Brief regering : Reactie op verzoek commissie inzake aandacht voor problemen met loonbeslag
2022D45985
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 8 november 2022
Op 27 september 2022 heeft u een rappel gestuurd inzake de reactie op de klacht van
T.M. (hierna: betrokkene) over problemen met de loonvordering1 van 18 augustus 2020. Mijn voorganger heeft 14 december 2020 de reactie op het verzoekschrift
ondertekend (zie bijlage), maar er is iets misgegaan in de verzending van de reactie.
Mijn excuses hiervoor. Op 19 augustus 2022 heeft betrokkene uw commissie aangemaand.
In deze brief zal ik ingaan op de klacht van betrokkene en aangeven wat de Belastingdienst
in de tussentijd heeft gedaan.
Beoordeling van het verzoek
De loonvordering is op 23 juli 2020 naar aanleiding van een verzoek van een behandelaar
van het Stellateam (een team dat multidisciplinair complexe zaken behandelt) van de
Belastingdienst/Amsterdam stopgezet. Er is echter geen aanleiding om aan het verzoek
voor terugbetaling van € 50.000 tegemoet te komen. Ondanks dat het om ambtshalve aanslagen
gaat, zijn deze geschat op basis van het bij de Inspecteur bekende inkomen. Deze aanslagen
staan onherroepelijk vast. De betalingen en verrekeningen zijn dus niet onverschuldigd.
Het totaal verrekende en betaalde bedrag is veel lager en werd terecht op de op dat
moment openstaande aanslagen afgeboekt. Dit licht ik hierna toe.
Reactie Belastingdienst
In de jaren voorafgaand aan 2008 heeft de inspecteur aanslagen opgelegd aan betrokkene
omdat de loonheffingskorting dubbel was toegepast. Als gevolg hiervan heeft de inspecteur
van de Belastingdienst betrokkene met ingang van 2008 uitgenodigd tot het doen van
aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV). Betrokkene
heeft vervolgens geen, of niet tijdig, aangifte IB/PVV gedaan. Dit heeft geleid tot
vaststelling van ambtshalve aanslagen IB/PVV over de jaren 2008 tot en met 2013. De
inspecteur heeft bij de vaststelling van de aanslagen zoveel mogelijk rekening gehouden
met het daadwerkelijk genoten inkomen van betrokkene. Alleen de ambtshalve aanslag
2013 is gebaseerd op een hogere schatting2. Betrokkene heeft deze aanslagen niet betaald. Daardoor heeft de ontvanger van de
Belastingdienst invorderingsmaatregelen getroffen, in de vorm van loonvordering. De
geïnde bedragen zijn afgeboekt op de IB/PVV aanslagen 2008 tot en met 2013.
Bezwaar en beroep
Voor de betrokkene bestond de mogelijkheid om tegen de ambtshalve vastgestelde IB/PVV
aanslagen in bezwaar te gaan. Bij een tijdig ingediend bezwaarschrift had betrokkene
daarna de mogelijkheid om een onafhankelijke rechtsgang te volgen zodat een rechter
zijn oordeel kon geven. Betrokkene heeft geen gebruik gemaakt van deze rechtsmiddelen.
Ambtshalve vermindering
Als een aanslag tot een te hoog bedrag is vastgesteld, kan de inspecteur van de Belastingdienst
de aanslag ambtshalve verminderen. Voor het indienen van een verzoek om ambtshalve
vermindering is een termijn gesteld. Belastingplichtigen hebben tot vijf jaar na afloop
van het belastingjaar de tijd om ambtshalve vermindering te vragen als zij menen dat
een onjuiste aanslag is opgelegd.
Dit betekent dat de IB/PVV aanslagen tot en met 2014 van betrokkene niet langer voor
ambtshalve vermindering in aanmerking kunnen komen.
Stellateam
Sinds juni 2020 is betrokkene in contact met het Stellateam. De behandelaar van dit
team heeft de ontvanger van de Belastingdienst verzocht om de invordering coulance
halve op te schorten. Op 23 juli 2020 is de loonvordering daarop stopgezet. De kennisgeving
van het vervallen van de loonvordering is in eerste instantie door de uitkerende instantie
niet juist verwerkt. Deze instantie heeft in de maanden juli tot en met november 2020
bedragen op de uitkering van betrokkene ingehouden. De Belastingdienst heeft daarop
de van deze instantie ontvangen bedragen aan betrokkene overgemaakt. Daarnaast heeft
de ontvanger de aanslag IB/PVV 2013 marginaal getoetst3 en besloten om voor deze aanslag geen invorderingsmaatregelen te treffen. Dit houdt
feitelijk in dat betrokkene deze aanslag niet hoeft te betalen. De aanslag IB/PVV
2017 heeft de ontvanger inmiddels kwijtgescholden. De ontvanger heeft betrokkene hiervan
op de hoogte gesteld.
De Belastingdienst en met name het Stellateam, heeft zich met aandacht voor de omstandigheden
van betrokkene en met zorgvuldigheid ingezet om samen met betrokkene tot een oplossing
te komen. Het Stellateam heeft naar aanleiding van mijn eerdere niet verzonden reactie
opnieuw telefonisch contact gehad met betrokkene en uitgelegd waarom hij ambtshalve
aanslagen heeft gekregen en waarom loonbeslag is gelegd. Ook is aangegeven dat het
nog openstaande bedrag van de aanslag IB/PVV 2013 niet zal worden ingevorderd, maar
dat dit niet betekent dat de Belastingdienst eerder betaalde of verrekende bedragen
zal terugbetalen. Betrokkene heeft de uitleg geaccepteerd en aangegeven dat hij begreep
dat hij geen geld meer terug zou ontvangen. Na telefonisch contact met betrokken is
het dossier op 21 april 2021 afgesloten.
Rappel
Ik vind het dan ook heel spijtig dat betrokkene in zijn rappel aan de commissie opnieuw
aangeeft dat hij niet wordt gehoord en dat hij € 67.000 heeft moeten betalen door
middel van de loonvordering. De loonvordering is op 23 juli 2020 stopgezet en hij
heeft bericht gekregen dat het openstaande bedrag op de aanslag IB/PVV 2013 niet wordt
ingevorderd en dat de aanslag IB/PVV 2017 is kwijtgescholden. Op dit moment staan
er geen aanslagen meer open. Als betrokkene dit wenst, zal de Belastingdienst opnieuw
met hem contact opnemen om dit uit te leggen.
Conclusie
Voor de gevraagde terugbetaling van € 50.000 dan wel € 67.000 is geen aanleiding.
Ten eerste staan de aanslagen onherroepelijk vast en zijn gebaseerd op een redelijke
schatting van de inspecteur en is het betaalde dan wel verrekende bedrag belangrijk
lager. Ten tweede werden de betalingen en verrekeningen in de loop van de afgelopen
tien jaar afgeboekt op de aanslagen IB/PVV. Dat deze aanslagen ambtshalve werden vastgesteld,
doet hier niet aan af. Dit is het gevolg van het niet (tijdig) indienen van de aangiften
door betrokkene.
De Staatssecretaris van Financiën, M.L.A. van Rij
Indieners
M.L.A. van Rij, staatssecretaris van Financiën