Brief regering : Reactie op verzoek commissie over het adviesrapport van de UNESCO Leerstoel Volwasseneneducatie 'Noodzaak van volwasseneneducatie voor iedereen'
28 760 Meerjarenplan Alfabetisering
Nr. 113 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 8 juli 2021
Hierbij stuur ik uw Kamer naar aanleiding van de procedurevergadering van 15 april
2021, mijn reactie op het adviesrapport van de UNESCO Leerstoel Volwasseneneducatie
met de titel «Noodzaak van volwasseneneducatie voor iedereen»1, 2.
In het adviesrapport wordt gesteld dat de huidige Nederlandse infrastructuur van volwasseneneducatie
ontoereikend is om aan de internationale afspraken te kunnen voldoen die de gezamenlijke
lidstaten van de UNESCO hebben gemaakt3.
Het adviesrapport en de aanbevelingen komen mede voort uit het vierde doel van de
Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties: gelijke toegang tot kwalitatief
goed onderwijs voor iedereen, zodat iedereen de kans heeft om een goede plek in de
samenleving en op de arbeidsmarkt te krijgen.
Uit dit rapport spreekt de urgentie voor een stevige aanpak van laaggeletterdheid
in Nederland. Die urgentie deel ik. Dagelijks hebben vele mensen in Nederland te maken
met de gevolgen van beperkte basisvaardigheden op het gebied van taal, rekenen of
digitale vaardigheden. Ze worden belemmerd in gewone maar belangrijke dingen zoals
het voorlezen van hun kinderen of het invullen van een formulier. Dit kabinet zet
daarom ook in de aanpak van die laaggeletterdheid.
Aangezien het hebben van onvoldoende basisvaardigheden impact heeft op veel verschillende
terreinen, werken mijn ministerie en de Ministeries van VWS, SZW en BZK samen in het
interdepartementale actieprogramma Tel mee met Taal. Het doel van dit programma is
het voorkomen en verminderen van lage basisvaardigheden. Met dit programma ondersteunt
het Rijk onder andere gemeenten, aanbieders van opleidingen, werkgevers, bibliotheken,
zorgprofessionals en maatschappelijke organisaties om mensen met lage basisvaardigheden
te herkennen, door te verwijzen en te scholen. Ik heb uw Kamer op 18 maart 2019 geïnformeerd
over de invulling van de vervolgaanpak van het programma Tel mee met Taal in de periode
2020–2024.4
Vijf Aanbevelingen
De algemene boodschap van het adviesrapport luidt: faciliteer een adequate draagkrachtige
infrastructuur voor volwasseneneducatie. De UNESCO Leerstoel Volwasseneneducatie heeft
daartoe een vijftal aanbevelingen opgesteld:
1. Realiseer een draagkrachtige sector volwasseneneducatie;
2. Zorg middels werving voor een makkelijk toegankelijk aanbod;
3. Stel voldoende financiële middelen beschikbaar voor uitvoer, coördinatie en werving;
4. Bevorder een breed aanbod voor een diverse doelgroep;
5. Draag zorg voor professionalisering docenten.
In deze brief geef ik uw Kamer een reactie op het adviesrapport en de vijf aanbevelingen.
Aanbeveling 1: Realiseer een draagkrachtige sector volwasseneneducatie
De UNESCO Leerstoel Volwasseneneducatie benoemt in haar eerste aanbeveling het belang
van een daadkrachtige sector volwasseneneducatie. Ik onderschrijf dit belang. Eenieder
heeft basisvaardigheden nodig om zelfstandig mee te kunnen doen in onze maatschappij.
Ouders hebben deze vaardigheden nodig om hun kinderen voor te lezen, patiënten om
bijsluiters van medicijnen te begrijpen en werknemers om veiligheidsinstructies op
de werkvloer aan te leren. Het hebben van voldoende basisvaardigheden, met name digitale
vaardigheden, is door de coronacrisis nog urgenter geworden.
Met de vervolgaanpak laaggeletterdheid werken we er de komende jaren naartoe dat elke
gemeente een kwalitatief goed opleidingsaanbod heeft om mensen te helpen hun basisvaardigheden
te vergroten. Daarnaast streven we ernaar dat gemeenten nog meer de regierol gaan
voeren in het coördineren van een regionale opzet en uitvoering van de aanpak van
laaggeletterdheid. Stichting Lezen en Schrijven ondersteunt gemeenten hierbij. In
de brief aan uw Kamer van 15 december jl. heb ik laten weten hoe er, ondanks het opzeggen
van het bestuurlijke akkoord door de VNG, samen met de gemeenten, verder aan de regionale
aanpak wordt gewerkt.5
Aanbeveling 2 en 4: Zorg middels werving voor een makkelijk toegankelijk aanbod en
bevorder een breed aanbod voor een diverse doelgroep
In haar tweede en vierde aanbeveling pleit de UNESCO Leerstoel Volwasseneneducatie
voor een toegankelijk aanbod voor een diverse doelgroep. UNESCO geeft daarbij aan
dat de werving van deelnemers onvoldoende gefaciliteerd wordt waardoor gemeenten niet
alle mensen kunnen bereiken die gebaat zouden zijn bij een opleiding basisvaardigheden
of vervolgonderwijs. In mijn vervolgaanpak laaggeletterdheid is dit dan ook als expliciete
doelstelling opgenomen. Namelijk «meer mensen bereiken met een aanbod op maat, vooral
de groep met Nederlands als moedertaal (NT1)». Ik erken dan ook dat dit extra inzet
vraagt, omdat het bereiken van deze NT1-doelgroep lastiger is. Ik stimuleer hierbij
ook het delen van kennis en goede voorbeelden tussen gemeenten en professionals. Het Expertisepunt Basisvaardigheden zet zich hier o.a. voor in.
Naast de extra middelen, in de vorm van een decentralisatie-uitkering, die gemeenten
ontvangen voor onder andere werving, zet ik met verschillende initiatieven in op werving.
Met name onder de doelgroep laaggeletterden die in Nederland geboren is. Eind dit
jaar lanceer ik bijvoorbeeld een landelijke campagne gericht op laagtaalvaardige ouders.
Ook zet ik in op werving met inzet van extra taalambassadeurs, de Subsidieregeling
Tel mee met Taal en een Landelijk aanmeldpunt basisvaardigheden.
Om nog meer inzicht te krijgen in de mate waarin de verschillende doelgroepen worden
bereikt met volwassseneneducatie werken we samen met het CBS en gemeenten aan het
ontwikkelen van een landelijke outputmonitor. Hierin wordt het aantal deelnames aan
opleidingen volwasseneneducatie gemonitord. Tot aan de zomer loopt een pilot met 16
gemeenten en een aantal aanbieders om het monitoren te beproeven. Het plan is dat
het CBS in 2022 start met een eerste landelijke outputmonitor.
Aanbeveling 3: Stel voldoende financiële middelen beschikbaar voor uitvoer, coördinatie
en werving
De UNESCO Leerstoel Volwasseneneducatie pleit ook voor meer middelen voor gemeenten
voor volwasseneneducatie. Zij geeft aan dat vrijwel alle landen in Noordwest-Europa
meer dan dubbel zoveel geld investeren in volwasseneneducatie als Nederland.
Momenteel ontvangen gemeenten per jaar circa € 62 miljoen voor volwasseneneducatie.
Dit gaat om een specifieke uitkering waarmee gemeenten opleidingen voor taal, rekenen
en digitale vaardigheden kunnen inkopen voor de laaggeletterde inwoners in hun regio.
Daarnaast ontvangen contactgemeenten sinds 2020 extra middelen die oplopen tot ruim
€ 7 miljoen per jaar in 20246. Deze extra middelen worden als decentralisatie-uitkering verdeeld over de contactgemeenten.
Contactgemeenten besteden dit budget, in overleg met de andere gemeenten in hun regio,
op een manier die aansluit bij de regionale en gemeentelijke opgaven en doelen. Zo
ontstaat bijvoorbeeld ruimte voor coördinatie, werving en uitvoering.
In aanvulling op de middelen die gemeenten rechtstreeks ontvangen, investeer ik, samen
met de bewindslieden van de betrokken departementen, jaarlijks zo’n € 25 miljoen in
maatregelen voor het verminderen en voorkomen van lage basisvaardigheden, zowel bij
volwassenen als kinderen. Voorts is met het derde steunpakket dit jaar bijna € 6 miljoen
extra ter beschikking gesteld voor het bieden van scholing aan laaggeletterde werknemers
via de Subsidieregeling Tel mee met Taal.
De aanbeveling van de UNESCO leerstoel voor meer middelen voor volwasseneneducatie
sluit aan bij eerdere signalen die ik hierover ontvangen heb. Bijvoorbeeld een advies
van de SER, waarin wordt voorgesteld om het budget voor volwasseneneducatie te verdubbelen
naar ongeveer € 168 miljoen per jaar (maart 2019 en juni 2021)7. Ook verwijs ik naar een pamflet van de Stichting Lezen en Schrijven – ondertekend
door de SER, VNG, UWV, MBO Raad, NRTO, CNV, FNV en VCP – dat op 11 maart jl. is aangeboden
aan de demissionair Minister van SZW8. Ik neem dit signaal serieus. Het is aan een volgend kabinet om hierover in gesprek
te gaan met de betrokken partijen.
Daarnaast pleit de UNESCO Leerstoel Volwasseneneducatie in haar derde aanbeveling
voor een grotere bestedingsvrijheid van de middelen die gemeenten ontvangen voor de
volwasseneneducatie. Dit sluit aan bij de vervolgaanpak laaggeletterdheid (2020–2024)9. Hierin heb ik de ambitie aangekondigd dat gemeenten vanaf 2025 zelfstandig de beleidsmatige
en financiële regie gaan voeren over de aanpak van basisvaardigheden. Op dit moment
geldt dat gemeenten de specifieke uitkering voor volwasseneneducatie moeten besteden
aan het inkopen of subsidiëren van opleidingen taal, rekenen en digitale vaardigheden
voor de verschillende doelgroepen. Vanaf 2025 zouden gemeenten regionaal en lokaal
inkleuring kunnen geven aan de besteding van deze middelen, zonder landelijke kaders.
Aanbeveling 5: Draag zorg voor professionalisering docenten
UNESCO pleit in haar vijfde en laatste aanbeveling voor de professionalisering van
docenten volwasseneneducatie. Op dit moment stelt OCW geen landelijke eisen aan de
(bij)scholing van professionals en de inhoud van docentenopleidingen voor volwasseneneducatie.
Die verantwoordelijkheid ligt nu bij gemeenten en aanbieders zelf. WEB-contactgemeenten
kunnen, doordat zij aanbieders van volwasseneneducatie contracteren, in hun aanbestedings-
of subsidiebeleid eisen stellen aan de opleiding van docenten. Graag zou ik de komende
tijd willen onderzoeken wat er nodig is om gemeenten, aanbieders en docenten hier
nog meer in te faciliteren.
Daarnaast ondersteun ik gemeenten met het borgen van de kwaliteit van het opleidingsaanbod
voor taal, rekenen en digitale vaardigheden. Hiertoe laten we met betrokkenheid van
gemeenten en aanbieders een landelijke handreiking «kwaliteit» ontwikkelen. Dit wordt
een belangrijk hulpmiddel voor gemeenten om te kunnen sturen op de kwaliteit van het
aanbod en de professionalisering.
Ook heb ik de onderzoeksbureaus ECBO en Ockham IPS de opdracht gegeven om, als onderdeel
van de meerjarige evaluatie van het gehele programma Tel mee met Taal, een inventarisatie
uit te voeren naar de inhoud van de regionale programma’s laaggeletterdheid, om kennisdeling
tussen gemeenten te bevorderen. Om dezelfde reden ben ik ook voornemens om alle regionale
programma’s openbaar te maken.
Tot slot
Zoals ik heb geschetst sluit ik me aan bij de urgentie die UNESCO aangeeft voor een
gedegen aanpak van laaggeletterdheid. En ben ik van mening dat we ons moeten blijven
inzetten voor de internationale afspraken die we gezamenlijk met de andere lidstaten
van de UNESCO hebben gemaakt op het gebeid van volwasseneneducatie10. De aanbevelingen uit het UNESCO Adviesrapport sluiten grotendeels aan bij mijn ambities
voor de aanpak van laaggeletterdheid, zoals beschreven in mijn Kamerbrief over de
vervolgaanpak laaggeletterdheid.
Een deel van de aanbevelingen uit het UNESCO Adviesrapport is gericht op extra financiële
middelen voor de aanpak van laaggeletterdheid. Het is aan een volgend Kabinet om hier
een besluit over te nemen. In het najaar zal ik uw Kamer informeren over de voortgang
van de Vervolgaanpak laaggeletterdheid, waaronder ook het traject met de gemeenten.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
I.K. van Engelshoven, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap