Brief regering : Rapport impactanalyse voor de Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA)
27 859 Modernisering Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens (GBA)
Nr. 164 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 26 september 2022
Ter voorbereiding van een structurele inbedding van de werkwijze van de Landelijke
Aanpak Adreskwaliteit (LAA) is de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) gevraagd
een uitvoeringstoets uit te voeren. Daarin zijn de uitvoeringslasten voor gemeenten
in kaart gebracht en worden de nieuwe wettelijke verplichtingen1 getoetst op uitvoerbaarheid. In deze brief ga ik in op de achtergrond van LAA, de
financiering tot nu toe, de kosten bij gemeenten voor de uitvoering van LAA zoals
vastgesteld middels de uitvoeringstoets en de financiële ruimte die BZK kan bieden.
Tot slot ga ik in op de overige bevindingen n.a.v. de uitvoeringstoets en hoe ik deze
op zal volgen.
Achtergrond
Het project LAA is in 2015 gestart. Het doel van de aanpak LAA is om de kwaliteit
van de adresgegevens in de Basisregistratie Personen (hierna: BRP) te verbeteren,
zodat overheidsorganen op basis van juiste informatie hun publieke taken kunnen uitvoeren.
Dit gebeurt door persoonsgegevens te analyseren met behulp van risicoprofielen. De
risicoprofielen leiden tot signalen (concrete adressen) waar mogelijk een fout in
de BRP-registratie bestaat. Deze adressen worden aan de betreffende gemeente geleverd
en daar onderzocht. De gemeente beoordeelt eerst of een huisbezoek nodig is. De ervaring
met LAA leert dat circa 68% van de geleverde signalen tot een huisbezoek leidt. De
afhandeling van een LAA-signaal vergt diverse handelingen bij gemeenten. In de uitvoeringstoets
is onderzoek gedaan naar de doorlooptijd en capaciteit voor deze handelingen. Dit
is vertaald naar kosten.
Financieringsarrangement gedurende projectfase
Het financieringsarrangement gedurende de projectfase bestond uit een tegemoetkoming
van 70 euro voor gemeenten voor elk afgerond huisbezoek naar aanleiding van een LAA-signaal.
De reden voor deze vergoeding was dat met name het huisbezoek arbeidsintensief en
daarmee kostbaar is. Het project wilde gemeenten met de vergoeding extra stimuleren
om huisbezoeken af te leggen. Het huisbezoek is van groot belang omdat daar de feitelijke
situatie wordt vastgesteld. Ook is het huisbezoek een moment waarop menselijke tussenkomst
geborgd is. Door de Raad van State en vanuit uw Kamer is in het kader van de behandeling
van het wetsvoorstel BRP LAA gewezen op het belang van menselijke tussenkomst bij
LAA. Ik wil daarom ook in de toekomst gemeenten financieel tegemoet komen bij de uitvoering
van LAA.
Financiële behoefte
De bijdrage van 70 euro per afgerond huisbezoek is niet kostendekkend. Volgens de
uitvoeringstoets zijn de kosten voor de afhandeling van een LAA-signaal2 gemiddeld € 134–148. De werkelijke kosten voor alleen het huisbezoek liggen bij € 113–121.
Gemeenten worden reeds gefinancierd voor hun taken in het kader van de uitvoering
van de wet BRP via het gemeentefonds. De uitvoeringstoets laat echter zien dat het
verwerken van LAA-signalen onder meer vanwege het vereiste huisbezoek meer werk voor
gemeenten oplevert. Ter vergelijking: er werden in 2020 ruim 24.000 reguliere terugmeldingen
aan gemeenten voorgelegd. Met LAA worden 15.000 huisbezoeken nagestreefd wat circa
22.000 LAA-signalen vergt.
Omdat de invoering van LAA voor gemeenten tot een taakverzwaring leidt is het Rijk
volgens de Financiële-verhoudingswet verantwoordelijk voor het vaststellen van de
bekostiging. Volgens het onderzoek van de VNG is een budget van 3 miljoen euro nodig.
Dit bedrag wil ik aan gemeenten verstrekken zodat zij met LAA aan de kwaliteit van
de BRP kunnen bijdragen. Dit bedrag is deels beschikbaar vanuit de begroting BZK.
Het andere deel wordt opgenomen in het tarief BRP.
Overige resultaten
Naast inzicht in de kosten voor de afhandeling van LAA-signalen levert de uitvoeringstoets
ook bevindingen op t.a.v. de uitvoerbaarheid van de voorgenomen wet. Volgens het rapport
leiden deze tot aanbevelingen op de volgende onderwerpen:
• Labelen gelden voor LAA-onderzoek;
• Termijnen algemene maatregel van bestuur (AMvB);
• Aanvullingen op de wet en AMvB;
• Implementatie ondersteuning.
De eerste aanbeveling ziet op de wijze van beschikbaar stellen van budget voor LAA.
De huidige praktijk van declaratie, namelijk afrekenen per huisbezoek, zorgt voor
periodieke, administratieve handelingen bij gemeenten en bij de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens3 (RvIG). Een andere optie is het storten van budget in het gemeentefonds, maar dan
kan het geld ook voor andere doelen worden ingezet. BZK zal samen met VNG zoeken naar
een passende systematiek voor de uitbetaling van de bijdrage.
De aanbevelingen ten aanzien van de termijnen in de AMvB worden overgenomen. De in
de consultatieversie van de AMvB opgenomen twee weken voor het melden of een signaal
tot een adresonderzoek bij een persoon (het plaatsen van de aantekening «in onderzoek»
in de BRP) leidt, is verruimd tot vier weken. Voorzien is dat de AMvB tevens gaat
bepalen dat de resultaten van het adresonderzoek (de beslissing omtrent het al dan
niet wijzigen van gegevens in de BRP) wordt gesteld op zes maanden. Hierbij is van
belang dat het uiterste termijnen zijn, de bedoeling (instructie) is dat gemeenten
zo snel als mogelijk handelen na het ontvangen van een signaal, zodat de periode van
onduidelijkheid over de juistheid van gegevens zo kort mogelijk is.
De aanbeveling van VNG om na zes maanden nog vrije ruimte te laten bestaan als een
onderzoek naar de inschrijving van een persoon nog niet afgerond is, wordt niet overgenomen.
In de projectfase bleek een termijn van zes maanden goed werkbaar. Een open termijn
is niet wenselijk omdat afnemers van de BRP dan niet weten wat de situatie is met
betrekking tot de persoon. Dit heeft consequenties voor de taakuitoefening van afnemers
en daarmee ook voor de betrokken persoon.
Het advies van de VNG om in de AMvB een nadere toelichting te geven over het verschil
tussen reguliere terugmeldingen en LAA-signalen wordt anders ingevuld. De behoefte
aan nadere duiding wordt erkend en zal in instructiemateriaal en handleidingen worden
verwerkt.
Het advies ten aanzien van meer ondersteuning bij implementatie door het opstellen
van een landelijke DPIA4 en het actualiseren van instructiemateriaal en de leidraad adresonderzoek wordt opgevolgd.
RvIG faciliteert gemeenten om in samenwerking de generieke onderdelen van een gemeentelijke
DPIA op te stellen, bereidt aangepast instructiemateriaal voor en zal dit middels
de ambassadeurs en op samenwerkingsbijeenkomsten verspreiden.
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, A.C. van Huffelen
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
A.C. van Huffelen, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties