijn vanuit
het perspectief van een jongere, maar ook vanuit de professional, hulporganisatie
of een medewerker van een gemeente. Door de goede voorbeelden in beeld te brengen
via de actieve LinkedIn community en de vernieuwde website Eersteenthuis.nl, enthousiasmeren en inspireren we de coalitiepartners en andere veldpartijen om zich
in te zetten voor de aanpak dakloosheid.
Zo krijgen niet alleen de getallen een verhaal, maar ook wordt beter inzichtelijk
wat zoal aan activiteiten en innovatie plaatsvindt op de 6 leidende principes en 6
actielijnen van het Nationaal Actieplan: 1. Financiële bestaanszekerheid 2. Preventie
van dakloosheid; 3. Wonen Eerst, 4. Versterken van de uitvoeringspraktijk, 5. Inzet
van ervaringskennis, 6. Aandacht voor jongeren, LHBTIQ+ en dakloze EU-burgers.
Cijfers beschermd wonen
In het kader van de Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein verzamelt het Centraal Bureau
voor de Statistiek (CBS) twee keer per jaar gegevens bij gemeenten over de verleende
Wmo-maatwerkarrangementen, waaronder beschermd wonen. Uit de laatste rapportage blijkt
dat gemeenten in 2022 verantwoordelijk waren voor in totaal 25.560 cliënten beschermd
wonen. De VNG en het Ministerie van VWS hebben behoefte aan meer betrouwbare informatie
over beschermd wonen. Hier is nu geen sprake van, onder andere omdat niet alle gemeenten
periodiek cijfers aanleveren via het CBS en/of omdat gemeenten het aantal cliënten
op verschillende wijzen in kaart brengen doordat andere definities worden gebruikt.
Dit geldt met name voor cliënten die niet in een instelling wonen, maar thuis intensieve
ambulante ondersteuning ontvangen; ook wel «beschermd thuis» genoemd. Behalve gegevens
over het aantal cliënten is eveneens behoefte aan gegevens over (eventuele) wachtlijsten
en ontwikkelingen ten aanzien van de beschikkingsduur. Samen met de VNG is het mijn
ambitie om periodiekduidelijke en eenduidige informatie over ontwikkelingen in beschermd
wonen te delen. Dit is tevens belangrijk in het kader van de bestuurlijke afspraken
ggz Wlz, waar de Minister voor Langdurige Zorg en Sport en ik u binnenkort separaat
over zullen informeren. Op dit moment breng ik hiervoor verschillende opties in kaart.
Voor de zomer van 2024 zal ik u hierover nader informeren.
Een belangrijke ontwikkeling is dat relevante gegevens over de ondersteuning en zorg
aan mensen met psychische problematiek, waaronder gegevens over beschermd wonen, beschikbaar
komen via de monitor psychische problematiek. Deze monitor zal naar verwachting in
het eerste kwartaal van 2024 beschikbaar komen via regiobeeld.nl. De gegevens uit
de monitor kunnen worden benut bij het opstellen van de regiobeelden en de regioplannen
in het kader van het Integraal Zorgakkoord (IZA).
2. Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis
Het Nationaal Actieplan Dakloosheid is precies één jaar onderweg. In 2023 is niet
alleen hard gewerkt aan het op poten krijgen van de monitoringsopgave, maar daarnaast
ook aan het in gang zetten van acties op de zes actielijnen uit het Actieplan. Uiteindelijk
moet de paradigmaverschuiving lokaal gebeuren in nauwe onderlinge samenwerking tussen
zorg- en welzijnspartijen, woningcorporaties en gemeenten. Om regio’s te ondersteunen
bij het versnellen en opschalen van de beweging naar preventie en Wonen Eerst, is
met ondersteuning vanuit VWS gewerkt aan een brede ondersteuningsstructuur in samenwerking
van de VNG, Valente en Aedes. Deze samenwerking zal in 2024 tot concrete acties leiden
in de verschillende regio’s, waarbij het Platform Sociaal Domein een belangrijke rol
gaat vervullen. Denk hierbij aan onder meer het organiseren van kennissessies en het
faciliteren van uitwisseling en verdieping op de leidende principes van het Actieplan.
Alles is gericht op het gezamenlijk bereiken van de doelen uit het Actieplan. Zij
betrekken hierbij actief de partners uit de nationale coalitie dakloosheid op inhoud,
ervaring en expertise.
Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis (2023–2030)
Het Nationaal Actieplan Dakloosheid zet in op een paradigmashift in de manier waarop
we kijken naar en omgaan met dakloosheid. Het plan stelt de ambitie om dakloosheid
in Nederland fors en structureel terug te dringen, waarmee aangesloten wordt bij de
Verklaring van Lissabon om dakloosheid in 2030 te beëindigen. Dit vereist stevige
inzet en commitment van vele partners, nú en de komende jaren. Een andere manier van
werken en denken past daarbij. Door te investeren in een plan met een veel grotere
nadruk op een preventieve aanpak, moet het managen van dakloosheid aan de achterkant
in de toekomst verleden tijd zijn.
Kennisontwikkeling
Om de gewenste systeemverandering zoals omschreven in het Actieplan ook met kennis
en wetenschappelijke inzichten beter te onderbouwen en aan te jagen in de Nederlandse
context, is in 2023 geïnvesteerd in het opzetten van een onderzoeksagenda in samenwerking
met NWO en ZonMw. Dat acht ik van grote waarde, omdat er nog relatief weinig wetenschappelijke
kennis in de Nederlandse (en Europese) context bestaat. Veel onderzoek op bijvoorbeeld
het gebied van Housing First komt uit de VS en Canada. De onderzoekscall «Thuis in Verschillende Woonvormen» moet
bijdragen aan fundamenteel onderzoek over wat (niet) werkt op het gebied van wonen
voor (ex) dakloze mensen en/of mensen met een psychische kwetsbaarheid in de Nederlandse
praktijk. De onderzoeksgelden die beschikbaar worden gesteld zijn nadrukkelijk bedoeld
om in beeld te brengen welke woonvormen met begeleiding voor (ex)dakloze mensen en
mensen die beschermd hebben gewoond er zijn en wat de werkzame elementen zijn in deze
woonvormen. De onderzoeksresultaten die hier uit voortvloeien zullen naar verwachting
dan ook een essentiële bouwsteen vormen in de paradigmashift, en om die reden van
grote waarde zijn voor de aanpak van dakloosheid in Nederland. Partijen hebben tot
5 maart 2024 de tijd om hun volledige inschrijving in te dienen.
Hieronder licht ik achtereenvolgens de in 2023 uitgevoerde acties op de zes actielijnen
van het Actieplan Dakloosheid toe.
Actielijn 1- Versterken bestaanszekerheid
Het hebben van voldoende geld is een randvoorwaarde voor het hebben en kunnen behouden
van een woning. Daarom is werken aan bestaanszekerheid essentieel voor het voorkomen
van dakloosheid. Om effectief aan preventie van dakloosheid te kunnen werken moeten
gemeenten binnen hun lokale aanpak de domeinen werk en inkomen en maatschappelijke
ondersteuning goed met elkaar verbinden. Ook op landelijk niveau is deze samenwerking
belangrijk. Binnen de landelijke Aanpak geldzorgen, armoede en schulden van de Minister
voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen is een pakket aan maatregelen genomen
met als doel het aantal mensen dat leeft in armoede en/of te maken heeft met problematische
schulden met de helft te doen afnemen. Dit zal de (financiële) bestaanszekerheid van
veel Nederlanders versterken. Daarnaast heeft het kabinet ervoor gezorgd dat huurders
met een laag inkomen in een corporatiewoning per 1 juli 2023 tot 1 juli 2024 een huurverlaging
hebben gekregen én wordt er ingezet op het vroegtijdig signaleren van geldzorgen.
Over de voortgang van de verschillende maatregelen uit het programma wordt de Tweede
Kamer in december geïnformeerd middels de voortgangsrapportage. In de Kamerbrief van
10 oktober jl. in reactie op het eindrapport van de Commissie Sociaal Minimum hebben
de Ministers voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen en van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid eveneens aangegeven welke stappen het kabinet heeft gezet om bestaanszekerheid
te versterken.9
Ook vanuit gemeenten, zorgaanbieders en andere partners zijn het afgelopen jaar stappen
gezet om de bestaanszekerheid en participatie voor mensen in een kwetsbare positie,
zoals (dreigend) dakloze mensen, te verbeteren. Vanuit Valente is een e-learning ontwikkeld
voor professionals over het begeleiden van mensen bij armoede en schulden10. Daarnaast organiseerde Valente in 2023 de week van de participatie. Tijdens deze
week werden verschillende kennissessies georganiseerd waarin goede methodieken op
het gebied van participatie van mensen in een kwetsbare positie onder de aandacht
zijn gebracht. Tijdens deze week is onder andere aandacht gegeven aan het programma
Simpel Switchen van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Binnen dit
programma wordt gewerkt aan het makkelijker maken van de stap van een uitkering naar
betaald werk. In dit kader heb ik tijdens het commissiedebat MO/BW op 7 december 2022
de toezegging gedaan dat wanneer er lopende trajecten zijn vanuit SZW die bijdragen
aan het ondersteunen van mensen uit de maatschappelijke opvang naar werk, ik daar
een verbinding mee zal maken11.
De initiatieven die zich richten op participatie en meedoen van mensen juich ik van
harte toe. Immers: mensen in staat stellen naar vermogen weer mee te doen aan de samenleving
zorgt voor zingeving, voorkomt eenzaamheid en zet mensen in hun kracht. Zonder zingeving
en empowerment van mensen is het werken aan herstel een onmogelijke opgave. Goede
voorbeelden die zich hierop richten deel ik actief zoals bijvoorbeeld de werkwijze
van Springplank waarbij participatie voorop staat12.
Actielijn 2- Preventie van dakloosheid
Preventie Alliantie
Het uitgangspunt van het Nationaal Actieplan is dat het voorkomen van dakloosheid
altijd de beste oplossing is. In opdracht van het Ministerie van VWS ondersteunt de
Preventie Alliantie gemeenten en hun zorg- en woonpartners bij het versterken en uitvoeren
van hun beleid ter preventie van dakloosheid. De Preventie Alliantie wordt georganiseerd
vanuit Impuls Werkplaats (Radboudumc) en is een samenwerkingsverband van instellingen voor
maatschappelijke opvang en beschermd wonen. In het afgelopen jaar heeft de Preventie Alliantie opnieuw preventiescans uitgevoerd
in verschillende regio’s. Met de scan wordt het preventiebeleid intensief onder de
loep genomen en informatie gegeven die gemeenten helpt bij het verbeteren van het
preventiebeleid. Tot nu toe hebben ruim 90 gemeenten deelgenomen aan de preventiescan.
Onlangs publiceerde de Preventie Alliantie de opbrengsten van de preventiescans die
zijn uitgevoerd in 2021 en 202213. Uit de resultaten blijkt dat gemeenten weliswaar al veel doen op het gebied van
preventie, maar dat er ook nog kansen liggen voor de versterking van de preventieve
aanpak. Zo kan de inzet van outreachende vroeginterventie in de eigen leefomgeving
van mensen, bijvoorbeeld door de inzet van vrijwilligers of ervaringsdeskundigen in
de wijk, worden verbeterd. Ook wordt in een groot deel van de gemeenten nog weinig
ingezet op de-stigmatisering van dakloosheid. De resultaten van de preventiescans
laten zien dat het belangrijk is om in regionaal verband het gesprek over preventie
van dakloosheid aan te gaan. Het voorkomen van dakloosheid is immers een verantwoordelijkheid
van alle gemeenten, van klein tot groot.
Naast de uitvoering van de preventiescans in regio’s organiseerde de Preventie Alliantie dit jaar vier masterclasses en leercirkels
waarin onder andere werd ingezoomd op de thema’s dakloosheid onder jongeren, het meten
van dakloosheid en vroeginterventie.
Voorkomen van dakloosheid onder jongeren uit jeugdzorg
Jongeren zijn relatief oververtegenwoordigd binnen de groep dakloze mensen. Daar maak
ik mij grote zorgen om. Om dakloosheid onder jongeren te voorkomen is het belangrijk
dat de verschillende leefgebieden op orde zijn (de «Big Five»: wonen, zinvolle daginvulling (werk/school/dagbesteding), financiën
(inkomen en hulp bij schulden), zorg en informele support). Het ondersteuningsteam
Zorg voor de Jeugd (OZJ) start dit jaar in opdracht van VWS met intensieve ondersteuning
in 4 tot 6 regio’s. Het OZJ ondersteunt de regio’s bij het creëren van een sluitend
aanbod. Dit doen zij in samenwerking met de verschillende partners binnen de regio
en moet een belangrijke bijdrage leveren aan het voorkomen van dakloosheid onder jongeren.
Onder actielijn 6 kom ik uitgebreider terug op wat er nog meer gebeurt met betrekking
tot jongeren.
Actielijn 3- Wonen Eerst
Het Nationaal Actieplan Dakloosheid zet in op een rigoureus andere manier waarop we
kijken naar en omgaan met dakloosheid. Het hebben van een stabiele woonplek met de
juiste ondersteuning is randvoorwaardelijk bij het verminderen van dakloosheid. Wonen
Eerst is de Nederlandse benaming voor de systeemaanpak in het denken over structurele
oplossingen om dakloosheid te voorkomen en uit te bannen volgens een huisvestingsgerichte
aanpak. Dit vraagt niet alleen forse inzet op de huisvestingsopgave bij gemeenten,
maar ook om een cultuuromslag van anders kijken, denken en doen door beleid en uitvoering.
Dat doen we door het centraal zetten van zes leidende principes die het kompas vormen
om tot een systeemverandering te komen14. Ze zijn de meetlat van nationaal, regionaal en lokaal beleid op basis waarvan gewerkt
wordt aan het behalen van de doelstellingen uit dit Actieplan. Dit betekent dat we
op basis van de zes leidende principes de transformatie in gang zetten, aanjagen en
versnellen.
Housing First in regio’s
Gemeenten, zorgpartijen en woningcorporaties kunnen ondersteuning ontvangen om deze
beweging te versnellen. In opdracht van het Ministerie van VWS ondersteunt Housing
First Nederland regio’s die aan de slag willen met Housing First en Wonen Eerst. Met
deze ondersteuning wordt in gemeenten het beleid en uitvoering meer in lijn gebracht
met de beoogde paradigmashift naar Wonen Eerst met als beoogd resultaat dat mensen
sneller en duurzamer worden gehuisvest, met passende ondersteuning. In 2023 hebben
12 gemeenten ondersteuning ontvangen van Housing First, variërend van een of enkele
adviesgesprekken tot meedenkkracht bij het maken van een plan van aanpak en langlopende
trajecten gericht op de implementatie van Housing First. Daarnaast zijn er webinars
en landelijke introductiedagen georganiseerd om medewerkers van zorgpartijen, gemeenten
en woningcorporaties te enthousiasmeren met Housing First aan de slag te gaan in hun
organisatie of regio.
Scheiden van wonen en zorg
Eén van de leidende principes die bijdraagt aan Wonen Eerst is het scheiden van wonen
en zorg. Platform 31 werkt gezamenlijk met Stichting Eropaf! aan een handzame en praktische
handreiking over de verschillen en overeenkomsten tussen huurcontracten op eigen naam,
omklapcontracten en intermediaire verhuur als onderdeel van het wonen met zorg of
ondersteuning. De handreiking moet bijdragen aan het realiseren van de paradigmashift
naar Wonen Eerst als onderdeel van het actieplan en moet helpen om het goede gesprek
te voeren over de inzet van de verschillende contracten voor doelgroepen die wonen
met zorg. De handreiking biedt beschrijvingen van de verschillende contractvormen,
met voor ieder van de varianten voor- en nadelen en oplossingen uit de praktijk, aan
de hand van de perspectieven van bewoners, corporaties, zorgaanbieders en gemeenten.
Naar verwachting wordt de handreiking begin 2024 gepubliceerd.
Voorkomen huisuitzettingen
Huisuitzettingen zouden niet tot dakloosheid mogen leiden. Daarom zet het Rijk zich
samen met corporaties, particuliere verhuurders en gemeenten in om het aantal huisuitzettingen
te verlagen. Uit de jaarlijkse enquête van Aedes onder woningcorporaties blijkt dat
het aantal huisuitzettingen door corporaties daalde met bijna 15% en uitkwam op 1.200
in 202215. In de Kamerbrief van 4 juli 2023 geven de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
de Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen en ikzelf een reactie op
het rapport «Als de overheid niet thuis geeft» van de Nationale ombudsman en de Kinderombudsman16. Om te voorkomen dat een huisuitzetting tot dakloosheid leidt, geeft de Minister
van BZK aan, samen met de VNG, gemeenten te zullen wijzen op de rol die zij hebben
om huishoudens alternatieve vormen van onderdak te bieden. Het uitgangspunt is dat
de maatschappelijke opvang geen oplossing is.
Actielijn 4: Versterken van de uitvoeringspraktijk
Praktijktoets
Een goede integrale samenwerking door de schotten van zorg, wonen, opvang, burgerzaken,
schulden en werk en inkomen heen is een andere belangrijke voorwaarde om het aantal
(dreigend) dakloze mensen te verminderen. De basis snel op orde: dat is één van de
doelen van deze actielijn. De dienstverlening aan deze doelgroep kan en moet nog veel
beter, waardoor beter aangesloten kan worden bij de behoeften van mensen, escalatie
van problemen wordt voorkomen en trajecten korter duren. Het maakt dienstverlening
niet alleen effectiever maar ook efficiënter door toegang en begeleiding vanuit één
hand te verbeteren.
In dit kader zijn in 2023 door Movisie, in samenwerking met het Jongerenpanel De Derde
Kamer (hierna: Jongerenpanel) en volwassen ervaringsdeskundigen, diepte-interviews
met acht gemeenten17 gevoerd om inzicht te krijgen hoe regie en toegang voor (dreigend) dakloze jongeren
en volwassenen nu georganiseerd is, waar lessen te trekken zijn voor anderen en waar
verbeteringen mogelijk zijn. De rapportage met bevindingen wordt voor het eind van
het jaar opgeleverd. Deze praktijktoets bouwt voort op een eerder door het Jongerenpanel
uitgevoerde uitvoeringstoets in het kader van het Actieprogramma Dak- en Thuisloze
Jongeren en heeft toen tot bestuurlijk commitment geleid om te komen tot een sterk
verbeterde regiefunctie voor jongeren.18
Mystery guest onderzoek Jongerenpanel De Derde Kamer
In 2023 heeft het Jongerenpanel in 12 gemeenten door middel van een Mystery Guest
onderzoek de toegang tot de opvang voor jongeren die dakloos worden onderzocht.19 Het is de derde keer dat het Jongerenpanel dit onderzoek uitvoert. Dit jaar lag de
nadruk op bejegening door de mensen die om hulp werden gevraagd, de vindbaarheid en
toegankelijkheid van goede informatie wanneer je dakloos raakt, het krijgen van een
plek in de opvang en de eerste indruk van de opvang. In zes gemeenten kregen de jongeren
een bed. In lijn met het Nationaal Actieplan Dakloosheid adviseert het Jongerenpanel
geen regiobinding toe te passen, de focus van opvang naar wonen te verleggen en de
doorstroom in de opvang te versnellen.
De uitkomsten uit de steekproef naar de staat van de toegang en regisseursfunctie
bij (dreigend) dakloze jongeren en volwassenen, tezamen met de opbrengsten uit het
Mystery Guest onderzoek naar toegang tot opvang door het Jongerenpanel, dienen als
input voor verdere gesprekken en uitwerking van verbeterslagen om de doelen van deze
actielijn te behalen.
Actielijn 5 – Inzet ervaringskennis in de hele beleidscyclus
Niks over ons, zonder ons. Met die inzet spreken jongeren van het Jongerenpanel de
Derde Kamer inmiddels door heel het land over dakloosheid onder jongeren. Ik ben trots
op deze jongeren en wat zij de afgelopen jaren hebben bereikt. Zo presenteerden zij
in oktober jl. hun resultaten van het Mystery Guest onderzoek in een bestuurlijk netwerk
van wethouders Wonen en Zorg. Ze lieten zien hoe jongeren nog te vaak niet direct
toegang krijgen tot de opvang, en boden direct handvaten hoe gemeenten deze toegang
kunnen verbeteren. Alle gemeenten die onderdeel waren van dit onderzoek zijn inmiddels
benaderd. De gemeenten erkennen het belang van het zo goed mogelijk regelen van de
toegang tot opvang voor jongeren en zijn in gesprek over verbeteracties. De acties
van het Jongerenpanel laten zien hoe de inzet van mensen met ervaringskennis direct
kan bijdragen aan beter beleid, op alle niveaus.
In 2023 heb ik naast de ondersteuning van het Jongerenpanel, financiering beschikbaar
gesteld voor de oprichting van het landelijk platform belangenbehartiging dakloosheid.
Hierin worden lokale belangenorganisaties op landelijk niveau bij elkaar gebracht
om ook de stem van volwassen dakloze mensen te vertegenwoordigen op landelijk niveau.
Uit de eerste ervaringen blijkt dat er een aantal zeer gedreven lokale organisaties
zijn die mee willen en kunnen doen, maar dat nog een lange weg te gaan is om de stem
vanuit alle regio’s vertegenwoordigd te krijgen. Het Kansfonds stelt financiering
beschikbaar om lokale organisaties te ondersteunen om hun stem te laten horen op lokaal
en landelijk niveau. Nog lang niet alle centrumgemeenten ondersteunen een onafhankelijke
partij die de stem van dakloze mensen vertegenwoordigt. Uit een rondgang langs gemeenten
blijkt wel dat steeds meer centrumgemeenten dit aan het ontwikkelen zijn naar aanleiding
van het Nationaal Actieplan Dakloosheid. Ik verwacht van gemeenten dat zij hier met
volle kracht mee doorgaan.
Actielijn 6: Speciale doelgroepen
Plan van aanpak kwetsbare dakloze EU-burgers
In september 2022 is het plan van aanpak kwetsbare dakloze EU-burgers (hierna: plan
van aanpak) gelanceerd.20 Het plan, opgesteld door de Ministeries van VWS, SZW en JenV in samenwerking met
de VNG en de gemeenten Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht, heeft betrekking
op minder zelfredzame, dakloze EU-burgers. Toen door de coronacrisis de noodopvang
werd ingezet, werd de problematiek van dakloze EU-burgers steeds duidelijker en zichtbaarder.
Toen werd besloten dat in aanvulling op het rapport van het Aanjaagteam Bescherming
Arbeidsmigranten iets extra’s nodig was voor deze groep kwetsbare dakloze EU-burgers
die zonder perspectief in Nederlandse gemeenten verbleven. Het doel van het plan van
aanpak is om deze groep mensen perspectief te bieden, menselijk leed te verminderen,
overlast op straat te beperken en terugkeer naar het land van herkomst mogelijk te
maken.
Het plan van aanpak is een aanvulling op de aanbevelingen van het Aanjaagteam en worden
gelijktijdig met de aanbevelingen uit het Roemer advies uitgevoerd. Vanuit het Ministerie
van SZW wordt het Interdepartementaal Projectteam Arbeidsmigranten (IPA) gecoördineerd.
Het IPA bestaat uit de Ministeries van BZK, EZK, J&V, LNV, SZW, VWS en de Nederlandse
Arbeidsinspectie en geeft samen met vakbonden en werkgeverorganisaties, gemeenten
en provincies, opvolging aan het advies van het Aanjaagteam. Zoals ieder jaar heeft
het IPA ook in 2023 een jaarrapportage uitgebracht21.
Plan van Aanpak kwetsbare EU-burgers
In het plan van aanpak wordt een verbeterde aanpak van dakloosheid onder EU-burgers
voorgesteld en wordt ingezet op het maken van onderscheid tussen drie groepen dakloze
EU-burgers, namelijk:
1. Kwetsbare dakloze EU-burgers die minder dan een halfjaar geleden een vorm van betaalde
arbeid verrichtten in Nederland;
2. Kwetsbare dakloze EU-burgers die langer dan een halfjaar geleden een vorm van betaalde
arbeid verrichtten in Nederland;
3. Kwetsbare dakloze EU-burgers zonder recent arbeidsverleden met multi-problematiek.
Samen met gemeenten en maatschappelijke partners zijn we ervan overtuigd dat deze
gedifferentieerde aanpak effectiever is, dan een aanpak die gericht is op de groep
als één geheel. De eerste groep is vaak gemakkelijk terug te begeleiden naar werk.
In sommige gevallen zijn de rechten van deze mensen echter moeilijk aantoonbaar of
niet aanwezig. De pilot opvang dient daarvoor uitkomst te bieden. De pilot is gericht
op het perspectief van de individuele EU-burger en biedt mogelijkheden om de EU-burger
korte opvang en hulp te bieden gericht op terugkeer naar werk of land van herkomst,
vaak in samenwerking met Stichting Barka of Stichting De Regenbooggroep. De tweede
en derde groep zijn vaak minder gemakkelijk terug te begeleiden naar werk, in de meeste
gevallen wordt dan ook ingezet op (vrijwillige) terugkeer naar het land van herkomst.
Pilot opvang dakloze EU-burgers
In 2023 is door het kabinet structureel 65 miljoen extra beschikbaar gesteld voor
de aanpak dakloosheid. Van deze 65 miljoen is 7 miljoen ter beschikking gesteld voor
de pilot opvang dakloze EU-burgers, zoals beschreven in het plan van aanpak. In 2022
zijn Amsterdam, Den Haag Rotterdam en Utrecht gestart met de voorbereidingen van deze
pilot en hebben zij een voorschot van 950.000 euro (vanuit middelen van het Ministerie
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid) gekregen om de gemeentelijke plannen op te starten.
In 2023 zijn de gemeenten Venlo en Eindhoven bij de pilotgemeenten aangesloten. In
mei 2023 is de pilot daadwerkelijk van start gegaan. Doel van deze pilots is om best
practices op te halen en beter inzicht te krijgen in wat (niet) werkt. In de pilot
wordt kortdurende opvang geboden aan dakloze EU-burgers. Deze kortdurende opvang wordt
gecombineerd met hulp, gericht op terugkeer naar werk of naar het land van herkomst.
De pilot loopt tot mei 2024. Op dit moment doet onderzoeksbureau Significant onderzoek
in de 6 gemeenten waar de pilot voor kortdurende opvang loopt. Voor de zomer van 2024
wordt de eindevaluatie opgeleverd. De best practices worden gevat in een handreiking en breed actief gedeeld met alle gemeenten. Over
resultaten van de eindevaluatie zal in de volgende Kamerbrief worden gerapporteerd.
Rechtentool
De regelgeving rondom toegang tot de opvang voor dakloze EU-burgers is juridisch complex
waardoor de beoordeling van de rechten van de individuele EU-burger ingewikkeld is
voor gemeenten en opvangorganisaties. Daarom ontwikkelen de Ministeries van VWS, SZW
en JenV zoals afgesproken in het plan van aanpak, een rechtentool. Met deze tool wordt
een handvat geboden waarmee gemeenten eenduidiger kunnen bepalen of een dakloze EU-burger
recht heeft op opvang op basis van de Wmo 2015. De rechtentool wordt in december 2023
kleinschalig getest in de zes pilotgemeenten. Na een testfase zullen nog laatste aanpassingen
gedaan worden en vervolgens zal de rechtentool in 2024 voor alle gemeenten beschikbaar
worden gesteld.
Relatie met aanbevelingen Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten
Naast de rechtentool en de pilot voor opvang van dakloze EU-burgers zijn ook bij het
Ministerie van SZW en het Ministerie van JenV verschillende stappen gezet relevant
voor het plan van aanpak kwetsbare dakloze EU-burgers. Het Ministerie van SZW richt
zich o.a. op het toelatingsstelsel voor terbeschikkingstelling van arbeidskrachten
(Wtta) en informatievoorziening voor arbeidsmigranten. Met betrekking tot toelating
is het wetsvoorstel toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta)22 in oktober 2023 ingediend bij de Tweede Kamer. De beoogde inwerkingtreding van het
toelatingsstelsel is 1 januari 2026.
Met de aanpassing van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi)23 wordt het voor alle uitleners van arbeidskrachten verboden om zonder een toelating
arbeidskrachten in Nederland ter beschikking te stellen. Ondernemingen die arbeidskrachten
inhuren (inleners), kunnen dan geen zaken meer doen met niet-toegelaten uitleners.
Voor wat betreft informatievoorziening is het belangrijk dat gerichte en duidelijke
communicatie wordt gebruikt om arbeidsmigranten in de eigen taal en op het juiste
moment te bereiken. Er zijn de afgelopen jaren al verschillende initiatieven geweest
om tot een betere informatievoorziening te komen. De huidige beperkte toegang komt
onder meer door onvoldoende kennis van de Nederlandse taal, onbekendheid met procedures,
gebrek aan hulp en ondersteuning, en door belemmeringen in het rechtssysteem. Het
kabinet streeft naar een breed samenhangend en aaneensluitend pakket van informatievoorziening,
adviesverlening aan rechtzoekenden en laagdrempelige geschilbeslechting via de kantonrechter.
Onderdeel van de informatievoorziening is bijvoorbeeld de website www.workinnl.nl en in meerdere steden zijn informatiepunten beschikbaar waar arbeidsmigranten terecht
kunnen (bijvoorbeeld Rotterdam en Den Haag en per januari in 5 steden in Noord-Brabant).
In de komende periode wordt de vormgeving van het pakket nader uitgewerkt. Uw Kamer
is hierover onlangs geïnformeerd.24
LHBTIQ+
De LHBTIQ+ doelgroep krijgt in het Nationaal Actieplan extra aandacht. Centraal uitgangspunt
van het Actieplan is dat we geen beleid maken zonder de mensen voor wie het bedoeld
is. Daarom werken we deze actielijn uit samen met het veld en ervaringskenners. In
2023 is daar in geïnvesteerd en zijn de eerste stappen gezet.
Op dit moment sluit de zorg voor personen die LHBTIQ+ en dakloos zijn onvoldoende
aan bij de behoefte van de personen waar het om gaat. Om inzichtelijk te maken wat
extra, aanvullend of anders nodig is om mensen met een LHBTIQ+ achtergrond beter te
kunnen ondersteunen in (het voorkomen van) dakloosheid en het begeleiden naar zelfstandig
wonen na een periode van dakloosheid heeft VWS medio 2023 een brainstormsessie georganiseerd
met het Ministerie van OCW, ervaringskenners, gemeenten, professionals en hulpverleners.
Alle opgehaalde ervaring, kennis en informatie zijn van grote waarde bij het vormgeven
van verbeteracties.
Naar aanleiding van de brainstorm is VWS opnieuw met veldpartijen in gesprek over
onder meer het verbeteren van de kennis en LHBTIQ+-sensitief handelen in de begeleiding
en opvang, onder andere door het actualiseren en verdiepen van huidig trainings- en
scholingsaanbod voor professionals25. Op deze manier geef ik nader invulling aan de motie van het lid Raemakers over het
stimuleren van aanbieders en gemeenten om professionals te scholen om LHBTIQ+-sensitief
te begeleiden.26
In een met het veld gezamenlijk opgestelde positon paper wordt in het eerste kwartaal
van 2024 de stand van zaken rondom LHBTIQ+ in relatie tot dakloosheid weergegeven
en verbeteracties beschreven. In de volgende voortgangsbrief zal ik u nader infomeren
over de verbeterslagen in deze actielijn.
Jongeren
In het Nationaal Actieplan wordt specifiek aandacht gevraagd voor de behoeften van
jongeren. Om dakloosheid onder jongeren te voorkomen is het belangrijk om te zorgen
dat de verschillende leefgebieden op orde zijn. Het voorkomen van dakloosheid onder
jongeren vraagt daarom om een integrale aanpak met acties vanuit deze verschillende
domeinen. In 2023 is concreet gewerkt aan de volgende onderdelen met betrekking tot
jongvolwassenen:
18-/18+ overgang
In de Hervormingsagenda Jeugd én in het Nationaal Actieplan is het versterken van
de overgang van jeugdhulp naar volwassenheid een speerpunt. In de Hervormingsagenda
Jeugd is opgenomen dat jeugdhulpaanbieders en gemeenten niet-vrijblijvende afspraken
maken over jongeren die jeugdhulp met verblijf gaan verlaten. Dit moet worden vastgelegd
in een (toekomst)plan.
Toekomstgericht werken27 is een werkwijze om jongeren die jeugdhulp ontvangen, te begeleiden naar zelfstandigheid.
Ook hier is de Big 5 het uitgangspunt. Vanuit het Nederlands Jeugd instituut (NJI)
wordt momenteel in samenwerking met beroepsverenigingen gewerkt aan de Richtlijn Toekomstgericht
Werken voor jeugdprofessionals. Dit kwaliteitskader draagt bij aan de verbetering
van ondersteuning aan jongeren bij het volwassen worden.
Goede en vindbare informatie voor jongeren
Het kabinet zet vanuit verschillende programma’s actief in op het verbeteren van de
informatievoorziening voor jongeren die 18 jaar worden. Een combinatie van digitale
vindplekken (bijv. via de app Kwikstart28) en fysieke laagdrempelige inlooppunten is daarbij essentieel. Gemeenten worden actief
gestimuleerd om te zorgen voor een goede informatievoorziening voor jongeren, zij
kunnen bijvoorbeeld via Kwikstart een pagina met informatie over het lokale aanbod
aanmaken.
Huisvesting
Betaalbare huisvesting voor jongeren in een kwetsbare positie is één van de pijlers
uit de Big 5. Vanuit het programma «Een Thuis Voor Iedereen» wordt gewerkt aan passende
en betaalbare huisvesting voor aandachtsgroepen. Daarnaast is de Minister van BZK
voornemens met het Wetvoorstel «versterking regie op de volkshuisvesting» jongeren
tussen de 18 en 23 jaar die uitstromen uit een (gesloten) accommodatie voor jeugdzorg
als urgente groep aan te merken, waardoor zij voorrang krijgen op toewijzing van woonruimte.
Stimuleren van betere praktijk door kennisdeling
De geleerde lessen en best practices worden breed verspreid via de (communicatie)kanalen
van de VNG waaronder het Platform Sociaal Domein, kennisinstituten, aanbieders, professionals
en de websites Voor Jeugd en Gezin29 en Eersteenthuis30. Goede praktijkvoorbeelden voor ondersteuning aan jongeren in een kwetsbare positie
worden verspreid via de genoemde communicatiekanalen. Recent heeft de VNG in dit kader
een inspiratiegids «Versnellers op de Big 5» voor een integrale aanpak 16–27 gepubliceerd31.
3. Beschermd wonen en een beschermd thuis
Stand van zaken doordecentralisatie van beschermd wonen
Uw Kamer heeft het wetsvoorstel woonplaatsbeginsel beschermd wonen controversieel
verklaard. De voortdurende onzekerheid voor gemeenten over de invoering van het woonplaatsbeginsel
en het nieuwe objectieve verdeelmodel zorgen er (mede) voor dat de gewenste beweging
van beschermd wonen naar een beschermd thuis stagneert. Gemeenten zijn gereed voor
de invoering van het wetsvoorstel per 1 januari 2025 en dringen daarom aan op zorgvuldige
maar ook voortvarende behandeling van het wetsvoorstel. Ik streef ernaar de Nota naar
aanleiding van het Verslag na het Kerstreces aan uw Kamer te sturen.
Ik blijf gemeenten en hun samenwerkingspartners ondersteunen rond de beweging naar
een beschermd thuis via onder andere het Transitiebureau Beschermd thuis en het Ketenbureau
i-sociaal domein. In samenwerking tussen VNG, Valente, de Nederlandse ggz, MIND, VWS
en BZK is tevens een werkagenda beschermd thuis vastgesteld, bestaande uit een aantal
thema’s gericht op het stimuleren van beschermd thuis, de activiteiten die daarvoor
moeten worden uitgevoerd en de partijen die daarvoor aan zet zijn. Een deel van de
activiteiten is in uitvoering, een deel moet nog worden gestart. Ik zal uw Kamer via
toekomstige voortgangsbrieven informeren over de stand van zaken. Het is van belang
om bij de uitvoering van de werkagenda te kunnen beschikken over adequate informatie
en cijfers over beschermd wonen. Eerder in deze brief heb ik uw Kamer geïnformeerd
over relevante ontwikkelingen in dat kader.
Een belangrijke ontwikkeling is dat sinds 1 januari 2021 een deel van de cliënten
die voorheen vanuit de Wmo gebruik maakte van beschermd wonen is overgegaan naar de
Wet langdurige zorg. Dit heeft geleid tot vraagstukken over passende ondersteuning
en zorg voor deze (brede) doelgroep en uitdagingen met betrekking tot de (financiële)
houdbaarheid. De Minister voor LZS en ik informeren uw Kamer voor het kerstreces separaat
over ontwikkelingen in de ggz Wlz.
Onderzoek bemoeizorg
Bemoeizorg is een belangrijke gemeentelijke taak die valt onder de reikwijdte van
de Wmo 2015. Bemoeizorg kenmerkt zich door een outreachende werkwijze gericht op het
herkennen, signaleren en benaderen van mensen met een hulpbehoefte, die uit zichzelf
geen hulp vragen of accepteren, terwijl de situatie zodanig ernstig is dat niet-handelen
geen optie is. Bemoeizorg heeft als centraal doel mensen te laten herstellen en te
helpen richting te geven aan hun leven. Soms is dit doel (nog) te hoog gegrepen en
gaat het er veel meer om mensen terug te brengen op een maatschappelijk aanvaardbaar
niveau en hen (weer) in contact te brengen met de hulpverlening.
Zoals ik onder andere in mijn brief van 30 juni jl. heb aangegeven ontbreekt het aan
een overzicht hoe de functie bemoeizorg bij gemeenten is vormgegeven, met welke partijen
gemeenten samenwerken en wat kansen en knelpunten zijn bij het doorontwikkelen van
de functie bemoeizorg. Daarom financier ik een actieonderzoek dat wordt uitgevoerd
door Movisie. Het onderzoek bestaat uit twee onderdelen. In de eerste fase zal een
inventarisatie plaatsvinden van de huidige kennis en uitvoeringspraktijk. Deze inventarisatie
is begin 2024 gereed. Tijdens de tweede fase staat het leren van en met de praktijk
centraal. In ongeveer vijf gemeenten (of regio’s) zal Movisie meedraaien in de lokale
bemoeizorgketen en vanuit daar kansen en knelpunten inventariseren. Dit deel van het
onderzoek zal in de loop van 2025 gereed zijn.
Hiermee kom ik tegemoet aan mijn toezeggingen om de Tweede Kamer nader te informeren
over bemoeizorg en de planning van het actieonderzoek bemoeizorg met uw Kamer te delen32.
Overleg Leger des Heils over mensen met onbegrepen gedrag
Zoals toegezegd is in het commissiedebat GGZ van 11 mei 2022 informeer ik u hierbij
over de uitkomsten van het bezoek aan het Leger des Heils. Op 9 november jl. is de
Minister voor Langdurige Zorg en Sport in gesprek gegaan met onder andere veldwerkers
en bestuurders om knelpunten en oplossingen te bespreken. De aanleiding van dit werkbezoek
is een signaal vanuit het Leger des Heils over het toenemend aantal mensen met verward
of onbegrepen gedrag in de maatschappelijke opvang of op straat met vaak complexe
problematiek voor wie de zorg vaak ontoereikend is. Deze groep mensen laat zich lastig
verleiden tot passende zorg of ondersteuning. Daarnaast zorgen zij soms voor overlast
of vertonen zij gevaarlijk gedrag, maar niet dusdanig risicovol dat gedwongen opname
aan de orde is. Ook hebben ze (nog) geen strafbare feiten begaan.
De afgelopen jaren heeft het Ministerie van VWS samen met het Ministerie van JenV,
politie, gemeenten en zorgpartners belangrijke stappen gezet om te komen tot een goed
werkende aanpak waarbij we inzetten op verbeteren van de regionale samenwerking tussen
politie, gemeenten en zorgpartners. De Minister voor Langdurige Zorg en Sport heeft
samen met de Minister van Justitie en Veiligheid op 26 juni jl. de Kamer geïnformeerd
over de voortgang van de aanpak voor personen met verward gedrag. (Kamerstuk 25 424, nr. 670) Ondanks onze aanpak, waarbij we vanuit verschillende perspectieven kijken en naar
oplossingen zoeken om beter te kunnen inspelen op complexe situaties, realiseer ik
mij dat er altijd een kleine groep blijft waar maatwerk nodig voor zal blijven en
voor wie het stelsel geen oplossing biedt (of kan bieden). Daarom zal ik vooral blijven
inzetten op vroegsignalering en preventie waardoor een deel van het verwarde en/of
onbegrepen gedrag voorkomen kan worden. Daarnaast zijn via het actieprogramma Grip
op Onbegrip (ZonMw) middelen beschikbaar ter bevordering en verduurzaming van de samenwerking
tussen het zorg-, sociaal- en veiligheidsdomein.
Opdracht forensische zorg
Zoals ik in mijn voortgangsbrief van 30 juni jl. (Kamerstuk 29 325, nr. 155) heb aangegeven, heb ik samen met het Ministerie van Justitie en Veiligheid een opdracht
uitgezet om verbeterpunten in de overgang tussen het forensisch kader en het gemeentelijk
domein te inventariseren. Het is namelijk belangrijk dat mensen na het aflopen van
hun forensische titel tijdig passende (levensbrede) ondersteuning ontvangen. Het doel
van de opdracht, die dit najaar is gestart, is om te komen tot duidelijke en bindende
procesafspraken, analyse van werkprocessen en aan te sluiten bij bestaande bestuurlijke
akkoorden Forensische Zorg. Mede op advies van Toezicht Sociaal Domein (TSD) zal in
het rapport ook aandacht zijn voor de mogelijkheden om een dakpansgewijze overdracht
in te richten. De uitkomsten van het onderzoek zijn in de loop van 2024 gereed en
zal ik daarna zo spoedig mogelijk naar uw Kamer sturen.
Tot slot
Met deze brief heb ik uw Kamer geïnformeerd over de belangrijkste resultaten van het
eerste jaar van het Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis. Ook heb ik uw
Kamer op de hoogte gesteld van relevante ontwikkelingen op het gebied van beschermd
wonen en een beschermd thuis. Ik ben blij met de energie en het commitment bij vele
partijen waar we mee samenwerken. We zijn op weg om voor iedereen een passende woonplek
met ondersteuning op maat te realiseren. Maar de eindstreep is zeker nog niet in zicht.
De druk op de opvang is hoog en nieuwe groepen dienen zich aan bij gemeenten. Deze
signalen tonen mij dat preventie van dakloosheid steviger prioriteit moet krijgen
in veel gemeenten, en dat de groep dakloze mensen een prominentere plek moet krijgen
in de gemeentelijke huisvestingsopgave, zodat uitstroom naar een eigen woonplek sneller
gaat dan nu het geval is.
Het verschil voor mensen met een psychosociale kwetsbaarheid en (dreigend) dak- en
thuisloze jongeren en volwassenen wordt lokaal gemaakt. Daarom blijven we in 2024
vooral inzetten op het ondersteunen van regio’s. Dit gebeurt aan de ene kant met het
ontwikkelen van concrete handvatten en het zo effectief mogelijk inzetten van de extra
middelen. Aan de andere kant worden doorlopend ervaringen, geleerde lessen en best practices uitgewisseld. De regioadviseurs van het Platform Sociaal Domein spelen hier vanaf
2024 een cruciale rol in.
Samen werken we aan de paradigmaverschuiving. We zien de maatschappelijke opvang niet
langer als het vanzelfsprekende antwoord op dakloosheid. We willen Wonen Eerst en
«van opvang naar preventie». Een nieuwe aanpak, waarbij ook andere woorden passen.
Van oudsher wordt het beleidsterrein waarover deze brief gaat aangeduid als Maatschappelijke
Opvang/Beschermd Wonen (MO/BW). Terwijl voor beide voorzieningen geldt: we maken een
beweging naar minder maatschappelijke opvang en minder beschermd wonen en naar meer
(beschermd) thuis: wonen eerst, met zo nodig begeleiding op maat. De benaming van
veel werkgroepen en commissies verwijst nog naar «maatschappelijke opvang/beschermd
wonen». Dit geldt voor organisaties in het veld, gemeenten, maar ook bij het Rijk
en uw Kamer. Hiermee leggen we de nadruk op voorzieningen die we willen afbouwen of
transformeren. Die benaming dekt dus wat mij betreft niet langer de lading. Ik doe
daarom een oproep aan een ieder betrokken bij de aanpak dakloosheid en de beweging
naar een beschermd thuis, kritisch te kijken naar de gebruikte begrippen en woordkeuze.
Taal doet er toe. Zeker als we gezamenlijk een verandering in gang willen zetten.
Ik pleit er daarom voor woorden te gebruiken die de beweging die we beogen onderstrepen.
Als ik terugkijk op de afgelopen twee jaar dan constateer ik met tevredenheid dat
een cruciale beweging in gang is gezet ten aanzien van dakloosheid. Ik zie dat een
kentering in anders denken en doen plaatsvindt. De paradigmashift gaat niet alleen
over het realiseren van meer huisvesting. Het gaat óók om een cultuuromslag in denken
en doen bij de uitvoering. Deze opgaven vragen langdurige en structurele inzet vanuit
meerdere domeinen. Het is zaak dat deze nieuwe systeemaanpak van preventie en Wonen
Eerst blijvend en structureel van aard is. Alleen op die manier kunnen we op termijn
het verschil en de impact echt gaan zien.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
M. van Ooijen
Indieners
-
Indiener
M. van Ooijen, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport