Brief regering : Voortgang transgenderzorg
31 016 Ziekenhuiszorg
Nr. 346
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 24 november 2021
Met deze brief informeer ik u, mede naar aanleiding van de nieuwe voortgangsbrief
van de kwartiermaker transgenderzorg (die u als bijlage bij deze brief aantreft)1, over de recente ontwikkelingen op het gebied van de zorg voor transgender personen.
Ik zal in mijn brief achtereenvolgens aandacht besteden aan:
1. Evaluatie van de Kwaliteitsstandaard Transgenderzorg Somatisch;
2. De inzet van ervaringsdeskundigheid;
3. De rol van de huisarts;
4. Uitbreiding van de subsidieregeling borstprothesen transvrouwen;
5. De ontwikkelingen in het zorgaanbod en de wachttijden;
6. De opdracht van de kwartiermaker transgenderzorg;
7. Het faillissement van Stepwork Transgenderzorg en de overname door Genderhealthcare
B.V.; en
8. Bevolkingsonderzoek.
Deze brief bevat tevens een reactie op het verzoek van het lid Simons om een reactie
te geven op de gewijzigde motie van de leden Simons en Gündoğan met het verzoek om
de opdracht aan de kwartiermaker te verlengen (Kamerstuk 35 925 XVI, nr. 104); zie onder 6.
1. Evaluatie van de Kwaliteitsstandaard Transgenderzorg Somatisch
Tijdens het Commissiedebat over de Medisch Specialistische Zorg op 5 juli jl. (Kamerstuk
29 248, nr. 333) heeft de toenmalig Minister voor Medische Zorg en Sport (MZS) in de richting van
het lid Simons (BIJ1) toegezegd uw Kamer na de zomer, na ontvangst van de offerte
van ZonMw over de evaluatie van de kwaliteitsstandaard voor transgenderzorg, te informeren
over het vervolgproces. Hierover kan ik uw Kamer het volgende melden.2
Via onder meer uw Kamer hebben VWS eerder vragen bereikt met betrekking tot de behandeling
van transgender personen. Om het gesprek hierover tussen de veldpartijen te faciliteren
heeft VWS aan ZonMw gevraagd om een voorstel uit te werken voor een proces van evaluatie
van de Kwaliteitsstandaard Transgenderzorg Somatisch, waarbij zou worden bekeken of
de kwaliteitsstandaard op een aantal onderdelen nog actueel en volledig is, en in
hoeverre bepaalde onderdelen van de kwaliteitsstandaard inmiddels in de praktijk zijn
of worden geïmplementeerd. Na ontvangst van het voorstel van ZonMw heb ik ZonMw begin
oktober de opdracht gegeven om in dit proces een coördinerende rol te vervullen. De
uitvoering van de evaluatie zal echter plaatsvinden door het Kennisinstituut van de
Federatie Medisch Specialisten (Kennisinstituut), dit vanwege de expertise en centrale
positie van het Kennisinstituut binnen de ontwikkeling van medische richtlijnen en
zorgstandaarden. Ik heb het verzoek gedaan om dit proces op te pakken met veldpartijen;
in ieder geval met de beroepsgroepen die bij de totstandkoming van de kwaliteitsstandaard
zijn betrokken, patiëntenorganisaties en zorgverzekeraars.
In dit proces zal op mijn verzoek specifiek aandacht worden besteed aan in ieder geval
de volgende onderwerpen:
• De ontwikkelingen en mogelijkheden met betrekking tot depathologisering van genderincongruentie,
waarbij ik heb verwezen naar de motie van het lid Bergkamp (Kamerstuk 31 016, nr. 337)3;
• De follow-up van hormoonbehandelingen;
• Nazorg4;
• En de netwerkvorming in de transgenderzorg.
Er zal geen volledige herziening van de kwaliteitsstandaard plaatsvinden. Dat is niet
opportuun vanwege de beperkte tijdsduur vanaf het verschijnen van de standaard. In
de volle breedte zal de formele stand van de wetenschap binnen 2 jaar niet drastisch
veranderd zijn op dit onderwerp. Uiteraard is het wel van belang om met alle relevante
partijen de standaard te toetsen aan nieuwe actualiteiten (waaronder de boven genoemde
onderwerpen). Mogelijk zal deze evaluatie, en het bepalen van het implementatieniveau,
op onderdelen leiden tot aanvullingen, en zo nodig gedeeltelijke herzieningen van
de kwaliteitsstandaard. Hoe dit traject er precies uit zal zien, ligt op voorhand
niet vast.
Het is de verwachting dat het Kennisinstituut dit traject in de zomer van 2023 zal
afronden. Deze tijd is nodig om het gesprek tussen partijen over de genoemde onderwerpen
zorgvuldig te voeren en ervoor te zorgen dat er consensus over deze onderwerpen wordt
bereikt. Op die manier kunnen de evaluatie en eventuele herziening van de Kwaliteitsstandaard
bijdragen aan de kwaliteit van de transgenderzorg.
Meerjarenagenda Zorginstituut
Zorginstituut Nederland (hierna: Zorginstituut) stimuleert de verbetering van de kwaliteit
van zorg in Nederland, onder meer door de ontwikkeling van kwaliteitsproducten te
bevorderen. Deze moeten begrijpelijke en betrouwbare informatie geven over de kwaliteit
van de zorg. Op de Meerjarenagenda staat waarvoor een kwaliteitsproduct wordt ontwikkeld
en wanneer het af moet zijn. De focus ligt hierbij op kwaliteitsproducten die prioriteit
hebben.
Ik heb bij het Zorginstituut een verzoek ingediend om de doorontwikkeling van de Kwaliteitsstandaard
Transgenderzorg Somatisch op de Meerjarenagenda te plaatsen. Dat biedt aanvullende
mogelijkheden om de voortgang te bewaken, indien nodig bij de ontwikkeling te helpen
en bij eventuele stagnatie een doorbraak te faciliteren. Ook wil ik graag dat de Kwaliteitsstandaard
Transgenderzorg Somatisch te zijner tijd tripartiet worden aangeboden voor opname
in het kwaliteitsregister van het Zorginstituut.
Het Zorginstituut heeft inmiddels besloten om de Kwaliteitsstandaard Transgenderzorg
Somatisch inderdaad op de Meerjarenagenda te plaatsen. Dit omdat de transgenderzorg
sterk in ontwikkeling is, en omdat het bereiken van consensus over de onderwerpen
waarover thans veel discussie in het veld bestaat naar verwachting zal leiden tot
betere transgenderzorg. De kwaliteitsstandaard moet uiterlijk 1 augustus 2023 door
vertegenwoordigers van organisaties van zorgaanbieders, cliëntenorganisaties en zorgverzekeraars
zijn aangeboden aan het Zorginstituut voor opname in het openbaar Register. Het Zorginstituut
toetst de kwaliteitsstandaard vervolgens aan de criteria van het Toetsingskader kwaliteitsstandaarden
en meetinstrumenten. Bij het niet realiseren of halen van de in de Meerjarenagenda
vastgelegde afspraken en termijnen, kan het Zorginstituut de regie overnemen en de
Kwaliteitsraad (conform art. 11g lid 3 Wkkgz) vragen om voor de (door)ontwikkeling
van de kwaliteitsstandaard zorg te dragen.
Het Zorginstituut onderhoudt de komende tijd contact met Kennisinstituut en ZonMw
om te kijken of de voortgang van de evaluatie voorspoedig verloopt.
2. De inzet van ervaringsdeskundigheid
In reactie op de gewijzigde motie van het lid Simons c.s. over het belang van de ervaringsdeskundigheid
in de transgenderzorg van zorgvragers benadrukken en beschermen (Kamerstuk 31 765, nr. 599) kan ik uw Kamer het volgende melden.
Het Ministerie van VWS heeft de afgelopen periode contact gehad met de drie academische
gendercentra (Amsterdam UMC, UMCG en Radboudumc) over de rol van ervaringsdeskundigen
binnen de gendercentra. Van hen hebben wij begrepen dat zij de inbreng van ervaringsdeskundigen
ook van groot belang vinden, en dat ervaringsdeskundigheid al een belangrijke rol
speelt in deze centra. Zo hebben de drie centra bijvoorbeeld een klankbordgroep of
Genderraad met ervaringsdeskundigen met een adviserende rol. Ook geven de centra aan
op verschillende manieren contact te hebben met Transvisie, de organisatie voor transgender
personen in de zorg. Transvisie is bij het Radboudumc vertegenwoordigd in de stuurgroep
van het expertisecentrum Geslacht en Gender.
Patiënten- en gehandicaptenorganisaties vervullen over het algemeen een belangrijke
rol in de samenleving. Vanuit de collectieve ervaringsdeskundigheid van patiënten
beschikken zij over unieke kennis en inzichten die benut moeten worden om de kwaliteit
van de zorg en de voorzieningen daaromheen te verbeteren. Zij doen dat doorgaans met
veel passie en betrokkenheid. Ik heb er vertrouwen in dat partijen de komende periode
verder aan de slag gaan met de uitwerking van de ervaringsdeskundigheid.
Voor meer informatie over de rol van ervaringsdeskundigheid in de gendercentra en
ook bij niet-academische zorgverleners in de transgenderzorg verwijs ik graag naar
bijgevoegde brief van de kwartiermaker transgenderzorg5.
Ik beschouw de motie van het lid Simons c.s. hiermee als afgedaan.
Overigens vindt er vanuit VWS meer inzet plaats om de rol van ervaringsdeskundigen
in de transgenderzorg te versterken. Het Ministerie van VWS heeft begin september
2020 opdracht aan de patiëntenverenigingen TNN en Transvisie verstrekt om, met financiering
van VWS, te verkennen of en zo ja, hoe een alliantie kan worden opgezet voor de inzet
van opgeleide ervaringsdeskundigen in de jeugdtransgenderzorg om transgender jongeren
(10–25 jaar oud) bij te staan gedurende het zorgtraject.6 In april dit jaar heeft het Ministerie van VWS van TNN en Transvisie het visiedocument
Alliantie Ervaringsdeskundigheid in de Jeugdtransgenderzorg ontvangen. De Alliantie
Ervaringsdeskundigheid in de Jeugdtransgenderzorg (de Alliantie) is een samenwerkingsverband
of netwerk van verschillende partijen in en rondom de jeugdtransgenderzorg (UMC’s,
ggz-aanbieders, TNN en Transvisie). Het visiedocument beschrijft hoe, en op welke
basis de Alliantie aan de slag gaat om ervaringsdeskundigheid duurzaam in te bedden
in transgenderzorg voor jongeren. Naar aanleiding van dit visiedocument heeft er een
Invitational Conference met verschillende partijen plaatsgevonden, om te bezien hoe
verder te gaan met de voorstellen. Naar aanleiding van die bijeenkomst moet nog een
aantal punten nader uitgewerkt worden. TNN en Transvisie gaan hier samen met de aanbieders
mee aan de slag.
3. De rol van de huisarts
In de Kwaliteitsstandaard Transgenderzorg Somatisch staat dat het, om de wachttijd
te beperken en de zorg dichterbij de transgender persoon te brengen, wenselijk is
om de huisarts een rol te geven bij de hormoontherapie, onder meer bij het uitvoeren
van reguliere controles in de nazorgfase. Daarbij wordt aangegeven dat een voorwaarde
is dat de huisarts daarvoor specifieke nascholing heeft gehad, en dat de huisarts
voor deze follow-up op de hormoonbehandeling overleg met een endocrinoloog zou moeten
hebben.7
In de praktijk nemen huisartsen deze rol nog niet vaak in. Voor de zomer heeft uw
Kamer in dit kader de gewijzigde motie van het lid Ellemeet c.s. aangenomen, waarin
de regering wordt verzocht om samen met de kwartiermaker en de huisartsen te onderzoeken
hoe huisartsen een belangrijkere rol kunnen krijgen bij het geven van hormoontherapie
en bij de nazorg voor transgenderpersonen na een behandeling bij een specialist.8
De kwartiermaker is met Transvisie, endocrinologen, een psychiater, een ouder van
een transgender kind en huisartsen over dit onderwerp in gesprek, met als doel om
te beschrijven hoe samenwerking tussen de zorgaanbieders eruit zou kunnen gaan zien
en hoe we deze ontwikkeling zouden kunnen stimuleren en faciliteren.9 Op 11 november jl. heb ik een update van de kwartiermaker op dit punt ontvangen,
die ik hierbij aan u toestuur (zie bijlage). In deze notitie staat onder meer dat
de kwartiermaker Genderteam Utrecht ondersteunt, een initiatief van zorgverleners
in de regio Utrecht dat vanaf het eerste kwartaal van 2022 psychologische en endocrinologische
transgenderzorg wil gaan aanbieden. De kwartiermaker doet ook een aantal voorstellen
richting onder meer de stuurgroep transgenderzorg en ondergetekende. Ik zal op korte
termijn met partijen in de stuurgroep verkennen wat de mogelijkheden op dit gebied
zijn en daar in mijn volgende brief aan uw Kamer over de stand van zaken in de transgenderzorg
op terugkomen.
In zijn volgende voortgangsbrief zal de kwartiermaker (mede in het kader van de gewijzigde
motie van het lid Ellemeet c.s.) aangeven wat de resultaten zijn van zijn inzet gericht
op zorg door huisartsen, en een advies geven over eventuele gewenste vervolgstappen.
4. Uitbreiding van de subsidieregeling borstprothesen transvrouwen
Op 1 februari 2019 is de subsidieregeling borstprothesen transvrouwen in werking getreden.
In deze subsidieregeling is bepaald dat transvrouwen onder bepaalde voorwaarden subsidie
konden ontvangen ten behoeve van het operatief plaatsen van borstprothesen en de medisch
noodzakelijke kosten die samenhangen met deze operatie.
Naar aanleiding van verschillende vragen die sindsdien over deze regeling zijn gesteld,
voortschrijdend inzicht over de levensduur van borstimplantaten en de beleidsmatige
wens om de reikwijdte van de subsidieregeling te vergroten, is besloten om de subsidieregeling
per 1 september 2021 op een aantal onderdelen aan te passen.
De belangrijkste wijziging van de subsidieregeling is dat subsidie niet meer alleen
kan worden aangevraagd voor een borstconstructie met gebruikmaking van operatief te
plaatsen borstprothesen; ook transvrouwen die de voorkeur hebben voor een andere behandeling
van plastisch-chirurgische aard die strekt tot borstconstructie kunnen hiervoor nu
subsidie aanvragen. Voorwaarde is wel dat het gaat om een behandeling die voldoet
aan de stand van de wetenschap en praktijk (en dat een transvrouw eenmalig subsidie
kan ontvangen). Verder is aan de subsidieregeling een hardheidsclausule toegevoegd.
Voor meer informatie over (de wijziging van) de subsidieregeling verwijs ik graag
naar de website van de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen (DUS-I).10
5. De ontwikkelingen in het zorgaanbod en de wachttijden
In zijn nieuwe voortgangsbrief heeft de kwartiermaker aangegeven hoe het zorgaanbod
en de wachttijden zich de afgelopen periode hebben ontwikkeld. In aanvulling op deze
brief wil ik daarover graag het volgende opmerken.
Endocrinologische transgenderzorg
Uit de brief blijkt dat het aanbod van endocrinologische transgenderzorg in ruim 2,5
jaar tijd meer dan verdubbeld is. Tussen december 2018 (het eerste meetmoment van
de kwartiermaker) en juli 2021 is dit zorgaanbod met 166% toegenomen. Het aantal behandelplaatsen
voor endocrinologie bij bestaande zorgaanbieders zal tussen 2021 en 2022 naar verwachting
met nog eens 31% toenemen, en daarnaast komen er nieuwe aanbieders voor endocrinologische
zorg bij.
De wachttijden voor endocrinologische zorg verschillen per aanbieder. Er zijn enkele
aanbieders waarbij de wachttijd nog te lang is. De gemiddelde wachttijd voor deze
zorg ligt echter (bij zowel ziekenhuizen als UMC’s), door de sterke toename in het
zorgaanbod in de afgelopen jaren, inmiddels binnen de daarvoor geldende Treeknorm
(6 weken).
Ik ben blij, vooral voor de patiënten natuurlijk, dat de wachttijd voor deze zorg
inmiddels is genormaliseerd. Ik heb begrepen dat er niet veel sectoren zijn waarin
het zorgaanbod in zo’n korte tijd zo sterk toeneemt. Dit is een mooie prestatie van
de zorgaanbieders, zorgverzekeraars en zeker ook de kwartiermaker transgenderzorg,
die deze ontwikkeling aanjaagt, en daarmee wil ik deze partijen complimenteren.
Chirurgische transgenderzorg
Ook het aantal behandelplaatsen voor chirurgische operaties is de afgelopen jaren
gestegen, en zal ook de komende tijd toe blijven nemen door zowel een uitbreiding
van het zorgaanbod bij bestaande aanbieders, als de komst van nieuwe aanbieders die
chirurgische transgenderzorg verlenen.11
De wachttijd voor een chirurgische behandeling verschilt per type behandeling, maar
er zijn grote verschillen tussen de wachttijden bij de verschillende zorgaanbieders.
Zo varieert de wachttijd bij de UMC’s (waar met name de complexere chirurgische ingrepen
worden uitgevoerd) van 6 weken bij Radboudumc, tot 25 weken bij UMC Groningen en 49
weken bij Amsterdam UMC. En waar de wachttijd voor bijvoorbeeld een borstverwijderende
operatie bij Gender Clinic 3 weken is, is deze bij Amsterdam UMC 22 weken.
Hoewel ook in deze sector nog wordt gezorgd voor een sterke uitbreiding van het zorgaanbod,
liggen de wachttijden voor de chirurgische behandelingen nog niet bij alle zorgaanbieders
binnen de Treeknorm. Partijen zullen, met steun van de kwartiermaker, dan ook de komende
periode moeten blijven inzetten op uitbreiding van dit zorgaanbod. Maar ik sluit me
ook graag bij de kwartiermaker aan als ik zeg dat ik verwacht dat de zorgaanbieders
met lange wachttijden zich meer gaan inspannen om mensen die wachten op een operatie
door te verwijzen naar zorgaanbieders met kortere wachttijden. Dit kan voor mensen
die wachten op een operatie een groot verschil maken.
Psychologische transgenderzorg
Tussen december 2018 (het eerste meetmoment van de kwartiermaker) en juli 2021 is
het aanbod van psychologische zorg (behandeling, diagnostiek en indicatiestelling
voor somatische zorg) met 125% toegenomen, waarmee ook in deze sector sprake is van
meer dan een verdubbeling van het zorgaanbod in 2,5 jaar tijd. Tussen 2021 en 2022
zal het aantal behandelplaatsen bij bestaande aanbieders nog eens met 15% toenemen
én zullen er ook nieuwe zorgaanbieders bijkomen. Ook in deze sector is dus sprake
van een enorme prestatie van zorgaanbieders, zorgverzekeraars en kwartiermaker, dat
zij in staat zijn geweest (en nog steeds zijn) om in een paar jaar tijd zo’n sterke
stijging van het zorgaanbod te realiseren.
Dit neemt helaas niet weg dat wachttijden voor psychologische zorg nog steeds lang
zijn (en tussen januari en juli 2021 zelfs met gemiddeld 16 weken zijn toegenomen).
Gemiddeld genomen over alle aanbieders was de wachttijd voor psychologische zorg in
juli 2021 52 weken, maar het gewogen gemiddelde (waarin rekening is gehouden met het
aantal wachtenden per aanbieder (alle leeftijden)) was 96 weken.
De kern van de wachttijdenproblematiek in de transgenderzorg ligt momenteel derhalve
bij de psychologische zorg. Hierbij spelen verschillende factoren een rol:
• De kwartiermaker geeft aan dat er door de COVID-19 crisis sprake is van een toegenomen
vraag naar transgenderzorg. Het aantal aanmeldingen voor een intake voor psychologische
transgenderzorg (voor een diagnose of indicatie voor somatische zorg – voor velen
de eerste stap in het behandeltraject – of voor een psychologische behandeling) is
in de eerste helft van dit jaar met 63% toegenomen, en sinds december 2018 was zelfs
sprake van meer dan een verdubbeling van het aantal aanmeldingen (december 2018–juli
2021: +154%). Om hoeveel unieke personen het precies gaat is onbekend (er zitten dubbelingen
in omdat er mensen zijn die zich bij meerdere aanbieders hebben aangemeld).
• Ook is er – door onder meer COVID-19 en door de grote werkdruk in de transgenderzorg
– sprake van uitval en vertrek van behandelaren. Verschillende zorginstellingen hebben
ook aangegeven dat zij moeite hebben om nieuwe behandelaren te vinden.
• Daarnaast vormen de wachttijden voor de gehele ggz een complexe uitdaging, en daar
heeft ook de transgenderzorg mee te maken.12
De lange wachttijden voor de volwassen-ggz hebben veel uiteenlopende oorzaken die
elkaar ook nog eens onderling beïnvloeden, oplossingen liggen daardoor op meerdere
fronten. Er zijn vorderingen. Zo worden er binnen de aanpak wachttijden ggz13 belangrijke stappen gezet richting het terugdringen van de wachttijden.14 Tegelijkertijd is er het besef dat er meer nodig is om te komen tot een duurzame
en toekomstbestendige ggz. De toegankelijkheid van de ggz blijft onder toenemende
druk staan, onder andere door de arbeidsmarkt die een blijvende uitdaging vormt en
de weerslag die de corona-pandemie op de ggz-sector heeft gehad. De Staatssecretaris
van VWS blijft met alle veldpartijen zoeken naar wat er nodig is om verdere stappen
te zetten in de aanpak van de wachttijden in de volwassen-ggz.
Om de wachttijden in de jeugd-ggz voor transgender jongeren te verminderen, is afgelopen
jaar door de kwartiermaker en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) een handreiking
ontwikkeld om gemeenten te ondersteunen om de transgenderzorg voor kinderen en jongeren
op een goede manier te organiseren en in te kopen.15 De handreiking is verspreid onder alle jeugdhulpregio’s en de kwartiermaker heeft
hier met de jeugdhulpregio’s over gesproken.16 Ook heeft de Staatssecretaris van VWS de handreiking in een bestuurlijk overleg onder
de aandacht gebracht bij de Branches Gespecialiseerde Zorg voor Jeugd (BGJZ) en de
VNG. Hiermee is uitvoering gegeven aan de motie van het lid Bergkamp.17 Om te zorgen dat meer jongeren dicht bij huis de hulp kunnen ontvangen die zij nodig
hebben, gaat de Staatssecretaris daarnaast met de kwartiermaker en de bovenregionale
expertisecentra jeugdhulp in gesprek om te verkennen hoe aanbod van jeugd-ggz in transgenderzorg
kan worden gestimuleerd in regio’s waar dit nog weinig beschikbaar is.
Verder wordt er ook actie ondernomen om de wachttijden in de (gespecialiseerde) jeugdzorg
meer in de breedte aan te pakken. Rijk en VNG hebben op 22 april jl. bestuurlijke
afspraken gemaakt over € 613 mln. aan incidentele middelen voor de jeugdzorg. Hiervan
is € 255 mln. bedoeld voor aanpak van de wachttijden in de (gespecialiseerde) jeugdzorg.
Daarnaast wordt gewerkt aan het creëren van inzicht en overzicht van regionale wachttijden
door het Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd in samenwerking met het Ketenbureau
i-Sociaal Domein. Het gaat hier enerzijds om het zicht te krijgen op de omvang van
de wachttijden middels een analyse van het Berichtenverkeer, en anderzijds om zicht
te krijgen op en aanpakken van onderliggende factoren van regionale wachttijden om
zo tot structurele oplossingsrichtingen te komen. Tot slot wordt gewerkt aan het wetsvoorstel
«Wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen» om ervoor te zorgen dat de specialistische
zorg voor jeugdigen beter beschikbaar is. Via dit wetsvoorstel worden gemeenten verplicht
om regionaal samen te werken bij het organiseren van bepaalde vormen van zorg, waaronder
niet veel voorkomende specialistische jeugd-ggz. Dit doen de regio’s op basis van
een regiovisie waarin zij beschrijven welk aanbod er nodig is voor de jeugdigen in
hun gemeenten. De vormen van zorg waarover het gaat, worden vastgelegd in een algemene
maatregel van bestuur.
Gelet op het feit dat met name de wachttijden voor psychologische zorg lang zijn,
en een indicatie van een psycholoog, psychiater of orthopedagoog een voorwaarde is
voor toegang tot somatische transgenderzorg, begrijp ik ook dat er momenteel veel
aandacht is voor de psychische evaluatie die nodig is voor een indicatiestelling.
Mij hebben eerder (onder meer via de motie van het lid Bergkamp)18 al vragen bereikt met betrekking tot nut en noodzaak van deze psychische evaluatie;
de duur van het evaluatietraject; mogelijkheden om meer te differentiëren tussen transgenderpersonen
die een uitgebreider evaluatietraject nodig hebben en degenen waarbij men mogelijk
met een kortere evaluatie zou kunnen volstaan; en het invoeren van triagecriteria.
Eén van de ideeën op dit gebied is dat de invoering van een triagesysteem ervoor zou
kunnen zorgen dat voor een deel van de transgender personen het traject van indicatiestelling
kan worden ingekort, en dat dit betekent dat de bestaande capaciteit efficiënter kan
worden ingezet met een positief effect op de wachttijden tot gevolg. Of dit inderdaad
het geval is kan ik niet beoordelen, omdat het niet aan mij is om mij erover uit te
spreken wat kwalitatief goede transgenderzorg is (en of een dergelijk triagesysteem
daaraan bijdraagt). Ik vind het echter wel van belang dat de veldpartijen hierover
– en over andere onderwerpen met betrekking tot de kwaliteit van de transgenderzorg
die mijn ministerie de afgelopen periode hebben bereikt – het gesprek met elkaar aangaan
en kijken of de Kwaliteitsstandaard Transgenderzorg Somatisch op dit punt nog actueel
is (of zou moeten worden aangepast). Daarom heb ik, zoals ik eerder in deze brief
heb aangegeven, opdracht aan ZonMw gegeven voor evaluatie van de kwaliteitsstandaard.
Wat de wachttijden voor psychologische transgenderzorg betreft valt ook nu weer op
dat de wachttijden bij de ggz-aanbieders gemiddeld fors lager liggen (38 weken voor
volwassenen, 27 weken voor jongeren) dan bij de UMC’s (97 weken voor volwassenen,
102 weken voor jongeren).19 Ik spreek dan ook de hoop uit dat meer transgender personen zich (bijvoorbeeld met
hulp van de afdeling Zorgbemiddeling van hun zorgverzekeraar) voor psychologische
zorg tot een ggz-aanbieder wenden, en dat de UMC’s dit ook willen stimuleren.
Uitbreiding zorgaanbod
Zoals ik al heb aangegeven, is het zorgaanbod in de transgenderzorg in ruim 2,5 jaar
tijd meer dan verdubbeld, en vind ik dit een mooie prestatie.
Ik verwacht uiteraard van de partijen in het veld dat zij blijven inzetten op uitbreiding
van het aanbod aan transgenderzorg. Maar ik realiseer me ook dat er een grens zit
aan de uitbreiding van het zorgaanbod die jaarlijks kan worden gerealiseerd. Want
die uitbreiding moet zorgvuldig gebeuren, waarbij er voldoende oog moet zijn voor
onder meer de governance van de organisatie en voor de kwaliteit en veiligheid van
zorg (zie ook het faillissement van Stepwork Transgenderzorg, waar ik verderop in
deze brief op terugkom). Er moeten onder meer extra mensen worden aangenomen (in een
krappe arbeidsmarkt) en opgeleid, de organisatie moet worden aangepast, en zorgnetwerken
moeten worden gebouwd. Zorgverzekeraars toetsen deze plannen, voor zij overgaan tot
het contracteren van een nieuwe zorgaanbieder of het financieren van een uitbreiding
van het zorgaanbod, zodat hun verzekerden kunnen vertrouwen op de zorg die zij bij
die aanbieder ontvangen.
De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) onderhoudt vanuit haar verantwoordelijkheid op
de zorgplicht intensief contact met de zorgverzekeraars voor wat betreft de transgenderzorg.
De NZa heeft mij laten weten dat de extra capaciteit die beschikbaar is, wordt ingekocht
door zorgverzekeraars. Wel bereiken de NZa signalen vanuit het veld dat de tijdigheid
waarmee dat gebeurt, nog verbeterd kan worden. De NZa vindt het belangrijk dat alle
betrokken partijen doen wat in hun vermogen ligt om de wachttijden te verminderen.
Om deze reden zal de NZa zich door de zorgverzekeraars nader laten informeren over
wat de gehanteerde werkwijze is bij de inkoop van (extra) transgenderzorg en de NZa
zal daar zo nodig op anticiperen. Ook heeft de NZa zorgverzekeraars recent gevraagd
welke mogelijkheden/oplossingen zij nog meer zien om de capaciteit te vergroten, dan
wel de capaciteit nog efficiënter in te zetten. De zorgverzekeraars gaven daarop aan
dat enkele zorgaanbieders inmiddels ideeën hadden over hoe hun aanbod uitgebreid zou
kunnen worden en hoe bestaande capaciteit efficiënter in kan worden gezet, en hierover
hebben inmiddels gesprekken tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders plaatsgevonden.
Er is een aantal kansrijke plannen die momenteel verder worden uitgewerkt en de kwartiermaker
ondersteunt daarbij.
Zorgvraag nu en in de toekomst
Om de vraag te kunnen beantwoorden hoe het zorgaanbod zich op korte en langere termijn
verder zou moeten ontwikkelen, is het van belang om meer zicht te krijgen op de omvang
van de zorgvraag nu en in de toekomst. Mede daarom heb ik ZonMw verzocht om extra
wetenschappelijk onderzoek te faciliteren op het gebied van transgenderzorg, met betrekking
tot de volgende twee onderwerpen:
1) De oorzaken van de sterke toename van de behandelvragen in de afgelopen jaren.
In het algemeen worden er verschillende verklaringen gegeven voor de toename in het
aantal transgender personen, waaronder toegenomen sociale acceptatie, grotere beschikbaarheid
van laagdrempelige informatie via internet, eerdere onderkenning, toegenomen toegankelijkheid
en kwaliteit van zorg en de versoepeling van voorwaarden voor wettelijke/administratieve
geslachtswijziging. Deze verklaringen zijn echter algemeen van aard. Goed wetenschappelijk
onderzoek naar de verklaring van de toename ontbreekt nog.
Een goed inzicht in het waarom van de toename is gewenst vanwege de aansluiting tussen
behandelwensen (vanuit de transgenderpersonen) en behandelaanbod (vanuit de zorginstellingen).
Beantwoording van de waarom-vraag geeft bovendien inzicht in eventueel achterliggende
maatschappelijke processen bij de toename. Ook zijn verklaringen voor stijging van
behandelvragen een belangrijke indicator voor de ontwikkeling van de toekomstige zorgvraag
(zie hieronder). Omdat toename in bepaalde groepen, waaronder transmannen en jongeren,
groter is geweest in de afgelopen jaren is het gewenst specifiek deze groepen uit
te lichten.
2) De omvang van de vraag naar transgenderzorg nu en in de komende jaren.
Naast terugkijken naar de toename in afgelopen jaren is het voor het verminderen van
wachtlijsten ook belangrijk een inschatting te maken voor toekomstige jaren. Inzicht
in de omvang van de zorgvraag is gewenst om zorgaanbieders en zorgverzekeraars te
ondersteunen in het organiseren en inkopen van extra zorg. Wanneer duidelijk is hoe
de aantallen aan de kant van de zorgvraag zich ontwikkelen, kan een goede inschatting
plaats vinden van de hoeveelheid zorg die gevraagd wordt c.q. nodig is in de komende
jaren.
Ik heb voor dit onderzoek eenmalig extra financiële middelen (400.000 euro) beschikbaar
gesteld. De projecten zullen naar verwachting eind 2021 starten met de uitvoering
van de opdracht, en het streven is dat de onderzoeken eind 2022 worden afgerond.
Ik verwacht dat de uitkomsten van deze onderzoeken de zorgaanbieders en zorgverzekeraars
ook meer zullen zekerheid geven over de noodzakelijke uitbreiding van het zorgaanbod
in de komende jaren.
Personeel in de transgenderzorg
Zoals ik al eerder aangaf is er – door onder meer COVID-19 en door de grote werkdruk
in de transgenderzorg – sprake van uitval en vertrek van behandelaren. Verschillende
zorginstellingen hebben ook aangegeven dat zij moeite hebben om nieuwe behandelaren
te vinden.
De hoge werkdruk voor personeel in de transgenderzorg wordt voor een deel veroorzaakt
door de lange wachttijden en het leed dat hiermee gepaard gaat bij patiënten. Dit
heeft ook zijn weerslag op het personeel dat in deze sector werkt. Afgelopen jaren
is daar nog een factor bij gekomen. De meningen van verschillende groepen over transgenderzorg
raken steeds meer gedifferentieerd en soms ook gepolariseerd. Van zorgaanbieders begrijp
ik dat dit impact heeft op personeel dat in de transgenderzorg werkt, dat zich juist
wil richten op het bieden van toereikende zorg, en maakt het voor zorginstellingen
nog lastiger om personeel te vinden dat bereid is om in deze sector te gaan werken.
Hoewel ik begrijp dat de voortdurende lange wachttijden in met name de psychologische
transgenderzorg voor gevoelens van frustratie zorgen, wil ik graag benadrukken dat
ik het belangrijk vind dat we met respect met elkaar blijven omgaan. Daar komt bij
dat mensen die vaak met hart en ziel in de transgenderzorg werken nu deze sector verlaten,
terwijl we hen zo hard nodig hebben om te kunnen zorgen voor goede, toegankelijke
en toekomstbestendige transgenderzorg.
Ondersteuning van mensen die op de wachtlijst staan
Zo lang de wachttijd voor een intake voor transgenderzorg bij de psycholoog zo lang
is, vind ik het extra van belang dat transgender personen tijdens hun wachttijd op
verzoek ondersteuning kunnen krijgen en/of dat er een luisterend oor wordt geboden.
Vanuit de gemeenten kunnen cliënten in het kader van diverse initiatieven ondersteuning
krijgen bij hun zelfredzaamheid en participatie. Denk daarbij aan herstelwerkplaatsen,
inloophuizen en de inzet van ervaringsdeskundigen (een mooi voorbeeld is de wachtverzachter
die ervaringsdeskundigen inzet tijdens het wachten op behandeling en door onder andere
de gemeente Dronten wordt ingekocht).20 Ook kunnen cliënten een onafhankelijke cliëntondersteuner benaderen wanneer zij hulp
nodig hebben bij het regelen van zorg en ondersteuning mocht dit nodig zijn.
Verder heeft het Ministerie van VWS al een opdracht aan Transvisie en TNN verstrekt
voor onderzoek naar de inzet van ervaringsdeskundigen binnen de transgenderzorg (zie
onder 2). Daarnaast financiert het Ministerie van VWS «Genderpraatjes», een chatservice
van Transvisie en TNN voor jongeren en jongvolwassenen die vragen hebben rondom gender
en genderidentiteit.
6. De opdracht van de kwartiermaker transgenderzorg
Ik vind het van belang dat de kwartiermaker transgenderzorg de komende periode onverminderd
door gaat met zijn werk. Dit omdat het de verwachting is dat de vraag naar transgenderzorg
nog even door zal blijven groeien (wat overigens niet alleen in Nederland het geval
is), en omdat de wachttijden voor transgenderzorg met name binnen de psychologische
zorg nog niet binnen de Treeknormen vallen. In dit kader heeft de toenmalig Minister
voor MZS eerder al besloten om, samen met Zorgverzekeraars Nederland, de opdracht
aan de kwartiermaker transgenderzorg te verlengen tot 1 oktober 2022.21
De kwartiermaker zal met name de uitbreiding van zorgaanbod blijven stimuleren en
aanjagen, zodat zorgverzekeraars extra zorg kunnen inkopen. Ook zal hij onder meer
blijven zorgen voor betere doorstroming van cliënten door het zorgproces, een beter
overzicht van het zorgaanbod, betere zorginkoop door gemeenten, meer helderheid over
vergoedingen, het faciliteren van huisartsen bij het leveren van zorg en beter inzicht
in het aantal wachtenden.
Op 2 november jl. heeft uw Kamer in het kader van de behandeling van de Begroting
2022 van het Ministerie van VWS de gewijzigde motie van de leden Simons en Gündoğan
(Kamerstuk 35 925 XVI, nr. 104) aangenomen. Hierin wordt de regering verzocht in gesprek te gaan met Zorgverzekeraars
Nederland om te bewerkstelligen dat de opdracht aan de kwartiermaker ten minste tot
en met 31 december 2022 wordt verlengd en indien nodig over te gaan tot verdere verlenging;
en om cliënten en zorgverleners uit de genderzorg intensiever te betrekken in de uitvoering
van de opdracht aan de kwartiermaker. Ik zal – met de intentie mijnerzijds om tot
afspraken over verlenging tot 31 december 2022 te komen – hierover de komende periode
in gesprek gaan met ZN en de kwartiermaker. En hoewel ik denk dat cliënten en zorgverleners
al zeer intensief worden betrokken bij de opdracht van de kwartiermaker, zal ik ook
met ZN en de kwartiermaker over het verzoek uit de motie op dit punt spreken. In mijn
volgende brief over transgenderzorg, die ik in het eerste kwartaal van 2022 aan uw
Kamer zal sturen, zal ik u over het resultaat hiervan informeren.22 De vraag hoe daarna verder te gaan met de transgenderzorg, inclusief de vraag of
de opdracht aan de kwartiermaker verder zou moeten worden verlengd, is afhankelijk
van aankomende resultaten en de stappen die nog in 2021 en 2022 gezet gaan worden,
en van het advies van de kwartiermaker over de periode na 2022. Ik vind het belangrijk
om dat eerst te bezien en in de loop van 2022 hierover nadere besluiten te nemen.
7. Het faillissement van Stepwork Transgenderzorg en de overname door Genderhealthcare
B.V
Stepwork Transgenderzorg (hierna: Stepwork), een ggz-aanbieder voor transgenderzorg,
is op 21 september jl. failliet verklaard. In zijn antwoorden d.d. 3 november jl.
op de vragen van de leden Paulusma (D66), Van Ginneken (D66), Kuiken (PvdA), Ellemeet
(GroenLinks) en Simons (BIJ1) over het faillissement van de ggz-instelling voor transgenderzorg
«Stepwork» (Aanhangsel Handelingen II 2021/22, nr. 594) heeft de Staatssecretaris van VWS reeds een reactie gegeven op dit faillissement
en informatie verstrekt over de situatie op dat moment. Ik zal ook in deze brief ingaan
op het faillissement en de situatie op dit moment. Ook zal ik, zoals de Staatssecretaris
heeft toegezegd in zijn antwoorden op de genoemde Kamervragen, in deze brief nader
ingaan op de betrokkenheid van het Ministerie van VWS bij de problemen van Stepwork
in de afgelopen jaren.23 Voor ik daartoe over ga wil ik echter graag het volgende mededelen.
Beleid bij zorginstellingen in (financiële) problemen en situatie bij Stepwork
Het beleid van VWS ten aanzien van zorginstellingen in financiële problemen is uiteengezet
in de Kamerbrief van 11 oktober 2019.24 Dit beleid is gericht op continuïteit van zorg voor patiënten en cliënten, en niet
op continuïteit van individuele instellingen. In ons stelsel hebben zorgverzekeraars
zorgplicht. Op het moment dat een aanbieder wegvalt, moet de zorgverzekeraar ervoor
zorgen dat zijn verzekerden ergens anders terecht kunnen. Om niet overvallen te worden
door een plotseling ongecontroleerd faillissement, is het systeem van vroegsignalering
van financiële problemen bij zorgaanbieders versterkt. Zorgverzekeraars maken eerder
melding van mogelijke risico’s voor de continuïteit van zorg bij de NZa (die toezicht
houdt op de zorgplicht van zorgverzekeraars) en gaan met de NZa in gesprek over de
maatregelen die ze treffen om aan hun zorgplicht te kunnen blijven voldoen.
Het feit dat het beleid van VWS is gericht op continuïteit van zorg voor patiënten
en cliënten, en niet op continuïteit van individuele instellingen, neemt niet weg
dat de bewindspersonen van VWS zich de afgelopen jaren zorgen hebben gemaakt over
de situatie bij Stepwork. Vanuit VWS is er ook meer dan te doen gebruikelijk actie
ondernomen om deze situatie te verbeteren. Dit in het belang van de continuïteit van
zorg voor de patiënten van en mensen op de wachtlijst bij Stepwork, mede gelet op
de lange wachttijden in de transgenderzorg en ook het feit dat Stepwork op dat moment
hoog scoorde qua patiënttevredenheid (zie onder meer het onderzoek van de kwartiermaker,
Transvisie en een aantal wetenschappers, naar ervaringen en behoeften van transgenders
in de zorg)25.
Zoals u weet kan VWS in zijn algemeenheid geen uitspraken doen over zorgaanbieders
die in (financiële) problemen verkeren. Dit omdat elke (communicatie-)uiting hierover
naar buiten ervoor kan zorgen dat de oplossingen voor herstel verder uit zicht raken.
Nu het faillissement van Stepwork Transgenderzorg een feit is, is de situatie wat
dat betreft veranderd.
Ontwikkelingen bij Stepwork en betrokkenheid van VWS en kwartiermaker
Eind 2019 kwam het Ministerie van VWS ter ore dat het bestuur van Stepwork overwoog
te stoppen met het aanbieden van transgenderzorg. Hierop volgden verschillende gesprekken
tussen het bestuur van Stepwork, de kwartiermaker transgenderzorg, de grote zorgverzekeraars
en het Ministerie van VWS. In die gesprekken heeft het bestuur van Stepwork aangegeven
dat het hulp zou willen krijgen om «de basis op orde te krijgen» en om de contractering
met de zorgverzekeraars te regelen.
Eind december 2019 hebben het Ministerie van VWS en ZN gezamenlijk een aanvullende
opdracht aan de kwartiermaker transgenderzorg verstrekt, passend binnen zijn bestaande
taak waarin hij onder andere helpt bij het opzetten van een decentraal transgenderzorgnetwerk.
De kwartiermaker is verzocht om in de periode van eind december 2019 tot maart 2020
Stepwork bij te staan. Doel hiervan was dat Stepwork in deze periode een grote stap
zou zetten om aan de basisvoorwaarden (onder andere met betrekking tot de governance
van de organisatie) te gaan voldoen om verder te kunnen met het bieden van transgenderzorg
in een decentraal netwerk en dat netwerk verder te kunnen uitbouwen en versterken.
In dat kader is overigens expliciet aangegeven dat Stepwork volledig verantwoordelijk
zou blijven voor de keuzes die in de bedrijfsvoering gemaakt zouden worden. Ook bleef
het de verantwoordelijkheid van Stepwork zelf om ervoor te zorgen dat de door de IGJ
geconstateerde risico’s voor de kwaliteit en veiligheid van de zorg zouden worden
weggenomen. Ondanks het goede werk dat de kwartiermaker hier heeft verricht is Stepwork
er helaas niet in geslaagd om aan deze basisvoorwaarden te voldoen.
Verder hebben er in de periode vanaf november 2019 tal van overleggen over de situatie
bij Stepwork plaatsgevonden tussen (in wisselende samenstellingen) het Ministerie
van VWS, de kwartiermaker transgenderzorg, de grote zorgverzekeraars, de toezichthouders
IGJ en NZa, en het bestuur van Stepwork. Deze gesprekken vonden in eerste instantie
plaats in het kader van de inspanningen van Stepwork om «de basis op orde te krijgen»
en om de contractering met de zorgverzekeraars te regelen. Vanaf het moment dat duidelijk
werd dat het risico van een faillissement van Stepwork aanwezig was, hebben de gesprekken
met name tot doel gehad dat in geval van een faillissement de continuïteit van zorg
voor de patiënten en wachtenden van Stepwork zou zijn geborgd.
Toezicht IGJ
Daarnaast heeft de IGJ de afgelopen jaren verschillende keren onderzoek gedaan bij
Stepwork. De twee onderzoeken van de IGJ uit 2019 en 2020 hebben beide geleid tot
de formulering van verbetermaatregelen gericht aan Stepwork, en in mei 2020 is een
aanwijzing opgelegd die nodig was om Stepwork de meest kwetsbare aspecten op orde
te laten brengen.
In juli 2021 heeft de IGJ wederom een bezoek aan Stepwork gebracht. Op 4 november
jl. heeft de inspectie haar rapport van dit bezoek gepubliceerd. Daaruit blijkt dat
de inspectie tijdens het bezoek heeft geconstateerd dat er te weinig verbeteringen
waren doorgevoerd sinds het eerste inspectiebezoek. De inspectie zag vooral tekortkomingen
op de terreinen persoonsgerichte zorg, deskundigheid van de zorgverlener en het sturen
op kwaliteit en veiligheid.
Het gebrek aan verbeterkracht leidde tot onvoldoende vertrouwen van de inspectie dat
Stepwork op eigen kracht verbeteringen zou weten door te voeren. Vanwege de ernst
van de situatie heeft de inspectie besloten om, ondanks het faillissement, een aanwijzing
aan Stepwork te geven. De reden waarom de IGJ ondanks het faillissement toch een aanwijzing
heeft opgelegd is, naast de ernst van de situatie, dat de zorgverlening vanuit Stepwork
niet direct is beëindigd na het faillissement. Tot de zorg voor alle patiënten en
wachtenden is overgedragen aan andere zorgverleners, verleent Stepwork nog zorg onder
verantwoordelijkheid van de curator.
Faillissement van Stepwork
Stepwork Transgenderzorg is op 21 september jl. failliet verklaard. Het faillissement
van Stepwork is met name ingrijpend voor die mensen die bij Stepwork onder behandeling
zijn of op de wachtlijst staan. Het faillissement heeft vragen opgeroepen met betrekking
tot de consequenties van het faillissement voor hun behandeling of hun positie op
de wachtlijst. Ook voor de medewerkers van Stepwork, die in onzekerheid verkeerden
over hun functie, is het faillissement uiteraard ingrijpend.
Vanaf het faillissement is de inzet van alle betrokken partijen gericht geweest op
continuïteit van zorg voor en goede communicatie richting met name de patiënten en
mensen op de wachtlijst bij Stepwork.
De curator en zorgverzekeraars hebben in de eerste plaats getracht duidelijkheid te
krijgen over het aantal patiënten en wachtenden bij Stepwork Transgenderzorg. Er is
een tijd over grotere aantallen gesproken, maar na het opschonen van alle lijsten
was begin november het beeld dat er 347 mensen in behandeling waren bij Stepwork en
430 mensen op de wachtlijst stonden. Het is helaas nog niet 100% duidelijk of al deze
patiënten nog actief in behandeling zijn, en of de wachtenden nog actief wachtend
waren voor Stepwork, of bijvoorbeeld reeds elders een plek hadden gevonden. Dit heeft
te maken met de administratie van Stepwork. Om meer zekerheid te krijgen over deze
aantallen, heeft de curator alle patiënten via e-mail benaderd met de vraag in welke
fase van behandeling zij zijn, dan wel of zij nog actief wachtende zijn. Er waren
in ieder geval 85 patiënten die in oktober een afspraak met Stepwork hadden. Deze
afspraken zijn ondanks het faillissement doorgegaan, mede dankzij de inspanningen
van de vier grootste zorgverzekeraars (Menzis, VGZ, CZ en Zilveren Kruis).
Daarnaast heeft de curator gezocht naar een oplossing voor de langere termijn, zoals
de mogelijkheid van een overname.
Na het uitspreken van het faillissement heeft er wekelijks overleg plaatsgevonden
tussen de NZa, IGJ, curator en zorgverzekeraars. Daarbij hebben de toezichthouders
steeds gekeken naar de continuïteit, kwaliteit en veiligheid van de zorg.
Overname door Genderhealthcare B.V. en toezicht IGJ en NZa
De curator heeft in Genderhealthcare B.V. (hierna: Genderhealthcare) een overnamepartij
gevonden. Genderhealthcare is een nieuwe aanbieder voor ggz-zorg voor transgender
personen, die op 1 november jl. is gestart. De zorg voor alle patiënten van Stepwork
en de mensen die bij Stepwork op de wachtlijst staan wordt, indien deze mensen hiermee
akkoord gaan, door de curator overgedragen aan Genderhealthcare. Genderhealthcare
wil ook behandelaren van Stepwork in dienst nemen. De curator heeft inmiddels contact
met de patiënten en wachtenden opgenomen over de overdracht van hun zorg aan Genderhealthcare,
en zij hebben ook informatie van Genderhealthcare ontvangen. De afdelingen zorgbemiddeling
van de verzekeraars zijn ook op de hoogte van deze ontwikkeling, zodat ze verzekerden
goed bij kunnen staan.
Het is nu aan het bestuur van Genderhealthcare om de nieuwe organisatie goed op poten
te zetten. De zorgverzekeraars zijn hierover doorlopend met Genderhealthcare in gesprek
en hebben in dat kader onder meer aandacht voor de governance, financiering en het
zorgproces. Daarnaast monitoren zij dat de continuïteit van zorg adequaat wordt geborgd.
Ook de toezichthouders zullen de ontwikkelingen bij Genderhealthcare monitoren. De
NZa zal de situatie bij Genderhealthcare volgen met het oog op de zorgplicht van zorgverzekeraars.
Ook de IGJ blijft in de periode na een overname na faillissement de zorgaanbieder
die de patiënten heeft overgenomen intensief volgen, om te beoordelen of de kwaliteit
en veiligheid van zorg niet in het geding komen. Hiervoor voert de IGJ onaangekondigde
bezoeken uit en spreekt daarbij met de Raad van Bestuur, de cliënten-/ondernemingsraad
en met medewerkers op de werkvloer.
Hierbij besteedt de IGJ met name aandacht aan de continuïteit en veiligheid van zorg,
de informatievoorziening door de instelling (intern en extern), en informatie vanuit
de cliëntenraad/ondernemingsraad. Verder zal de IGJ, zoals deze vaker bij nieuwe zorgaanbieders
doet, toetsen of Genderhealthcare voldoet aan de geldende wet- en regelgeving en veldnormen.
Patiënten van het voormalige Stepwork die niet willen overstappen naar Genderhealthcare,
maar een voorkeur hebben voor een andere aanbieder, kunnen hierover contact opnemen
met de afdeling zorgbemiddeling van hun zorgverzekeraar (het telefoonnummer van elke
zorgverzekeraar is te vinden op www.mijnzorgverzekeraar.nl). Bemiddeling naar een andere aanbieder kan er echter wel toe leiden dat zij daar
mogelijk later worden geholpen. Zorgaanbieders gaan zelf over het beheer van hun wachtlijst.
8. Bevolkingsonderzoek
In haar brief van 30 april jl.26 heeft de toenmalig Minister voor MZS uw Kamer geïnformeerd over de uitvoering van
de motie van het lid Van Kooten-Arissen c.s.27 die de regering verzoekt zorg te dragen dat bij een juridische geslachtsverandering
mensen er actief op geattendeerd worden dat dit gevolgen heeft voor het ontvangen
van uitnodigingen voor bevolkingsonderzoeken baarmoederhalskanker en borstkanker en
dat zij zich hiervoor desgewenst aan of af kunnen melden. In deze brief is aangegeven
dat de Staatssecretaris van VWS verschillende activiteiten heeft ontplooid om meer
aandacht uit te laten gaan naar de informatievoorziening over de gevolgen van een
geslachtwijziging voor de uitnodigingen voor de bevolkingsonderzoeken naar baarmoederhals-,
borst- en darmkanker. Ook is aangegeven dat de Staatssecretaris van VWS samen met
alle betrokken organisaties bezig was met het ontwikkelen van een werkwijze waarbij
transgender personen die tot de doelgroep behoren structureel uitgenodigd kunnen worden
voor de voor hen relevante bevolkingsonderzoeken. Met deze nieuwe werkwijze wordt
beoogd dat deze mensen zich éénmalig aanmelden bij het Bevolkingsonderzoek Nederland
en dat zij daarna structureel de uitnodigingen voor deelname aan de voor hen relevante
bevolkingsonderzoeken ontvangen.
Ik kan u namens de Staatssecretaris van VWS melden dat de verwachting is dat de nieuwe
werkwijze halverwege 2022 in werking zal treden. Hiervoor wordt gewerkt aan het wijzigen
van de vergunning op grond van de Wet op het bevolkingsonderzoek van Bevolkingsonderzoek
Nederland, het verder aanpassen van de communicatiematerialen en ICT-systemen.
Tot slot
Iedereen die betrokken is bij de transgenderzorg voelt de noodzaak tot beweging in
de transgenderzorg. Ieder vanuit het eigen perspectief maar allemaal met dezelfde
intentie: om de wachttijden naar beneden te brengen, de kwaliteit te borgen en deze
zorg meer toekomstbestendig te maken. In deze brief heb ik aangegeven dat hier op
vele terreinen, met inzet van met name de kwartiermaker transgenderzorg en vele partijen
in het veld, hard aan wordt gewerkt.
In het eerste kwartaal van 2022 ontvangt uw Kamer naar verwachting een volgende voortgangsbrief
over de transgenderzorg.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
H.M. de Jonge
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
H.M. de Jonge, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport