Brief regering : Scorekaarten multilaterale organisaties 2021
34 952 Investeren in Perspectief – Goed voor de Wereld, Goed voor Nederland
Nr. 142
BRIEF VAN DE MINISTER VOOR BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 12 november 2021
Met deze brief stuur ik u twaalf scorekaarten van multilaterale organisaties en fondsen
waar Nederland intensief mee samenwerkt1. Scorekaarten worden opgesteld om het functioneren en de beleidsrelevantie van multilaterale
organisaties in kaart te brengen. Met alle genoemde organisaties en fondsen voert
Nederland een dialoog over de inhoudelijke prioriteiten en de wijze waarop zij kunnen
werken aan verbetering van eventuele aandachtspunten.
Het betreft de scorekaarten voor de volgende organisaties:
1. World Food Programme (WFP)
2. United Nations Population Fund (UNFPA)
3. United Nations Entity for Gender Equality and the Empowerment of Women (UN Women)
4. United Nations Development Program (UNDP)
5. United Nations Children’s Fund (UNICEF)
6. United Nations Environment Program (UNEP)
7. United Nations Office for the Coordination of Humanitarian Affairs (OCHA)
8. International Labor Organization (ILO)
9. European Bank for Reconstruction and Development (EBRD)
10. International Monetary Fund (IMF)
11. International Finance Corporation (IFC)
12. Global Environment Facility (GEF)
De scorekaarten zijn gepubliceerd op Rijksoverheid.nl
Elk jaar worden scorekaarten van een aantal multilaterale organisaties geactualiseerd.
Om het informatiegehalte van de scorekaarten te vergroten, wordt de actualisering
van de scorekaarten zo veel mogelijk gekoppeld aan de drie- of vierjarige strategische
beleidscyclus (Verenigde Naties) en/ of financieringscyclus (Internationale Financiële
Instellingen) van de afzonderlijke multilaterale organisaties. Daarnaast wordt rekening
gehouden met de beschikbaarheid van recente beoordelingen van het Multilateral Organization Performance Assessment Network (MOPAN). MOPAN bestaat uit een groep gelijkgezinde donoren, waaronder Nederland, die
een methodologie heeft ontwikkeld voor de beoordeling van het functioneren van multilaterale
organisaties2.
In 2021 was, naast de bovengenoemde organisaties, oorspronkelijk tevens de actualisering
van de scorekaarten van United Nations Office on Drugs and Crime (UNODC) en het Joint United Nations Programme on HIV/AIDS (UNAIDS) voorzien. De scorekaart van UNAIDS zal in 2022 worden geactualiseerd, vanwege
vertraging in de beschikbaarstelling van een nieuwe MOPAN-beoordeling. Voor UNODC
wordt afgezien van het opstellen van een scorekaart, omdat er geen ODA middelen en
slechts in zeer beperkte mate – en onder sterke oormerking naar specifieke projecten
– non-ODA middelen via deze organisatie worden besteed. In 2021 is voor het eerst
een scorekaart voor de GEF opgesteld.
Samenvattend zijn de bevindingen per organisatie als volgt:
WFP
Het World Food Programme (WFP) heeft het mandaat om voedsel te verstrekken in noodsituaties, voedselhulp in
te zetten ter ondersteuning van economische en sociale ontwikkeling en een bijdrage
te leveren aan de internationale voedselzekerheid en kwaliteit van voeding. WFP is
de grootste noodhulporganisatie van de VN en verwacht in 2021 met een inkomen van
tenminste USD 7,4 miljard assistentie te kunnen verstrekken aan ongeveer 101 miljoen
hulpbehoevenden in 88 landen. Daarnaast heeft WFP een belangrijke coördinerende rol
voor de gehele logistiek van het humanitaire systeem van de VN. In 2020 heeft de organisatie
de Nobelprijs voor de Vrede toegekend gekregen, als waardering voor de inspanningen
om honger te bestrijden en om te voorkomen dat honger wordt ingezet als oorlogswapen.
WFP is belangrijk voor Nederlands beleid met name in het kader van voedselzekerheid.
Daarnaast draagt WFP bij aan de volgende Nederlandse prioriteiten: noodhulp en humanitaire
diplomatie gendergelijkheid, private sector ontwikkeling en opvang in de regio.
WFP is een organisatie die wordt gekenmerkt door een efficiënte en effectieve uitvoering
van het mandaat. WFP werkt nauw samen met andere VN-organisaties en is binnen de VN
een voorloper op het gebied van publiek-private partnerschappen. Aangezien WFP grote
geld- en goederenstromen in complexe omgevingen beheert, krijgt de bestrijding van
fraude en corruptie veel aandacht. Hier worden lidstaten transparant over geïnformeerd.
Een verbeterpunt voor WFP is de organisatiecultuur: een extern onderzoek in 2019 heeft
uitgewezen dat, ondanks dat veel medewerkers trots zijn op het werk dat ze doen, er
ook ontevredenheid is. WFP heeft de afgelopen jaren geïnvesteerd in nieuw beleid,
risicomanagement, toezicht, controle, bewustwording en meldingsmogelijkheden en -procedures
om risico’s te beperken en misstanden te onderzoeken en aan te pakken.
UNFPA
Binnen de VN is het United Nations Population Fund (UNFPA) de enige organisatie die Seksuele en Reproductieve Gezondheid en Rechten
(SRGR) integraal
agendeert, inclusief onderwerpen zoals seksuele voorlichting, toegang tot anticonceptie,
vrouwenbesnijdenis, kindhuwelijken en de positie van sekswerkers. UNFPA werkt hiermee
op thema’s die hoog op de Nederlandse buitenlandpolitieke agenda staan en boekt hierop
goede resultaten. Daarnaast speelt UNFPA een cruciale rol bij het behalen van SDG
5 (gendergelijkheid). In toenemende mate duwt een kleine groep conservatieve VN-lidstaten
terug op vrouwenrechten, gendergelijkheid en SRGR- de zogenoemde «pushback». Nederland zet zich actief in voor een progressieve en ambitieuze insteek van het
mandaat van UNFPA (ook op het gebied van seksuele rechten) en spoort UNFPA aan om
dit zelf ook beter te doen.
Op institutioneel gebied heeft UNFPA significante voortgang gemaakt met haar interne
hervormingsagenda (het «change management-proces») en de VN-brede hervormingsagenda. UNFPA heeft robuustere systemen in stelling
gebracht voor het verdelen van financiële middelen onder haar landenkantoren en ook
voor de risicocontrole bij het samenwerken met uitvoerende partners. Ook blijft UNFPA
verdere stappen maken op het gebied van risicomanagement en de bestrijding van grensoverschrijdend
gedrag.
UN Women
UN Women is voor Nederland een strategische partner op het terrein van gendergelijkheid
en emancipatie van vrouwen. UN Women fungeert als een belangrijk kenniscentrum op
het gebied van gendergelijkheid en voorziet het VN-systeem van informatie die belangrijk
is voor het versterken van de genderfocus. Bij het bevorderen van gendergelijkheid
speelt UN Women diverse rollen die aansluiten op de prioriteiten van het Nederlandse
genderbeleid, waaronder 1) internationale normstelling, 2) coördinatie binnen het
VN-systeem ter bevordering van het gendergelijkheidsperspectief, en 3) ondersteuning
aan programmalanden door middel van operationele activiteiten. Ook draagt UN Women
via bevordering van gendergelijkheid en vrouwenrechten bij aan SRGR en SDG 3 (gezondheid,
waaronder gezondheidszorg voor moeders). UN Women’s humanitaire strategie focust op
pleitbezorging, coördinatie en capaciteitsontwikkeling voor integratie van het genderperspectief
in humanitaire actie van VN-organisaties.
Evenals UNFPA ondervindt UN Women de laatste jaren een toenemende weerstand van een
kleine groep conservatieve VN-lidstaten op vrouwenrechten, gendergelijkheid en SRGR.
Nederland zet zich binnen de uitvoerende raad van UN Women actief in om de coördinerende
en normstellende rol van UN Women op deze onderwerpen te verdedigen. Op financieel
vlak staat UN Women er steeds beter voor. Verder sluit de organisatie goed aan op
de VN-brede hervormingsagenda. Ook blijft UN Women verdere stappen maken op het gebied
van risicomanagement en de bestrijding van grensoverschrijdend gedrag. Wel heeft UN
Women nog een slag te maken op het gebied van de doelmatigheid van het werk. UN Women
blijft moeite hebben met het meetbaar maken en duidelijk definiëren van de gewenste
outputs van haar normatieve en coördinerende werk.
UNDP
Het United Nations Development Programme, (UNDP) heeft een SDG-breed mandaat met accent op «Leaving No One Behind», en is zodoende een belangrijke multilaterale speler in het bereiken van de allerarmsten
en meest kwetsbaren.
UNDP is werkzaam in 170 landen, waarbij vooral de inzet in fragiele- en conflictgebieden
voor Nederland van groot belang is. De focus van UNDP ligt in die landen op democratisering,
rechtsstaatopbouw, conflictpreventie en vredesopbouw, thema’s die centraal staan in
het Nederlandse beleid. Daarnaast is UNDP de laatste jaren actiever geworden op thema’s
als klimaat, gender, financiering van de SDG’s, innovatie en digitalisering. Deze
toegenomen diversificatie in beleid en de blijvende, door donoren veroorzaakte, afhankelijkheid
van geoormerkte financiering, werkt fragmentatie en overlappingen met andere VN-organisaties
in de hand. Daarin schuilt een kwetsbaarheid. Dat het brede mandaat en de sterke aanwezigheid
wereldwijd ook een kans kan bieden, blijkt uit de succesvolle leiderschapsrol van
UNDP in de sociaaleconomische response op de COVID-19 crisis UNDP werkt samen met
een zeer uitgebreid netwerk van (VN-) organisaties op mondiaal, regionaal en lokaal
niveau.
Door de VN-hervormingen is rol van UNDP sterk veranderd. Zo is de organisatie, nu
de centrale VN Resident Coordinator in een land niet meer onder UNDP valt, niet meer verantwoordelijk voor de algemene
VN-coördinatie in het veld.
Door het complexe werk van UNDP in diverse gebieden en contexten vormen fraude- en
corruptiebestrijding en adequaat risicomanagement een blijvend aandachtspunt. In 2018
kwam een malversatie bij een door UNDP beheerd programma van de Global Environment Facility (GEF) aan het licht. Hierbij bleek sprake van ernstige tekortkomingen bij de interne
controle- en verantwoordingssystemen bij UNDP. Deze casus en de daaropvolgende druk
van donoren (o.m. NL) hebben UNDP er toe gebracht om de interne controle- en verantwoordingssystemen
en managementcultuur te verbeteren. In 2020 heeft Nederland betaling van 10 miljoen
euro van 30 miljoen euro tellende jaarlijkse Algemene Vrijwillige Bijdrage opgeschort.
In 2021 is besloten dat bedrag definitief niet uit te keren om een helder signaal
te geven aan UNDP dat in de toekomst dergelijke tekortkomingen in de interne controle-
en verantwoordingssystemen niet geaccepteerd worden. Nederland stuurt, in samenwerking
met andere donoren, continu aan op versterking van interne controlesystemen en heldere
communicatie daarover. Volgens de Aid Transparency
Index is UNDP al sinds 2016 de meest transparante VN-organisatie. De organisatie blijft
inzetten op verbeterde resultaatgerichtheid en transparantie.
UNICEF
Het United Nations Children’s Fund (UNICEF) richt zich op het verbeteren van levens van kinderen en adolescenten, alsook
moeders en hun families. UNICEF is actief in 190 landen, met 157 landenkantoren en
33 Nationale Comités. De focus van UNICEF ligt op de thema’s onderwijs, kinderbescherming,
water en sanitaire voorzieningen, voeding en gezondheid. Dit betekent dat de organisatie
betrokken is bij de realisatie van een groot aantal SDG’s.
UNICEF heeft een dubbel mandaat, gericht op de uitvoering van programma’s op zowel
ontwikkelings- als humanitair terrein. Voor Nederland is UNICEF een belangrijke partner
op deze onderwerpen. De organisatie is operationeel sterk en heeft een groot bereik,
waardoor zij in tijden van crisis snel in actie kan komen en toegang heeft tot lokale
gemeenschappen. Mede daardoor speelde UNICEF ook tijdens de Corona-crisis een belangrijke
rol, en nog steeds bij de preventie van besmettingen, de mitigatie van de gevolgen
van de pandemie en de distributie van vaccins. In 2020 bedroegen de inkomsten USD
7,5 miljard, waarvan de organisatie ongeveer 50% uitgaf aan humanitaire hulp. Nederland
stuurt, samen met andere donoren, op meer samenwerking met andere VN-organisaties
en meer diversificatie van inkomsten. Daarnaast is de huidige visie van UNICEF op
partnerschappen aan vernieuwing toe, met name als het gaat om het opzetten en participeren
in multi-stakeholder partnerschappen.
UNICEF heeft naast een operationele en coördinerende, ook een normatieve functie.
De organisatie bepleit bij overheden het ontwikkelen van beleid, wet- en regelgeving
en ondersteunt bij het realiseren van diensten en voorzieningen voor de verbetering
van de positie van kinderen.
In de afgelopen twee jaar heeft UNICEF veel aandacht besteed aan het tegengaan van
seksueel overschrijdend gedrag en intimidatie. Onder leiding van de huidige uitvoerende
directeur heeft UNICEF dit onderwerp uit de taboesfeer getrokken door zich op het
verbeteren van zowel het beleid als de werkcultuur te richten. Hierin speelt UNICEF
een leidende rol binnen het VN-system.
UNEP
Het United Nations Environment Programme, UNEP, is het VN-kenniscentrum op het terrein van klimaat en milieu. UNEP inspireert,
stimuleert, informeert en ondersteunt landen, partnerorganisaties en mensen om voor
het milieu te zorgen en de kwaliteit van leven te vergroten zonder inbreuk te maken
op het welzijn van toekomstige generaties. De organisatie richt zich met haar strategie
op drie mondiale, onderling samenhangende crises: biodiversiteitsverlies, klimaatverandering
en vervuiling. UNEP staat met dit mandaat op klimaat en milieu in het centrum van
de actualiteit. Daarbij is er speciale aandacht voor de transitie naar meer duurzame
consumptie- en productiepatronen, onder meer door de overgang naar een circulaire
economie te versnellen. UNEP’s inzet sluit goed aan bij de EU Green Deal en de wereldwijde urgentie zoals vastgelegd in het recente rapport van het United Nations Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC). Daarmee is de organisatie ook voor Nederland een relevante samenwerkingspartner.
De capaciteit voor het uitvoeren van UNEP’s kernmandaat schuurt met de toenemende
vraag van landen om ondersteuning bij de uitvoering van klimaat- en milieuverdragen.
Dit wordt versterkt door het bescheiden budget van UNEP en de scheve verhouding tussen
ongeoormerkte en geoormerkte bijdragen. UNEP zal zich daarom moeten blijven inzetten
voor het vergroten van effectiviteit, het aangaan van partnerschappen, het verbreden
van samenwerking met andere VN-organisaties op landenniveau en vergroten van samenhang
tussen activiteiten voortvloeiend uit de verschillende verdragen.
OCHA
Het UN Office for the Coordination of Humanitarian Affairs (OCHA) heeft een belangrijke scharnierfunctie bij de coördinatie van internationale
noodhulpverlening. De organisatie coördineert de identificatie van humanitaire noden,
de totstandkoming van noodhulpplannen en de mobilisatie van financiële middelen om
die te realiseren. Ook helpt OCHA deze plannen uit te voeren. De organisatie draagt
zo bij aan effectieve en efficiënte noodhulp, en is daarmee relevant voor het Nederlandse
humanitaire beleid, zoals verwoord in de beleidsnota «Mensen Eerst!» (2019). De succesvolle
uitvoering van OCHA’s mandaat hangt af van samenwerking met en medewerking van andere
humanitaire organisaties. Samen met deze partners opereert OCHA in een zeer dynamische
context. Dat in acht nemend voert OCHA zijn mandaat goed uit. De organisatie toont
zich over het algemeen efficiënt en flexibel. OCHA speelde in 2020 bijvoorbeeld een
cruciale rol bij de ontwikkeling en uitvoering van de humanitaire respons op de COVID-19-pandemie.
Aandachtspunten liggen er op het gebied van het versterken van uitvoerings- en risicomanagement,
en van strategie en verantwoording, onder meer jegens door crises getroffen mensen
en gemeenschappen. Interactie met Nederland en andere donoren vindt voornamelijk plaats
via de OCHA Donor Support Group (ODSG). Nederland is daar in 2021–2022 voorzitter van en richt zich daarbij op intensivering
en verdieping van de dialoog over effectieve humanitaire coördinatie in een steeds
complexere context en hoe dit vorm te geven in OCHA’s strategische plan voor de periode
2023–2026.
ILO
De International Labour Organization (ILO) heeft een duidelijk mandaat op de voor Nederland prioritaire gebieden van werk
en sociale bescherming. Daartoe behoren het bevorderen van werkgelegenheid onder veilige
omstandigheden en met een fatsoenlijk inkomen, het bieden van sociale bescherming,
het bevorderen van gendergelijkheid en sociale dialoog en verder het opzetten en handhaven
van internationale arbeidsnormen. De ILO landenprogramma’s sluiten aan bij de nationale
beleidsprioriteiten.
ILO kent een tripartiete structuur waarin werkgevers en werknemers even veel zeggenschap
hebben over de organisatie. Werkgevers en werknemers die niet of minder goed georganiseerd
zijn (zoals ZZP’ers, multinationale ondernemingen, ngo’s en mensen werkzaam in de
informele sector) hebben weinig ruimte om invloed uit te oefenen op de agendasetting,
besluitvorming en uitvoering.
Er is veel vooruitgang geboekt om resultaatgerichtheid en transparantie te verbeteren
en in te bedden in de gehele organisatie. Het gebruik van bevindingen en aanbevelingen
uit evaluaties en monitoring is verder verbeterd door de evaluatiefunctie te mainstreamen. Door verhoging van het aantal regionale functies voor specialisten kan de ILO beter
inspringen op regionale ontwikkelingen (bv bij een vluchtelingencrisis). Een kwaliteit
die in de COVID-crisis zijn waarde bewezen heeft.
Bijzondere punten van aandacht bij de ILO voor de komende jaren zijn het verder uitwerken
en toepassen van het beleid op grensoverschrijdend gedrag en het betrekken van bredere
groepen werkgevers en werknemers in het nadenken over de toekomst van werk in een
snel veranderende wereld.
EBRD
De European Bank for Reconstruction and Development (EBRD) is een multilaterale ontwikkelingsbank met expertise in de private sector
en een geografische focus op Centraal- en Oost-Europa, Rusland, de zuidelijke en oostelijke
Mediterrane regio (de SEMED-regio) en Mongolië. De bank heeft een breed mandaat in
zowel geografische als thematische zin. Sinds 2016 richt de bank zich met een nieuwe
interpretatie van het mandaat op de transitie van planeconomie naar duurzame markteconomie.
Hierbij staan de volgende kernkwaliteiten centraal: competitief, goed bestuurd, groen,
inclusief, veerkrachtig en geïntegreerd. Het samenbrengen van het werk van de bank
in deze kernkwaliteiten heeft gezorgd voor een sterkere focus op het concept «transitie-impact».
De kernkwaliteiten van bank leiden tot concurrerende en overlappende prioriteiten,
waardoor het moeilijk is om specifieke thema’s voor evaluatie aan te wijzen. Onafhankelijk
onderzoek uit 2019 naar de evaluatieafdeling (EvD) van de bank liet ook zien dat de
EvD moet worden versterkt met het oog op het behalen van de doelstellingen van de
bank en dat de afdeling in vergelijking met andere MDBs is ondergefinancierd. Met
name op dit gebied liggen er verbeterpunten voor de bank.
De EBRD richt zich op de transitie van middeninkomenslanden naar een moderne, duurzame
economie. Zij richt zich dus niet op alle prioriteiten van de brede BHOS-agenda. Met
name op het gebied van gender heeft de EBRD de afgelopen jaren haar inzet verbeterd
en deze inzet wordt inmiddels gezien als integraal onderdeel van het werk. Ook op
gebied van klimaat en mobilisatie voor de private sector is de EBRD voor Nederland
een belangrijke partner. Zo hebben de aandeelhouders van de EBRD bij de jaarvergadering
2021 een klimaatresolutie aangenomen waarmee de bank zich schaart onder de meest ambitieuze
multilaterale OS-banken op dit onderwerp. Met dit klimaatbesluit committeert de bank
zich aan de doelstelling om haar activiteiten volledig in lijn te brengen met de uitgangspunten
van het Akkoord van Parijs voor 31 december 2022.
IMF
Het International Monetary Fund (IMF) richt zich op internationale financiële stabiliteit en monetaire samenwerking.
Het IMF richt zich daarbij op een mondiaal lidmaatschap, waaronder ontwikkelingslanden,
opkomende economieën en ontwikkelde landen. Het IMF heeft voor ontwikkelingslanden
een uitgebreid instrumentarium om ze te ondersteunen bij het bewerkstelligen van een
stabiele financieel-economische omgeving. Naast surveillance en financiële assistentie
is ondersteuning van capaciteitsopbouw in ontwikkelingslanden een belangrijk onderdeel
hiervan. Het IMF levert zowel hoogwaardige technische assistentie als assistentie
bij capaciteitsopbouw.
Tijdens de COVID-19 pandemie heeft het IMF een daadkrachtige COVID-respons laten zien
via verhoogde uitgaven aan de sterkst getroffen landen vanuit de Poverty Reduction and Growth Trust (PRGT) en de Catastrophe Containment and Relief Trust (CCRT). Hiermee krijgen ontwikkelingslanden extra financiële ruimte waarmee zij de
door de pandemie toegenomen uitgaven kunnen financieren. Op het gebied van klimaat
is het IMF nog zoekende naar zijn toegevoegde waarde. Het IMF zag in de afgelopen
periode op dit terrein voor zichzelf geen rol weggelegd. Maar de urgentie van het
klimaatprobleem en de effecten op macro-economische stabiliteit worden binnen de organisatie
inmiddels breed aanvaard. De economische consequenties van klimaatverandering zullen
de komende jaren binnen het IMF dan ook hoger op de agenda komen.
IFC
De International Finance Corporation (IFC) is onderdeel van de Wereldbankgroep en heeft als kernmandaat het stimuleren
van de ontwikkeling van de private sector in ontwikkelingslanden. De IFC draagt met
behulp van kapitaal, expertise, advies en invloed aan de particuliere sector actief
bij aan het bereiken van de hoofddoelstellingen van de WBG: het terugdringen van armoede
en het bevorderen van gedeelde welvaart. IFC is de belangrijkste en grootste multilaterale
speler op het gebied van particuliere sectorontwikkeling. Door de hefboomwerking van
de IFC is de impact van de Nederlandse bijdragen via het aandeelhouderskapitaal en
Trust Funds groter dan bilateraal mogelijk zou zijn.
Een aandachtspunt is dat Nederland verwacht van de IFC dat zij de komende jaren haar
portefeuille in lijn brengt met het klimaatakkoord van Parijs. Verder heeft de IFC
in 2021 een belangrijke stap gezet op het gebied van verantwoording: de Raad van Bewindvoerders
van de IFC heeft een belangrijk pakket aan hervormingen goedgekeurd, die de onafhankelijkheid
en de reikwijdte van het verantwoordingsmechanisme versterken. De komende tijd zal
leren hoe dit vernieuwde verantwoordingsbeleid in de praktijk zal uitpakken. De financiële
stabiliteit is, ondanks een verlies in het fiscale jaar 2021, goed: de IFC heeft een
stabiele triple A rating.
GEF
GEF, de Global Environment Facility is formeel de uitvoerende arm van het financieel mechanisme van het VN-klimaatverdrag.
GEF werd opgericht in 1992, aan de vooravond van UNCED waar het klimaatverdrag werd
gesloten. GEF is dus geen organisatie en ook geen lid van de VN-familie. Door middel
van een trustfund steunt GEF de uitvoering van een vijftal multilaterale milieuverdragen
door ontwikkelingslanden om zodoende «bij te dragen aan de bescherming van het mondiale
milieu en daarbij een ecologisch verantwoorde en duurzame economische ontwikkeling
te bevorderen». GEF heeft sinds de oprichting meer dan USD 21,1 miljard aan subsidies
verstrekt en nog eens USD 114 miljard aan cofinanciering gemobiliseerd voor meer dan
5.000 milieuprojecten in 170 landen. GEF draagt bij aan het bereiken van een aantal
SDG’s, namelijk SDG 2 (einde aan honger); SDG 6 (schoon drinkwater en goede sanitaire
voorzieningen); SDG 11 (veilige en duurzame steden); SDG 13 (klimaatverandering aanpakken);
SDG 14 (bescherming van zeeën en oceanen) en SDG 15 (herstel ecosystemen en behoud
biodiversiteit). GEF is ook relevant voor een aantal BHOS-beleidsthema’s, met name
klimaat, water, voedselzekerheid en verduurzaming waardeketens. De Nederlandse bijdragen
aan GEF (USD 711 miljoen sinds 1992) tellen mee bij onze bestedingen aan publieke
klimaatfinanciering en biodiversiteitfinanciering. Over het geheel genomen is GEF
een goed beheerd en effectief mechanisme, waarvan de relevantie alleen maar toeneemt.
Aandachtspunten zijn evenwel de beperkte mobilisatie van privaat kapitaal en het weinig
efficiënte (trage) verloop van de projectcyclus.
GEF maakt voor zijn managementprocedures en financiële controles gebruik van de structuren
van de Wereldbank. De strategische plannen en programma’s worden elke vier jaar grondig
besproken en herzien, gebaseerd op een breed scala van evaluaties. Die laten zien
dat GEF zijn mandaat en doelstellingen bereikt voor zover de middelen dit toelaten:
die middelen zijn in het licht van de wereldwijde milieuproblemen echter onvoldoende.
Omdat in 2021 de eerste scorekaart voor GEF wordt gepubliceerd, kunnen nog geen stijgende
of dalende trends worden weergegeven.
In 2022 zullen scorekaarten van de volgende organisaties worden gepubliceerd:
– International Trade Centre (ITC)
– Joint United Nations Programme on HIV/AIDS (UNAIDS)
– World Trade Organization (WTO)
– African Development Bank (AfDB)
– Interamerican Development Bank (IDB)
– Green Climate Fund (GCF)
– Office of the High Commissioner for Human Rights (OHCHR)
De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,
Th.J.A.M. de Bruijn
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
Th.J.A.M. de Bruijn, minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking