Brief regering : Reactie op verzoek commissie over een burgerbrief over de mogelijkheden voor een onderzoek naar een pardonregeling voor huiseigenaren aan wie tijdig omzetten van een verpande levensverzekering in een kapitaalverzekering eigen woning (KEW) voorbij is gegaan
2022D28477
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 1 juli 2022
Op 8 maart 2022 verzocht de Vaste Commissie voor Financiën mij om een reactie op een
brief van C. G. te L. d.d. 15 februari 2022 over de mogelijkheden voor een onderzoek
naar een pardonregeling voor huiseigenaren aan wie tijdig omzetten van een verpande
levensverzekering in een kapitaalverzekering eigen woning (KEW) voorbij is gegaan.
Deze reactie treft u hieronder aan.
Door de inwerkingtreding van de Wet herziening fiscale behandeling eigen woning was
het met ingang van 1 januari 2013 niet meer mogelijk om een kapitaalverzekering eigen
woning (KEW) in box 1 aan te gaan. Het kabinet achtte het niet langer wenselijk om
een aflossingsvrije hypotheek in combinatie met fiscaal vriendelijk sparen/verzekeren,
te faciliteren. Voor op 31 december 2012 bestaande KEW’s is overgangsrecht gemaakt
in de vorm van eerbiedigende werking van het oude regime.
Op basis van de Wet inkomstenbelasting 2001 had een belastingplichtige met een bestaande
eigenwoningschuld en een (losse) kapitaalverzekering in box 3, niet zijnde een KEW,
tot 1 april 2013 de tijd om deze kapitaalverzekering om te zetten naar een kwalificerende
KEW. Op basis van deze omzetting kon de kapitaalverzekering zonder fiscale gevolgen
worden omgezet in een KEW in box 1 en alsnog kwalificeren voor het overgangsrecht.
De consequenties van omzetting in een KEW zijn dat de uitkering verplicht moet worden
aangewend voor aflossing van de hypotheekschuld (KEW-clausule) en de polis belastingvrij
kapitaal kan opbouwen in box 1. Bleef de kapitaalverzekering in box 3, dan bestaat
deze verplichting niet, wordt de waarde van de polis boven het heffingsvrije vermogen
belast en kan de uitkering ook voor andere doeleinden worden aangewend.
In eerste instantie had de omzetting zoals hiervoor bedoeld moeten plaatsvinden vóór
1 januari 2013. Middels een nota van wijziging van 14 november 2012 is vanuit coulance
deze termijn verlengd tot 1 april 2013. Tijdens de behandeling van deze wetswijziging
is door alle partijen geoordeeld dat deze overgangstermijn redelijk is en voor belanghebbenden
voldoende gelegenheid bood om de kapitaalverzekering om te zetten. De Belastingdienst
heeft in dit verband in 2012 veelvuldig contact gehad met de branche (Verbond van
Verzekeraars en Nederlandse Vereniging van Banken) om er voor te zorgen dat verzekeraars
en banken hun klanten tijdig zouden informeren over de gevolgen van de wetswijziging.
Belanghebbenden hebben aldus, na geïnformeerd te zijn door hun kapitaalverstrekker,
voldoende gelegenheid gehad hun kapitaalverzekering om te zetten naar een kwalificerende
KEW.
Bovenstaande betekent dat belanghebbenden in 2012/2013 door hun kapitaalverstrekker
zijn geïnformeerd over het belang om een kapitaalverzekering om te zetten naar een
kwalificerende KEW, maar daar vervolgens niet op hebben geacteerd of zij niet zijn
geïnformeerd door de kapitaalverstrekker. In het laatste, minder voor de hand liggende,
scenario, kunnen belanghebbenden contact opnemen met de kapitaalverstrekker om met
hen tot een vergelijk te komen.
Ik zie dan ook, ruim 9 jaar na dato, geen reden voor een pardonregeling voor belanghebbenden
die hun kapitaalverzekering destijds niet hebben aangepast.
Ik vertrouw erop u hiermede voldoende te hebben geïnformeerd.
De Staatssecretaris van Financiën M.L.A. van Rij
Ondertekenaars
M.L.A. van Rij, staatssecretaris van Financiën